297
1851 - 1988
Om iets te doen aan de heersende woningnood in Amsterdam deden in 1851 mr. J. Messchert van Vollenhoven. J. van Eik en C.P. van Eeghen een oproep aan een aantal vooraanstaande Amsterdammers waarmee zij het initiatief namen tot de oprichting van een particuliere bouwmaatschappij. Op de bij de oproep gevoegde intekenlijst schreven in eerste instantie twintig Amsterdamers in. Op 21 februari 1852 werd de eerste woningbouwvereniging van Nederland opgericht onder de naam 'Vereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse te Amsterdam' (1). De Vereniging telde daarmee 20 leden en vijf bestuursleden.
Het doel van de Vereniging was om goede en geschikte woningen tegen redelijke huurprijs te verschaffen aan de arbeidersklasse, hetzij door aankoop van daartoe geschikte woningen of door middel van eigen aanbouw op daartoe aangekochte of in erfpacht verkregen grond. De Vereniging ging voortvarend te werk. In de eerste vergadering werd besloten een terrein op Oostenburg (Oostenburgermiddenstraat)aan te kopen voor het bouwen van een blok woningen. In de Passeerdersstraat en de Passeerdersdwarsstraat werden woningen verbeterd of gesloopt en door nieuwe vervangen. Aan het Smalle Pad (huidige Planciusstraat) werd een terrein gekocht waarop een nieuw blok werd gebouwd. In 1876 verrees een woningblok aan de Jacob van Campenstraat en in 1887 aan de Tweede Jan van der Heydenstraat. Een belangrijk deel van de werkzaamheid van de Vereniging lag in de Jordaan, met name aan het Franse Pad bij de Goudsbloemsgracht (huidige Willemsstraat) (2).
Het initiatief van de Vereniging vond navolging. Al in 1853 werd te Amsterdam de bouwvereniging 'Salerno'opgericht. Later volgden de bouwmaatschappijen 'Concordia', de Bouwkas en Maatschappij tot het verkrijgen van Eigen Woningen. Gedurende de jaren '90 van de 19e eeuw nam de invloed van de Vereniging af. De stijgende grondprijzen maakten het haar moeilijk om op grote schaal te bouwen. Daar kwam nog bij dat in 1902 de Woningwet werd ingevoerd, waarmee de mogelijkheid werd gegeven om met overheidssteun huizen te bouwen.
Het particulier initiatief werd daarmee overheidstaak. In Amsterdam werd een aanzienlijk groot aantal verenigingen opgericht. De Vereniging besloot om zich alleen nog bezig te houden met het verhuren, verbeteren en moderniseren van de woningen die al in haar bezit waren (3).
In 1962 deed de Vereniging een voorstel aan het gemeentebestuur om de aandelen over te nemen. De gemeente ging hierop in en werd daarmee de eigenaar van het bezit van de Vereniging. In 1973 droeg de Vereniging het beheer van de panden over aan het Gemeentelijk Woningbedrijf omdat het steeds moeilijker werd om onderhoud, beheer en verzekeringen uit de huuropbrengsten te betalen. Het bezit is toen niet aangekocht. Dat gebeurde in 1984. Deze aankoop betekende het einde van de Vereniging (4).
Geschiedenis van het archief en verantwoording van de inventarisatie
Het eerste gedeelte van het archief werd in.... overgedragen aan het Gemeente Archief. De aanvulling werd in 2003 overgedragen en geïnventariseerd. De aanvulling werd geïntegreerd in de al bestaande inventaris. Tijdens de inventarisatie van de aanvulling bleek dat er vermenging was opgetreden met het archief van de Woningdienst. Dit gedeelte werd opzij gezet en bij het archief van de Woningdienst (toegangsnummer 5293) gevoegd. De inventaris is ingedeeld in stukken van algemene aard; waar de notulen en de correspondentie onder is geplaatst en stukken betreffende bijzondere onderwerpen; waar de organisatie, de financiële administratie en de taken onder zijn geplaatst. Het archief heeft een lengte van 7 meter
1) Amstelodamum, blz. 49 jaargang 39, april 1952
2) Ibidem, 52
3) Ididem, 52-53
4) Inv.nr. 169 (oud)