Jacob Bicker Raye was een telg uit een familie uit de betere middenklasse van Amsterdam. Hij had wat lucratieve functies waar hij zelf weinig voor hoefde te doen. Zo was hij ontvanger van de belasting op kolen en turf en later boekhouder van het korenboek. Tussen 1732 en 1772 hield Bicker Raye een dagboek bij.
Het dagboek
Allerlei dagelijkse Amsterdamse dingen beschreef Bicker Raye in zijn dagboek: wie er getrouwd was, wie overleden en wie een nieuwe baan had. Maar vooral misdaad had zijn belangstelling. Gruwelijke moorden en de berechting van moordenaars beschreef hij tot in de kleinste details.
Humor?
Bicker Raye is wel omschreven als een humorloze man, met wel erg veel belangstelling voor griezelverhalen. Anderen vinden zijn droge commentaar op kleine details juist getuigen van gevoel voor humor. Zo beschrijft hij op 17 november 1746 heel zakelijk en bondig hoe Hendrina Wouters achtereenvolgens twee vrouwen de keel afsnijdt. Detail in dit verhaal: de oude vrouw was net bezig de peterselie uit te zoeken.
Overlijdensberichten
Op vrijwel iedere bladzij van het dagboek staan overlijdensberichten. Hier op de linkerpagina: 11 oktober 1746 is een voornaam man overleden “aan een groote breuk die hij hat, met een gesont hart”. De 16de overleed een man waarvan men dacht dat hij rijk was, “dog doe het er op aan quam was het een o:p:” (= onder provisie?). En de 21ste is de heer Okkers gestorven “en heeft sijn mijt die bij hem woonde universeel erfgenaam gemaakt”.
Moord
De gruwelijke moorden en de berechting van Hendrina Wouters beschreef Bicker Raye uitgebreid. Hendrina beroofde en vermoordde een oude vrouw en haar dienstmeid. Het lijk van de dienstmeid lag een paar nachten onder haar bed voordat ze het in stukken sneed en de stukken in verschillende grachten gooide.
Geradbraakt en onthoofd
Voor straf werd Hendrina geradbraakt, de keel afgesneden, het hoofd, beide benen en de rechterhand afgehakt. Ten slotte werd haar lichaam te kijk gezet op de Volewijck (2224). Het boek met de tekst van haar verhoor door schout en schepenen ligt ook in de Schatkamer.
Dagboeken in archieven
In archieven zijn veel dagboeken bewaard gebleven. Ze geven een, vaak zeer persoonlijke, kijk van de auteurs op het dagelijks leven in het verleden. In de Schatkamer zijn verschillende dagboeken te vinden.
Gekocht
Het dagboek van Jacob Bicker Raye is niet bewaard als onderdeel van een archief. Het is in 1866 voor 10 gulden door de gemeentearchivaris gekocht op een veiling in Den Haag en toegevoegd aan de bibliotheek van het archief.
Uitgegeven
In 1935 verscheen de eerste bewerking van het dagboek van Bicker Raye in druk, geïllustreerd door Anton Pieck. Sindsdien is hij zoveel geciteerd dat we Jacob Bicker Raye gerust de bekendste chroniquer van het 18de-eeuwse Amsterdam kunnen noemen. In 2009 verscheen het boek 'De polsslag van de stad' een bewerking van M. Bosman.