Kunst en Cultuur

Boeken

Hier brengen wij boeken onder de aandacht die zijn gebaseerd op de archieven en collecties die het Stadsarchief bewaart.
Voor online bestellingen raadpleeg de Stadsboekwinkel www.stadsboekwinkel.nl.

K.P. Tholens: moderne architectuur – traditionele vormen

Onlangs is bij de Stichting Bonas de publicatie ‘K.P. Tholens (1882-1971): moderne architectuur – traditionele vormen’ verschenen. De in Gouda geboren architect heeft voor overwegend rooms-katholieke opdrachtgevers een indrukwekkend oeuvre gebouwd, dat bestaat uit kerken, kloosters, scholen, woonhuizen en bedrijfspanden. Het zwaartepunt van zijn activiteiten lag in Amsterdam, waar hij sinds 1904 woonde. Zijn belangrijkste werken zijn tijdens het interbellum gerealiseerd: het klooster De Voorzienigheid aan de Elandstraat (1924-1926), de Chassékerk (1926), de monumentale Augustinuskerk (1930-1932) en de voormalige R.K. Ambachtsschool Don Bosco (1933-1935). Tholens' naam is tevens verbonden aan twee belangrijke naoorlogse Amsterdamse kerken: de Josephkerk en de Christus-Koningkerk, ontworpen in samenwerking met respectievelijk G.H.M. Holt en H.J. van Balen.


'Modern maar niet modernistisch' oordeelden tijdgenoten over Tholens bijzondere ontwerp voor de Chassékerk in Amsterdam-West, een stempel dat op vrijwel al zijn gebouwen van toepassing is. Tholens sloot zich niet aan bij de belangrijkste architectuurstromingen van zijn tijd zoals de Amsterdamse of Delftse School. Sobere, geabstraheerde vormen kenmerken zijn hoofdzakelijk in baksteen opgetrokken scheppingen, waarin hij bovendien al vroeg op grote schaal experimenteerde met moderne bouwmaterialen en bouwtechnieken.

Augustinuskerk aan de Postjesweg

Met deze publicatie wordt voor het eerst een compleet overzicht van het oeuvre van Tholens gepresenteerd. Het archief van het architectenbureau Tholens en van Steenhardt Carré, dat op het Stadsarchief bewaard wordt, vormde een waardevolle bron voor het onderzoek. Daarnaast zijn ook o.a. diverse parochiearchieven geraadpleegd, alsmede het archief van Publieke Werken en het archief van Bouw- en Woningtoezicht, in het bijzonder het bestand met dossiers van gesloopte percelen. Het boek is rijk geïllustreerd met reproducties van de ontwerptekeningen en foto’s uit de verschillende collecties van het Stadsarchief.

Amsterdam in de film

W. Visscher, Gemeentearchief Amsterdam, 1995 / 811708 / (paperback)

Sinds de afdeling Beeld & Geluid van het Stadsarchief Amsterdam van start ging, is er hard gewerkt aan het in kaart brengen van de collectie en het aanvullen ervan door een actief acquisitiebeleid. Al snel bleek dat het zaak was het vooroorlogse filmmateriaal veilig te stellen, omdat dit het meest aan verval onderhevig is. Deze filmografie loopt tot mei 1940 en geeft informatie over alle films betreffende Amsterdam, voor zover zij opgespoord konden worden.

G.H. Breitner, fotograaf en schilder van het Amsterdamse stadsgezicht

Anneke van Veen, Gemeentearchief Amsterdam i.s.m. Thoth, Bussum, 1997 / 811438

In 1995 werden in het Gemeentearchief Amsterdam 263 glasplaatnegatieven gevonden met stadsgezichten van de schilder en fotograaf George Henrik Breitner (1857-1923). Deze ontdekking laat een heel andere Breitner zien dan de nonchalante snapshot-fotograaf die we kennen van eerder gepubliceerde foto's. De opnamen zijn met grote zorg gecomponeerd en vertonen vaak een verstilling die we ook van Breitners latere schilderijen kennen. Uit alle opnamen spreekt zijn grote liefde voor de karakteristieke schoonheid van Amsterdam rond de eeuwwisseling. In dit bijzonder rijk geïllustreerde boek staan het stadsgezicht en de functie van de fotografie in Breitners werk centraal. Naast de tekstafbeeldingen en de veertig mooiste foto's op groot formaat bevat het reproducties van alle 263 teruggevonden stadsgezichten.

Daniël Levi de Barrios

als geschiedschrijver van de Portugees-Israëlitische Gemeente te Amsterdam
W.C.Pieterse, Amsterdam, 1968 / 810437

Daniël Levi de Barrios was in de eerste plaats dichter en als zodanig wordt hij in talrijke literatuurgeschiedenissen vermeld. Daarnaast was hij filosoof, theoloog en geschiedschrijver — speciaal van de Portugees-Joodse gemeenschap. Zijn werk wordt als onontbeerlijk beschouwd voor de geschiedschrijving van de Portugees-Joodse gemeenschap, maar de betrouwbaarheid ervan wordt in twijfel getrokken. Deze dissertatie omvat een onderzoek naar die vermeende onbetrouwbaarheid.

Eduard van Beinum

1900-1959 2004 / 813188

Eduard van Beinum (1900-1959), geboren in Arnhem, was dirigent van het Concertgebouworkest van 1931 tot zijn dood in 1959. Zijn interpretaties kenmerkten zich door een sterk gevoel voor ritme, klankkleur en vooral door onbevangenheid. De muziek kon haar eigen loop volgen, ze werd niet in het
keurslijf van een visie geperst. Zelfs de meest gespeelde werken herkregen onder zijn leiding een verrassende frisheid.
In deze rijk geïllustreerde biografie treedt Van Beinum naar voren als de musicus die hij was, maar ook als exponent van zijn tijd en als deel van de organisatie van het Concertgebouw en zijn orkest, waar hij in 1931 begon als tweede dirigent en waarvan hij na de Tweede Wereldoorlog de gehele leiding op zich nam.
Het laatste hoofdstuk is gewijd aan zijn activiteiten in de Verenigde Staten als music director van het Los Angeles Philharmonic Orchestra. De chronologie van zijn kunstenaarsleven wordt onderbroken door een aantal 'intermezzi', die respectievelijk een beeld geven van Van Beinum als persoon, zijn optreden als
gastdirigent in het buitenland en zijn repertoire, alsmede van zijn samenwerking met Nederlandse componisten. Uitgebreide overzichten van zijn repertoire en grammofoonopnamen bij zijn vier vaste orkesten — de Haarlemsche Orkest-Vereeniging, het Concertgebouworkest, het London Philharmonic Orchestra en het Los Angeles Philharmonic Orchestra — completeren de tekst.

Bij de biografie is een unieke CD-ROM bijgesloten waarop het complete repertoire van het Concertgebouworkest uit de jaren 1931-'59 is vastgelegd. Verder is een DVD toegevoegd met beelden van Van Beinum die de 'Eroïca' van Beethoven dirigeert.

De sprong over het IJ

Visionaire ontwerpen van Jan Galman (1807-1891)
Manfred Bock, Guido Hoogewoud, Gert Jan Luijendijk en Vincent van Rossem, Stadsarchief Amsterdam i.s.m. Thoth, Bussum, 1996 / 811865

In de tweede helft van de negentiende eeuw werden tal van ideeën uitgewerkt om een vaste oeververbinding over of onder het IJ gerealiseerd te krijgen. Tot de meest verbeeldingrijke plannen behoren de spectaculaire ontwerpen van de Amsterdamse aannemer en waterbouwkundige Jan Galman (1829-1891). De sprong over het IJ bevat bijdragen van Gert Jan Luijendijk over de civieltechnische aspecten van de brugontwerpen van Galman. Manfred Bock bespreekt de overbruggingsplannen in het kader van de 19de-eeuwse stadsontwikkeling. Vincent van Rossem besteed
aandacht aan de geschiedenis van de IJ-tunnel en Guido Hoogewoud schrijf over de persoon Galman, zijn plannen en de strijd daarover met het stadsbestuur.

Geestdrift en muzikale zin

Geschiedenis van het Amsterdamse toonkunstkoor 1828-2000

Guus Hofman-Allema, auteur van dit maar liefst 632 pagina’s tellende werk, is oud-Gemeentearchief medewerker. Zij heeft van nabij dirigenten meegemaakt als Eduard van Beinum en Bernard Haitink, Eugen Jochum, Otto Klemperer, Josef Krips, Rafael Kubelík, Pierre Monteux en George Szell. Het inventariseren van de Toonkunst-archieven moet een enorme klus zijn geweest; zij kwamen in
verwaarloosde staat bij het Gemeentearchief binnen. Aan deze taak heeft Guus dan ook langdurig gewerkt, tot na haar afscheid van het Archief. Van de gegevens die ze tijdens het inventariseren over het koor tegenkwam, maakte zij aantekeningen. Ook in de bibliotheek van het Archief en elders deed zij onderzoek. Nu zijn alle aantekeningen, andere documenten en foto’s die zij in de loop der jaren heeft
verzameld, verwerkt tot een geschiedschrijving van het Amsterdamse Toonkunstkoor. Een kroniek en een discografie completeren het geheel.

Het lijvige boek is voor de onderzoeker van het Amsterdamse muziekleven in de afgelopen twee eeuwen van grote waarde. Het Toonkunstkoor heeft in de loop van zijn bestaan een indrukwekkend repertoire gezongen, het heeft vanaf de oprichting van het Concertgebouworkest in 1888 tot en met 1977 aan uitvoeringen van dit orkest meegewerkt, Willem Mengelberg is bijna een halve eeuw dirigent van het koor geweest en het zong onder ondermeer onder leiding van componisten als Niels Gade, Johannes Brahms, Edvard Grieg en Gustav Mahler, en wereldberoemde dirigenten, van wie hiervoor al enkelen zijn genoemd.

Een Kunstolympiade in Amsterdam

Betsy Dokter en Carry van Lakerveld, Gemeentearchief Amsterdam i.s.m. Waanders, Zwolle, 1996 / 811796

In 1993 stuitte archiefmedewerker Peter Hofland bij de inventarisatie van archieven van het Kabinet van de Burgemeester en het Politiearchief op stukken die meteen zijn belangstelling trokken. Uit de dossiers kwam het verhaal naar voren van de houding van de Amsterdamse overheid ten aanzien van bestuur, cultuur en openbare orde in de jaren '30, in het bijzonder wat betreft de houding tegenover Duitsland. Opvallend was de intensieve bemoeienis van de hoofdcommissaris en de burgemeester met de organisatie van de in 1936 gehouden tentoonstelling De Olympiade Onder Dictatuur. Het was een manifestatie, georganiseerd door Nederlandse kunstenaars en gedragen door een comité van geleerden, en opgezet om de cultuurschendig in Duitsland aan de kaak te stellen. Het onderzoek van Hofland gaf aanzet tot een speurtocht naar de tentoongestelde werken, wat uitmondde in een reconstructietentoonstelling. Deze catalogus is daarvan een neerslag.

De Amsterdamse meubelloterijen

R.Baarsen, Amsterdam, 1992 / 811142

De Amsterdamse meubelloterijen vormden een uniek verschijnsel in het 18de-eeuwse Europa. Tegen alle verboden in organiseerden Amsterdamse meubelmakers tussen 1773 en 1799 meer dan 120 loterijen, waarbij ze hun waren als prijs uitloofden. Deze inventieve benadering van de markt druiste lijnrecht in tegen de behoudende uitgangspunten van het gildensysteem. De geschiedenis van de loterijen leverde een groot aantal nieuwe gegevens op over de meubelmakers in het Amsterdam van eind 18de eeuw. Nieuwe inzichten over o.a. de meest gangbare meubeltypen, gebruikte houtsoorten en stilistische ontwikkelingen komen uitgebreid aan de orde.

Mondriaan aan de Amstel

R. Welsh, B. Bakker, M. Bax, Gemeentearchief Amsterdam i.s.m. Thoth, Bussum, 1994 / 811319 /(Nederlandstalig, paperback)

Piet Mondriaan heeft twintig jaar in Amsterdam gewoond en gewerkt voordat hij in 1912 naar Parijs vertrok. In die Amsterdamse jaren heeft hij langzaam maar zeker zijn eigen weg gevonden als kunstenaar. Ook letterlijk: in de loop der jaren verliet hij steeds vaker de oude stad en zocht hij het open land langs de oevers van de Amstel en het Gein op. De Amerikaanse Mondriaankenner Robert P. Welsh heeft vele honderden vroege werken gelokaliseerd en gedateerd. Van de bijna zevenhonderd kunstwerken uit Mondriaans Amsterdamse tijd zijn er in dit boek ruim zestig bijeengebracht, die een overzichtelijk beeld geven van zijn ontwikkeling als kunstenaar. Naast het topografische onderzoek is ook een grondige studie verricht naar Mondriaans ateliers en de kringen van kunstenaars en kopers waarin hij zich bewoog.

Benno Premsela 1920-1997

Voorvechter van homo-emancipatie
Bij de tentoonstelling Show Yourself verscheen Benno Premsela 1920-1997. Voorvechter van homo-emancipatie. Strikt genomen is het geen catalogus, maar het boek bevat wel veel materiaal uit het persoonlijk archief van Premsela dat het Stadsarchief exposeert.

Dit boek schetst het bewogen leven van een gepassioneerd mens in een turbulente tijd. Een man die de rauwe werkelijkheid van de twintigste eeuw in alle hevigheid heeft ervaren. Het weloverwogen humanisme dat hem van huis uit als levenshouding was meegegeven, bleek het elixer voor zijn moed en elan, nodig om het verstarde Nederland enigszins open te breken.

Aan het boek wordt een DVD toegevoegd met een prachtig filmportret over Premsela, gemaakt door Carrie de Swaan. Deze film is trouwens ook te zien in onze Filmzaal.

Benno Premsela 1920-1997. Voorvechter van homo-emancipatie is verkrijgbaar in de Stadsboekwinkel en via hun website stadsboekwinkel.nl

Het web der schepping

Theosofie en kunst in Nederland van Lauweriks tot Mondriaan

In de tweede helft van de negentiende eeuw veranderde het stroomgebied van de kunst ingrijpend. Een van de nieuwgevormde rivieren was de moderne theosofie, die een belangrijke inspiratiebron werd voor symbolisme, expressionisme en abstractie. In Nederland werden enkele honderden kunstenaars lid van de Theosofische Vereniging, de Nederlandse afdeling van de Theosophical Society in Adyar (India).

In Het web der schepping behandelt Marty Bax de relatie tussen theosofie en kunst in een brede culturele context. De introductie van de theosofie in Nederland omstreeks 1890 was mogelijk dankzij de inspanningen van groepjes gelijkgezinden die de secularisatie van het Nederlands geestesleven vanaf 1850 op gang brachten: liberale vrijmetselaren, vrijdenkers van De Dageraad en spiritisten van allerlei slag. Netwerkonderzoek naar deze groeperingen en een sociale stratificatie van de leden van de Theosofische Vereniging leggen in deze studie het bredere culturele fundament waarop de kunst zich vanaf 1895 ontwikkelde.

In de Nieuwe Kunst, de geometrische richting in de kunstnijverheid, in het bouwkundig expressionisme van de Amsterdamse School en in diverse richtingen in de schilderkunst, van realistisch tot abstract, zijn theosofische ideeën richtinggevend geweest. Bax verklaart voor het eerst in de geschiedenis de diepere relatie tussen de theosofie, de abstracte schilderkunst van Piet Mondriaan en diens baanbrekende artikelen in het tijdschrift De Stijl.
Marty Bax (1956) heeft als kunsthistoricus in opdracht van musea en instellingen aan vele exposities en projecten meegewerkt, zoals The Spiritual in Art. Het mysterie van de abstracten 1890-1985 (Den Haag 1987), Mondriaan aan de Amstel 1892-1912 (Stadsarchief Amsterdam 1994) en Organische architectuur. Mens en natuur als inspiratie voor het bouwen (Amsterdam 2002-2003).

Amsterdams wegwielrennen

Tourkoorts in de jaren vijftig. Vierde deel: 1954-1957

In de jaren vijftig van de twintigste eeuw beleefde het wielrennen in Amsterdam een glorietijd. Er werden verschillende straatronden georganiseerd, die soms door tienduizenden werden bezocht. Bertus Raads, zelf in 1955 begonnen als wielrenner, beschrijft de jaren de jaren 1954-1957, toen zelfs de karavaan van de Tour de France door de hoofdstad trok.

Laatst bijgewerkt op 25 okt 2011