|
|
Tuberculose wordt overgedragen door hoesten. In de kleine bedompte woningen van de armen was de kans op besmetting groot. In de bedstedes sliepen hele gezinnen, dicht tegen elkaar aan en met de deurtjes dicht. Zieken waren geneigd de rokende kachel op te zoeken in plaats van licht en lucht toe te laten. Gordijnen werden, hoe smerig ook, uit fatsoen voor het raam gehangen.
Bepaalde beroepsgroepen waren extra vatbaar, bijvoorbeeld diamantslijpers, sigarenmakers, lompenwerkers en tabaksbewerkers. Dit had te maken met de omstandigheden in de werkplaatsen, maar ook met armoede onder deze categorie arbeiders, die gevolgen had voor voeding, lichamelijke verzorging en hygiƫne in de woonsituatie.
|
|