Familiegeschiedenis

Boeken

Hier brengen wij boeken onder de aandacht die zijn gebaseerd op de archieven en collecties die het Stadsarchief bewaart.
Voor online bestellingen raadpleeg de Stadsboekwinkel www.stadsboekwinkel.nl.

Erfgenamen

Niet iedereen erft zo’n prachtig familiearchief, en lang niet alle erfgenamen van familiearchieven weten zulke prachtige boeken over hun familie te schrijven als Ursula den Tex. In Anna baronesse Bentick 1902-1989, een vrouw van stand gaf ze een paar jaar geleden een heel mooi portret van haar moeder. En in het recent verschenen Erfgenamen, het verhaal van een Nederlandse familie van aanzien en vermogen schetst ze een indringend beeld van haar vader, enerzijds vanuit het perspectief van de vier generaties Den Texen voor hem en anderzijds vanuit haar eigen perspectief, als jongste en laatst levende dochter en nazaat.


Haar belangstelling voor de familiegeschiedenis werd gewekt door een reisdagboekje geschreven door haar overgrootvader, Koo den Tex, op 11-jarige leeftijd. Het is het verslag van een drie maanden durende reis met paard en wagen door Midden-Europa gemaakt in 1835 door het gezin Den Tex: vader, moeder, kindermeisje en drie kinderen van 6, 4 en 2 jaar oud. Koo zou later burgemeester van Amsterdam worden. Ursula den Tex kreeg het reisdagboekje van haar vader toen ze zelf 11 jaar oud was.

Het familiearchief bevat nog veel meer dagboeken, brieven, agenda’s en reisverslagen. Uitgaand van deze documenten stelde de schrijfster de geschiedenis van vijf maal ‘vader op zoon Den Tex’ samen. Het leverde haar informatie op die helemaal uit de familieherinnering was verdwenen. Zo stelde de naam Kandanghauer haar voor raadsels toen ze die voor het eerst tegen kwam in de agenda’s. Haar tante wist zich nog te herinneren dat die naam stond op de zakken met rijst in de kelder van haar moeder. Maar die rijst was in de eerste Wereldoorlog gevorderd door de regering, gelijk met de paarden. Nader onderzoek leerde de auteur dat Kandanghauer de naam was van één van de grootste particuliere landgoederen van Java, met een bevolking van meer dan 80.000 zielen en tot de verkoop aan de Nederlandse Staat in 1910 eigendom van haar voorvaderen en belangrijke basis van het familiekapitaal. Een opmerkelijk hiaat in de herinnering!

De dagboeken en brieven van de vader van Ursula den Tex vormen het hoogtepunt van de familiedocumenten. Zijn serie dagboeken telt niet minder dan 110 rijk geïllustreerde delen en uit zijn tijd in het interneringskamp St Michielsgestel zijn pakken met brieven bewaard. Uitgaand van deze documenten, en vanzelfsprekend haar eigen herinnering, vertelt Den Tex over het leven van haar vader en haar eigen verhouding tot deze lastige man die zo duidelijk uitsprak dat hij liever een zoon had willen hebben.

Zo gaat dit boek ook een klein beetje over de schrijfster zelf. Zou ze zelf eigenlijk dagboeken hebben bijgehouden? Het zou geweldig zijn als we nog een derde boek van haar hand kregen, een autobiografie over haar eigen leven als telg uit een Amsterdams regentengeslacht die ging werken bij het linkse Vrij Nederland in de roerige jaren ’60.

Begrafenisregister Portugees-Israëlietische gemeente 1639-1648

Comessado em Pesah do Anno de 5399 em Amsterdam

Het begrafenisregister van de Portugees-Israëlietische gemeente Talmud Torah te Amsterdam 1639-1648

Introductie, tekst en index: Lydia Hagoort
in samenwerking met W.Chr. Pieterse

De transcriptie van het Begrafenisregister van de Portugees-Israëlietische gemeente Talmud Torah te Amsterdam is het eerste boek dat door het Stadsarchief Amsterdam zowel fysiek als digitaal wordt uitgegeven. Het is in gedrukte en gebonden vorm in beperkte oplage verschenen, maar u kunt hier ook het begrafenisregister gratis downloaden PDF (10,69 Mb).


De drie Portugees-Joodse gemeenten in Amsterdam, Bet Israel (Huis van Israel), Bet Jacob (Huis van Jacob) en Neve Salom (Verblijf van de vrede) verenigden zich in 1639 tot één gemeente: Talmud Torah (Studie der Wet). De parnassim (bestuurders) van de nieuwe gemeente kozen David Salom als administrateur van de begraafplaats, het Beth Haim in Ouderkerk aan de Amstel.

David Salom, lid van Bet Israel, gebruikte het nu overbodig geworden register met de opgave van offergelden als begraafregister voor de nieuwe gemeente. De administrateurs na hem zetten dit voort, tot aan 1648. Uit de plechtige woorden aan het begin van het begrafenisregister blijkt dat het administrateurschap als een bijzonder eervolle taak werd beschouwd: para honra e serviço del Dio Bendito, ter ere en dienste van de gezegende God.

Van 1614 tot 1630 hield de gemeente Bet Jacob een begraafregister bij. Dit oudste register is bewerkt door mevr. dr. W.Chr. Pieterse, en uitgegeven als het Livro de Bet Haim do Kahal Kados de Bet Yahacob (Assen 1970). Vervolgens is in de archieven een leemte van negen jaar: de registers uit deze periode zijn verloren gegaan.

Uit de periode 1639 tot 1648 is het register van Talmud Torah bewaard gebleven, dat nu ontsloten is. Daarna is er weer een lacune op het gebied van begraafregisters tot aan het jaar 1680. Door deze schaarsheid aan gegevens is dit register een waardevolle bron voor genealogen en historici. Het register, in het Portugees bijgehouden, telt 165 pagina’s in een wisselend en soms lastig handschrift.

Download het Begrafenisregister PDF (10,69 Mb)

Zie ook de inventaris van de Portugees-Israëlietische gemeente Talmud Torah

Voorbij de Blauwbrug

Hans Lakmaker pleegde in 1991 zelfmoord. Hij liet geen briefje achter. De oorlog in Irak had hem zwaar aangegrepen. Hijzelf had in de Tweede Wereldoorlog ondergedoken gezeten en zijn ouders en broer waren omgebracht in Auschwitz, maar daar sprak hij nooit over. Op zoek naar een verklaring verdiept zijn dochter Joosje zich in het verleden van haar zwijgzame vader.

De ontdekking van een foto uit de jaren ’30 van haar grootouders te midden van een groep vrienden is het begin van een groot en minutieus uitgevoerd onderzoek naar haar familiegeschiedenis. Maar het levert ook heel veel op. Ze weet het leven van haar grootvader en de kringen waarin hij verkeerde heel nauwkeurig te reconstrueren uit brieven, dagboeken, archiefstukken en ook uit de boeken waar hij als uitgever bij betrokken was.

Brandende Woorden uit Duitschland, een bundel gedichten van in Duitsland verboden auteurs. Beeldend kunstenaar Melle Oldenboerrichter verzorgde het omslag, Käthe Kollwitz de illustraties. Uitgever was Heinz Kohn, vriend en compagnon van Leman Lakmaker.

Leman Lakmaker, afkomstig uit een straatarm Joods gezin, geloofde in boeken en in het socialisme. Het was zijn droom goede boeken voor arbeiders op de markt te brengen. In wisselende functies en in de crisisjaren met wisselend succes maar met een onverwoestbaar optimisme werkt Lakmaker in het boekenvak. Hij is ook actief in de socialistische politiek en is betrokken bij hulp aan Duitse vluchtelingen.

In Voorbij de Blauwbrug vertelt Joosje Lakmaker niet alleen over het leven van haar grootvader als uitgever, maar ze schetst ook het beeld van zijn joodse achtergrond in de context van de roerige tijden met de grote stakingen, het Jordaanoproer, de economische crisis, de opkomst van het fascisme en de Wereldoorlog.

Voorbij de Blauwbrug is een rijk boek met een ontroerend familieverhaal, een prachtige historische schets van de joodse buurt en de armoede en ten slotte het verhaal van een groep socialistische vrienden.

Een olifant op zolder, pamflet tegen de herverkiezing van Colijn van de Revolutionair Socialistische Arbeiders Partij. Leman Lakmaker was voorzitter van de vereniging die de scholing verzorgde voor de partijleden.

De reconstructie van de familie Lakmaker is gebaseerd op Amsterdamse archiefbronnen. In de bibliotheek van het Stadsarchief zijn veel van de boeken en pamfletten te vinden die Joosje Lakmaker heeft beschreven in Voorbij de Blauwbrug, het verhaal van mijn joodse grootvader.

Elisabeth de Flines

"Ik wens en begeer dat de trouweloze handelingen van mijn vader publiek en openbaar gemaakt zullen worden, desnoods na mijn dood."

Dit zijn de woorden van Elisabeth de Flines. Ze spreekt ze uit in 1715, als ze verwikkeld is in een jarenlange vete met haar vader. Het gaat daarbij om een grote erfenis, om standsverschil en om de liefde van haar leven. Wanneer Elisabeth, de dochter van een steenrijke Amsterdamse koopman, ervandoor gaat met de knecht van haar vader, is dat het begin van een verbeten conflict. De strijd, vol intriges, wordt op straat en voor de rechter uitgevochten. De uitslag is ongewis. Volgt Elisabeth haar vader of haar hart?

Van dit familiedrama zijn de rechtbankstukken bewaard gebleven. Machiel Bosman diepte ze op, en schreef een boek waarmee hij voldoet aan de wens van Elisabeth: de handelingen van de vader, de dochter en de knecht worden hier openbaar gemaakt. Dat levert een meeslepend verhaal op, volledig op feiten gebaseerd, waarin de schrijver diep doordringt in de rauwe werkelijkheid van eeuwen terug. Het resultaat is een fascinerend verslag dat een wereld die driehonderd jaar achter ons ligt met vaart en verbeelding tot leven brengt.

In de Amsterdamse Schatten kunt u uit het archief van de Weeskamer de proceszak zien waarin de stukken met betrekking tot één van de laatste rechtzaken zich bevonden.

Een onmogelijke liefde

Het Pauperparadijs

Amsterdam-Noord tijdens de crisisjaren: Roza Dingemans, moeder van een door schulden en alcoholisme getroffen gezin, probeert koste wat kost haar waardigheid te bewaren. Ze ontleent trots aan een gerucht over een voorname afkomst en een misgelopen erfenis.
Maar is dat werkelijkheid of mythe?

Op zoek naar de feiten stuit haar kleindochter Suzanna Jansen op een verborgen stuk Nederlandse geschiedenis: een uniek heropvoedingsexperiment in de Drentse nederzetting Veenhuizen, waaraan haar voorouders zijn blootgesteld. In drie enorme gestichten werden vanaf 1823 tienduizenden arme stadsgezinnen gedrild tot nuttige burgers.

Eén van de archiefstukken die Suzanna Jansen raadpleegde tijdens het onderzoek voor haar boek is een dossier met honderdvierendertig pagina’s van de Sociale Dienst Amsterdam. Het beslaat een periode van tweeëntwintig jaar en geeft een beeld van hoe haar opa en oma het hoofd boven water probeerden te houden. Dit stuk kan nu "in het echt" worden gezien in onze Schatkamer, en staat op deze site als Dossier 139-628 in de Amsterdamse Schatten.

De begraafboeken van Muiderberg 1669-1811

Indexen van personen begraven op de joodse begraafplaats Muiderberg vanaf 12
januari 1669 tot 21 juli 1811. J. van Straten, Amsterdam, 2000 / 812489

De joodse begraafplaats Muiderberg is in 1642 in gebruik genomen door de Hoogduits joodse gemeente. Voor die tijd werden ook de Hoogduitse Amsterdamse joden begraven op de Portugees-joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel. Maar die was te klein om ook te dienen voor de snel groeiende zustergemeente en, met een lening van Portugese parnassijns hebben de Hoogduitse parnassijns een
perceel grond in Muiderberg aangekocht en ingericht als begraafplaats. De registratie tussen 1642 en 1669 is verloren gegaan. De registers lopend van 1669 tot 1811 zijn door Jits van Straten geïndiceerd. Alle ruim 12.000 namen zijn te vinden in dit boek, voorzien van een transcriptie.

De begraafplaatsen van Amsterdam

een monografie over de funeraire geschiedenis van de hoofdstad. 2004 / 813178

De begraafplaatsen van Amsterdam beschrijft de geschiedenis van de dertig nog bestaande dodenakkers die de stad rijk is. Alle begraafplaatsen worden afzonderlijk beschreven. Aandacht is er voor de geschiedenis en de karakteristieke aspecten van elk kerkhof: oude intieme kerkhofjes als het bijna vergeten Huis Te Vraag aan de Schinkel en de dorpskerkhoven van Waterland, alsook de druk bezochte Nieuwe Ooster en Zorgvlied of het naoorlogse Westgaarde.

Eenentwintig begraafplaatsen liggen binnen de stad, negen werden door Amsterdammers opgericht buiten de gemeentegrens, zoals Beth Haim in Ouderkerk, waar het oudste graf uit 1614 te vinden is, en de vroeg negentiende-eeuwse familiebegraafplaats te Muiderberg. Het is dan 175 jaar geleden dat het aanleggen van algemene begraafplaatsen voor grotere gemeenten verplicht werd. Begraven in de kerken, wat eeuwenlang de gewoonte was, werd toen illegaal. Er vond daarna een omslag plaats in de begraafcultuur. Voor de elite kwamen er ruim aangelegde romantische parken, terwijl grotere gemeenten voor de uitdaging stonden een passende omgeving te verzorgen voor de duizenden armen die jaarlijks aan de aarde werden toevertrouwd. De eerste generatie van deze Amsterdamse begraafplaatsen is thans verdwenen, maar het Amstelveense Zorgvlied aan de Amstel, dat na het sluiten der kerkgraven voor de burgerij werd aangelegd, bestaat nog altijd.

Besnijdenissen en geboorten in Amsterdam

1697-1811

De besnijdenisboekjes en geboorteregisters van de Hoogduits Joodse Gemeente van Amsterdam zijn in het Hebreeuws geschreven en zijn over het algemeen goed te lezen. Er zijn rond de 100 besnijdenisboekjes bewaard gebleven die onderdeel uitmaken van de collectie doop- trouw- en begraafboeken (DTB) van het
Gemeentearchief . Het oudste register begint in 1697, maar zeker tot 1760 ontbreken er veel registers. Een besnijdenisregister bleef namelijk eigendom van de besnijder en zijn erfgenamen. Daarnaast zij er geboorteregisters van de joodse gemeente zelf, maar die beginnen pas in 1785 en zijn ook niet volledig.

Jits van Straten heeft alle besnijdenis- en geboorteregisters voor 1811 vertaald uit het Hebreeuws en gealfabetiseerd op vader’s voornaam (patronym) en op familienaam.

Index van de joodse begraafplaats Muiderberg

Van 1812 tot 1850
H. Snel en J. van Straten, Amsterdam, 1997 / 812029

Veel achternamen uit de in het Hebreeuws gestelde registratie van begravenen op Muiderberg komen in de eerste jaren na de in 1811 door Napoleon verplicht gestelde naamsaanneming nog niet overeen met de achternamen in de Burgerlijke Stand. In dit boek zijn beide namen samengevoegd. Menig genealoog kan dankzij deze publicatie zijn stamboom voortzetten met gegevens van voor 1811.

Joodse achternamen in Amsterdam

1669 – 1850, een inventarisatie en interpretatie. J. van Straten, J. Berns en H. Snel, Bennekom, 2002 / 812810

Veruit de meeste joodse achternamen zijn weliswaar geschreven met Hebreeuwse letters, maar zijn daarom nog geen Hebreeuwse achternamen. Meestal zijn het Europese achternamen, bijvoorbeeld Duitse, Jiddische of Nederlandse, geschreven met Hebreeuwse letters. Van Straten, Berns en Snel verzamelden alle joodse
achternamen uit besnijdenis- en geboorteregisters, verlovings- en huwelijksakten en uit de begraafregisters voor 1850. Iedere naam werd vergeleken met de na 1811 gebruikte burgerlijke achternaam. Tevens werd, waar mogelijk een verklaring van de naam gegeven.

Joodse voornamen in Amsterdam

Een inventarisatie van Asjkenazische en bijbehorende burgerlijke voornamen tussen 1669 en 1850. J. van Straten en H. Snel, Meppel, 1996 / 811861

Jits van Straten en Harmen Snel verzamelden in alle in het Hebreeuws geschreven voornamen uit verlovings- en huwelijksakten en uit begraafregisters. Iedere in het Hebreeuws geschreven naam werd vergeleken met de in het Nederlands geschreven voornaam in de burgerlijke akte. Als voorbeeld kan dienen de Nederlandse burgerlijke naam Salomon die in de Hebreeuwse akten kan voorkomen als Sjlomo, Zalman, Zelig, Pinchas, Mesjulam, Kalman en vele andere namen. Deze inventarisatie is van grote waarde voor genealogen omdat in de 18e eeuw het aantal burgerlijke namen onder joden beperkt was en het voor identificatie van groot belang is om de joodse naam te kunnen herleiden. Aangezien joden voor de burgerlijke overheid nogal slordig waren in het gebruik van hun voornaam en achternamen veelal ontbreken is dus juist het herkennen van de joodse voornaam een belangrijk hulpmiddel. In dit boek is ook een index opgenomen van de joodse voornamen en welke burgerlijke namen daar bij horen.

Trouwen in Mokum 1598-1811

D. Verdooner en H. Snel, Amsterdam, 1991 / 811135

Dankzij de invoering van de Burgerlijke Stand door Napoleon kunnen de meeste Nederlanders in gemeente- en rijksarchieven hun voorouders tot 1811 traceren. Voor die tijd, toen de registratie werd gevoerd door de verschillende geloofsgemeenschappen, is het veel lastiger. Vooral voor nakomelingen van joodse
voorouders! Echter, ondertrouw en huwelijk van niet-gereformeerden moest men ook vóór 1811 door de lokale overheid laten registreren. Zo zijn in Amsterdam ruim 15.000 ondertrouwaktes van Joden geregistreerd. Dave Verdooner en Harmen Snel hebben dit bronnenmateriaal bewerkt en uitgegeven in Trouwen in Mokum. Doordat in dit boek bruiden en bruidegommen geselecteerd zijn op zowel hun achternaam als hun vader’s voornaam (patroniem) zijn ze snel te traceren. Grote bijzonderheid van dit boek is echter de index op getuigen, eveneens op achternaam en patroniem, met hun familierelatie tot de huwenden en een index op herkomstplaatsen. Al met al een schat aan gegevens, onmisbaar voor iedere onderzoeker naar de geschiedenis van de joden in Amsterdam en voor genealogen met joodse voorouders.

Laatst bijgewerkt op 22 april 2009