|
De sterfte tijdens de pestepidemieën in de 17de eeuw was veel groter dan bij andere ziekten die men tot dan kende. In de ergste jaren ging een achtste deel van de stadsbevolking dood. Amsterdam leek wel een spookstad: doodsklokken luidden onafgebroken. Rouwstoeten verdringen elkaar op de kerkhoven. In de straten zwalken waanzinnigen, die soms plotseling dood neervallen.
Er kwamen schepen aan uit landen waar de pest inheems was. Ratten van die schepen brachten de pest over op ratten in de stad, waarna de ziekte onder de stadsbevolking uitbrak. Dat God de pest gebruikte om de mensheid te straffen werd door iedereen zonder meer geloofd. Men geloofde ook in de antieke opvatting dat ziekten het gevolg waren van een verstoord evenwicht tussen de vier lichaamsvloeistoffen. De stand van de planeten kon dit evenwicht beïnvloeden. Opvallende tekenen aan de hemel werden in verband gebracht met de ziekte. Bedorven lucht uit de bodem en water of van onbegraven lijken kon ook van invloed zijn. Een belangrijke maatregel om de verspreiding van pest tegen te gaan was de isolatie van de zieke. Er waren pestlijders die beter werden. Daarom geloofden artsen dat behandelen niet zinloos was. |
![]() BRONNEN ANDERE ZIEKTE? |
BRONNEN
Een pestlijder
Een rattenvanger
Een vogel op de kerk
Een teken aan de hemel
Een begrafenis
Maatregelen tegen de pest
Een begrafenis | Een pestlijder | Een rattenvanger | Een teken aan de hemel | Een vogel op de kerk | Een zwerm pestvogels | Maatregelen tegen de pest | Nog meer maatregelen | Rouwstoeten op de Dam