Schutterij op de Dam

Deze prent van de
hugenootse vluchteling Daniel Marot toont de vijf regimenten van de Amsterdamse schutterij in 1688. De schutters presenteren zich tijdens de jaarlijkse kermis op de Dam aan de burgemeesters. Hoewel de schutterijen pas in 1901 officieel zijn opgeheven, waren hun taken toen allang overgenomen door politie en leger.
Politieke rol
Vanaf de 14de eeuw zorgden schutters voor de verdediging van Amsterdam en de handhaving van de openbare orde binnen de stad. Zij waren lid van een apart gilde en behoorden tot de sociale bovenlaag van de bevolking. In 1578 sloot Amsterdam zich aan bij de opstand tegen het Spaanse gezag. De schutterij speelde bij deze overgang een politieke rol: hun afgevaardigden mochten indirect de leden van de gezuiverde vroedschap kiezen. Dit was nadrukkelijk een eenmalige gebeurtenis, hoewel schutters daarna soms nog eisen konden doordrukken tijdens crisissituaties.
Eigen kleur
Na een reorganisatie in 1580 werd een dienstplicht ingesteld, waarmee de schutterij minder elitair van karakter werd. Het aantal schuttersvendels nam snel toe. Tussen 1684 en 1795 hadden alle zestig stadswijken een eigen afdeling schutters. Alle manschappen waren samengevoegd in vijf regimenten met een eigen hoofdkwartier. De prent van Marot toont de vijf regimenten, die elk een eigen kleur hadden.
Schutterij op de Dam, prent door Daniël Marot, 1688