Naamsaannemingsregister
Nathan Salomon
Op 10 januari 1812 liet Nathan Salomon zichzelf en zijn drie kinderen inschrijven met als achternaam ‘Maandag’. Deze registratie was verplicht sinds de invoering van de Franse wetgeving. Veel joodse inwoners kozen bij die gelegenheid een nieuwe naam.
Asjkenazim
Nathan Salomon woonde in een arme buurt en kon niet schrijven, zodat hij waarschijnlijk tot de weinig welvarende joodse Amsterdammers kan worden gerekend. Rijkere Asjkenazi’s, afstammelingen van joodse immigranten uit Duitsland en Polen, droegen vaak al vóór 1811 een achternaam. Die kon immers van belang zijn voor hun contacten met de handelsgemeenschap en de overheid. Het grootste deel van de Asjkenazim hield het echter bij hun voornaam en de voornaam van hun vader. In de genealogie wordt dat een ‘patroniem’ genoemd.
Hazelip
Na de inlijving in het keizerrijk van Napoleon in 1810 moest in Nederland de Franse wet worden nageleefd. Een gevolg hiervan was dat burgers zich met een voor- en achternaam moesten laten registreren door het gemeentesecretariaat. Het naamsaannemingsregister waarin Nathan Salomon zich had laten inschrijven bevat in totaal bijna 11.000 personen. In 2134 gevallen werd aangegeven dat het een nieuwe naam betrof. Veel namen waren gebaseerd op herkomst (Van Embden), op beroep (Kornalijnslijper) of op joodse functies (Voorzanger). Sommige burgers gaven voor de grap namen op als Hazelip en Leegloper.
Pagina uit een naamsaannemingsregister, 1812