Dossier 139-628

nr. p1 Vijf generaties van de familie van Suzanna Jansen komen tot leven in het boek Het Pauperparadijs, Een familiegeschiedenis (zie www.suzannajansen.nl). Het begint allemaal met een bidprentje dat Suzanna vindt bij het opruimen van de zolder van het ouderlijk huis. Haar moeder begint te vertellen. Die verhalen, nooit eerder verteld, maken de schrijfster nieuwsgierig. Haar grootouders waren arm. Maar er ging het verhaal dat de familie van goede komaf was en dat haar overgrootmoeder haar erfenis had verspeeld door een huwelijk met een gewone ambachtsman die bovendien nog katholiek was ook. Achterkleindochter Suzanna gaat op stap. Ze bezoekt de plekken waar haar voorouders hebben gewoond en ze gaat spitten in de archieven.

Stamvader Tobias

Stamvader Tobias Braxhoofden uit Den Haag belandde in 1803 als fuselier in het leger van Napoleon. Hij stond met z’n voeten in de modder, middenin veldslagen en marcheerde mee in het keurcorps dat plechtigheden en feesten in Parijs mocht opluisteren. In 1811 zwaaide hij af, vlak voordat Napoleon begon aan de fatale mars op Moskou. Hij ontliep daarmee een grote kans om te sneuvelen in de siberische koude, maar veel perspectief was er ook niet voor een soldaat die geblesseerd uit de strijd was gekomen. Tobias kon in 1828 terecht in Veenhuizen, waar hij in Het Derde Gesticht toezicht hield op de bedelaars die onder dwang waren geplaatst in deze kolonie van liefdadigheid. Z’n dochter Cato stapt in 1861 als weduwe met zes kinderen op de trekschuit naar Amsterdam. Ze vestigt zich in de Jordaan, destijds vooral een buurt vol krotten waar arm en nog armer een halve woning of een kelderwoning huurde.

Dossier 139.628

Dossier 139.628 van de Sociale Dienst behandelt de steunaanvragen van de grootouders die in het boek Wouter Dingemans en Roza Keijzer heten. Honderdvierendertig pagina’s telt het dossier. Ambtenaren hebben over een periode van tweeëntwintig jaar nauwgezet verslag gedaan van de pogingen van Cato’s kleindochter om het hoofd boven water te houden. Haar man wil niet deugen. Wouter Dingemans drinkt en drukt het geld achterover dat hij incasseert met de verkoop van loterijbriefjes. De eerste aanvraag om steun die ze in 1934 doen wordt afgewezen. Wouter moet eerst maar eens aantonen wat hij met het verduisterde geld heeft gedaan. Later besluit de Sociale Dienst steun uit te betalen aan Roza. Ze heeft haar man de toegang tot de woning ontzegd en heeft het huurcontract op haar naam laten brengen. Wat haar niet lukt is om bij de Dienst een tramvergoeding te krijgen voor haar dochter Elisabeth die naar de St Rosa MULO gaat. Dan maar zonder steun, Elisabeth maakt de MULO af. Voor een dubbeltje geboren, wordt ze door opleiding en huwelijk een kwartje.

Familiegeschiedenis

Maar hoe zat het nu met het verhaal over de erfenis en de geloofskwestie? Suzanna Jansen spit talloze archieven door en leest nauwkeurig wat anderen over haar familie berichtten. Hierdoor kon ze haar voorouders volgen langs de adressen waar ze woonden. Ze las over hun deugden en ondeugden. Misschien over die laatste nog wel het meest, want over brave mensen van onbesproken gedrag valt in archieven niet zoveel terug te vinden. De erfenis is ze niet tegen gekomen. Stamvader Tobias was een nette kerel die pech heeft gehad en nooit fortuin heeft kunnen maken. Ook het verhaal dat Cato door haar familie zou zijn ‘verstoten’ omdat ze een echtgenoot van de verkeerde religie had gekozen, blijkt een mythe. Maar misschien, zo denkt de schrijfster, heeft Cato dit verhaal zelf wel in leven geroepen en wilde ze hiermee het als schandvlek ervaren verblijf in Veenhuizen uit haar leven wegpoetsen.
Dossier 139.628 behandelt de steunaanvragen van de grootouders uit de roman Het Pauperparadijs van Suzanna Jansen.

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<