Archief van de Familie Brants en Aanverwante Families

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

88

Periode:

1660 - 1942

Inleiding

In 1917 besloot mr. A. Brants, griffier van de Provinciale Staten van Gelderland, zijn kostbare familie archief te schenken hetzij aan het Gemeente-Archief van Amsterdam, hetzij aan het Economisch Historisch Archief te 's Gravenhage. Door bemiddeling van de rijksarchivaris in Gelderland kreeg mr. W.R. Veder, de gemeente archivaris van Amsterdam, hiervan bericht met het verzoek zijn mening hieromtrent mede te delen. Gebrek aan plaatsruimte maakte, dat mr. Veder meende niet zonder meer het aangebodene te kunnen aanvaarden. Hij antwoordde, dat hij het archief gaarne zou bestuderen en eventueel daaruit de stukken, die voor de geschiedenis van Amsterdam van speciaal belang waren, wilde lichten. Gelukkig verzette de eigenaar zich echter hiertegen, daar hij overtuigd was, dat in ieder geval het archief als een geheel bijeen moest blijven. Mr. Veder berichtte daarop, dat hij in dat geval van mening was, dat alles in Amsterdam het best tot zijn recht kwam.

Voorlopig bleef het archief in Arnhem, in de eerste plaats omdat de heer Brants er zelf nog het een en ander uit wilde raadplegen, in de tweede plaats omdat de ordening niet mogelijk zou zijn wegens het niet stoken door gebrek aan brandstoffen op het Amsterdamse Gemeente-Archief.

Op 14 augustus 1919 kwam het archief, verpakt in tien kisten, tenslotte echter in Amsterdam aan. Op verzoek van de schenker zouden de eigenlijke familiepapieren eruit worden genomen en aan hem worden teruggezonden. In het verslag van de gemeente-archivaris van 1919 vinden wij onder de aanwinsten als schenking van Mr. A. Brants, oud-griffier van de Staten van Gelderland: 'De koopmansboeken en correspondentiën van en de firma Brants en Neufville Brants (18e en begin 19e eeuw).' De omschrijving was wat vreemd, zoals de gebruikers van de thans opgemaakte inventaris zelf zullen kunnen vaststellen. Blijkbaar is men ook toen nog niet direct aan de ordening van het archief begonnen en had men dus slechts een oppervlakkige indruk van de inhoud.

De familiepapieren zullen na de ordening teruggezonden zijn naar Arnhem. In 1949 gaf mr. A. Brants, een neef en naamgenoot, oud-procureur-generaal te 's-Gravenhage, deze ter completering van het familie-archief aan het Gemeente-Archief van Amsterdam ten geschenke. Deze schenking bestond uit 39 omslagen, twee delen en één doos. Tegelijkertijd gaf hij een portefeuille met een aantal genealogische papieren betreffende zijn familie aan het Centraal Bureau voor Genealogie te 's Gravenhage. Daar hiertussen verschillende archiefstukken terecht waren gekomen en daar ook de genealogische aantekeningen van belang waren voor de geschiedenis der familie, was het bestuur van het Centraal Bureau voor Genealogie van mening, dat deze papieren het best tot hun recht zouden komen als onderdeel van het familie-archief en het stond deze daarom in 1958 af aan het Gemeente-Archief. Dank zij deze vriendelijke medewerking berust thans het gehele oude familie-archief Brants, behoudens één nog te vermelden uitzondering, op het Gemeente-Archief te Amsterdam.

INHOUD VAN HET ARCHIEF

Brants

De familie Brants draagt deze naam pas sinds het laatst van de 17de eeuw, toen de vier kinderen van Jan Brantsen en Grietje Claesdr zich regelmatig in plaats van Jansz en Jansdr Brants gingen noemen. Aanvankelijk, eind 16de, begin 17de eeuw, heette de familie Speck, zoals men uit de stamboom kan zien, om zich daarna weer met patronymen aan te duiden. Jan Jansz Speck, de stamvader, een Buiksloter visser, werd op 17 februari 1582 poorter van Amsterdam. Crijn Jansz (Speck) was waarschijnlijk de jongste van de zes kinderen en zal in 1583 of 1584 in Amsterdam zijn geboren. De familie maakte vijf generaties lang deel uit van een groep eenvoudige vissers, viskopers en waterscheepslieden (waterschepen dienden voor het vervoeren en bewaren van vis). Blijkens de huwelijken van de kinderen van Jan Jansz Speck behoorde de familie tot de gereformeerde kerk. Crijn Jansz trouwde daar ook in 1605, maar zijn kinderen werden voor zover na te gaan niet gedoopt. Blijkbaar had Trijn Brants, zijn vrouw, toen reeds doopsgezinde sympathieën. Op 9 december 1618 liet zij zich door de doop bij de Waterlandse Gemeente opnemen en volgde daarmee het voorbeeld, dat haar moeder, Neel Lourens, 'een weduw, die met visch ommegaet', op 1 januari 1614 had gegeven. Haar zoon Brant Crijnen werd met zijn vrouw, die ook van doopsgezinde ouders was, in december 1629 lid van deze gemeente. Sedertdien bleef de familie steeds doopsgezind.

Eigen graven bezat de familie in de 17de eeuw nog niet. Het feit, dat de vrouwen nog tot diep in de 17de eeuw soms niet in staat bleken te zijn hun handtekening te zetten de mannen deden dit voor het eerst in de derde generatie wijst eveneens op de betrekkelijk bescheiden levensstandaard van de familie. Toch verwierf zij zich wel enig bezit. Op 3 mei 1595 verklaarde Jan Jansz Speck, de stamvader, 530 gulden schuldig te zijn Lenert Pietersz voor een huis in het Hameters of Herodessteegje buiten de Jan Roodenpoort, dat hij en later zijn nakomelingen tot midden in de 17de eeuw bewoonden. De gemeenschappelijke boedel van Jan Jansz Speck en zijn vrouw bleek in 1614 na beider dood een waarde van fl. 1725 te hebben, waarbij dan nog het bovengenoemde huis kwam (lade weeskamer 61). Ofschoon de zoon, Crijn Jansz, ook een huis in de Boomstraat van zijn vrouws familie in bezit kreeg, bedroeg de waarde van de gemeenschappelijke boedel na beider dood bij de scheiding op 19 juni 1652 voor notaris Van Loosdrecht niet meer dan fl. 2.225:7:4.

Langzamerhand moet het familievermogen echter groter zijn geworden. Jan Brantsen, de kleinzoon van Crijn Jansz, oefende nog het voorvaderlijk bedrijf van viskoper uit, maar kon toch aardig wat geld in kleine huizen

beleggen. In 1674 werd hij, toen 45 jaar oud, nog tijdens het leven van zijn moeder aangeslagen voor een onroerend bezit van fl. 10.000.

Met de jongste zoon van Jan Brants, Crijn of Quirijn geheten, die in 1668 was geboren, zou de situatie van de familie echter geheel veranderen. Zijn huwelijk met Hester van Mollem, dochter van Adriaan en Sebilla van Halmael en weduwe van mr. Simon van Bronchorst, bracht hem in geheel andere, veel deftiger doopsgezinde kringen dan waarin zijn familie tot nu toe had verkeerd. Ook het kapitaal van fl. 67.000, dat zij aanbracht, waaronder een hofstede in Nichtevecht, kan hem niet onwelgevallig zijn geweest. Quirijn Brants moet het echter grotendeels aan zijn eigen bekwaamheid en handigheid te danken hebben gehad, dat hij opeens zo ver omhoog kwam, en mede aan het toeval. Wij kennen sedert 1697, het eerste jaar waaruit boeken zijn bewaard, zijn zakelijke ondernemingen, die op allerlei gebied lagen, o.a. bevrachtingen van schepen tezamen met een zekere Philip Cosson.

Deze Philip Cosson was omstreeks 1648 te Leiden geboren, had in 1668 een rekening bij de Amsterdamse wisselbank gekregen en was in 1676 in Amsterdam getrouwd met Johanna de l' Espaul. Hij was, althans in later jaren, de vertegenwoordiger van de Zweeds-Hollandse familie De Geer, die grote ijzer- en geschutleveranties in Holland deed. Quirijn Brants zelf geeft ons een uitvoerige beschouwing over zijn relatie met deze Philip Cosson. Toen hij hem in maart 1714 eens toevallig op straat tegenkwam, werd hij door hem 'op een pijpje' genodigd. Bij het roken van dat pijpje vroeg Cosson hem om hem voortaan te assisteren. Hij dacht zelf namelijk niet lang meer in de negotie te blijven en bij de heren De Geer, die Quirijn allang hadden gekend, zou die er zo gemakkelijk in raken. Quirijn diende dan echter niet steeds op zijn hofstede te blijven. Quirijn verzekerde daarop Cosson, dat hij nooit een goed hofsteder was geweest, maar daar alleen ter wille van zijn vrouw vertoefde. Van zijn kant vroeg hij een gedeelte van de provisie en eiste ook, dat Philip Cosson voortaan Ph. Cosson en comp. zou tekenen, daar hij niet als boekhouder bij hem wenste te komen.

Zo kwam Quirijn Brants van 30 maart 1714 af dagelijks vóór de middag bij Philip Cosson op kantoor. Over betaling werd echter niet gerept. Op 17 december vroeg Quirijn tenslotte om afrekening van de provisie, waarop Cosson hem 1/4 aanbood. Quirijn antwoordde, dat hij niet werkte voor 1/4 of 1/2 % van de provisie der commissiën, maar om de gevolgen'. Het gesprek werd afgebroken, omdat Quirijns huisknecht hem kwam vertellen, dat er plotseling bezoek was gekomen.

In 1715 en 1716 werd het ijzer door Charles de Geer bij contract aan Joan Bouwens gezonden, maar daar De Geer die contracten steeds maar voor een jaar maakte, gaf Quirijn Brants de hoop op de toekomstige relatie niet op. In 1717 werd hij ziek en bij zijn terugkeer vroeg hij opnieuw aan Cosson om provisie en bovendien om zijn belofte na te komen en te tekenen als Cosson en comp. Cosson bood hem 1/4 % van de provisie van de De Geer-zaken aan, maar Brants eiste 1/4 % van alle zaken. Met dit gesprek kwam een einde aan de samenwerking. Hij had echter in de familie De Geer een vertrouwde vriend gemaakt, namelijk Willem de Geer te Utrecht, die met hem in geregelde correspondentie bleef staan.

Op 26 oktober 1728 werd Philip Cosson, van zijn huis op de Keizersgracht bij de Hartenstraat uit, begraven in de Walenkerk. Hij had, zoals hij ook vroeger had gezegd, geen opvolger in zijn zaak. Zijn enige zoon, Isaac Jan, was blijkens zijn vaders testament van 19 april 1712 voor notaris mr. Jan Schrick, weinig geslaagd in het leven. Belangrijker was, dat Philip Cosson bij zijn dood op 20 oktober 1728 weer alle zaken van de familie De Geer bleek te behartigen. Ongetwijfeld heeft Willem de Geer, die vlak daarna zou sterven, nog voor Quirijn Brants gepleit. Op 23 oktober 1728, dus direct na de dood van Philip Cosson, verklaarde Jan Jacob de Geer te Utrecht, Willems broer, dat voortaan Quirijn Brants als opvolger van Philip Cosson zijn commissiën en affaires zou waarnemen. Zo hebben Quirijn Brants en na hem zijn zoon Jan en zijn kleinzoon Jan Jacob gedurende bijna een eeuw de zakelijke belangen van de familie De Geer in ons land behartigd. De daaraan annexe handel in ijzer en geschut en ook andere Zweedse produkten moge wat merkwaardig zijn geweest voor deze oprecht doopsgezinden, zij vormde intussen een hoofdbestanddeel van de zaken, die de firma Quirijn Brants, sedert 1 mei 1734 de firma Quirijn Brants en zoon, dreef. Daarnaast hadden zij natuurlijk ook wel andere zaken, maar men krijgt de indruk, dat die slechts van betrekkelijk gering belang waren.

Jan Jacob Brants, geboren in 1741, was de laatste deelgenoot in de firma Quirijn Brants en zoon. Voor zijn vijf zonen achtte hij deze zuivere familiezaak blijkbaar een minder gelukkige en misschien te riskante manier van zaken doen. De laatste, thans bewaarde, boeken van de firma Quirijn Brants en zoon dateren van 1800. In 1790 houdt de rekening van de firma bij de wisselbank op. Tot 1814 vinden wij de firma echter in de adresboeken, dat wil dus zeggen tot kort na de dood van Jan Jacob Brants, die in 1813 stierf. De firma moet toen echter al sedert jaren niet meer dan in naam bestaan hebben.

Voor zijn zonen stak Jan Jacob Brants geld in een aantal kleinere ondernemingen, waar zij dan tezamen met anderen, in zeer verschillende combinaties, handel dreven en verzekeringen afsloten. Wij zullen hier enkele bijzonderheden over de verschillende ondernemingen laten volgen. De gebruiker van de inventaris bereide zich echter voor op een wat ingewikkelde materie:

Couderc en Brants (1785 1789). Op mei 1785 richtten Jean Samuel Couderc en Jan Brants, de oudste zoon van Jan Jacob Brants, voor notaris Van Beem een compagnieschap van handel en negotie op, in te gaan met 1 juni 1785.

Couderc, Brants en Changuion (1789 1803). Op 1 juli 1789 werd voor notaris Gerrit Bouman een nieuwe compagnieschap opgericht met ingang van die datum, waaraan behalve de twee bovengenoemden ook Daniël Changuion deelnam. De compagnieschap bleef ook na de dood van Jan Brants, op 22 maart 1793, voortbestaan onder deze naam. Op 14 juni 1793 sloten Jean Samuel Couderc en Daniël Changuion echter een nieuw contract voor notaris Van Beem. Bij contract van 14 december 1796 trad nog Willem Six tot deze compagnieschap toe en bij contract van 22 november 1799, alles voor dezelfde notaris weer, een lid van de familie Brants en wel David. Op 31 december 1803 werd deze compagnie opgeheven. De liquidatie nam echter nog vele jaren in beslag. Op 28 december 1818 vond een afrekening met de familie Changuion plaats voor notaris Toe Laer. De erven van David Brants en van F.I. Couderc bleven toen echter nog belangen houden in deze compagnieschap in liquidatie. Couderc, D. en M.P. Brants (1804 1829, etc.). Op 29 december 1809 werd voor notaris Van Beem een nieuwe compagnieschap opgericht, in te gaan op 1 januari 1804, tussen J.S. Couderc, David Brants en Mattheus Pieter Brants. Deze firma is steeds onder die naam blijven voortbestaan, ook na de dood van J.S. Couderc op 9 april 1807 en van David Brants op 6 december 1808. Op 30 december 1807 werd voor notaris Van Beem, op 25 april 1809 voor notaris Berkman besloten tot continuatie. Sedertdien waren de voogden van François Isaac Couderc en M.P. Brants deelgenoten. Blijkens een contract van 27 februari 1811 voor dezelfde notaris werd op 1 januari 1811 ook nog Ch.F.M. de Lepel als associé opgenomen. Deze Ch.F.M. de Lepel, die blijkens de boeken al van het begin van het bestaan van de firma Couderc en Brants af daarbij werkzaam was, was na het overlijden van J.S. Couderc met diens weduwe getrouwd. Op 23 februari 1818 werd voor notaris Berkman een contract van continuatie gesloten door M.P. Brants, F.I. Couderc, ditmaal persoonlijk, en Ch.F.M. de Lepel.

Op 31 december 1829 werd Couderc, D. en M.P. Brants opgeheven wegens het overlijden van M.P. Brants en het terugtrekken van Ch.F.M. de Lepel. Willem Poel, de kantoorbediende, die een nieuw etablissement zou openen, werd in een circulaire aan de cliëntele aanbevolen. De compagnieschap Couderc, D. en M.P. Brants moet echter nog jarenlang in liquidatie zijn gebleven en uit de bewaarde boeken krijgt men de indruk, dat ook nog nieuwe zaken op naam van deze firma werden ondernomen. Dit geschiedde niet door bovengenoemde Willem Poel, maar door de firma De Lepel en Labouchère. Op 29 mei 1832 sloot Ch.F.M. de Lepel namelijk met zijn schoonzoon, Pierre Caesar Labouchère, een akte van compagnieschap onder de firma De Lepel en Labouchère, welke firma op 1 juni 1832 zou ingaan. Op 14 juni deponeerde hij deze akte bij de rechtbank voor koophandel. Over de verdere gang van zaken bij deze firma licht Claude Daniël Crommelin ons in door zijn algemeen overzicht van Amsterdamse handelszaken uit 1854: 'Couderc, D. en M.P. Brants, De Lepel en Labouchère. Groote zaken met Frankrijk etc. gehad, doch successief verminderd, eindelijk de zaken opgegeven, omdat er te weinig encouragement was om met jongere leden te continueeren. Laatstelijk nog een jonge Labouchère, knap, begeerig te werken, maar geen kans gezien, naar 't schijnt, 't hier op te werken, en weggegaan; daarna 't huis hier finaal geliquideerd.' (Ec. Hist. Jaarboek VII, 201).

Compagnie de Ceres (1796 1884). Op 17 februari 1796 werd te Amsterdam de compagnie de Ceres opgericht, die landen in Pennsylvania zou kopen, onder directie van de huizen R. en Th. de Smeth en Couderc, Brants en Changuion. Op 26 februari 1817 kwam de directie aan Couderc, D. en M.P. Brants en S. en D. Saportas, gevolgd door De Lepel en Labouchère om te eindigen bij P.C. Labouchère en Van Heukelom en Vollenhoven. Op 12 juli 1884 had de laatste verkoop van grond plaats. (Vgl. P.J. van Winter, Het aandeel van den Amsterdamschen handel aan den opbouw van het Amerikaansche Gemeenebest, II, 344 363). Geheel onafhankelijk van deze handelszaken, hoewel die er wel gedeeltelijk met geld in geïnteresseerd waren, zijn de volgende vier assurantie-sociëteiten geweest:

Couderc, Brants en compagnie (1786 1826). Op 15 februari 1786 werd voor notaris Nahuys een comptoir in assurantiën opgericht, te beginnen 1 maart 1786 onder directie van J.S. Couderc en Brants. Deelnemers waren Couderc en Brants voor 2/9, Jan en Carel Hasselgreen voor 2/9, Jan Jacob Brants voor 1/9, Jan de Lanoy voor 1/9, Charles Changuion voor 1/9, Hartman en Robberts voor 1/9 en Jean Texier, Angely en Massac voor 1/9. Bij een volgend contract van 3 juli 1793 voor notaris Van Beem viel de firma Jean Texier, Angely en Massac af en hielden de andere deelnemers ieder 2/8 of 1/8 part. Na de dood van Jan Brants heeft J.S. Couderc, eerst tezamen met Jacob Brants, sedert 1 januari 1801 tezamen met David Brants de leiding gehad. De aandelen werden toen ook anders verdeeld, namelijk 2/7 voor Jan en Carel Hasselgreen, 2/7 voor Couderc, D. en M.P. Brants, 2/7 voor J.S. Couderc en 1/7 voor Jan Jacob Brants. Bij akte van 16 maart 1809 voor notaris Berkman werd de verhouding van ieders aandeel weer gewijzigd: 6/21 voor Jan en Carel Hasselgreen, 6/21 voor Couderc, D. en M.P. Brants, 4/21 voor de executeuren van J.S. Couderc, 3/21 voor Jan Jacob Brants en 2/21 voor M.P. Brants privé. Uit deze akte blijkt tevens, dat M.P. Brants sedert het overlijden van zijn broer David de directie had. Op 31 december 1826 werd de sociëteit beëindigd, op 27 december 1827 vond een afrekening voor notaris Berkman plaats.

M.P. Brants en Comp. (1827...). Op 15 februari 1827 werd als voortzetting van de hiervoor besprokene een nieuwe sociëteit of rederij van assurantie opgericht, zoals blijkt uit de akte van deponering van 1 maart 1827 bij de rechtbank van koophandel. M.P. Brants had de directie. Geïnteresseerden waren verschillende leden van de familie Brants, verder Ch.F.M. de Lepel en tenslotte de firma Couderc, D. en M.P. Brants. Hoelang deze sociëteit in wezen is gebleven, blijkt niet.

Couderc en Brants (1793...). Op 28 juni 1793 werd voor notaris Van Beem een tweede assurantiesociëteit opgericht, onder de bovengenoemde naam (niet te verwarren met de gelijknamige handelsfirma, die tussen 1785 en 1789 bestond). Reeds met ingang van 1 januari 1793 was deze sociëteit begonnen, onder directie van J.S. Couderc en Jacob Brants met kapitaal van Couderc, Brants en compagnie. Blijkens een akte van 29 juli 1801 voor notaris Van Beem nam David Brants op 1 januari 1801 de plaats van zijn broer Jacob in en ook zijn aandeel in het kapitaal over, tegelijk met dat in Couderc, Brants en Compagnie. Tot wanneer deze sociëteit bestond, blijkt niet.

De Neufville Brants en Compagnie (1801...). Op 28 en 29 mei 1801 werd bij akte voor notaris Van Beem deze assurantiesociëteit opgericht, die reeds 15 mei 1801 een aanvang had genomen. Deel hierin namen Jan Isaak de Neufville Brants voor 2/8 en verder Jan en Carel Hasselgreen, Jacob Dull en zonen, Christiaan Gothelf Meyer en zonen, Jean Samuel Couderc, Jan Jacob Brants en Cornelis Backer Henricksz ieder voor 1/8. Jan Isaak de Neufville Brants had aanvankelijk de directie, na zijn dood zijn broer David Brants en tenslotte de jongste broer, Mattheus Pieter Brants. De laatste maal, dat wij de sociëteit in de archieven vermeld vinden, is in 1820.

Tenslotte waren er nog twee zaken, waarin Jan Jacob Brants voornamelijk ten behoeve van zijn kinderen geld stak:

De firma C.F. Heuerman, fabriek in gazen. Hierin nam Jan Jacob Brants, blijkens akte voor notaris De Wilde sedert 4 oktober 1785 met geld deel, tezamen met Christiaan Fredrik Heuerman, die de leiding had van de zaak, welke in 1785 was overgenomen van de erven van de weduwe Barrau (archief van vóór 1785 berust in het archief der Waalse Gemeente nr. 630 639). Het contract van 1785 werd op 31 december 1790 voor notaris De Wilde beëindigd en bij akte van dezelfde datum volgde Jan Isaak de Neufville Brants zijn vader op; dat wilde zeggen, dat hij controle over de zaken had, zich echter niet met de uitvoering bemoeide. Na Jan Isaaks dood bleef zijn weduwe geïnteresseerd in deze zaken, zoals blijkt uit een machtiging van 31 januari 1807 voor notaris Van Beem op haar broer en zwager David Brants om de fabriek in gazen en ook de houtnegotie en compagnieschap met de weduwe Floris Kat en zoon te continueren. De firma Heuerman vinden wij tot 1819 in de adresboeken.

't Hoen en Brants (1792 1794). Op 31 mei 1792 werd voor notaris E.M. Dorper de compagnieschap 't Hoen en Jacob Brants tussen Eduard 't Hoen en Jacob Brants opgericht. Door het faillissement van A.C. Reumont te Aken was de compagnieschap niet meer in staat aan haar verplichtingen te voldoen. Op 23 december 1794 werd voor notaris Dorper het contract van 31 mei 1792 te niet gedaan; verder zou alleen een liquidatie plaats vinden. Deze liquidatie heeft tot 1809 voortgeduurd. van 23 juni tot 5 juli 1809 kocht Jan Jacob Brants bij akte voor notaris Toe Laer alle pretensiën op van crediteuren. Op 10 oktober 1809 schonk hij bij onderhandse akte aan zijn zoon Jacob de fl. 101.903:6, die hij op 't Hoen en Brants te vorderen had.

Jacob Brants, die zich al sedert 1801 geheel uit zaken had teruggetrokken, kennen wij uit het archief verder als de goedgevige, biljartende en kaartspelende oom Co. Hij stierf in 1827. Twee jaren later, op 18 maart 1829, stierf zijn jongste broer, Matheus Pieter Brants. Daarmee neemt het zakenarchief van de familie Brants feitelijk een einde, hoewel er nog het een en ander bewaard is over de zaken, die door anderen werden voortgezet.

Het is hier de plaats iets over het vermogen van de familie Brants in de 18de en het begin van de 19de eeuw te vertellen. Men krijgt de indruk mede uit de bewaarde boekhouding, dat de firma Quirijn Brants en zoon nooit zeer groot van omvang is geweest en slechts bescheiden winsten heeft opgeleverd. Het grote fortuin van Jan Jacob Brants en zijn vrouw, die net als hij enig kind was, kwam voornamelijk van de kant van zijn vrouws moeder Bevel en van die van zijn eigen grootmoeder Leeuw. Preciese cijfers zijn niet te geven, maar van deze beide kanten tezamen had de familie wel ruim fl. 1.000.000. Jan Jacob Brants bezat na zijn vaders dood, toen alle erfenissen binnen waren, bijna fl. 1.200.000. Slechts een betrekkelijk klein gedeelte kwam dus van de familie Brants en De Neufville. Blijkens de balansen bedroeg het vermogen van Jan Jacob Brants voor zijn dood ongeveer fl. 1.600.000. De drie overlevende kinderen, die als moederlijk erfdeel al fl. 50.000 ieder hadden gehad, kregen na de dood van hun vader ieder fl. 533.333. Van de ongetrouwde Jacob Brants, die blijkbaar flink had ingeteerd en wiens nalatenschap onder beneficie van inventaris was aanvaard, kwam weer een gedeelte bij de andere staken terug.

Mattheus Pieter Brants, de jongste broer, heeft in tegenstelling tot zijn broer Jacob veel verdiend. Zijn ouderlijk erfdeel van ongeveer fl. 600.000 was bij zijn dood in 1829 aangegroeid tot ruim fl. 1.500.000, die tenslotte aan zijn enige dochter, Anna Maria Brants, kwamen. Haar levensgeschiedenis kent men uit het boekje van jhr. F.J.E. van Lennep, Honderd jaar Hartekamp.

De kinderen van Mattheus Pieters jong overleden broer Jan Isaak de Neufville Brants waren allen net als hun vader jong overleden, met uitzondering echter van de jongste zoon, Antoni. Na de voltooiing van zijn studie in de wiskunde en natuurfilosofie aan de universiteit te Leiden vestigde hij zich op Het Joppe te Gorssel en leidde daar verder het bestaan van een hereboer-landedelman. Zijn ouderlijk erfdeel was voor begrippen in de familie Brants niet bijzonder groot, daar hij niet alleen had moeten delen met zijn broer, maar ook nog met zijn halfbroers en -zuster Van Beeck Vollenhoven. Het bedroeg blijkens de balansen aanvankelijk bijna fl. 200.000, na het overlijden van oom Co ongeveer fl. 250.000. Het was blijkbaar niet overvloedig om daarvan met een groot gezin op Het Joppe te leven; uit zijn dagboeken weten wij, dat hij zich daarom in later jaren wel eens afvroeg of hij goed had gedaan Amsterdam te verlaten.

Het archief van dr. Antoni Brants is het laatste dat vrij volledig is bewaard. Het toont uiteraard een geheel verschillend beeld van al het voorgaande. Hetzelfde geldt voor de stukken, die afkomstig zijn van zijn kinderen en kleinzoon, meest juristen en werkzaam in ambtelijke betrekkingen in verschillende plaatsen van ons land.

Van Bronchorst-van Mollem (met Geertruyd Simons en familie en Kool)

In 1702 trouwde Quirijn Brants met Hester van Mollem, de weduwe van mr. Simon van Bronchorst. De stukken afkomstig van Hester en haar eerste echtgenoot zijn in deze afdeling ondergebracht. Daarbij kwamen nog een aantal stukken van de kant van de moeder van mr. Simon van Bronchorst. In deze afdeling zijn tenslotte nog een aantal stukken opgenomen, die betrekking hebben op de familie Kool. De twee kinderen uit het huwelijk van Mr. Simon van Bronchorst en Hester van Mollem, Katharina en Geertruyd van Bronchorst, waren getrouwd met twee broers Kool, Dirk en Jacob. Hun afstammelingen zijn steeds vrij nauwe betrekkingen met de familie Brants blijven onderhouden. Een kleindochter van Dirk Kool, Katharina Kool geheten, liet geen kinderen na uit haar twee huwelijken. Zij overleed 19 juni 1822. Haar verre neef Jacob Brants was mede-executeur en -erfgenaam. daardoor kwamen een aantal papieren, afkomstig van haar en haar voorouders, in het familie-archief.

Van der Heyden (met Leeuw)

Mr. Jan Brants trouwde in 1733 met Sara van der Heyden, de dochter van Jan van der Heyden de jonge en Christina Leeuw. Van de familie Van der Heyden zijn slechts enkele stukken bewaard gebleven, als testamenten en boedelscheidingen etc. Van de grootvader, de beroemde Jan van der Heyden, schilder en uitvinder van de slangbrandspuit, is helaas niet meer dan een testament en een boedelscheiding aanwezig. Een nazaat van hem, mr. A.C. van Eck te Delden, wiens moeder een Brants was, heeft echter weer heel wat over zijn beroemde voorvader bijeengebracht. Daaronder zijn een aantal zaken, die altijd in de familie zijn geweest, namelijk een druk van het slangbrandspuitenboek van 1735, twee manuscripten van de oude en één van de jonge Jan van der Heyden, de bijbel met aantekeningen van de laatste, tien tekeningen op branden en brandspuiten betrekking hebbende van de oude Jan van der Heyden, twee door hem getekende portretjes op perkament, een demonstratiebrandspuitje en een door Van der Heyden gedreven alliantie-wapenschildje Van der Heyden-ter Hiel, welke twee laatste in bruikleen zijn gegeven aan het Amsterdams Historisch Museum.

Veel belangrijker dan de papieren Van der Heyden is het familie-archief Leeuw. De portretten van David en Dirk Leeuw en de bijbel van de familie Leeuw, waarvan de Amsterdamse tak in 1767 uitstierf met Dirk Leeuw, zijn in gevolge van zijn beschikking van 2 mei 1766 voor notaris J. Klinkhamer gekomen aan de afstammelingen van zijn zuster Rebecca, getrouwd met ds. David van Heyst. Zij zijn thans in het bezit van mevrouw J.C. van Steyn-van Marle te 's Gravenhage. Het gehele familie-archief is daarentegen gegaan naar de afstammelingen van Jan van der Heyden de jonge en Christina Leeuw, de andere getrouwde zuster, daar haar dochter Sara, getrouwd met mr. Jan Brants, de enige erfgenaam was van de oudere broer, David Leeuw, die in 1755 stierf.

Van de oudste generaties der familie Leeuw is niet veel bewaard in het familie-archief. In de bibliotheek van het gemeente-archief berusten echter films van drie registers uit deze familie, die het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap bezit. Dit zijn van Ameldonck Leeuw een journaal van 1631 1635 en van David Leeuw een kopieboek van brieven 1669 1671 en een memoriaal van 1674 1685, betreffende de handel in stoffen (films 1416 en 1417).

Het archief, dat in de familie Brants kwam, begint - behoudens enkele testamenten etc. van oudere familieleden - met de stukken, afkomstig van Jacob Leeuw en Christina de Flines. Wat losse stukken met betrekking tot zijn zaken zijn bewaard, echter geen registers. Dat die zaken, voornamelijk een handel in stoffen, goed zijn gegaan, leren ons de boedelscheidingen na de dood van de weduwe, op 4 juni 1726 voor notaris W. Lageman en op 6 juni 1732 voor notaris Denijs, waarbij fl. 750.000 werd verdeeld; daarbij moet dan nog de erfportie zijn gekomen, die de kinderen al eerder van hun vader hadden gehad. In 1695 had Jacob Leeuw met zijn neef en nicht Pieter van Hoven en Maria Block en een zekere Jurgen Hoffham een compagnieschap voor negen jaren gesloten om handel te drijven in Engelse stoffen en manufacturen. De familie Block had reeds sedert 1684 en al eerder met deze Jurgen Hoffham in compagnieschap zaken gedaan. Hij was een gereformeerd koopman, geboren in Bremen in 1658 en in 1684 in Amsterdam getrouwd met Phyllis Lodge, in 1701 hertrouwd met Geertruyda Gelinck. Op 21 oktober 1728 werd hij in de Oude Kerk begraven.

Na de dood van Jacob Leeuw is ook de zoon David nog verschillende jaren met Jurgen Hoffham in compagnieschap handel blijven drijven, zodat men in het archief telkens brieven vindt, die gericht zijn aan deze koopman. Aanvankelijk betitelde David Leeuw hem zelfs als patroon. Wanneer deze compagnieschap een einde heeft genomen, blijkt niet uit het archief. Waarschijnlijk was dit echter einde 1703. In de archieven van de wisselbank vindt men namelijk van 1695 tot 1703 een rekening Hoffham, Leeuw en Compagnie, en te beginnen met 1704 een rekening op naam van David Leeuw.

David Leeuw, de derde zoon uit het huwelijk van Jacob Leeuw en Christina de Flines, is ongetwijfeld de meest geslaagde van het gezin geweest. Hij heeft tot zijn dood, in 1755, grote koopmanszaken gedaan, voornamelijk in allerlei soort van stoffen. Registers en papieren daarvan zijn in groten getale bewaard gebleven. Naast die handel in stoffen had hij ook nog andere belangen, o.a. in schepen. Zijn grote fortuin - voor de collaterale successie op ruim fl. 356.000 aangeslagen, maar uiteraard veel groter - ging behoudens enkele legaten naar zijn nicht Sara van der Heyden, getrouwd met mr. Jan Brants.

Van de vijf broers van David zijn slechts wat losse stukken bewaard. De oudste, Jacob, stierf in 1711. Gilbert Leeuw ging zich na de dood van zijn vader misdragen en werd ter remedie als koopman naar Cadix gezonden. In december 1715 kwam hij in Amsterdam terug en zijn moeder vroeg toestemming hem te mogen laten opsluiten in verband met zijn slechte gedrag. (R.A. 1262, 64). Tenslotte werd hij krankzinnig en sedertdien in IJsselstein verpleegd.

De volgende broer, Ameldonck, was reeds van jong af aan innocent en werd in Weesp ondergebracht. De vijfde zoon uit het gezin, Jan geheten, zat in zijn jonge jaren als koopman in Archangel, maar verliet Rusland wegens de achteruitgang van de handel aldaar. In ons land teruggekomen raakte hij in slecht gezelschap verzeild, wat de familie - zelfs nog na zijn dood - tal van moeilijkheden bezorgde. De jongste zoon, Dirk, heeft blijkens een contract van 1716 van dat jaar tot 1726 tezamen met zijn broer David handel gedreven. Daarna blijkt daarvan niet meer.

De Neufville (met Bevel)

De enige dochter van Jan Isaak de Neufville en Anna Bevel, Anna Maria genaamd, trouwde in 1764 Jan Jacob Brants. Bij de dood van haar vader, in 1772, kreeg zij met de gehele nalatenschap ook het grote zakenarchief van haar vader en haar grootvader Bevel.

Het archief De Neufville bevat enkele stukken betreffende de compagnie tussen de broers Abraham en Isaak de Neufville. Isaak, de jongste deelgenoot, de vader van de bovengenoemde Jan Isaak, stierf in 1710, zijn broer Abraham in 1721. Van 1687 tot 1722 hadden de broers 'Abraham en Isaak de Neufville' een rekening bij de Wisselbank.

De oudste zoon van Isaak, Mattheus de Neufville, was blijkens de adresseringen van brieven in later jaren in deze firma opgenomen. Hij had echter ook nog een eigen rekening bij de Wisselbank, tot 1722 toe. Van 1720 tot 1721 dateert een aantal zakenregisters van hem, die in het archief zijn bewaard. In 1722 vertrok hij naar Londen, waar hij zich met een neef, John de Neufville, associeerde. Hij keerde tenslotte weer naar Amsterdam terug, maar deed daar blijkbaar geen zaken meer.

De twee volgende zoons van Isaak de Neufville hadden tezamen een firma onder de naam 'Isaak en Pieter de Neufville', die van 1721 tot 1740 een rekening bij de Wisselbank had. Blijkens de bewaarde registers werkten zij echter al in 1716 samen. Zij worden een enkele maal fabrikeurs genoemd, dreven echter ook ongetwijfeld koopmanszaken. Isaak stierf in 1738, Pieter in 1740. Hun jongste broer, Jan Isaak, wikkelde tot 1747 de zaken van zijn overleden broers af. Daardoor is een gedeelte van het archief van deze firma - vooral uit de laatste jaren van haar bestaan - bewaard gebleven.

Het leeuwendeel van het archief De Neufville is uiteraard afkomstig van deze Jan Isaak de Neufville, een enkele maal kortweg Jan de Neufville genoemd. Hij was in de allereerste plaats koopman in linnen (vandaar zijn betrekkingen met blekers bij Haarlem en met Silezië), daarnaast echter ook wel in andere, zeer uiteenlopende zaken. Tenslotte trad hij ook nog op als reder van schepen. Sedert 1729 had hij een rekening bij de Wisselbank. Daarnaast vinden wij in de registers van deze instelling sedert 1730 ook een rekening van Jan Isaak de Neufville en comp. In juni 1730 had Jan Isaak namelijk een compagnieschap gesloten met een zekere Joan ter Meulen, die in april 1750 stierf. Enige jaren lang zette Jan Isaak daarna de handel alleen voort en liet toen uiteraard het 'en comp.' weg. Bij de Wisselbank bleef de rekening echter op naam staan van Jan Isaak de Neufville en comp., naast de reeds genoemde eigen rekening van Jan Isaak. In januari 1758 nam hij de zoon van zuster Anna, Isaak de Neufville van der Hoop, in zijn zaak op. Voortaan werden de zaken weer gedreven als Jan Isaak de Neufville en comp. Na de dood van Jan Isaak heeft deze neef de zaken voortgezet onder de oude naam. Hij stierf kinderloos op 4 december 1801. Een verre neef, David van Lennep Coster, dreef daarna de zaak, aanvankelijk onder de oude firma, later onder zijn eigen naam.

Na het overlijden van Joan ter Meulen wikkelde Jan Isaak de Neufville zijn nalatenschap af, tezamen met Jan Croesen. Daardoor zijn er een groot aantal persoonlijke stukken betreffende Joan ter Meulen en zijn familie in het familie-archief Brants bewaard gebleven.

Op 21 augustus 1736 trouwde Jan Isaak de Neufville met Anna Bevel, de dochter van de rijke Haarlemse zijdereder en zijdehandelaar Simon Bevel, die op 6 maart 1736 was gestorven. Jan Isaaks zuster Maria vertelt met veel ophef van dit rijke huwelijk - de bruid bracht ruim fl. 500.000 mee. Aangezien zij enig kind was, kwam niet alleen het fortuin, maar ook het archief van haar vader in de familie Brants.

Simon Bevel is zijn zaken begonnen met een betrekkelijk klein erfdeel, zoals blijkt uit de stukken betreffende zijn zuster. Hij moet dus in de zijdehandel zijn grote vermogen hebben verdiend, daar zijn verdere handel - voornamelijk in enkele andere Aziatische produkten - van bescheiden afmetingen was. Hij liet de zijde overal bewerken, zoals bijvoorbeeld in Amersfoort en in Kampen.

Het archief van deze Haarlemse koopman is van groot belang voor de handelsgeschiedenis van Amsterdam, waar hij vele zakelijke relaties had. Sedert 1704 had hij een rekening bij de Wisselbank.

Een groot bezwaar is, dat het handschrift van Simon Bevel vrijwel niet is te ontcijferen. De kopieën van zijn brieven liggen daarom als een ongeordende massa in twee portefeuilles. Dat niet alleen wij dit zo ervaren, maar ook de tijdgenoten dit deden, blijkt uit een brief van de Amsterdamse burgemeester Egidius van den Bempden, met wie Simon geregeld correspondeerde over de belening van zijde. Op 25 november 1721 schreef deze althans: 'Ik can Uwe brief niet wel leesen, dewijl UE. sijn schrijfmeester watt te vroeg ontloopen sijt, echter meene Uwe intentie te sijn...'

Na de dood van Simon Bevel werden de zaken niet alleen afgewikkeld door Jan Vermout, een neef van Simons vrouw, die hem in de zijdehandel assisteerde, maar later ook door Jan Isaak de Neufville. Zo mogelijk zijn de brieven aan Jan Isaak de Neufville, die betrekking hebben op de zaken van Simon Bevel, bij het archief van deze laatste ondergebracht. Het was soms echter niet doenlijk deze brieven te scheiden van het archief van Jan Isaak de Neufville. Men dient er dan ook op verdacht te zijn, dat bij de correspondentie van deze uit de jaren 1736 en volgende brieven kunnen berusten, die betrekking hebben op de zaken van Simon Bevel.

VROEGERE EN TEGENWOORDIGE ORDENING

Uit de archieven blijkt weinig of niets over de vroegere bewaring en ordening. Uit de thans aanwezige stukken kunnen wij echter wel besluiten, dat het archief van Jan Jacob Brants, bij wie het vanzelfsprekend moet hebben berust, naar een van zijn zonen is gegaan, waarschijnlijk naar Jacob, de enige ongetrouwde, die in het ouderlijk huis bleef wonen. Uit enkele oude aantekeningen als 'papieren op de Hartekamp' en 'papieren op de Wildenborch' blijkt, dat toch ook het een en ander ging naar de jongste zoon, Mattheus Pieter Brants, en naar de kleinzoon Jan Brants of achterkleinzoon Jan Isaac Brants. De aanwezigheid in de familie-archief van stukken, afkomstig van Mattheus Pieter Brants en zijn dochter Anna Maria Brants, danken wij ongetwijfeld aan de voogd over deze Anna Maria, haar oom Antoni Hartsen. Uit een enkele brief blijkt, dat ook de Van Beeck Vollenhovens van allerlei omtrent hun administratie voor de familie Brants bewaarden en tenslotte besloten dit niet te vernietigen, maar het te voegen bij het toen blijkbaar reeds befaamde familie-archief.

Het archief is buitengewoon belangrijk en als handelsarchief voor Amsterdam en ook voor ons land zelfs uniek in zijn soort. Dat wil echter volstrekt niet zeggen, dat het ook op volledigheid kan bogen. Telkens vindt men bij de bewaarde boekhoudingen en ook bij de brievencollecties enz. hiaten. In hoeverre die uit later tijd of reeds van vroeger dateren is bij gebrek aan oude inventarissen niet na te gaan.

In Amsterdam heeft dr. Joh.C. Breen, de adjunct-archivaris, zich belast met de ordening van dit omvangrijke archief, dat thans 44 meter omvat. In het jaarverslag van 1921 deelde bij mede, dat de inventaris voltooid was. Hij moet daarmee echter hebben bedoeld, dat de inventaris op het ogenblik, dat hij het jaarverslag schreef, gereed was. In een van de exemplaren van de inventaris heeft hij namelijk aangetekend, dat deze in 1922 klaar kwam. Op 1 mei 1922 volgde hij zijn voorganger plotseling op als archivaris, een geheel onverwachte gebeurtenis. Daarmee waarschijnlijk staat in verband, dat de inventaris toen zeer snel moest worden afgemaakt. Daarvan draagt deze nog steeds de sporen: stukken, die bij elkaar hoorden, bleven gescheiden; het teruggezonden familie-archief bevatte talrijke stukken van zuiver zakelijke aard, en de 19de eeuwse archieven werden min of meer ongeordend weggeborgen.

Bij die ordening zijn de delen, die blijkbaar niet alle in goede toestand verkeerden, grotendeels beplakt met kaftpapier, zodat eventuele oude opschriften verloren gingen. Getikte etiketten op de rug gaven sedertdien de inhoud aan. Er blijkt echter nergens, tenzij een notitie in het register ons helpt, of deze benamingen oorspronkelijk waren of omschrijvingen. Verder heeft men, uitgaande van de archaïstische opvattingen, die toen nog op het Gemeente-Archief te Amsterdam heersten, gemeend, dat een aantal stukken in de bibliotheek meer nut zou afwerpen dan in het archief zelf. In tal van afdelingen in de Archiefbibliotheek vond ik stukken uit het archief Brants terug, bijvoorbeeld onder de hoofden termijnhandel, cognossementen, handtekeningen van ontvangers, enz., enz. Speurtochten in de bibliotheek hebben een aantal van deze ondergedoken stukken weer teruggebracht. In gevallen echter, waar geen namen op de stukken voorkwamen, was niet uit te maken, of dergelijke stukken uit het archief Brants afkomstig waren. Het is dus mogelijk, dat in de bibliotheek nog het een of ander uit de papieren Brants berust. Dit alles maakte een herordening van dit veel geraadpleegde archief uiterst wenselijk. Het archief Brants was het eerste bestanddeel van het Amsterdamse archief, dat ik - toen nog student en bezig met een scriptie - beter leerde kennen. De merkwaardige indeling maakte het niet gemakkelijk een weg erin te vinden en bij de herordening bleek mij dan ook, dat mij indertijd heel wat ontgaan was wat van nut had kunnen zijn.

De verschillende familie-archieven waren, waarschijnlijk door de ordening van 1919, vrij goed gescheiden; toch waren er nog vele afgedwaalde stukken, die op hun eigenlijke plaats moesten worden teruggebracht. Enkele stukken betreffende aangetrouwde families, welker aantal zo gering was, dat zij niet als een apart familie-archief konden worden beschouwd, zijn opgenomen bij de persoon, door welke zij in het familie-archief kwamen.

De genealogische aantekeningen en genealogieën, waarvan dikwijls niet bekend was door wie zij waren samengesteld, zijn ondergebracht in de afdeling 'Stukken van algemene aard'.

De afdeling 'Stukken betreffende afzonderlijke families en personen' spreekt voor zichzelf. Bij personen, wier inventaris door het grote aantal der stukken te onoverzichtelijk zou worden, is een onderverdeling in rubrieken gemaakt. Dezelfde volgorde, zonder vermelding echter van rubrieken, is ook bij de andere personen in acht genomen. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van een bepaald persoon zijn, hoewel uiteraard niet van deze persoon afkomstig, toch opgenomen onder de stukken, die op hem betrekking hebben, daar zoals duidelijk is een andere plaatsing bijna steeds moeilijkheden zou meebrengen. Alleen in het geval, dat bij een dergelijke afwikkeling uitdrukkelijk wordt vermeld ten behoeve van welke persoon deze stukken zijn opgesteld, is hiervan afgeweken.

Speciaal moeten wij er hier op wijzen, dat in deze afdeling werd afgeweken van de gebruikelijke methode om een verdeling in personalia en realia te maken. Het toepassen van deze indeling, die steeds moeilijkheden meebrengt, daar men onder het hoofd realia niet alles wat betrekking heeft op de vaste bezittingen kan brengen en daardoor bepaalde bestanddelen uit elkander haalt, had hier meer nadelen dan voordelen. Daarom zijn in deze inventaris dan ook de stukken, die betrekking hebben op de vaste goederen, in de afdeling 'Stukken betreffende afzonderlijke families en personen' ondergebracht.

Geheel hetzelfde geldt de verschillende handelsarchieven. Een scheiding van handelsarchief en persoonlijk archief is in de meeste gevallen namelijk niet scherp te trekken en heeft daar waarschijnlijk ook nooit bestaan. Door het handelsarchief te plaatsen bij de persoon, van wie het afkomstig is, ging naar mijn mening de zo belangrijke samenhang het minst verloren. Dit is o.a. ook gebeurd bij het handelsarchief van Isaak en Pieter de Neufville, dat geplaatst is bij de stukken van Pieter de Neufville, die zijn broer Isaak twee jaren overleefde. Er waren echter enkele gevallen, waarin het niet mogelijk bleek een handelsarchief onder een bepaalde persoon te plaatsen, daar het verwarrend zou kunnen werken. Daar is in de allereerste plaats de bekende firma Quirijn Brants, sedert 1734 Quirijn Brants en Zoon, waarin eerst Quirijn Brants alleen, daarna tezamen met zijn zoon mr. Jan Brants en tenslotte deze laatste met zijn zoon Jan Jacob Brants en uiteindelijk Jan Jacob Brants alleen deelgenoten zijn geweest. Dan waren er de verschillende kleinere handelsondernemingen en assurantiecompagnieën, waarin Jan Jacob Brants met geld deelnam ten behoeve van zijn zonen, die daar een uitvoerende functie hadden. In deze ondernemingen waren verschillende zonen, hetzij gelijktijdig, tenzij achtereenvolgens deelgenoten. Hetzelfde geldt ook voor twee ondernemingen, waarin eerst mr. Jan Brants en naderhand zijn zoon Jan Jacob Brants waren geïnteresseerd, namelijk de rolrederij van zeildoek te Krommenie en de verveningen in Loosdrecht en Ankeveen, die daar trouwens vanzelfsprekend onder vallen, daar zij werden geadministreerd door Quirijn Brants en zoon.

Deze archieven zijn in een afdeling 'Zakenarchieven Brants' achter de archieven van bepaalde personen uit de familie Brants opgenomen. Men doet echter goed steeds rekening ermee te houden, dat een splitsing in handelsarchief en persoonlijk archief nooit op volkomen bevredigende wijze tot stand kon komen, zodat men daarom, wanneer men nadere opheldering over een of andere kwestie zoekt, ook respectievelijk het persoonlijk archief of het handelsarchief (al of niet opgenomen onder de stukken van de persoon zelf) daarbij moet raadplegen.

Voor de indeling van de handelsarchieven, die onder bepaalde personen zijn geplaatst, was niet voor alle gevallen één gelijksoortig schema op te stellen, daar deze verschillende gevallen sterk uiteenlopen. Zo had Jan Isaak de Neufville een groot gedeelte van zijn leven een compagnon en zijn zijn handelsarchieven daarom vrij streng gescheiden gehouden van zijn particuliere zaken, ook in de tijd dat hij geen compagnon had. Voor Simon Bevel is dat in veel minder sterke mate het geval, terwijl bij Dirk Leeuw geen sprake is van enige scheiding.

Daar het zonder een diepgaande bestudering niet mogelijk was de betekenis van alle handelsboeken precies vast te stellen, zal de indeling wat dat betreft zeker te wensen over laten. Waar de boekhouding van toen en nu dikwijls sterk afwijken, bracht de omschrijving van de boeken soms bijzondere moeilijkheden mee. Zoveel mogelijk trachtte ik de aard van de boeken duidelijk te maken.

Ten slotte nog enkele woorden over een van de belangrijkste bestanddelen van het familie-archief Brants, de grote brievencollecties. Behoudens een enkele uitzondering is geen splitsing gemaakt in familiebrieven en handelsbrieven. De zakelijke relaties van deze doopsgezinde kooplieden werden dikwijls gevormd door nabije of verre familieleden, zodat de brieven soms zeer gemengd van inhoud zijn. Waar mij uit de aanhef of ondertekening bleek, dat de briefschrijvers familie waren van de geadresseerden, heb ik dat door de toevoeging van (f) aangeduid. Dit wil uiteraard niet zeggen, dat bij het ontbreken van deze (f) in ieder geval geen familierelatie heeft bestaan. Daar niet meer na te gaan was, hoe oorspronkelijk de indeling was, is die van de inventaris van 1919 in grote lijnen gehandhaafd. De brieven zijn daarom steeds opgenomen in een algemene afdeling, die vóór al het andere is geplaatst.

De collecties brieven zijn behoudens een enkele uitzondering (merendeels voor de latere tijd) gerangschikt naar landen en plaatsen. Dit moet blijkens enkele oude opschriften ook oudtijds het geval zijn geweest; toen echter bewaarde men de brieven waarschijnlijk per jaar, zodat bijvoorbeeld bij de brieven van Simon Bevel het jaar 1723 geheel verloren is gegaan. Landen als de Republiek, Engeland, Frankrijk, Spanje, Italië, Rusland en ook de combinatie Scandinavië leverden bij indeling geen moeilijkheden op. In Duits sprekende landen is, telkens waar dit nodig bleek, een onderverdeling gemaakt. De namen van de plaatsen zijn gerangschikt volgens de tegenwoordige spelling, ontleend aan het Internationaal Aardrijkskundig Woordenboek van A. Huizinga. Het leek mij overbodig, waar men hier in hoofdzaak te doen heeft met 18de eeuwse archieven, de nieuwe namen, die enkele van deze plaatsen thans hebben gekregen, te vermelden.

De collecties brieven uit één plaats zijn in principe alfabetisch op briefschrijvers onderverdeeld; een enkele maal is daarvan ter wille van het verband afgeweken. De namen van die briefschrijvers waren niet steeds gemakkelijk te ontcijferen. Alleen Jan Isaak de Neufville heeft die namen achterop aangetekend, wat de ontcijfering dikwijls zeer vergemakkelijkt. Het is dan ook wel zeker, dat enkele namen in deze inventaris in ietwat of zelfs sterk verbasterde vorm zijn opgenomen. Ook is het mogelijk, dat soms voornaam tot achternaam, of omgekeerd, is geworden. De brieven, gericht aan Isaak en Pieter de Neufville, die tussen de brieven van Jan Isaak de Neufville werden aangetroffen, zijn apart gehouden.

Uit de pakken met rekeningen en kwitanties is tenslotte nog een groot aantal brieven, waarin een rekening - hetzij in de brief zelf, hetzij los - was opgenomen, te voorschijn gebracht en bij de brieven gevoegd. Men doet echter goed in geval van ontbreken van brieven deze pakken ook te raadplegen, daar nog vele rekeningen in briefvorm daarin zijn achtergebleven. In die pakken zijn dikwijls ook nog andere niet onbelangrijke stukken bewaard, zoals afgelegde schuldbekentenissen, assurantiepolissen, etc. Geheel gelijksoortige stukken zijn dikwijls gedurende kortere of langere tijd apart bewaard. het leek niet wenselijk deze aparte stukken bij de vrij onhanteerbare van ouds bewaarde pakken rekeningen en kwitanties te voegen, of omgekeerd daar dit soort stukken uit te lichten en bij de apart bewaarde gelijksoortige stukken te voegen.

Tussen de brieven vindt men telkens weer monsters van zijde, linnen en andere textiel.

De afdeling 'Stukken, waarvan de samenhang met het archief niet is gebleken of niet is uit te maken bij welk archief ze hebben behoord' eist geen nadere toelichting.

STUKKEN VAN ALGEMENE AARD

  1. Aantekeningen omtrent personalia van de familie Brants en verwante families. 18de en begin 19de eeurw.
  2. Stambomen en kwartierstaten van de familie Brants en verwante families. 19de en 20ste eeuw.
  3. Aantekeningen over nasporingen in de archieven naar de familie Brants en verwante families. 19de en 20ste eeuw.
  4. Stukken betreffende het wapen van de familie Brants. 19de eeuw. 16 stukken;.

STUKKEN BETREFFENDE AFZONDERLIJKE FAMILIES EN PERSONEN

  1. BRANTS
    1. FAMILIE BRANTS
      1. BRANT CRIJNEN (1605/06-1654) EN MARRITIE CLAES (1603/04-1675) (1)
        1. Begraafbriefje van Marritje Klaas, weduwe van Brantje Krijnen.
      2. JAN BRANTSEN (1629-1698) EN GRIETJE CLAESDR (1623-1720) (2)
        1. Testamenten voor notaris te Amsterdam van Jan Brantsen en Grietie Claesdr. 1677-1702. 3 stukken;.
        2. Verjaarswensen voor Jan Brantsz en Grietje Claes. 1689 en 1713. 2 stukken;.
        3. Stukken betreffende de koop door Jan Claesz en Jan Brantsenvan drie huizen in het Servet- of Revitsteegje en een in het Steenhouwerssteegje en de verkoop door Jan Brantsen van dehelft hiervan. 1661 en 1680-1681.
        4. Willig decreet van het Hof van Holland op de verkoping doorde kinderen van Salomon van Exel en Stijntien Hendricx Vrient aan Jan Barents (sic!) van een huis in het Trekmeisjessteegje op Sint Luciënburgwal.
        5. Schuldbekentenis voor notaris te Amsterdam voor Jan Brantsen van Jacob Jans de Doot, kwartiermeester in dienst van de Oostindische Compagnie op het schip de Betue, voor verschenenhuishuur.
        6. Stukken betreffende de verkoop aan Jan Brantsen door regenten van het Burgerweeshuis van een huis in het Melkmeisjessteegje, toebehoord hebbende de zoon van Paulus Teunisz en Geertruydt Hendricx Seneka. 1682. 2 stukken;.
        7. KWITANTIES VOOR Jan Brantsen en Grietie Claesdr.
        8. Stukken betreffende de verkoop door Grietie Claesdr aan Johanna Tulleken, weduwe van Pieter ter Himpel, van een huis opde Prinsengracht tussen Binnen-Amstel en Utrechtsestraat.
        9. Verklaring voor notaris te Amsterdam door Grietie Claesdr, dat zij haar schoonzoon Claas van Loenen en aan haar zoon Quirijn Brants als huwelijksgoed of vaderlijk erfdeel ieder een huis zuidzijde Prinsengracht tussen Binnen-Amstel en Utrechtsestraat he...
        10. Stukken betreffende de betaling voor precario door de ervenvan Jan Brants en voor huizen op de Achterburgwal tussen deRaam- en Vliegendestegen, op de Voorburgwal bij de Paardensteeg en op de Sint Luciënburgwal.
      3. CLAES BRANTSEN (1635/36-1669) EN HILLEGOND CLAES (1635/36-1668) (3)
        1. Begraafbriefje van Hillegontje Claes, huisvrouw van Claes Brantsz. 1668. 1 stuk;.
      4. BRANT JANSZ (1657-1690) EN GRIETIE JANSDR (1656-1728) (4)
        1. CORRESPONDENTIE
          1. Brief aan Brandt Jansz van zijn zwager Paulus de Ruiter te Rotterdam. Zonder datum.
          2. Brieven aan Grietie Jansdr. 1710-1727. 7 stukken (Van Adriana de Ruiter te Rotterdam, 1722, 1 stuk; Cornelis de Ruiterte Rotterdam. 1710-1727. 5 stukken en 1 kopie-antwoord).
        2. PERSONALIA
          1. Huwelijkse voorwaarden voor notaris te Amsterdam van BrandtJansz en Grietje Jansdr 1684.
          2. Huwelijksgezangen voor Brant Jansz Brants en Grietje Jans Visser. 1684. 1 stuk;.
          3. Poorterakte van Amsterdam voor Brant Jansz.
          4. Testamenten voor notarissen te Amsterdam van Brant Jansz enGrietie Jansdr 1688 en 1719.
          5. Begraafbriefje van Brandt Jansz 1690. 1 stuk;.
          6. Verjaarswensen voor Margareta Brandz van haar neven Isaak Fortgens en Abraham Fortgens. 1710 en zonder datum.
        3. FINANCIËLE ZAKEN
          1. Procuratie voor notaris te Amsterdam door Grietje Jansz, dochter van wijlen Jan Claesz Ouwe Jan, op haar neef Arnout Vorsterman tot waarneming harer zaken.
          2. Rekeningen en kwitantie voor (Ijs)Brand Jansz en Grietie Jansdr.
          3. Stukken betreffende de verkoop door Grietie Jansdr aan Jan Claesz Oxenstern van een huis in de Servetsteeg, 'daar 't Grootte Amsterdamsche Wapen uithangt'.
          4. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Grietje Jansdr.
        4. STUKKEN BETREFFENDE DE OUDERS VAN GRIETIE JANSDR
          1. Poorterakte van Amsterdam voor Jan Claesz.
          2. Begraafbriefje van Jan Klaesz de oude (broeder van Jan laesz de jonge).
          3. Stukken betreffende de koop door Jan Claesz van een huis inde Dirk van Hasseltsteeg, toebehoord hebbende aan Henrick Claen, en de verkoop van dit huis door zijn erven aan Rijckaert Tjercx Pellecaan. 1656 en 1681.
          4. Akte van koop door Jan Claesz van een huis in de Sint Annendwarsstraat, toebehoord hebbende Pieter Hoffman, met een aantekening over de belendingen.
          5. Bewijs voor notaris te Amsterdam door Jan Claesz, weduwnaarvan Trijntge Martens, aan zijn twee onmondige kinderen, Hendrickge en Grietje Jans, van hun moederlijk erfdeel. 1663. 1stuk.
          6. Taxatie van een huis aan de noordzijde van de Reguliersbreestraat, 'daer het Gekroonde Moolenijser uytsteeckt', gekochtdoor Ouwe Jan Claesz van de kinderen van wijlen Pieter Cornelisz.
          7. Schuldbekentenis van ouwe Jan Klaesz voor Jan Elders van Dijck voor fl.1000. 1670. 1 stuk;.
          8. Schuldbekentenis voor notaris te Amsterdam voor Jan Claasz Ouwe Jan van Gerrit Symonsz en Cornelis Pietersz, getrouwd met Gerritje Symons, erfgenamen van Symon Gerritsz, van fl.800 en stukken betreffende de invordering voor het gerecht na de dood van J...
          9. Uitspraak van goede mannen in een geschil tussen Jan ClaeszOude Jan en Jannitie Cornelis, weduwe van Jan Kool, over het maken van een stenen goot tussen hun huizen in de Servetsteeg.
          10. Kustingrentebrief van Ouwe Jan Claesz voor Elisabeth Volckerts, weduwe van Hendrick de Wees, op een huis in de Servetsteeg. 1675. 1 stuk;.
          11. Verklaring van Jan Klaesz de oude voor de voogden van Jacobvan Dijck voortaan hoger rente te zullen betalen over twee obligaties van tezamen fl. 4.000.
          12. Taxatie van de huizen, nagelaten door Jan Claase Ouwe Jan, en notitie over de opbrengst van de huren daarvan.
          13. Afrekening omtrent huur van een huis op Het Water, behorende tot de nalatenschap van Jan Claesen.
      5. MARITJE (JANSDR) BRANTS (1661-1712) EN CLAAS JACOBSZ VAN LOENEN (1656-1728) (5)
        1. Begraafbriefje van Marritje Brantsz, vrouw van Klaas van Loenen. 1712. 1 stuk;.
        2. Stukken betreffende betaling van het karosgeld door Klaas van Loenen.
      6. CLAAS (JANSZ) BRANTS (1666-1691) (6)
        1. Begraafbriefje van Nicolaas Brantsz. 1691. 1 stuk;.
        2. Kwitantie voor betaling van kerkrecht voor het begraven vanNicolaes Brantsz.
      7. KRIJN (QUIRIJN) BRANTS (1668-1741) EN HESTER VAN MOLLEM (1668-1732) (7)
          1. Brieven aan Quirijn Brants. 1711-1733. 1 pak Van Jan Brants te Utrecht, 1723-1725, 2 stukken; Isaack Fortgens (f) te Amsterdam, 1716-1719, 2 stukken plus 2; Isaac Francken te Utrecht, 1732, 1 stuk; B.W. de Guy en Flora van Mollem (f) te Utrecht, 1714-...
          2. Brieven aan Quirijn Brants betreffende zijn bezittingen in Nichtevecht. 1720-1739. 3 stukken (Van J. Coupri te Nichtevecht, 1720, 1 stuk; J. van Linden te Utrecht, 1739, 1 stuk; Joh. van Soesdijck te Nederhorst den Berg, 1727, 1 stuk).
          3. Kopieën van brieven van Quirijn Brants aan Laurens van Paddenburg te Amsterdam en aan onbekende. 1719-1720 en 1725.
          1. Stukken betreffende het huwelijk van Quirijn Brants en Hester van Mollem.
          2. Huwelijksgezangen voor Quirijn Brants en Hester van Mollem van G. Fortgens en Herkules Bouman. 1702. 2 stukken;.
          3. Testamenten voor notaris te Amsterdam van Quirijn Brants enHester van Mollem. 1702 en 1703.
          4. Zilveren bruiloftszang voor Quirijn Brants en Hester van Mollem van C.F(ortgens) en A. F(ortgens) 1727. 1 stuk;.
          5. Stukken betreffende het begraven van Hester van Mollem.
          6. Kwitantie van de gravenmaker van de Nieuwezijds Kapel voor het begraven van Quirijn Brants.
          1. Rekeningen en kwitantie voor Quirijn Brants. 1701-1741. 1 pak;.
          2. Stukken betreffende de aankoop van blokkan door Creyn Brantjes.
          3. Stukken betreffende een geschil over een arreslede tussen Quirijn Brants en Christ. Bonevael.
          4. Aantekeningen van Quirijn Brants over betaling van huur voor de hofstede (te Nichtevecht ?) door Dirk Kool en over uitgaven door Dirk Kool aldaar gedaan.
          5. Formulieren betreffende de verpachtingen van verschillende imposten in 1715 en betreffende de collecte voor de Piemontoisen in 1731, met aantekeningen van Quirijn Brants over de opbrengst. 1715 en 1731.
          6. Kopie van biljet van inschrijving voor het familiegeld doorQuirijn Brants. (1715).
          7. Kwitanties en afrekeningen van Claas en Jacob van Loenen voor Quirijn Brants voor gemeenschappelijke huizen in het Keizerrijk, Melkmeisjessteegje, Utrechtsedwarsstraat, Wieringerstraat en landerijen.
          8. Verklaring van Claas van Loenen, dat hij Quirijn Brants schadeloos zal houden, in geval hij wordt aangesproken voor borgtocht betreffende de verkoop van een huis in de Weesperstraat door Johanna Swart, weduwe Aernoudt Muyderman, aan Isaacqdu Sart.
          9. Overdracht aan Quirijn Brants door Cornelis Graafland van een obligatie ten laste van Friesland van fl.400.
          10. Kwitanties en afrekeningen voor Quirijn Brants van Claas van Loenen en van zijn zonen, Jacob en Claas van Loenen.
          11. Overeenkomst over het optrekken van de gevel van een huis van mevrouw Calkoen, gelegen naast een huis van Quirijn Brants.
          12. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Hester van Mollem tussen Quirijn Brants, zijn zoon en zijn stiefdochters Van Bronchorst.
          13. Verklaring van Jacob van Loenen en Claas van Loenen, dat zij van Jan Brants, de erfgenaam van Quirijn Brants, alle papieren hebben ontvangen betreffende de administratie door de overledene van verbonden goederen van Catharina van Loenen.
        1. DIVERSEN
          1. Afbeelding van Zwaanwijk te Nichtevecht, de hofstede van Quirijn Brants. Zonder datum.
      8. MR. JAN BRANTS (1703-1782) EN SARA VAN DER HEYDEN (1710-1775) (8)
          1. Brieven aan Jan Brants. 1729 - 1782. 1 pak (Van J.A. vanCattenburch te 's-Gravenhage, 1729, 1 stuk; W. Craeyvanger te Utrecht, 1775, 9 stukken plus 6 kopie-antwoorden; Willem Drukker en zijn vrouw Niesje te Haarlem, 1778, 2 stukken; Henr. van der He...
          1. Doctorsbul van de Utrechtse universiteit voor Jan Brants. 1725. 1 stuk;.
          2. Admissie door het Hof van Holland van Jan Brants als advocaat.
          3. Testamenten en akte van aanstelling van executeuren voor notarissen te Amsterdam van Jan Brants en Sara van der Heyden.
          4. Stukken betreffende het begraven van kinderen van Jan Brants en Sara van der Heyden.
          5. Stukken betreffende het overlijden en begraven van Sara vander Heyden en Jan Brants. 1775 en 1782.
          1. Rekeningen en kwitanties voor Jan Brants.
          2. Bestek en tekening voor de verbouwing van een huis aan de Vecht (Leeuwenveld ?) voor Jan Brants van Vastrik van Nes.
          3. Overzicht van de bezittingen van Jan Brants, met opgaaf vaninkomsten hieruit.
          4. 'Huyhoudingboek' van Jan Brants, bevattende opgaaf van inkomsten en uitgaven voor de huishouding.
            1. 1754-1758.
            2. 1759-1768.
            3. 1769-1775.
            4. 1775-1783;.
          5. Voorwaarden van verkoop aan Jan Brants van de plaats Engelenburg onder Weesperkapel op het Hollands Einde van Ankeveen uit de boedel van Maria Elisabeth de Wale, vrouwe van Ankeveen.
          6. Schuldbekentenis voor Jan Brants van Dirk Govers Vis voor fl.4.000. 1757. 1 stuk;.
          7. Voorwaarden van verpachting van de visserij in het vak 5 van de hoek van de Oude Vecht af tot aan het schuitenhuis van Zwaanwijk aan Jan Brants door mr. Willem Huydecoper, heer van Nichtevecht. 1770 en 1774.
          8. Akte voor notaris te Amsterdam, waarbij resp. Jan Brants, Gerrit Blaauw en David van Heyst en resp. Jan Brants, David van Heyst en Willem Blaauw elkaar benoemen tot executeuren van hun nalatenschappen in Engelse effecten. 1771 en 1776.
          9. Opgaven door Jan Brants voor het consumptiegeld te Nichtvecht met kwitanties voor de betaling.
          10. Balans van Jan Brants.
          11. Schuldbekentenis voor Jan Brants van Jan Koven voor fl.3.000, met als onderpand zijn herberg te Nichtevecht en twee huizen ten oosten daarvan.
          12. Verhuurcedulen van een kamertje in de paardestal te Nichtevecht door Jan Brants aan Jan Otten.
          1. Stukken betreffende Weesperkapel, Nichtevecht en de Over-Aetsveldse Polder.
      9. JAN BRANTS (1738-1758) (9)
        1. Letterkundige en zedelijke overpeinzingen van Jan Brants junior.
      10. JAN JACOB BRANTS (1741-1813) EN ANNA MARIA DE NEUFVILLE (1742-1782) (10)
          1. Brieven aan Jan Jacob Brants van zijn kinderen en kleinzoon. 1808-1813. 1 pak (Van Antoni Brants, 1813, 1 stuk; Jacob Brants te Arnhem (tevens gericht aan Mattheus Pieter Brants), 1808, 19 stukken (met een brief van mevrouw Reynst te Arnhem en kopie...
          2. Brieven aan Jan Jacob Brants. 1764-1813. 1 pak (Van Pieter Beets (f) te Hoorn, 1768, 1 stuk; Johanna Eysenbroek, weduwe Michiel Swarts Bevel (f) te Leiden, 1813, 1 stuk; van J.Boers Jzn te Gouda, 1797-1806, 9 stukken plus 8 (1 van de crediteuren van...
          3. Brief aan Anna Maria de Neufville van M.C. van Vollenhoven te Haarlem.
          4. Kopieboek van uitgegane brieven van Jan Jacob Brants.
          1. Huwelijkse voorwaarden voor notaris te Amsterdam van Jan Jacob Brants en Anna Maria de Neufville, met opgaaf van het Huwelijksgoed van Jan Jacob Brants.
          2. Consent voor notaris te Amsterdam van Jan Isaak de Neufville tot het huwelijk van Anna Maria de Neufville.
          3. Testamenten voor notarissen te Amsterdam en onderhands van Jan Jacob Brants en Anna Maria de Neufville.
          4. Poorterakte van Amsterdam voor Jan Jacob Brants.
          5. Stukken betreffende het begraven van Anna Maria de Neufville en Jan Jacob Brants. 1782 en 1813.
          6. Verklaringen van de doopsgezinde dominee R. Koopman te Amsterdam over de geboorte van Jan Jacob Brants en zijn kinderen.
          7. Kopie van opgaaf van de geboortedatum van Jan Jacob Brants aan de maire.
        1. FINANCIËLE ZAKEN (ALGEMEEN)
          1. Kwitantie voor notaris te Amsterdam door Jan Jacob Brants voor het hem toekomende erfdeel van zijn grootmoeder Christina de Leeuw.
          2. Kwitantie voor notaris te Amsterdam door Jan Jacob Brants en Anna Maria de Neufville voor het haar toekomende erfdeel van haar moeder en haar broer.
          3. Rekeningen en kwitanties voor Jan Jacob Brants en zijn executeuren.
          4. Bank-giroboek van Jan Jacob Brants.
          5. Huishoudkasboek van Anna Maria de Neufville.
            1. 1764-1769.
            2. 1769-1774.
            3. 1774-1781.
          6. Huishoudkasboek van Jan Jacob Brants.
            1. 1765-1781.
            2. 1781-1795.
            3. 1795-1806.
          7. Algemeen kasboek van Jan Jacob Brants.
          8. Memoriaal van Jan Jacob Brants.
            1. 1773-1783.
            2. 1783-1790.
            3. 1790-1798.
            4. 1798-1802.
            5. 1802-1807.
            6. 1807-1810.
            7. 1810-1813.
          9. Journaal van Jan Jacob Brants.
            1. 1783-1798.
          10. Grootboek van Jan Jacob Brants.
          11. Overzicht van de bezittingen van Jan Jacob Brants, met opgaaf van inkomsten hieruit.
            1. 1783-1799.
          12. Kasboek van Jan Jacob Brants betreffende de buitenplaats Westerhout bij Haarlem.
            1. 1773-1792.
            2. 1792-1808.
          13. Balansen van Jan Jacob Brants, met toelichtingen.
          14. Huishoudkasboekjes voor Jan Jacob Brants, bijgehouden door personeel.
            1. 1783-1786.
            2. 1801-1806.
            3. 1806-1809.
          15. Kopieën van kwitanties betreffende familieverrekeningen, geschreven door Jan Jacob Brants.
          16. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Jan Jacob Brants. 1813-1817 en 1841-1843. 1 pak;.
        2. FINANCIËLE ZAKEN (ONROEREND GOED)
          1. Overeenkomst tussen Jan Jacob Brants en Jacobus van der Hoop over een huis op het Singel tussen de Oude Spiegelstraat en de Romeinsarmsteeg, dat Jan Jacob Brants op verzoek en tenbehoeve van Jacobus van der Hoop heeft gekocht.
          2. Opgaaf van betaling van reparatiën, verpondingen enz. voor de huizen, landerijen en andere onroerende bezittingen van Jan Jacob Brants, gesplitst in hoofden.
          3. Stukken betreffende de bezittingen van Jan Jacob Brants te Stolwijk.
          4. Stukken betreffende het verhuren door Jan Jacob Brants van zijn huizen in de Runstraat en van het pakhuis Westerhout.
          5. Stukken betreffende de graven in de Nieuwe Kerk te Amsterdam en het graf in de Grote Kerk te Arnhem, toebehorende aan Jan Jacob Brants en later aan zijn kinderen. 1804.
          6. Oproep van Jan Jacob Brants voor een nieuwe molen- of poldermeester in de Over-Aetsveldse Polder.
          7. Stukken betreffende de betaling der verponding van het pakhuis 'De Drie Astonnen' op de Prinsengracht tussen de Westermarkt en de Leliegracht, toebehorend aan Jan Jacob Brants.
          8. Overeenkomst tussen Jan Jacob Brants en Mattheus Pieter Brants over de verkoop aan de eerste van een partij wei- of hooiland aan de Leidse Trekvaart in de Veenpolder onder de vrijheid van Haarlem, welke aan de laatste is toebedeeld uit de nalatenschap...
        3. FINANCIËLE ZAKEN (ROEREND GOED)
          1. Donatie voor notaris te Amsterdam door Jan Brants aan zijn zoon Jan Jacob Brants van drie portiën in contracten van overleving ten lijve van Jan Jacob Brants.
          2. Procuratie voor notaris te Amsterdam door Jan Jacob Brants en Anna Maria de Neufville op Jean Nicolas Hautot te Parijs om voor hen renten te ontvangen.
          3. Stukken betreffende de afbetaling van een vordering van JanJacob Brants op J.H. du Caylar.
          4. Extract uit het transportboek van de kamer Delft der Oostindische Compagnie betreffende de overdracht aan Jan Jacob Brants door mr. Willem van Staveren van een actie van fl. 6.000.
          5. Insinuatie voor Jan Jacob Brants om te compareren ter zake van de surséance van Jacobus de la Lande en Hendrik Fijnje, negotiërende op de firma van De la Lande en Fijnje.
          6. Schuldbekentenissen voor Jan Jacob Brants van Pieter van Sonneveld voor fl.80, van Johannes ten Oever te Haarlem voor fl.1.000, met als onderpand een huis op het Korte Spaarne in de Achterstraat, en van de executeuren van het testament vanJean Samuel C...
          7. Stukken betreffende de verkoop van linnen door Jan Jacob Brants, bij hem beleend tegen fl. 2.600 door Van der Halle en Schömann en Comp.
          8. Stukken betreffende beleggingen van Jan Jacob Brants in de Verenigde Staten van Amerika en deelname in de Georgia Agriculture Compagnie.
          9. Stukken betreffende geldsommen door Jan Jacob Brants geleend of verstrekt aan zijn kinderen, Jan Isaak de Neufville Brants en zijn weduwe Louisa Hartsen, David Brants en Mattheus Pieter Brants.
          10. Akte van een verkoop door Jan Jacob Brants aan Joannes Tideman van een jaarlijkse rente van 1.000 francs. 1 stuk;.
          11. Bewijs voor Jan Jacob Brants om renten te mogen innen op het grootboek der publieke schuld. Zonder datum.
          12. Aantekeningen van Jan Jacob Brants betreffende lijrenten opnaam van zijn kinderen. Zonder datum.
        4. FINANCIËLE ZAKEN (BEMOEIINGEN TEN BEHOEVE VAN ANDEREN)
          1. Register van administratie van het contract van overleving nr. 24 van 1745-1813. 1 deel;.
          2. Kopie van het contract van overleving met opgaaf van deelnemers.
          3. Inschrijvingen voor het contract van overleving.
          4. Rekeningen en kwitanties voor administrateuren van het contract van overleving.
          5. Akten voor notaris te Amsterdam betreffende de overdracht door executeuren van Margareta Aschoff, eerder weduwe van Christoffel Lublink, en Antony Vosding aan Pieter de Mortier enGijsbertus Harmannus Mulders van porties in het contract van overleving t...
          6. Lijst van stukken, gevonden in de boedel van Jan van Dijl, betreffende het contract van overleving.
          7. Verklaring van de administrateuren Jan Jacob Brants, G.H. Mulders en Jan Lucas van der Vliet over de verkoop van effecten uit het contract van overleving.
          8. Overdracht voor notaris te Amsterdam aan bovengenoemde administrateuren door Joan Graafland van 12 obligaties op Holland en West-Friesland. 1798. 2 stukken;.
          9. Stukken betreffende het beheer door Jan Jacob Brants voor Maria Nagtglas van haar geld en betreffende de afwikkeling van haar nalatenschap, waarvan hij met J. Brondgeest executeuris.
          1. Rekenboek van Anna Maria de Neufville.1754. 1 deel;.
          2. Belijdenis van Anna Maria de Neufville.
          3. Verslag van Anna Maria de Neufville van een reisje naar Gelderland met haar vader en de heer en mevrouw Roos.
          4. Notitie van de verkoping van een partij hyacinten en enige potten zaailingen van auriculas, twee bloemententen, gereedschappen, enz. op de hofstede Westerhout bij Haarlem, toebehorend aan Jan Jacob Brants.
          5. Aantekeningen van Jan Jacob Brants over de bewaring van linnengoed, zilver, kleren, enz. (ca.1784-ca. 1801).
          6. Stukken betreffende een proces tussen de erven van Johan van Halmael (waaronder Jan Jacob Brants) en Jan Kol en Gregorius 't Hoen, executeuren van het testament van Johan van Halmael. 1785 en 1788.
          7. Verklaring van Gebriel Fabre, getekend door Cardon, betreffende levering van kleren aan Jan Jacob Brants voor zijn zoon.
          8. Vers op het 25-jarig bestaan van het Collegie Konst en Vermaak (kolfclub) te Haarlem, gevierd 1 mei 1805. 1805. 1 stuk;.
          9. Akte van verhuring aan Jan Jacob Brants en H. Verwit Asschenberg door P.R. Choudieu du Verger van een dubbele vinkenbaan en huisje op de hofstede Groot Bentveld aan de ZandvoorterRijweg onder Zandvoort voor 10 jaar.
          10. Kopie van de opgaaf door Jan Jacob Brants van zijn huisgenoten en personeel met nadere bijzonderheden met verzoekschrift om in geval van inkwartiering deze te krijgen ten huize van H.D. Obermuller in het logement Malta op het Singel over de Driekoninge...
          11. Kopie van de hand van Jan Jacob Brants van een oproep van L. van Heeckeren voor de wijkcompagnieën.
      11. MR. JAN BRANTS (1765-1793) EN ANNA STINSTRA (1770-1795) (11)
        1. 2 PERSONALIA
          1. 'Disputatio juridica inauguralis de convenientia et differentia liberorum naturalium et adoptivorum', van Jan Brants voor de Leidse universiteit. 1785. 1 stuk;.
          2. Huwelijkse voorwaarden voor notaris te Amsterdam van Jan Brants en Anna Stinstra.
          3. Testament voor notaris te Amsterdam van Jan Brants en Anna Stinstra.
          4. Begraafbriefje van Jan Brants. 1793. 1 stuk;.
          1. Brieven aan Jan Brants. 1791-1792. 6 stukken; Van de weduwe Willem Lans te Bennebroek, 1791, 1 stuk (de helft verloren); Cornils Maronier te Texel, 1790-1791, 3 stukken; W. Ris, zonder datum, 1 stuk; J.H. de Vrint te 's-Gravenhage, 1792, 1 stuk).
          1. Bewijs voor notaris te Amsterdam aan Jan Brants door Jan Jacob Brants van zijn moederlijk erfdeel.
          2. Schuldbekentenis voor Jan Brants van Jan Schilpzand voor fl.200.
          3. Overeenkomst tussen Jan Brants en Jan Jacob Brants over de voldoening van fl. 30.000 voor de koopsom van een huis op deKeizersgracht tussen de Leidsegracht en Leidsestraat, gekocht door Jan Brants van Jan Molerus Stoltenkamp.
          1. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Jan Brants en Anna Stinstra.
          2. Schrijfproef van Jan Brants.
          3. Vergunning tot jagen van de houtvesterij van Holland en West-Friesland voor Jan Brants.
          4. Paspoort voor Jan Brants en bediende voor Frankrijk.
      12. JAN ISAAK DE NEUFVILLE BRANTS (1768-1807) EN ELSINA CATHARINA LUDEN (1768-1893) EN LOUISA HARTSEN (1777-1815) (
          1. Brieven aan Jan Isaak de Neufville Brants van generaal De Marmont en vrouw te Amsterdam en van Louisa Hartsen te Rotterdam. 1805 en zonder datum.
          2. Brief aan Jacob van Beeck Vollenhoven en Louisa Hartsen vanJacob Brants en Mattheus Pieter Brants.
          1. Stukken betreffende het overlijden en begraven van Elsina Chatharina Luden en kinderen.
          2. Huwelijkse voorwaarden voor notaris te Amsterdam van Jan Isaak de Neufville Brants en Louisa Hartsen.
          3. Vers ter ere van het huwelijk van Jan Isaak de Neufville Brants en Louisa Hartsen door Jan Hooft Hartsen.
          4. Testament voor notaris te Amsterdam van Jan Isaak de Neufville Brants en Louisa Hartsen.
          5. Akte van benoeming van Jan Isaak de Neufville Brants tot commissaris van de stadsbeleenkamer.
          6. Stukken betreffende het overlijden van Jan Isaak de Neufville Brants.
          7. Huwelijkse voorwaarden vor notaris te Amsterdam van Jacob van Beeck Vollenhoven en Louisa Hartsen.
          1. Bewijs voor notaris te Amsterdam aan Jan Isaak de NeufvilleBrants door Jan Jacob Brants van zijn moederlijk erfdeel.
          2. Algemeen kasboek van Jan Isaak de Neufville Brants.
          3. Verklaring door notaris te Amsterdam omtrent kopieën van effecten in het bezit van Jan Isaak de Neufville Brants.
          4. Rekening voor Jan Isaak de Neufville Brants.
          5. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Jan Isaak de Neufville Brants en de voogdijschap over zijn kinderen en tevens van de nalatenschappen, de kinderen aanbestorven van oom en tante, grootvader, moeder en van elkander.
          6. Stukken betreffende de definitieve afwikkeling van de nalatenschap van Louisa Hartsen tussen haar nakomelingen Brants en Van Beeck Vollenhoven. 1860 en 1867.
        1. FINANCIËLE ZAKEN (deelneming in de fabriek in gazen)
          1. Stukken betreffende de fabriek in gazen, gedreven door Christiaan Fredrik Heuerman en sedert 1790 ook door Jan Isaak deNeufville Brants, met o.a. kapitaal van Jan Jacob Brants.
          1. Getekend portret van Jan Isaak de Neufville Brants. Zonder datum. 1 stuk;.
          2. Brief aan J.S.D. Saportas en J. van Beeck Vollenhoven van Nic. Hubbard te Parijs.
          3. Uitnodiging van de heer en mevrouw Van Beeck Vollenhoven aan de heer en jongedames Buys voor een feest ter ere van hun zoon Antoni Brants.
          4. Stukken betreffende het beheer van de voogden van Louisa Hooft tot aan haar huwelijk met Antoni Hartsen. 1741-1745. 12 stukken;.
      13. JACOB BRANTS (1772-1827) (13)
          1. Brieven aan Jacob Brants. 1808-1822. 1 pak (Van C. Anosite Deventer, 1821-1822, 2 stukken; l' abbé l' Arbalette (pseudoniem), 1801, 1 stuk; Henry Austin te New York, 1817, 1 stuk; J. van Beeck te Amsterdam, 1819, 1 stuk; H. van Beeck Vollenhoven te...
          1. Testamenten voor notarissen te Amsterdam van Jacob Brants. 1808-1822. 5 stukken;.
          2. Verjaarswensen voor Jacob Brants van G.C. Verenet en van Jakobus Piepenbrink te Heemstede. 1821 en 1823.
          3. Begraafbriefje van Jacob Brants.
          1. Bewijs voor notaris te Amsterdam aan Jacob Brants door Jan Jacob Brants van zijn moederlijk erfdeel.
          2. Register van uitgaven van Jacob Brants.
          3. Schuldbekentenissen voor Jacob Brants.
          4. Rekeningen en kwitanties voor Jacob Brants.
          5. Stukken betreffende het beheer door Jacob Brants en Mattheus Pieter Brants van effecten van Jansie Korswagen te Haarlem.
          6. Stukken betreffende de belening bij Jacob Brants van tien obligaties ten laste van de plantage De Vijver, genegotieerd ten comptoire Remy en Soonen in 1789, door P. Curtenius Bentink. 1819. 2 stukken;.
          7. Balansen van Jacob Brants. 1820 en 1824-1826.
          8. Certificaat van 1/30 part in de gewezen Amsterdamsche Sociëteit van zaagmolens en handel in houtwaren. 1823. 1 stuk;.
          9. Kwitantie voor Jacob Brants van Mattheus Pieter Brants voorfl.5.000 voor de liquidatie van de handelszaken van de heerHartsen.
          10. Kwitantie voor Jacob Brants voor een fournissement van fl.1.000 op 1/8 aandeel in het schip De Planter aan de Hartsen.
          11. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Jacob Brants. 1827-1841. 1 pak;.
        1. FINANCIËLE ZAKEN (DEELNEMING IN ED. 'T HOEN EN BRANTS)
          1. Brieven aan 't Hoen en Brants (ook alleen aan Jacob Brants,na de afloop van de liquidatie). 1793-1822. 9 stukken (Van J.C. van Appeltere, weduwe C. Boonzajer te Gorinchem, 1794, 1 stuk; M. Pelzer te Aken, 1803, 1 stuk; Peter Püngeler te Burscheid, 1...
          2. Kopieboek van uitgegane brieven van 't Hoen en Brants. 1793-1794. 1 deel;.
          3. Kopieën van brieven van 't Hoen en Brants aan J.R. de Damseaux en Comp. Te Verviers.
          4. Kopieën van brieven van 't Hoen en Brants aan Stephan Startz te Aken.
          5. Brief van Jacob Brants aan J. van Beeck Vollenhoven betreffende een vordering voortspruitend uit liquidatie van 't Hoenen Brants. Zonder datum.
          6. Stukken betreffende 't Hoen en Brants en de liquidatie daarvan, met aantekeningen en berekeningen van Jan Jacob Brants hieromtrent.
          7. Journaal van 'Hoen en Brants.
          8. Grootboek van 't Hoen en Brants. 1792-1809. 1 deel;.
          9. Grootboek van Eduard 't Hoen, later van 't Hoen en Brants.
          10. Balansen van 't Hoen en Brants, met enkele losse berekeningen. 1792-1804 en 1808.
          11. Register van ontvangsten en uitgaven in kas- en bankgeld van 't Hoen en Brants.
            1. 1792-1794.
            2. 1795-1801.
            3. 1801-1802.
          12. Wisselboek van 't Hoen en Brants. 1794-1798. 1 deel;.
          13. Rekening-courantboek van Ed. 't Hoen, later van 't Hoen en Brants. 1791-1800. 1 deel;.
          14. Factuurboek van Ed. 't Hoen, later van 't Hoen en Brants. 1791-1800. 1 deel;.
          15. Register van uitgaven voor briefporto van 't Hoen en Brants. 1792-1797. 1 deel;.
          16. Register van interest ten behoeve en laste van kooplieden, waarmee 't Hoen en Brants in rekening-courant staat.
          17. Kassiersboekje voor 't Hoen en Brants van Gerrit Muller en Zoonen.
            1. 1793.
            2. 1794.
          18. Stukken betreffende de betaling door 't Hoen en Brants van wissels van de gebroeders Pastor.
          19. Schenking aan Jacob Brants van zijn vader, Jan Jacob Brants, van een som van fl.101.903:6, door hem voorgeschoten voor de firma 't Hoen en Brants.
          1. Aantekeningen van Jacob Brants betrefende het biljard spelen en het onderhoud van het biljard.
          2. Kwitanties voor Jacob Brants van J.C. Marcus voor uitbetaling van zijn loon als kustbewaarder van wijk 44, met afrekeningen van voorschotten op het loon.
          3. Kasboekje van Jacob Brants van winst en verlies bij het ombrespel.
          4. Kunstjes met de kaart, geschreven door Jacob Brants. Zonderdatum.
      14. ANNA BRANTS (1775-1808) (14)
        1. Testament voor notaris te Amsterdam van Anna Brants.
        2. Begraafbriefje van Anna Brants.
        3. Bewijs voor notaris te Amsterdam aan Anna Brants door Jan Jacob Brants van haar moederlijk erfdeel.
        4. Memoriaal van Anna Brants.
        5. Journaal van Anna Brants.
        6. Kasboek van Anna Brants.
        7. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Anna Brants. 1808. 6 stukken;.
      15. DAVID BRANTS (1776-1808) (15)
        1. Aankondiging van de oraties van David Brants, Wilh. Henr. Nolthenius en Arnoldus Coerman in de Nieuwe Kerk na het beëindigen van de Latijse School.
        2. Brief van venia aetatis voor David Brants.
        3. Bewijs voor notaris te Amsterdam aan David Brants door Jan Jacob Brants van zijn moederlijk erfdeel.
        4. Stukken betreffende de deelneming door David Brants aan de compagnieschap Couderc, Brants en Changuion en aan het comptoir van assurantie Couderc en Brants en betreffende de afwikkeling daarvan na zijn dood door zijn executeuren. 1800-1829. 1 pak;.
        5. Rekening voor David Brants van Jan Jacob Brants voor inkoopvan 200 rollen Hollands zeildoek.
        6. Nota's van betalingen voor David Brants.
        7. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van David Brants.
        8. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschappen van Anna en David Brants. 1810-1826. 1 pak;.
      16. MATTHEUS PIETER BRANTS (1778-1829) EN AGATHA PETRONELLA HARTSEN (1783-1835) (16)
          1. Brieven aan Mattheus Pieter Brants. 1814-1828. 1 pak; (VanDavid Brants te Velp, Utrecht en Arnhem, 1808, 1 pak; JacobBrants te Amsterdam (tevens gericht aan J. van Beeck Vollenhoven), 1814, 1 stuk; Jan Jacob Brants te Berlijn, 1817, 1 stuk; Louise Har...
          2. Brief aan Agatha Petronella Hartsen van Jacob Brants. Zonder datum.
          1. Verklaring van ongeschiktheid tot het dragen van wapenen voor Mattheus Pieter Brants.
          2. Testamenten voor notaris te Amsterdam van Mattheus Pieter Brants.
          3. Benoeming van Mattheus Pieter Brants tot chef van het vierde cohorte van het legioen van de Nationale Garde van het Departement van de Zuiderzee.
          4. Testamenten voor notaris te Amsterdam van Mattheus Pieter Brants en Agatha Petronella Hartsen. 1813 en 1821.
          5. Aanzeggingslijsten van de geboorten van kinderen van Mattheus Pieter Brants. 1815 en 1817.
          6. Benoeming van Mattheus Pieter Brants tot lid van de Maatschappij tot Bevordering van de Landbouw.
          7. Benoeming van Mattheus Pieter Brants tot lid van de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten.
          8. Stukken betreffende het overlijden en begraven van Agatha Petronella Hartsen.
          1. Bewijs voor notaris te Amsterdam aan Mattheus Pieter Brantsdoor Jan Jacob Brants van zijn moederlijk erfdeel.
          2. Balansen van Mattheus Pieter Brants en Agatha Petronella Hartsen.
          3. Procuraties voor notaris te Amsterdam door Mattheus Pieter Brants om zijn zaken te behartigen op Jan Jacob Brants en Charles Fredrik Maurice de Lepel. 1811 en 1812.
          4. Rekeningen en kwitanties voor Mattheus Pieter Brants en Agatha Petronella Hartsen.
          5. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Mattheus Pieter Brants.
          6. Akta bereffende het ophouden van de verkoop van de Hartekamp, toebehorende aan de erven van Mattheus Pieter Brants.
        1. FINANCIËLE ZAKEN (DEELNEMING IN ZAKEN VAN ANDEREN)
          1. Stukken betreffende de financiering van de liquidatie van het kantoor van Antoni Hartsen door Mattheus Pieter Brants, Govert Verhamme junior en Antoni Brants.
          2. Stukken betreffende de verkoop van een partij koffie, waarin Mattheus Pieter Brants mede is geïnteresseerd.
          3. Kwitantie voor Mattheus Pieter Brants van J. (?) van Beeck Vollenhoven voor fl. 2.500 of 1/8 in het fournissement in derederij van assurantie opgericht op de naam van de firma Van Beeck Vollenhoven en Comp.
        2. OPENBARE FUNCTIES (BESTUREN)
          1. Stukken afkomstig van Mattheus Pieter Brants als chef van het vierde cohorte van het legioen van de Nationale Garde vanhet Departement van de Zuiderzee en als luitenant-kolonel van de gewapende burgermacht.
          2. Stukken gericht aan Mattheus Pieter Brants als lid van de Kamer van Koophandel.
          3. Stukken afkomstig van Mattheus Pieter Brants als lid van deRaad van Amsterdam.
          1. Verklaring van de procureur impérial criminel, dat MattheusPieter Brants heeft voldaan aan zijn plichten als jurylid van het Hof van Assisen.
          2. Stukken betreffende een overtreding van Mattheus Pieter Brants van de wet op de jacht en visserij.
      17. JAN JACOB BRANTS (1797-1819) (17)
        1. Testament voor notaris te Amsterdam van Jan Jacob Brants.
        2. Begraagbriefje van Jan Jacob Brants. 1819. 2 stukken;.
        3. Overschrijving van graf nr. 329 in de Nieuwezijds Kapel op Jan Jacob Brants.
        4. Stukken betreffende het aandeel van Jan Jacob Brants in de nalatenschappen van zijn tante en oom, Anna en David Brants,en van zijn grootvader Jan Jacob Brants.
        5. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Jan Jacob Brants.
      18. JAN BRANTS (1798-1822) EN WINANDA MATHILDA STARING (1799-1825) (18)
        1. Huwelijkse voorwaarden voor notaris te Lochem van Jan Brants en Mathilde Staring.
        2. Vers op de bruiloft van Jan Brants en Mathilde Staring van Jaap.
        3. Testament voor notaris te Gorssel van Jan Brants.
        4. Stukken betreffende het aandeel van Jan Brants in de nalatenschappen van zijn vader, van zijn tante en oom, Anna en David Brants, en van zijn grootvader Jan Jacob Brants.
        5. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Jan Brants en Mathilde Staring en betreffende de voogdijschap over hun zoon Jan Isaac Brants.
      19. ISAAK BRANTS (OOK GENAAMD JAN ISAAK DE NEUFVILLE BRANTS) (1800-1828 (19)
        1. Testamenten voor notaris te Amsterdam van Isaak Brants. 1821 en 1828. 2 stukken;.
        2. Begraafbriefje van Jan Isaak de Neufville Brants.
        3. Rekeningcourant van J. van Beeck Vollenhoven en Isaak Brants, met nadere financiële gegevens.
        4. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Isaak Brants.
      20. DR. ANTONI BRANTS (1805-1862) EN CAROLINA SOPHIA STARING (1801-1829) EN ADELAIDE RUDLPHINE CLIGNETT (1804-1834)
        1. DAGBOEKEN EN CORRESPONDENTIE
          1. Dagboeken en losse aantekeningen over voorvallen in de familie van Antoni Brants en Elisabeth Mechteld Jordens.
            1. E.M. Brants-Jordens "Voor en aan mijne Kinderen", memoires
            2. Aantekeningen van E.M. Brants-Jordens met overpeinzingen over haar leven, met gedicht van haar dochter Louise
            3. Aanteekeningen van de ziekte van den Heer dr. A. Brants van Joppe door Mejufvrouw C.J. der Reijn van Hoogwerff over de jaren 1852 - 1854, met vervolg door E.M. Brants-Jordens
            4. Dagboek
            5. Vervolg van het eerste cahier met aantekeningen van de ziekte van A. Brants
            6. Aantekeningen van onder andere E.M. Brants-Jordens met overpeinzingen over het leven, de ziekten en het overlijden van geliefden
          2. Brieven van Antoni Brants. 1827-1862. 1 pak (Van J. van Beeck Vollenhoven te Amsterdam, 1834, 1 stuk; H. van Beeck Vollenhoven te Amsterdam, 1834-1858, 1 pak; M.P. van Beeck Vollenhoven te Amsterdam, Boston en New Orleans, 1830-1833, 3 stukken; J. Bra...
          3. Brieven aan Elisabeth Mechteld Jordens. 1828-1879. (Van Antoni Brants, 1866, 1 stuk; Jan Isaac Brants te Hannover, 1863, 1 stuk; J.I. Brants op de Wildenborch, 1871, 1 stuk; Louise Brants te IJsselstein, 1846, 1 stuk; van D.J.R. Jordens en A.M. Metele...
          4. Kopie van brief van Carolina Sophia Staring aan haar ouders.
          5. Kopieën van brieven van Antoni Brants te Amsterdam en op het Joppe. 1830-1845. 3 stukken (Aan E.A. Jordens te Leiden, 1841, 1 stuk; A.C.W. Staring, 1830, 1 stuk; onbekende te Zutfen, 1845, 1 stuk).
          6. Lijst van papieren, afkomstig van Antonia Brants. Zonder datum.
          1. Getuigenissen van curatoren van de Latijse School voor Antoni Brants.
          2. Aankondiging van de oraties van Meinardus Niemeyer, Antonius Brants, Petrus Stijger, Henricus Provo Kluit en Bernardus Glasius in de Nieuwe Kerk na het beëindigen van de Latijnse School.
          3. Akte van inschrijving van Antoni Brants aan de Universiteitte Berlijn.
          4. Bul van de Leidse studentensenaat voor Antoni Brants.
          5. Doctorsbul van de Leidse universiteit voor Antoni Brants.
          6. Huwelijkszangen voor Antoni Brants en Carolina Sophia Staring.
          7. Aankondiging van het overlijden van Carolina Sophia Staring. 1829. 1 stuk;.
          8. Aflegging door Antoni Brants van de eed als luitenant bij de schutterij.
          9. Huwelijkszang voor Antoni Brants en Adelaide Rudolphine Clignett door J.A. Soeters.
          10. Vers op het overlijden van Adelaide Rudolphine Clignett door J.M. van Rhijn te Zwolle.
          11. Verklaringen betreffende de doop van Antoni Brants in 1824.1836 en 1847.
          12. Huwelijkse voorwaarden voor notaris te Deventer van Antoni Brants en Elisabeth Mechteld Jordens. 1836. 1 stuk;.
          13. Stukken betreffende de benoemingen enz. van Antoni Brants tot lid van de gemeenteraad te Gorssel, tot lid van de Provinciale Staten van Gelderland en tot lid van de Gedeputeerde Staten van Gelderland.
          14. Vers op de verjaardag van Elisabeth Mechteld Jordens.
          15. Benoeming van Antoni Brants tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.
          16. Gelukwens voor Antoni Brants door de inwoners van Gorssel met zijn benoeming tot lid van de Gedeputeerde Staten van Gelderland.
          17. Onderhandse beschikkingen van Antoni Brants.
          18. Akte van eervol ontslag voor Antoni Brants als schoolopziener van het vierde district van Gelderland.
          19. Wens ter ere van de zilveren bruiloft van Antoni Brants en Elisabeth Mechteld Jordens door het personeel.
          20. Stukken betreffende het overlijden en begraven van Antoni Brants en van Elisabeth Mechteld Jordens. 1862 en 1892.
          1. Balansen van Antoni Brants, met enkele losse financiële aantekeningen. 1826 en 1836-1862.
          2. Stukken betreffende da afwikkeling van de nalatenschap van J. van Beeck Vollenhoven tussen Antoni Brants, zijn halfbroer en halfzuster Van Beeck Vollenhoven en zijn neef Jan IsaacBrants.
          3. Stukken betreffende afwikkeling van nalatenschappen in de families Jordens en Metelerkamp, waarin Elisabeth Mechteld Jordens medegerechtigd is.
          4. Register van uitgaven uit de spaarpot van Elisabeth Mechteld Jordens. 1837-1861. 1 deel;.
          5. Opgaaf van de inhoud van de spaarpotten van de kinderen vanAntoni Brants.
          6. Beschouwingen van Antoni Brants over zijn jaarlijkse inkomen en adviezen over de besteding daarvan na zijn dood. 1855 en zonder datum.
          7. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Antoni Brants.
          8. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Antoni Brants door P.C. van Beeck Vollenhoven, met brieven aan P.C. van Beeck Vollenhoven. 1862-1865. 1 pak (Van E.M. Brants-Jordens op Het Joppe en te Arnhem, 1862-1865, 1 pak; J.I. Brants op...
          9. Kasboek van het beheer der eigendommen van de minderjarige nagelaten kinderen van Antoni Brants.
          10. Staatboek van effecten, toebehorend aan Elisabeth Mechteld Jordens uit eigen vermogen, douairie en vruchtgebruik.
            1. 1863-1875.
            2. 1876-1891.
          11. Stukken betreffende de aankoop door Elisabeth Mechteld Jordens van David van der Sluys van een huis aan de Eusebius Buitensingel te Arnhem en betreffende de vergroting daarvan.
          12. Correspondentie van Elisabeth Jordens en mr. A. Brants te Arnhem over de Nijenrodese tienden met I.A. Grothe, W.C.H. Staring, J. van Wieringen en J.H.C.A. van der Wyck.
          13. Register van voorschotten van Elisabeth Jordens aan haar zoons voor contributies enz., met aantekeningen over afrekening.
          14. Huishoudkasboek van Elisabeth Mechteld Jordens, ingedeeld in hoofden.
          15. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Elisabeth Mechteld Jordens.
        2. FINANCIËLE ZAKEN (HET JOPPE)
          1. Stukken betreffende Het Joppe en omstreken. 1829-1863. 1 pak;.
          2. 'Grootboek'. Aantekeningen, gerangschikt in hoofden, over zaaien, oogsten, verpachten enz. op Het Joppe.
            1. 1841-1846;.
            2. 1846-1862.
          3. Chronologische opgaaf vanwerkzaamheden op Het Joppe.
          4. Aantekeningen betrefende het slachten op Het Joppe.
        3. OPENBARE FUNCTIES
          1. Almanak met aantekeningen omtrent waterschappen, gemaakt door Antoni Brants als lid van de Provinciale Staten van Gelderland. Ca.
          2. Kladaantekeningen van Antoni Brants als schoolopziener. 1858-1859. 1 deel;.
          1. Publikaties en overdrukken van artikelen van Antoni Brants.1827-1855 en zonder datum.
          2. Aantekeningen van Antoni Brants betreffende natuurhistorische onderwerpen. 1835-1849 en zonder datum.
          3. Stukken betreffende de onderzoekingen van Antoni Brants omtrent de dennenrups en het kienhout. 1846 en zonder datum. 2 stukken;.
          4. Regelen door de vader van Elisabeth Mechteld Jordens meegegeven aan zijn zoon Georg Johan Jordens bij zijn vertrek naarWest-Indië, door haar overgeschreven.
          5. Tekeningen, blaadjes uit een poëziealbum en gedroogde bloemen van Het Joppe, o.a. afkomstig van Elisabeth Mechteld Jordens en haar dochters. Zonder datum.
      21. ANNA MARIA BRANTS (1817-1901) EN BARTHOLD ARNOLD BARON VAN VERSCHUER (1809-1901) (21)
        1. Stukken betreffende de viering van het gouden huwelijksfeest van Barthold Arnold van Verschuer en Anna Maria Brants.
        2. Aankondigingen van het overlijden van Barthold Arnold van Verschuer en van Anna Maria Brants.
        3. Grootboek van Anna Maria Brants.
        4. Stukken betreffende de afwikkeling van een vruchtgebruik uit de nalatenschap van Barthold Arnold van Verschuer en Anna Maria Brants.
        5. Schrijfboek van Anna Maria Brants.
        6. 'Cahier Anglais' van Anna Maria Brants. Zonder datum.
        7. 'Histoire de Hollande' van Anna Maria Brants. Zonder datum.
        8. 'Cahier de géographie' van Anna Maria Brants. Zonder datum.
        9. 'Cahier de participes Français' van Anna Maria Brants. Zonder datum.
        10. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Hendrik Huls, koetsier bij Arnold Barthold van Verschuer.
        11. Tekening van de wapens Van Verschuer-Brants, vervaardigd door Antoni Brants ten behoeve van de Van Verschuer-Brants Stichting te Bennebroek. Zonder datum.
        12. Aankondigingen van het huwelijk van Carl, Reichsgraf von und zu Spaur, kleinzoon van het echtpaar Van Verschuer-Brants,en Henriette Capello, Reichsgräfin von Wickenburg.
      22. MR. JAN ISAAC BRANTS (1821-1901) EN CATHARINA SWANIDA JOHANNA MATHILDE VAN LÖBEN SELS (1826-1906) (22)
        1. Aankondigingen van het overlijden van Jan Isaac Brants en van Catharina Zwanida Johanna Mathilde van Löben Sels. 1901 en 1906.
      23. LOUISE BRANTS (1829-1849) (23)
        1. Brieven aan Louise Brants van Elisabeth Jordens op Het Joppe en van A.C.W. Staring op de Wildenborch. 1846 en zonder datum.
        2. Vers op het overlijden van Louise Brants door M.E.M. van Loghem.
        3. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschappen van de grootouders van Louise Brants, Antonie Christiaan Winand Staring en Johanna Andrea Charlotte van der Muelen.
        4. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Louise Brants.
        5. Franse prospectus voor het instituut te Ijsselstein, door Louise Brants bezocht. Zonder datum.
      24. MATTHEUS PIETER BRANTS (1837-1884) EN JOHANNA PETRONELLA JOZEPHA VAN BATENBURG (1840-1932) (24)
        1. Aankondiging door de weduwe M.P. Brants-van Batenburg van het huwelijk van haar dochter Christine Johanna Adriana Brants met A. Moresco.
      25. MR. DANIEL JACOB RUDOLPH BRANTS (1838-1907) EN WILHELMINA CATHARINA CHRISTINA COENRADINA WILBRENNINCK (1845-191
          1. Diploma voor Daniel Jacob Rudolph Brants van het gymnasium te zutfen.
          2. Doctorsbul van de Leidse universiteit voor Daniel Jacob Rudolph Brants.
          3. Stukken betreffende de loopbaan van Daniel Jacob Rudolph Brants als lid van de rechterlijke macht.
          4. Stukken betreffende het huwelijk van Daniel Jacob Rudolph Brants en Wilhelmina Catharina Christina Coenradina Wilbrenninck.
          5. Akten van deponering voor notaris te Heerenveen van de oleografische uiterste wilsbeschikkingen van Daniel Jacob Rudolph Brants en Wilhelmina Catharina Christina Coenradina Wilbrenninck.
          6. Aankondigingen van het huwelijken van kinderen van het echtpaar Brants-Wilbrenninck.
          1. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschappen van de ouders van W.C.C.C. Wilbrenninck, Charlotte Elisabeth Louise Marie baronesse van Westerholt tot Hacfort en Wilt Adriaan Wilbrenninck.
          2. Balansen van het echtpaar Brants-Wilbrenninck. 1880-1906. 1pak.
          3. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van het echtpaar Brants-Wilbrenninck.
          1. Geloofsbelijdenis van Daniel Jacob Rudolph Brants.
          2. Publikaties van Daniel Jacob Rudolph Brants, 'Recht-Vrijheid-Orde. Gedachten over wijziging der Nederlandsche strafwetgeving ten aanzien van vereeniging van ondernemers en werklieden' en 'De afschaffing der jachtwet', met kopie hiervoor entekst van lez...
          3. Poëziealbum.
      26. CAROLINE SOPHIA BRANTS (1839-1924) EN JAN GODFRIED CAREL VAN DIJK HEER VAN 'T VELDE (1826-1893) (26)
        1. Aankondiging van het huwelijk van Jan Godfried Carel van Dijk en Caroline Sophia Brants.
        2. Programma van een voorstelling ter ere van de zilveren bruiloft van J.G.C. van Dijk van 't Velde en Caroline Sophia Brants.
        3. Aankondigingen ven het overlijden van haar zoons door Carolina Sophia Brants. 1905 en 1907.
        4. Aankondiging van de geboorte van een dochter door FriedrichFreiherr von Esebeck en Annie Freifrau von Esebeck geboren Van Dijk van 't Velde.
        5. Tekening van Georgine van Dijk van 't Velde van het uitzicht van het huis op de Eusebius Buitensingel te Arnhem, toebehorend aan haar grootmoeder Elisabeth Mechteld Jordens.
      27. ANNA MARIA BRANTS (1842-1862) (27)
        1. Brief aan Anna Maria Brants van E.M. Brants-Jordens.
        2. Uiterste wilbeschikking van Anna Maria Brants.
        3. Extract van de overlijdensakte van Anna Maria Brants.
        4. Verzen op de dood van Anna Maria Brants van C.P.E. Jordens en Caroline Sophia van Dijk-Brants. 1862 en 1863.
        5. Aantekening van Anna Maria Brants over een geschenk aan Henriëtje op haar verjaardag.
      28. ADELAIDE RUDOLPHINE BRANTS (1843-1907) EN JHR. HENDRIK JAN PIETER VAN DER WYCK (1835-1874) (28)
          1. Dagboek van Adelaide Rudolphine Brants.
          2. Brieven aan Adelaide Rudolphine Brants. 1890-1908. 8 stukken (Van A. Brants te Arnhem, 1908, 1 stuk; D.J.R. Brants te Zutfen, 1906-1907, 5 stukken; E.M. Brants-Jordens te Arnhem, 1890, 1 stuk; J.I. Brants (zie nr. 427); L.R. Brants te Zorgvlied (Dre...
          1. Huwelijkse voorwaarden voor notaris te Arnhem van Hendrik Jan Pieter van der Wyck en Adelaide Rudolphine Brants.
          2. Stukken betreffende het huwelijk van Hendrik Jan Pieter vander Wyck en Adelaide Rudolphine Brants.
          3. Testamenten voor notarissen te Arnhem, Utrecht en Arnhem van Adelaide Rudolphine Brants en Hendrik Jan Pieter van der Wyck.
          4. Stukken betreffende het begraven van Hendrik Jan Pieter vander Wyck en het onderhoud van het graf.
          1. Scheiding voor notaris te Coevorden van de nalatenschap vanJacob Marius van der Wyck, de vader van Hendrik Jan Pieter van der Wyck.
          2. Kasboek en staat van effecten van Adelaide Rudolphine Brants.
          3. Kasboek van Adelaide Rudolphine Brants.
            1. 1880-1886.
            2. 1887-1893.
          4. Scheiding voor notaris te Arnhem van de nalatenschap van Elisabeth Mechteld Jordens, moeder van Adelaide Rudolphine Brants.
          5. Correspondentie met bijbehorende stukken tussen Adelaide Rudolphine Brants en Derk Jan van der Mey te Gorssel en C. Vos, notaris te Eefde, over verkoop van land.
          6. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Adelaide Rudolphine Brants door mr. A. Brants.
          1. Poëziealbum van Adelaide Rudolphine Brants.
          2. Verzen en uittreksels uit boeken, opgetekend door Adelaide Rudolphine Brants. 1869-1904. 1 deel;.
          3. Schetsboeken van Adelaide Rudolphine Brants.
      29. JAN ISAAC BRANTS (1845-1894) (29)
          1. Brieven aan Jan Isaac Brants. 1862-1892. 1 pak (Van A. Brants (vader) van Het Joppe, 1862, 4 stukken plus 1; Antoni Brants (broer), 1871-1882, 3 stukken; D.J.R. Brants te Heerenveen, 1882-1883, 2 stukken; L.R. Brants te Haarlem en Arnhem,1882 en zonde...
          2. Brief van Jan Isaac Brants te Utrecht aan.. Cordes. 1882. 1 stuk;.
          1. Diploma's en getuigschriften van de Polytechnische Schule te Hannover en betreffende het werken in de praktijk voor JanIsaac Brants.
          2. Stukken betreffende aanstellingen, salaris enz. van Jan Isaac Brants als ingenieur in verschillende betrekkingen.
          3. Stukken betreffende het overlijden en begraven van Jan Isaac Brants.
          1. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Antoni Brants, vader van Jan Isaac Brants.
          2. Stukken betreffende de grafkelder van de familie Brants te Gorssel, afkomstig van Jan Isaac Brants.
          3. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Elisabeth Mechteld Jordens, moeder van Jan Isaac Brants.
          4. Staatboek van effecten van Jan Isaac Brants, hem toegescheiden na de dood van zijn moeder.
          5. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap vanJan Isaac Brants.
          1. Verslag van Jan Isaac Brants van een reis naar Duitsland.
          2. Geloofsbelijdenis van Jan Isaac Brants.
          3. Rondschrijven van administrateuren van het fonds Van Halmael met stamboom van gerechtigden uit de familie Brants, samengesteld door Jan Isaac Brants.
          4. Stukken betreffende een reis van Jan Isaac Brants naar de Kaukasus.
            1. Aantekeningenboekje Kaukasus I
            2. Aantekeningenboekje Kaukasus II
            3. Aantekeningenboekje Kaukasus III
            4. Aantekeningenboekje [Kaukasus] V
            5. Aantekeningenboekje [Kaukasus] VI
            6. Verslag van de reis naar de Kaukasus
            7. Concept-verslag van de reis naar de Kaukasus
            8. Brieven van Isaac uit Rusland aan zijn zuster Adelaide Rudolphine
            9. Kaart van de Kaukasus
            10. G. Radde, "Vier vorträge über den Kaukasus"
            11. G. Radde, "Berichte über die biologisch-geographischen Untersuchungen in den Kaukasusländern"
          5. Stukken betreffende de werkzaamheden van Jan Isaac Brants als ingenieur. 1866-1873. 1 pak (Spoorweg Haarlem-Zandvoort,1872-1873, 1 pak; spoorweg Boxtel-Wesel, 1869-1870, 1 pak; spoorwegen op Java, 1871-1874, 1 pak; spoorweg Harmelen-Breukelen, 1868-18...
      30. MR. ANTONI BRANTS (1847-1931) (30)
          1. Brieven aan Antoni Brants. 1862-1881. 1 pak (Van D.W. van Andringa de Kempenaer te Kampen, 1871, 1 stuk; J. Backerte Arnhem, 1876, 1 stuk; H. Baud te Bellagio, 1875, 2 stukken; L. Bosch van Drakestein te Soesterberg, 1875, 1 stuk; A.R. Brants, 1862-...
          2. Kopieën van antwoord van antoni Brants. Zonder datum. 1 pak;.
          1. Grand Prix voor Antoni Brants van L.A. Hissink, instituteurfrançais te Zutfen.
          2. Bul van het Leidse Collegium voor Antoni Brants.
          3. Testament voor notaris te Arnhem van Antoni Brants. 1879. 1stuk.
          4. Stukken betreffende de loopbaan van Antoni Brants op de provinciale griffie van Gelderland.
          5. Stukken betreffende de benoeming van Antonis Brants tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.
          1. Staat van beheer der bezittingen van Antoni Brants.
          2. Kasboek van Antoni Brants. 2 delen 1865-1881.
            1. 1865-1872.
            2. 1873-1881.
          3. Stukken betreffende de grafkelder van de familie Brants te Gorssel, afkomstig van Antoni Brants.
          4. Stukken betreffende huur en aankoop door Antoni Brants van het huis Rijnkade 119 te Arnhem.
          1. Stukken betreffende een grafologische uiteenzetting over het handschrift van Antoni Brants door M. Michon, met een brief van T. van Schuylenburch van Wisch aan Antoni Brants hierover.
          2. Overdrukken van artikelen van Antoni Brants, 'Aanteekeningen betreffende de eerste toestanden van Satyrus Statilinus Hufr.' en 'Een paar halsorganen bij de rups van Notodonta Ziczac L.'.
          3. Stukken betreffende een uitgaaf van Antoni Brants over de Nederlandse vlinders.
          4. Album met handtekeningen als huldeblijk voor Antoni Brants bij zijn 25-jarig jubileum als griffier van de Staten van Gelderland.
      31. LODEWIJK RUDOLPH BRANTS (1852-1911) (31)
        1. Brieven aan Lodewijk Rudolph Brants van A. Brants te Leidenen van E.M. Brants-Jordens te Arnhem. 1867 en 1871.
        2. xtracten van de geboorteakte van Lodewijk Rudolph Brants. 1875 en 1899.
        3. Stukken betreffende het overlijden en begraven van LodewijkRudolph Brants.
        4. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Lodewijk Rudolph Brants.
        5. Vierde rekenboekje van Lodewijk Rudolph Brants. 1864. 1 deel;.
      32. JOHANNA MARIA BRANTS (1849-1942) EN DS. JAN HERMAN CORDES (1839-1903) (32)
        1. Aankondigingen door Johanna Maria Cordes-Brants van huwelijken harer kinderen. 1907 en 1910.
      33. JAN MAURITS BRANTS (1850-1926) EN SARA VAN DER HOOP (1861-1945) (33)
        1. Aankondiging door Jan Maurits Brants van zijn huwelijk met Sara van der Hoop.
      34. MATHILDE CAROLINA BRANTS (1852-1932) EN JHR. JAN JACOBUS VAN ASCH VAN WIJCK (1851-1913) (34)
        1. Aankondiging van het echtpaar Van Asch van Wijck-Brants vanhet overlijden van hun zoon Hendrick Jacob Zeger van Asch van Wijck.
      35. DR. MAURITS ANTONIE BRANTS (1853-1929) EN RIGTJE JOHANNA VAN ANDRINGA DE KEMPENAER (1853-1923) (35)
        1. Utrechts proefschrift van Maurits Antonie Brants, 'Het spijsverteringskanaal bij zoogdieren en vogels.' 1881.
      36. MR. ERNST RICHARD EGBERT BRANTS (1856-1924) EN JOHANNA LOUISA CHARLOTTE RAM (1856-1941) (36)
        1. Utrechts proefschrift van Ernst Richard Egbert Brants, 'Aanteekening op art. 1054 en eenige andere artt. van boek II tit. 13 van het B.W. 1881'.
      37. ELISABETH MEGTELD BRANTS (1874-1900) EN RUDOLF VAN BRANDENSTEIN (1857-1934) (37)
        1. Aankondiging van het overlijden van Elisabeth Megteld Brants.
      38. MR. ANTONI BRANTS (1871-1959) EN JKVR. ELISABETH CHARLOTTE LOUISA MARIE ADRIENNE BRANTSEN (1867-1920) (38)
        1. Brieven aan Antoni Brants. 1941-1942. 10 stukken (Van J. Bijl te 's-Gravenhage, 1941, 1 stuk; G. Diepenhorst te 's-Gravenhage, 1942, 1 stuk; S.W.B. Halbertsma en A.E. Huizinga van der Meer te 's-Gravenhage, 1941, 1 stuk; J.P. Hooykaas, 1941, 1 stuk;...
        2. Diploma voor Antoni Brants van het gymnasium te Arnhem.
        3. Kandidaats-, doctoraats- en doctorsbul van de Utrechtse universiteit voor Antoni Brants.
        4. Stellingen van Antoni Brants, verdedigd aan de Utrechtse universiteit.
        5. Stukken betreffende de loopbaan van Antoni Brants bij de rechterlijke macht.
        6. Extract van de geboorteakte van Antoni Brants.
        7. Akte van benoeming van Antoni Brants tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.
        8. Stukken betreffende de benoeming van Antoni Brants tot grrotofficier in de orde van Leopold II.
        9. Beschouwing van de Leeuwarder Courant van 8 juni 1925 over een voordracht van Antoni Brants over strafrechtspleging voorheen en thans.
        10. Stukken betreffende de curatele van Antoni Brants over jhr.A.A.E.J.R. Brantsen.
    2. ZAKENARCHIEVEN BRANTS
      1. QUIRIJN BRANTS EN ZOON
          1. Brieven aan Quirijn Brants en Zoon uit de Republiek.
            1. Amsterdam: Van A. van Aalst, 1729 - 1744, 4 stukken; François Beeldsnijder, 1735, 1 stuk; Is. du Bois, 1736, 1 stuk; Jan Jacob Brants, 1782, 2 stukken; Muilman en soonen, 1736, 1stuk plus 2; Ant. Christ. Muller, 1756, 1 stuk; Hend. Vieroot, 1753,-Anke...
            2. Arnhem: Van Johan Michiel Bock, 1729, 3 stukken plus 2.
            3. Delft: Van A. van der Goes Cz., 1756, 1 stuk; J. Riedel, 1755, 1 stuk - Deventer: zie nr. 550. - Geinbrug: zie nr. 623.
            4. 's-Gravenhage: Van G.P. Boudaan (?), 1755, 1 stuk (namens Gecommitteerde Raden); J.F. Martfeldt, 1756-1761, 8 stukkenplus 1 kopie-antwoord; C. van Meerloo, 1755-1756, 16 stukken; A. Nordencrantz, 1744, 4 stukken (met een brief aan hemvan Q. Brants en z...
            5. Haastrecht: Van Theod. Bisdom en zoonen, 1755-1785, 20 stukken (één brief van 1757 is gericht aan Brantsz en Bronkhorst); Cornelis van Nooten, 1767, 1 stuk; weduwe van Cornelis van Nooten, 1783-1784, 4 stukken (getekend door Joost Ruigendijk).
            6. 's-Hertogenbosch: Van Christopher Berholtz, 1763-1767, 2 stukken (met kopieën van brieven van Charles Frederik Bagge van 1764 en van Georg Lothman aan hem en van Gabriël Hagman Hakunton aan Georg Hans Lötman); Conradt Winther en zijn vrouw Catharina Be...
            7. Krommenie: Van Jacob Groot, 1784-1806, 1 pak; Pieter de Jong, 1750 en 1753, 2 stukken; Jacob Kool en vrouw, 1749-1755, 3 stukken plus 13 (enkele uit Zaandam, met een brief vanJacob Kool uit Batavia, 1759); Hendrik en Cornelis van Leyden, 1751, 2 stukke...
            8. Loosdrecht: Van C. Heyblom, 1752-1753, 2 stukken; Dirk Bernard Janknegt, 1767, 2 stukken; P. de Nooy.
            9. Middelburg: Van Joseph de Moor, 1729, 1 stuk; Abraham Tak (f), sedert 1763 Abraham en Cornelis Tak, 1741-1763, 1 pak;Adriaan de Wind.
            10. Rotterdam: Van Laurens Constant, 1751-1761, 1 pak; Bastiaan van Dijk en comp., 1760, 2 stukken; Joh. Hartcop en Hoffman, 1745-1761, 15 stukken (1 getekend door Diet. Wilhelm Hegman); J. van Heemskerk, 1760-1765, 12 stukken (1 uit Amsterdam); Carel Hopm...
            11. Utrecht: Van Doublet van Groenevelt, 1755, 1 stuk; G. Egeling, 1753, 1 stuk; J.W. Santenaer (?), 1757-1759, 10 stukken; P. Stenman, 1755, 1 stuk; Jacobus Swigtenheuvel en vrouw,1760, 2 stukken (met brief van haar aan haar neef Adr. van Scherpenzeel, va...
            12. Zaandam: Van Claas Pietersz Cleyndert, 1755, 1 stuk; zie ook nr. 474.
          2. Brieven aan Quirijn Brants en zoon van leden van de familie De Geer.
            1. Van Antonie de Geer te Stockholm en Utrecht.
            2. Van Ulrique Charlot Taube, vrouw van Antoine de Geer, te Stockholm en Österby. 1756-1760. 14 stukken (met kopie van een brief van Dav. Letocart te Stockholm aan haar, 1759).
            3. Van Ant. (Gustaf) de Geer te Utrecht en 's-Gravenhage.
            4. Kwitanties van Maria Christina de Geer, weduwe van Anton Gustaf de Geer.
            5. Van Charles de Geer te Utrecht en Leufsta.
            6. Van J.A. van der Muelen, getrouwd met Charlotta de Geer, teZutfen.
            7. Van Isabella Petronella de Geer, douairière Willem Carel van der Muelen, te Utrecht.
            8. Van Jan Sadelijn, getrouwd met Jquelina Cornelia de Geer, te Utrecht.
            9. Kwitantie van Jaquelina Cornelia de Geer, weduwe van Jan Sadelijn.
            10. Van Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken, getrouwd met Johanna Elisabeth de Geer, te 's-Gravenhage.
            11. Van Jan Jacob de Geer te Utrecht (een enkele van Finspong).
            12. Van Jaquelina Cornelia van Assendelft, weduwe van Jan Jacob de Geer, te Utrecht
            13. Van Jaquelina Cornelia van Assendelft, weduwe van Jan Jacob de Geer, te Utrecht (met een brief van haar aan haar zoon Louis op Finspong, 1748).
            14. Van Jan Jacob de Geer van Rijnhuizen te Utrecht en Rijnhuizen.
            15. Van Jean Jaques de Geer te Finspong en Stockholm.
            16. Van Jean Jaques de Geer te Stockholm.
            17. Van Louis de Geer te Utrecht, Stockholm en Finspong.
            18. Van Willem de Geer te Utrecht.
          3. Brieven aan Quirijn Brants en zoon uit Scandinavië.
            1. Elseneur (Helsingör): Van Peter Barchman. 1729-1732. 17 stukken (enkele getekend door George Jean Petersen); Arent van Deurs, 1746, 1 stuk; Abraham Grill, 1733-1746, 1 pak (1 getekend door Pehr Zetting Adamsz); Samuel Gotl. Krüger, 1748-1756, 18 stukke...
            2. Finspong: Van Lars Ihrstadius.
            3. Gothenburg (Göteborg): Van George Bellenden en comp.
            4. Kopenhagen (Ko/benhavn): Van F.W. Sprengtporten (?).
            5. Norrköping: Van Gust. Brandt. 1784-1785. 6 stukken plus 1kopie-antwoord (1 uit Rodga); Daniël Eberstein, 1810, 1 stuk plus 2; Eberstein en comp., 1810, 1 stuk; J.L. Engwall, 1728-1738, 1 pak; Jacob Graver, 1756-1761, 19 stukken plus2 (enkele uit Stockh...
            6. Skiarkind bij Norrköping: Van Georg Fr. Berholtz. 1761. 1 stuk (met een brief van.. Berholtz te Amsterdam aan een dominee, 1761).
            7. Stockholm: Van Robert Finlay en comp., 1767, 3 stukken plus1; Abraham en Carlos Grill, 1731, 1 stuk; Carlos en Claas Grill, 1746, 1 stuk; R. von Rosenheim, 1764-1765, 3 stukken; Joh. Mart. Schön, 1767, 1 stuk; Abrah. Treuhorn.
          4. Brieven aan Quirijn Brants en zoon uit het Oostzeegebied. 1pak.
            1. Danzig: Van Fried. Hartw. Gerhard, 1767, 1 stuk plus 1; A. Gibsone en comp., 1767, 4 stukken plus 1; Corn. de Vogel en soonen.
            2. Riga: Van Blanckenhagen en comp., 1783-1787, 1 pak (getekend door Ad. Heinr. Schwartz jun.); Joh. Theodor Edler von Essen, 1785, 1 stuk; Frantz en Krüger, 1787, 2 stukken plus 3; N. Kriegsmann en Nissen, 1786, 2 stukken; Stresow en Fraser.
            3. Wismar: Van Johann And. Koester.
          5. Brieven aan Quirijn Brants en zoon uit het Duitse Rijk.1728-1762 Emmerik: zie nr. 550.
            1. Hamburg: Van Charles Demissy Junior, 1728, 1 stuk; Hetling en Oom.
          6. Brieven aan Quirijn Brants en zoon uit het Duitse Rijk.1728-1762 Emmerik: zie nr 550.
            1. Keulen (Köln): Van de weduwe van Peter Paes.
          7. Brieven aan Quirijn Brants en zoon uit Engeland.
            1. Londen (London): Van John Daniel Dreyer.
            2. Newcastle: Van Cha. Greene.
          8. Brieven aan Quirijn Brants en zoon uit Frankrijk.
            1. Duinkerken (Dunkerque): Van Emmery en van Hee fils ainé.
            2. Parijs (Paris): Van Fleming, 1741, 1 stuk; Goossens, 1755, 3 stukken; A. Hackelberg en J.Phil. Klingspoor, 1760, 1 stuk; Tourton en Baur, 1763, 3 stukken plus 2; Charles Bernt Wadström.
          9. Brieven aan Quirijn Brants en zoon uit Bergen (Mons) in de Zuidelijke Nederlanden van Augustin Poisson. 1755. 2 stukkenplus 2.
          10. Brieven aan Quirijn Brants en zoon uit Cadix. 1752-1794. 1 pak (Van Beumer en Lespinasse, 1752-1759, 4 stukken plus 4; Jan Lespinasse, 1754-1759, 2 stukken plus 1; Seb. Martin, sedert 1792 Seb. Martin en comp., 1791-1794, 1 pak (enkele hiervan zijn...
          11. Brief aan Quirijn Brants en zoon uit Lissabon van Van Hogerwoert, De Wael en comp.
          12. Brieven aan Quirijn Brants en Zoon uit Amerika.1750-1751 en 1785.
            1. Essquibo: Van Gustaf Funck Gustafszoon.
            2. New York: Van Henr. Van der Heyde (f).
          13. Brieven aan Quirijn Brants en zoon van schippers. 1730-1780. 19 stukken (Van Claes Cornelis van de Middelgronden, 1730, 1 stuk; N.J. Ihrenstrom onder de Vlieter, Texel, Sint Eustatius, keul van Marken, Amsterdam en in het Veer van Oudesluis, 1778 -...
          14. Brieven aan Willem Brants van A.H. Sass te 's-Gravenhage.
          15. Kopieboeken van uitgegane brieven van Quirijn Brants en zoon.
            1. 1700-1708.
            2. 1718-1728.
            3. 1728-1731.
            4. 1731-1733.
            5. 1733-1736.
            6. 1736-1738.
            7. 1741-1743.
            8. 1743-1747.
            9. 1747-1755.
            10. 1755-1760.
            11. 1760-1771;.
        1. STUKKEN BETREFFENDE BEPAALDE ZAKEN
          1. Insinuatie door notaris te Amsterdam aan Quirijn Brantjes namens Hendrik Valkenrijck over de arrestatie door de eerste van door hem aan Hendrik geleverde wol.
          2. Stukken betreffende het waarnemen van zaken door Quirinus Brants voor Juan en Pedro van Yperen te Cadix. 1699-1700. 9stukken;.
          3. Stukken betreffende het waarnemen van zaken door Joannes van der Burgh Sybrant, Simon Cheval en Quirinus Brants voor Sybrant van der Burch.
          4. Verslag van Quirijn Brants over zijn deelname aan de zaken van Philip Cosson.
          5. Overdracht voor notaris te Amsterdam aan Quirijn Brants door Catharina Schellinger, weduwe van Cornelis Sette, van 1/13in het fluitschip de Jonge Dirk.
          6. Verklaring van Jan Jacob de Geer te Utrecht, dat hij wegenshet overlijden van Philip Cosson, die zijn commissiën en affaires heeft waargenomen, Quirijn Brants in diens plaats heeft aangesteld.
          7. Aantekeningen van Quirijn Brants over leveranties van ijzeren kanon met afschriften van brieven van J.J. de Geer te Utrecht.
          8. Schuldbekentenissen van Quirijn Brants (en zoon) aan de weduwe Christiaan Beuning, Cornelis Willemsz Bosman, Geertruyd van Bronchorst, weduwe Jacob Kool, Catharina Fortgens, weduwe Abraham Fock, Simon Kool, Adriaan Paauw en Anna de Vos.
          9. Stukken betreffende de verkoop aan Quirijn Brants door Anth. Gustaff de Geer van al het ijzer, dat in 1731 op het werk Gimo zal worden gemaakt, en betreffende de deelname van Andreas Wolff voor de helft hierin.
          10. Stukken betreffende de leningen aan Quirijn Brants en zoon door Jan van der Burgh en de afbetaling daarvan.
          11. Kopieën van brieven aan Quirijn Brants en zoon uit Stockholm over leveranties van kanon.
          12. Schuldbekentenis voor schepenen van Weesperkarspel aan JanBrants en Matthijs Beuning door Dirk Kool voor fl.8.000 metals onderpand land in Weesperkarspel en het boerenhuis de Zwaantjes aan de oostzijde van het Gein.
          13. Assurantiepolis voor Quirijn Brants en zoon van goederen inhet schip Juffrouw Johanna door Cornelis en Dirk Wilemaker.
          14. Schuldbekentenis aan Quirijn Brants en zoon van Willem Stoel voor fl. 3000.
          15. Aantekening over een bestelling van kanon en ijzerwaren bijQuirijn Brants en zoon. (Na 1746).
          16. Schuldbekentenis van Quirijn Brants en zoon aan Dirk Leeuw.
          17. Polissen van zeeassuranties voor Quirijn Brants en zoon. 1755-1781. 1 pak;.
          18. Extract van een resolutie van de Raad van State betreffendeeen rekwest van Quirijn Brants en zoon naar aanleiding van het afkeuren van door haar geleverd ijzerkanon.
          19. Verklaringen van constapels, proefmeesters van het kanon, makelaars, schuitenvoerders en arbeiders betreffende de kwaliteit van het Finspongs kanon.
          20. Stukken betreffende een lening van Quirijn Brants en zoon op de ijzermolen van de familie Lindeman te Deventer. 1757-1788. 1 pak;.
          21. Stukken betreffende verkoop door Quirijn Brants en zoon vankanon, door Arie Blankers als pand ter minne gesteld voor een lening van fl.2400.
          22. Extract van een resolutie van Gecommitteerde Raden ter Admiraliteit op de Maze te Rotterdam betreffende betaling van kanon, geleverd door Quirijn Brants en zoon.
          23. Stukken betreffende de berging van ijzer, kanon en Zweeds ijzer in staven uit het gestrande schip de Elisabeth in de scheren van Westerwijk door de Noorder Duikerij- en Bergingcompagnie. 1763. 3 stukken;.
          24. Stukken betreffende deelname van Quirijn Brants en zoon in de leerlooierij te Weesp, gedreven door Willem de Neysel, enin de leerlooierij aan het Noorder Spaarne aan het zogenaamde Harmen Jansveld te Haarlem. 1779-1783 en 1785.
          25. Reglement voor de verkoop van kanon. Zonder datum.
          1. Memoriaal van Quirijn Brants en zoon.
          2. Journaal van Quirijn Brants en zoon.1697-1705 en 1715-1773.
            1. 1697-1699.
            2. 1699-1705.
            3. 1715-1731.
            4. 1732-1744.
            5. 1744-1761.
            6. 1761-1773.
          3. Grootboek van Quirijn Brants en zoon. 6 delen;.
            1. 1714.
            2. 1715-1737.
            3. 1737-1746.
            4. 1747-1763.
            5. 1764-1778.
          4. Factuurboek van ontvangen en verzonden geoderen van QuirijnBrants en zoon.
          5. Kladaantekeningen van Quirijn Brants over verschillende soorten ontvangsten en uitgaven, ingedeeld naar hoofden, waarbij ook rekening-couranten.
          6. Kasboek van Quirijn Brants en zoon.
            1. 1731-1737.
            2. 1737-1755.
            3. 1756-1799.
          7. Rekeningen en kwitanties voor Quirijn Brants en zoon.
          8. 'Copiaboeck van reeckeningen'. Register met rekeningen-courant, verkooprekeningen en onkostenrekeningen van Quirijn Brants en zoon.1728-1760 en 1767-1800.
            1. 1728-1730;.
            2. 1731-1736;.
            3. 1737-1748.
            4. 1749-1760.
            5. 1767-1777.
            6. 1777-1800.
          9. 'Copiaboeck van vercoopreeckeninge en onkosten'. Register met verkooprekeningen en onkostenrekeningen van Quirijn Brants en zoon betreffende kanon en ijzer verkocht voor rekening van Jan Jacob de Geer.
          10. Kassiersboekje voor Quirijn Brants en zoon van de weduwe Amman en zoon.
          11. Kassiersboekje voor Quirijn Brants en zoon van David van Heyst.1755-1769 en 1776-1783.
            1. 1755-1762.
            2. 1763-1769.
            3. 1776-1783.
        2. STUKKEN BETREFFENDE DE ADMINISTRATIE DOOR QUIRIJN BRANTS EN ZOON VOOR DE FAMILIE DE GEER
          1. HET HUIS MET DE HOOFDEN
            1. Stukken betreffende de overdracht van de erven Keizersgracht 20-22 in park B. 1615-1622. 7 stukken;.
            2. Aantekeningen van Nicolaas Sohier over het betalen van lasten op het huis en over een geschil met de buren.
            3. Stukken betreffende de verkoop van het huis aan de Louis deGeer door Nicolaas Sohier.
            4. Stukken betreffende een geschil over timmering tussen Louisde Geer en Clara Mijs, weduwe Hendrik Hudde.
            5. Kopie van een beschikking van 1648 van Louis de Geer over het huis ten behoeve van zijn zoon Laurens en van een verklaring van de andere kinderen, dat deze het huis mag verkopen. Zonder datum.
            6. Stukken betreffende de belendingen en het onderhoud van hethuis.
            7. Rekeningen en kwitanties voor Quirijn Brants en zoon betreffende het huis.
            8. Stukken betreffende het verhuren van het huis door Quirijn Brants en zoon.
            9. Stukken betreffende de vererving van het huis na de dood van Margareta Elisabeth de Geer, weduwe mr. Jacob Trigland, opLouis de Geer en restitutie van voordien betaalde collaterale successie en andere lasten.
            10. Brieven aan Quirijn Brants en zoon van Abraham Cortebrant te 's-Gravenhage betreffende de vererving van het huis.
            11. Rekening van administratie van Quirijn Brants en zoon over het huis.
            12. Advies door J.M. Quinkhard aan Quirijn Brants en zoon over het transport van de schilderijen uit het huis naar Zweden. (1757).
            13. Stukken betreffende het ontslag van het fideicommis op het huis en de verkoop ervan.
            14. Stukken betreffende de overschrijving van het kapitaal afkomstig van de verkoop van het huis op het grootboek.
          2. VERDERE ADMINISTRATIE VOOR DE FAMILIE DE GEER
            1. Stukken betreffende het huren door Louis de Geer en zijn erven van opslagplaatsen voor het geschut.
            2. Stukken betreffende een tuin aan het Walenpad buiten de Regulierspoort, toebehoord hebbende achtereenvolgens aan Jan Eynersz, schoenmaker, Pellegrom van Hooft, pasteibakker, en Louis de Geer.
            3. Aanslag van de poldermeesters van de Buitenveldertse poldervoor Louis de Geer. (Na 1634).
            4. Extract van de acta van de Waalse classis betreffende de confirmatie van een predikant, die zal staan in het huis van de familie De Geer in Zweden.
            5. Extract uit de scheiding van de nalatenschap van Gerard de Geer.
            6. Stukken betreffende uitkeringen uit Halandse goederen in Zweden, afkomstig van Elias Trip, waarvan Quirijn Brants voor de familie De Geer de rente int. 1732 en zonder datum.
            7. Stukken betreffende de inning van een vordering van Jan Sadelijn, getrouwd met Jaquelina Cornelia de Geer, uit hoofde van maandgelden van zijn overleden vader bij de Oostindische Compagnie.
            8. Kopie van een beschikking van Jan Jacob de Geer over de eigendom van Finspong ten behoeve van zijn zoon Louis en over het kanon, dat deze daar voor of na zijn sterven zal maken, met aantekeningen hieromtrent van J.C. de Geer-van Assendelften Quirijn Br...
            9. Extract uit scheiding van de nalatenschap van Jaquelina Cornelia van Assendelft, douairière Jan Jacob de Geer, met opgaaf van de portie toebedeeld aan Louis de Geer. 1757. 1 stuk;.
            10. Aantekening betreffende Thimon Rutten en zijn familie zonder datum. 1 stuk;.
        3. BEMOEIINGEN VAN QUIRIJN BRANTS EN ZOON MET VERVENINGEN
          1. LOOSDRECHT
            1. Stukken betreffende de vervening van enkele percelen in Oud-Loosdrecht, aangekocht door Jan Brants en Cornelis Heyblom,later door diens erfgenamen overgenomen, onder directie vanPieter de Nooy.
            2. Rekeningen van ontvangst en uitgaaf betreffende de vervening van de percelen in Oud-Loosdrecht.
          2. ANKEVEEN
            1. Fiatteringen van rekwesten van Jan Jacob Brants om land in de Hollandse Ankeveense polder te mogen vervenen.
            2. Afrekeningen van Jan Jacob Brants van de vervening van een gedeelte van een kamp land of houtbosje aan de oostzijde vande Ankeveense weg, in 1783 door hemzelf, daarna door Cornelis van Rijn en Gerrit de Lange te Ankeveen.
            3. Contract tussen Jan Jacob Brants en Cornelis van Rijn en Gerrit de Lange te Ankeveen tot vervening van Jan Jacob Brants' landen te Ankeveen voor zijn rekening.
            4. Overzichten over de onkosten van het vervenen.
            5. Rekeningen van ontvangsten en uitgaven van de vervening te Ankeveen.
              1. 1786-1789.
              2. 1789-1791.
              3. 1792-1795.
              4. 1796-1799.
              5. 1800-1804.
              6. 1805-1809.
            6. Rekeningen en kwitanties voor Jan Jacob Brants betreffende de vervening te Ankeveen. 1786-1809. 1 pak;.
            7. Aantekeningen van Jan Jacob Brants over de uitgaven voor deturf, die hij voor persoonlijk gebruik heeft gehouden.
        4. BEMOEIINGEN VAN QUIRIJN BRANTS EN ZOON MET DE ROLREDERIJ OF ZEILDOEKENFABRIEK TE KROMMENIE
          1. Stukken betreffende de overdracht van de werkplaats te Krommenie met de inventaris aan Jan Brants en Willem van Maurik,en daarna aan Cornelis van Leyden. 1744 en 1749.
          2. Contract tussen Jan Brants en Cornelis van Leyden tot het maken van zeildoek op de werkplaats, tevoren gebruikt door Jacob Kool, welke voortaan zal worden gedreven op naam van Hendrik en Cornelis van Leyden, waartoe Jan Brants de werkplaats ter beschik...
          3. Kopie van een contract over levering van zeildoek aan de Oostindische Compagnie tussen Theodorus Bisdom en zoonen, Quirijn Brants en zoon en de weduwe Jan Bronkhorst en zonen.
          4. Contract tussen Jan Brants en Pieter van Heyden, waarbij Pieter van Leyden de plaats van Cornelis van Leyden uit het contract van 1749 inneemt en de werkplaats voortaan op naam van Pieter van Leyden zal worden gedreven.
          5. Kopie van een contract over levering van zeildoek aan de Oostindische Compagnie tussen Jacob Middelhoven en sonen, Cornelis van Nooten, Claas Hoofd en zoonen, de weduwe Jan Bronkhorst en zoonen, Theod. Bisdom en zoonen en Quirijn Brants enzoon.
          6. Rekeningen van ontvangsten en uitgaven over de werkplaats te Krommenie. 1764-1790, 1797, 1801, 1802 en 1804.
          7. Kopie van een rekwest van koopleiden in inlandse hennip en fabrikeurs van Hollandse zeildoeken aan de Staten van Holland.
          8. Opgaven van kapitaal in de rolrederij te Krommenie.
          9. Rekeningen en kwitanties betreffende de rolrederij te Krommenie.
          10. Stukken betreffende de overdracht van de rolrederij te Krommenie door Jan Jacob Brants aan Jan Philippe de Bordes.
          11. Ingevuld formulier voor fabrieken en trafieken betreffende de rolrederij te Krommenie. Zonder datum.
          12. Opgaaf van prijzen, betaald door de Oostindische Compagnie,voor verschillende soorten zeildoek.
          1. Brief van Philip Bauman te Sint Ptersburg aan Jolle Jolles te Amsterdam, fragment van een brief uit Danzig en kopieën van brieven. 1745 en zonder datum. 3 stukken;.
      2. COUDERC EN BRANTS EN COUDERC, BRANTS EN CHANGUION
        1. Brief aan Jan Brants als associé van Couderc, Brants en Changuion van J.C. Jouchaneau Laregnere (?) neveu te Rotterdam.
        2. Kopieboek van uitgegane brieven betreffende de liquidatie van Couderc, Brants en Changuion.
        3. Stukken betreffende Couderc, Brants en Changuion.
        4. Balansboek van Couderc en Brants, later Couderc, Brants en Changuion.
          1. 1785-1796.
          2. 1797-1801.
        5. Grootboek van liquidatie van Couderc, Brants en Changuion. 1808-1845. 1 deel;.
        6. Gewaarmerkte handtekening van Jan Brants als associé van Couderc en Brants. Zonder datum.
        7. Journaal van het vermogen, nagelaten door Jean Samuel Couderc aan zijn zoon François Isaac Couderc.
        8. Grootboek van het vermogen, nagelaten door Jean Samuel Couderc aan zijn zoon François Isaac Couderc. 1808-1820. 1 deel;.
        9. Condities voor een etablissement van negotie voor Abraham Rengger op het eiland Curaçao tot het doen van verzendingen van goederen en koopmanschappen naar het gemelde eiland, onder directie van Couderc men Brants. 1786. 2 stukken;.
      3. COMPAGNIE DE CERES
          1. Brieven aan de directie van de Compagnie de Ceres. 1796-1856. 1 pak; (Van H. van Beeck Vollenhoven te Amsterdam, 1850-1856, 7 stukken; Bellamy, Riccé en comp. te Hamburg, 1797, 6 stukken; Rich. Biolley te Verviers, 1837, 1 stuk; Boucherot te Parijs, 18...
          2. Brieven en rekeningen van John Keating te Wilmington en Philadelphia aan de directie van de Compagnie de Ceres. 1797-1811. 2 banden.
          3. Kopieën van brieven van de Compagnie de Ceres aan Richard Gernon en comp. te Philadelphia.
          4. Kopieën van brieven van de Compagnie de Ceres aan John Keating te Philadelphia.
          5. Kopieën van brieven van de Compagnie de Ceres. 1798-1800.1 pak; (Aan Cazenove en Batard te Londen, 1799-1800, 2stukken; R. Gernon en comp. te Philadelphia, 1798-1801, 12 stukken; J. Keating, 1799 --1800, 7 stukken; D. Ludlow en comp. te New York, 18...
          6. 'Copie des lettres concernant l'affaire H.' Kopieën van brieven van de Compagnie de Ceres betreffende Hottinguer en comp.
          7. Kopieën van brieven gewisseld tussen de Compagnie de Ceres en Omer Talon, Richard Gernon, Richard Gernon en Comp. en R.Keating te Philadelphia.
        1. COMPAGNIE DE CERES IN HET ALGEMEEN
          1. Contract tussen R. en Th. de Smeth en Couderc, Brants en Changuion over de Compagnie de Ceres. Zonder datum.
          2. Oprichtingakte voor notaris te Amsterdam van de Compagnie de Ceres.
          3. Prospectussen en plannen en ontwerpen daavoor, met opmerkingen hieromtrent, ontwerpen voor formulieren enz. uit de tijdvan de oprichting. Zonder datum.
          4. Stukken betreffende geschillen tussen R. Gernon, Antoine Omer Talon en R. en Th. de Smeth en Couderc, Brants en Changuion. 1801-1802. 6 stukken;.
          5. Aantekeningen over Compagnie de Ceres, met lijsten van stukken. Zonder datum.
          6. Register bevattende kopieën van akten betreffende de afwikkeling van de Compagnie de Ceres.
        2. AGENTEN EN DIRECTIE VAN DE COMPAGNIE DE CERES
          1. Stukken betreffende de eventuele benoeming van John Keatingjr. en van W.H. Keating tot agent van de Compagnie de Ceres. 1817 en 1833.
          2. Procuratie van de aandeelhouders van Compagnie de Ceres voor De Lepel en Labouchère.
          3. Verklaring voor notaris te Amsterdam van Wilhelm Poel, dat De Lepel en Labouchère de directie hebben van de Compagnie de Ceres.
          4. Procuratie voor notaris te Amsterdam van Jean Conraad Hottinguer voor Guillaume Six om zijn belangen waar te nemen betreffende de Compagnie de Ceres.
        3. AANDEELHOUDERS VAN DE COMPAGNIE DE CERES
          1. Concept voor een overeenkomst tussen de aandeelhouders in de Compagnie de Ceres. (1804 of daarna).
          2. Stukken betreffende de verdeling van de aandelen in de Compagnie de Ceres.
          3. Stukken betreffende het verstrekken van inlichtingen aan deaandeelhouders. (Ca. 1851).
          4. Stukken betreffende de overschrijving van aandelen van de Compagnie de Ceres van de weduwe Delannoy, geboren Doumerc, op Marie Louise de Montheau, echtgenote van Marie Aimé Carpier, en van Jacob Doude van Troostwijk op Meinouda Sara JacobaNoël Simons,...
          5. Rondschrijvingen van de Compagnie de Ceres aan de aandeelhouders met kopie van een brief van W.V. Keating van 1858.
        4. GRONDBEZIT
          1. Opmerkingen over de aankoop van gronden voor de Compagnie de Ceres door J.C. Hottinguer. Zonder datum.
          2. Brief van John Adlum aan J. Keating met twee verklaringen over het land van W. Bingham.
          3. Stukken betreffende overdrachten van land aan en door de Compagnie de Ceres.
          4. Verslag van Francis King over een tocht om de grenzen van de landen van de Compagnie de Ceres na te gaan.
          5. Kopie van een toestemming tot vellen van hout.
          6. Aantekeningen over verkoop van landen van de Compgnie de Ceres. (Ca. 1830).
          7. Prospectussen voor de verkoop van landen in de provincies MacKean en Potter in Pennsylvania, uitgaande van De Lepel en Labouchère. (Na 1830). 2 stukken;.
          8. Plattegronden van land. Zonder datum.
          1. Rekening-courant van de Compagnie de Ceres met Richard Gernon en comp. te Philadelphia over de jaren 1796-1801.
          2. Kopieën van rekeningen van de Compagnie de Ceres voor de aandeelhouders.
          3. Opgaaf van uitbetalingen, gedaan aan J. Keating.
          4. Stukken betreffende de financiën van de Compagnie de Ceres.1841 en 1860.
          5. Kwitanties voor de Compagnie de Ceres.
          1. Uitknipsels van kranten, die betrekking hebben op de Compagnie de Ceres. (Ca. 1830).
          2. Contract van uitgaaf van land in de U.S.A., opgesteld te Arau. 1804. 1 stuk;.
          3. Rapporten en lezingen van Josph Hopkinson en J. Keating. 1832 en 1834. 4 stukken;.
          4. Constitution des Gewerbe-Vereins dessen Ansiedelung in McKean County, Pa. 1841. 1 stuk;.
      4. COUDERC, D. EN M.P. BRANTS
          1. Kopieboek van uitgegane brieven van Couderc, D. en M.P. Brants. 1831-1859.
            1. 1831-1838.
            2. 1838-1845.
            3. 1845-1859.
          2. Kopieboek van uitgegane particuliere brieven van C.F.M. de Lepel en van uitgegane particuliere brieven van Couderc, D. en M.P. Brants.
        1. COUDERC, D. EN M.P. BRANTS IN HET ALGEMEEN
          1. Stukken betreffende de oprichting, samenstelling en opheffing van Couderc, D. en M.P. Brants.
          1. Winst- en verliesrekeningen en balansen van Couderc, D. en M.P. Brants.
          2. Balansboek van Couderc, D. M.P. Brants.
            1. 1804-1809;.
            2. 1809-1819.
            3. 1820-1827.
          3. Register van kopieën wisselbrieven van Couderc. D. en M.P. Brants.
          4. 'Rekeningboek'. Register van rekeningen over geleverde goederen door Couderc, D. en M.P. Brants.
          5. Wisselboek van Couderc, D. en M.P. Brants.
          6. 'Inkoopboek'. Register bevattende opgaaf van ingekochte goederen door Couderc, D. en M.P. Brants met vermelding van onkosten, van betaling voor opslag, enz. 2 delen;.
            1. 1832-1837.
            2. 1838-1844.
          7. 'Consignatiën'. Opgaaf van in commissie gegeven goederen door Couderc, D. en M.P. Brants, met vermelding van onkosten, van betaling voor opslag, enz. 1835-1841. 1 deel;.
          8. Kladjournaal van Couderc, D. en M.P. Brants. 1838-1850. 1deel;.
      5. COUDERC, BRANTS EN COMP. EN COUDERC EN BRANTS
        1. Stukken betreffende het comptoir van assurantie Couderc, Brants en comp. en de sociëteit van assurantie Couderc en Brants.
      6. DE NEUFVILLES BRANTS EN COMP.
        1. Stukken betreffende De Neufville Brants en comp.
        2. Balansenvan De Neufvilles Brants en comp.
        3. Lijst der schadeposten, getekend tot 31 december 1819, en staat der boeken van De Neufville Brants en comp.
  2. VAN BRONCKHORST-VAN MOLLEM (MET GEERTRUYD SIMONS EN FAMILIE EN KOOL)
    1. VAN BRONCKHORST-VAN MOLLEM
      1. MR. SIMONS VAN BRONCKHORST (CA. 1660-1700) EN HESTER VAN MOLLEM (CA.1668-1732) (1)
          1. Brief van Simon van Branckhorst (?) van Gerrit Gerbrantsz te Uithoorn. Zonder datum.
          2. Brieven van Simon van Bronchorst aan onbekende en aan Arentde Vries te Enkhuizen. 1694 en 1695.
          1. Doctorsbul van de Leidse universiteit voor Simon van Bronchorst.
          2. Testament voor notaris te Amsterdam van Simon van Bronchorst en Hester van Mollem. 1690. 1 stuk;.
          3. Begraafbriefje van Simon van Bronckhorst.
          1. Stukken betreffende een hofstede en land te Overmeer in de Blijkpolder onder het gerecht van Nederhorst den Berg, gekocht in 1677 uit de desolate boedel van Cornelis Melisz door Jacob Dircxsz Hellingh als voogd over zijn onmondige neven Van Bronchorst....
          2. Stukken betreffende de adminitratie van een legaat, door Leonard van Halmael vermaakt aan zijn nicht Hester van Mollem met recht van vruchtgebruik voor haar moeder, Sibilla van Halmael.
          3. Memoriaal van Simon van Bronchorst. 1693-1700. 1 deel;.
          4. Stukken betreffende het proces tussen dr. Hendrick van Bronchorst en Hester van Mollem en Quirijn Brants over de verdeling van de gemeenschappelijke boedel van haar en Simon van Bronchorst tussen haar en haar twee dochters van Bronchorst.
          5. Stukken betreffende de executoriale verkoop ten verzoeke van de erfgenamen van Simon van Bronchorst van een huis in de Tweede Anjeliersdwarsstraat aan de oostzijde, toebehorende Cathalijntie Coenraads, eerder weduwe Jan Dircx Groenenburg.
          6. Schepenvonnis voor de erfgenamen van Simon van Bronchorst tot betaling aan burgermeesteren en thesaurieren van fl. 600 met onbetaalde interest voor het erf 25 in park F aan de noordzijde van de Kerkstraat, overgenomen door Jacob Dirckx Hellingh van Pie...
          7. Verklaring in een geschil tussen de voogden van de kinderenvan Simon van Bronchorst en Hester van Mollem en Elisabeth van Os, huisvrouw van Daniël van Halmael, over een obligatievan fl. 1.175 ten laste van Daniël van Halmael.
          8. Kwitantie voor Hester van Mollem, als erfgenaam van Adriaenvan Mollem.
          9. Aantekening van Hester van Mollem betreffende de verdeling van de nalatenschap van een familielid. Zonder datum.
        1. STUKKEN BETREFFENDE DE MOEDER VAN HESTER VAN MOLLEM
          1. Stukken betreffende de afbetaling door David van Halmael enSibilla van Halmael, weduwe van Adriaen van Mollem, aan Jean Caspar Lemp, erfgenaam van Joannes Hooft, van fl. 1.000 met interest ter voldoening van een obligatie van Willem Swartepaert ten beh...
          2. Schuldbekentenis van Annetie Del, weduwe van Jacob Scheltes, en haar zoon Schelte Scheltes voor hun nicht Sibilla van Halmael, weduwe van Adriaen van Mollem, en hun neef David vanHalmeal voor fl. 100 tot opzetting van een blikslagerswinkel.
    2. GEERTRUYD SIMONS EN FAMILIE
      1. ROEL CLAES HEYNIS (OVERLEDEN VÓÓR 1591) EN NEEL PIETERSDR ES (OVERLEDEN NA 1591) (1)
        1. Scheiding voor schout en schepenen van Ransdorp van de nalatenschap van Roel Claes Heynis tussen zijn weduwe, Neel Pietersdr Es, en haar kinderen Symen Roeliffsz, Geerte Roelis, Trijn Roelis, Aeltgen Roelis en Lyssen Roelis.
      2. SIMON ROELOFS (OVERLEDEN VÓÓR 1633) EN NEELTGEN CLAESDR (OVERLEDEN VÓÓR 1618) EN MARITGEN HENDRICKS (OVERLEDEN N
        1. Verklaring ten verzoeke van Symon Roeloffs door Cornelis Jacobsz en Willem Jacobsz, dat in 1564 Peter Claesz alias Peter Gheertges en Roel Claes Heynesz 5 1/2 morgen land in Honswijk in de ban van Weesperkarspel hebben gekocht.
        2. Stukken betreffende aankoop door Symon Roeloffsz te Ransdorp van land in de ban van Weesp.
        3. Stukken betreffende aankoop van land door Symon Roelesz te Amsterdam van land in de Buiksloter-, Broeker- en Bijlemermeerpolders. 1627 en 1628.
        4. Scheiding voor notaris te Amsterdam van de nalatenschap vanSymon Roeloffsz en Neeltgens Claesdr tussen hun kinderen Jan Symonssen en Neeltgen Symons.
        5. Stukken betreffende testamenten en huwelijkse voorwaarden van Symen Roelofsz en zijn tweede vrouw, Mary Hendrix, en hunkinderen Roelof Symensz en Trijntje Symons, ter hand gesteld aan advocaat Van den Ende. Zonder datum.
      3. JAN SIMONS LANSMEER (OVERLEDEN NA 1644) (3)
        1. Schuldbekentenis van Jan Symonsz Lansmeer voor Siren Pietersz, vijselaer, voor een rente van fl.90 op een huis op de noordzijde van de Rozengracht. 1642. 1 stuk;.
        2. Kopie van overdracht door Jan Symonsz Lantsmer aan Harmen Arentsz van een leeg achtererf in de Anjeliersstraat noordzijde tegenover de stadstuin.
      4. NEELTGEN SIMONS (OVERLEDEN VÓÓR 1687) (4)
        1. Overdracht aan Neeltgen Simons door Jan Symonsz Lantsmeer van de helft van een stuk land aan de zuidzijde van de Broekermeers Lange weg.
        2. Overdracht aan Maritgen Hendricks en Neeltgen Simons door Baert Cornelisz van een stuk land in de Broekermeer.
      5. CATHARINA SIMONS (1622/23-1687) EN JACOB DIRCXSZ HELLINGH (1615/16-1679) (5)
        1. Huwelijkse voorwaarden voor notaris te Amsterdam van Jacob Dircxsz Hellingh en Catharina Symons. 1653. 2 stukken;.
        2. Testament voor notaris te Amsterdam van Catharina Simons enSimon van Bronckhorst.
        3. Begraafbriefje van Trijntje Simons.
        4. Stukken betreffende de aankoop van en servituten op het huis 'Het Schip op de Hellingh' op het Rokin, waarvoor Jacob Dircxsz Hellingh van de erfgenamen van Nicolaas Heereman de grond heeft gekocht. 1651 en 1660.
        5. Kustingrentebrief van Jacob Dircksz Helling voor burgemeesteren en thesaurieren voor een rente van fl.50 op de erven 14en 15 noordzijde Prinsengracht in park C en de erven 84 en 85 in de Kerkstraat. 1677. 1 stuk;.
        6. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Jacob Dircxsz Hellingh.
        7. Kopie van een bezwaarschrift van Catharina Simons, betreffende de betaling van lasten op de grond in de Honswijkerpolder onder de ban van Weesp, gekocht in 1564. Zonder datum.
    3. KOOL
      1. JACOB KOOL (1644-1706) EN PETRONELLA HACKAERT (1647-1724) (1)
        1. Kopie van de scheiding van de nalatenschap voor notaris te Amsterdam van Jacob Kool en Petronella Hackaert. Zonder datum.
      2. JACOB KOOL (1678-1730) EN GEERTRUID VAN BRONCKHORST (1691-1744) (2)
        1. Overdracht voor notaris te Amsterdam aan Geertruid van Bronchorst door Hester van Mollem van een rentebrief ten lijve van Geertruid.
        2. Stukken betreffende de overdracht namens Geertruid van Bronchorst door Quirijn Brants aan Jan Demedius, meester-metselaar, van een huis in de Bantemerstraat.
        3. Procuratie voor notaris te Amsterdam door Geertruyd van Bronchorst voor Quirijn Brants om aan de weduwe van Jan Laars een huis op de Buitenkant of IJgracht tussen de Peper- en Foeliestraten over te dragen.
        4. Stukken betreffende de uitbetaling namens Geertruid van Bronchorst door Jan Brants van fl.500 aan Anna de Later en Pieter de Later ten behoeve van de kinderen van Matthijs Cousijns en Maria de Later, welke gelden Dirk en Jacob Kool uit de boedel van Pi...
      3. SIMON KOOL (1711-1779) EN CORNELIA BEUNING (1710-1769) (3)
        1. Overdracht aan Cornelia Beuning van de helft van een huis in de Kalverstraat, het zevende benoorden de Sint Luciënsteeg, met de helft van een huis erachter in het Witte Kelksteegje en een achterhuis in de Moriaansteeg, afkomstig uit de insolvente boede...
        2. Kwitantie voor Jan Brants voor verteringen van Simon Kool in het beterhuis.
      4. JACOB KOOL (1723-1786) EN MARIA BOOMKAMP (1733-1806) (4)
        1. Aankondiging van het overlijden van Jacob Kool. 1786. 1 stuk;.
      5. GEERTRUID KOOL (1743-1786) EN FRIEDRICH HEINRICH LUDWIG GOLDSCHMID VON GOLDENBERG (1721-1779) (5)
        1. Aankondiging van het overlijden van Fredrik Hendrik Lodewijk von Goldenberg. 1779. 1 stuk;.
        2. Attestatie de vita van de secretaris te Herrnhut voor Gertruyd Beuning (sic!), douairière van Fredrik Hendrik Lodewijk Goldschmid von Goldenberg.
        3. Kopie van het testament van Geertruid Kool. Zonder datum. 1stuk.
        4. Verklaring voor notaris te Amsterdam namens Geertruid Kool door Jacob Bout, dat hij haar huis op de Keizersgracht tussen de Westermarkt en Reestraat, het zesde huis benoorden de Reestraat, bewoond door de heren Echenique, Sanchez en comp.,wanneer de be...
      6. KATHARINA KOOL (1748-1822) EN JACOB BOUT (1743-1811) EN MEINDER FOCKEN OF MINARDUS ABBEMA VAN HENGEN (1744-
          1. Brief aan Jacob Bout en Katharina Kool van hun zoon Jacob Bout te Soerabaja.
          1. Huwelijkse voorwaarden voor notaris te Amsterdam van Jacob Bout en Katharina Kool.
          2. Testamenten voor notaris te Amsterdam van Jacob Bout en Katharina Kool. 1769 en 1812.
          3. Aankondiging van het overlijden van Jacob Bout.
          4. Testamenten voor notaris te Amsterdam van Meinardus Abbema van Hengen en Katharina Kool. 1815 en 1821.
          1. Kwitantie van Jacob Bout en Katharina Kool voor de administrateuren van haar grootvaderlijk erfdeel. 1769. 1 stuk;.
          2. Kwitantie voor Jacob Bout van zijn vader, Pieter Bout, voorbetaling van de helft, die hem toekomt in de compagnieschapin zijden stoffen.
          3. Testament van Petronella Focking, o.a. ten behoeve van Katharina Kool, haar nicht.
          4. Stukken betreffende de aankoop door Jacob Bout van een huisin de Nieuwe Leliestraat.
          5. Kwitantie voor Jacob Bout van Quirijn Brants en zoon voor de afbetaling van fl.500 op een obligatie van fl.1.000.
          6. Procuratie voor notaris te Amsterdam voor Jacob Bout van Carel Bout, zijn broeder, om zijn huizen te Amsterdam te verhuren. 1796. 1 stuk;.
          7. Akte van aangifte van de nalatenschap van Jacob Bout. (1811of 1812).
          8. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Adrianus Geursen door Jacob Bout, in wiens huis hij heeft gewoond. 1800-1801. 11 stukken;.
          9. Stukken betreffende de aankoop door Meinardua Abbema van Hengen van het huis noordzijde Keizersgracht, eerste bewesten het hoekhuis van de Spiegelstraat. 1811-1812. 6 stukken;.
          10. Kwitantie van Meinardus Abbema van Hengen en Katharina Koolvoor Jacob Brants. 1817. 1 stuk;.
          11. Aanzegging tot betaling van fl. 1 voor een van stadswege geplaatste ring aan de wal van perceel Prinsengracht 4898, kanton 3. 1819. 1 stuk;.
          12. Stukken betreffende de memorie van aangifte van de nalatenschap van Meinardus Abbema van Hengen.
          13. Stukken betreffende de verkoop door Katharina Kool aan J.H.Devers en verdere verkoop door hem aan Jan van den Heuvel van een huis en achterhuis in de Nieuwe Leliestraat zuidzijdetussen de Tweede en Derde Dwarsstraat.
          14. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Katharina Kool. 1822. 10 stukken;.
        1. STUKKEN AFKOMSTIG VAN MEINARDUS ABBEMA VAN HENGEN EN ZIJN EERSTE VROUW, HESTER HOGTINGS EN HAAR EERSTE MAN, HE
          1. Testament voor notaris te Amsterdam van Hendrik Merken, hoedenstoffeerder, en Hester Hogdinks.
          2. Akte voor notaris te Amsterdam van compagnieschap in winkelwaren van hoeden en kousen tussen Jan Hendrik Japke en Hendrik Merken en Hester Hochting.
          3. Verklaring voor notaris te Amsterdam ten verzoeke van Hester Hogtings, getrouwd met Jacob Voswinkel, over het goed, datzij ten huwelijk heeft aangebracht.
          4. Kwitantie voor plaatsengeld voor de Evangelisch Lutherse Kerk voor Hendrik Merken.
          5. Schuldbekentenis voor schepenen van Broek in Waterland voorHendrik Merken van Hendrik Dreevers.
          6. Verklaring van Jan Hendrik Japke over het goed, dat Hester Hogtings toebehoort.
          7. Stukken betreffende een proces tussen de executeuren van Jan Hendrik Japke en Hester Hogtings, zijn huishoudster, over wederzijdse vorderingen.
          8. Schuldbekentenis voor Meinardus Abbema van Hengen van Gerrit Jan Silvoldt.
          9. Kwitantie voor Meinardus Habbema van Hengen en Hester Hogdinks voor betaald middel op het trouwen.
          10. Proeven van schoonschrift van H. (van) Merken. 1772 en zonder datum.
          11. Aankondigingen van het overlijden en uitnodigingen voor begrafenissen. 1750-1780. 6 stukken;.
          12. Verzoek tot uitbetaling van gage voor Jacob Bout Jacobsz, matroos op 's lands schip Kortenaer.
          13. Attestatie van overlijden van Jacob Bout Jacobsz in 1805, matroos op 's Konings schip De Revolutie.
  3. VAN DER HEYDEN (MET LEEUW)
    1. VAN DER HEYDEN
      1. JAN VAN DER HEYDEN (1637-1712) EN SARA TER HIEL (1630/31-1712) (1)
        1. Testament voor notaris te Amsterdam van Jan van der Heyden en Sara ter Hiel. 1710. 2 stukken;.
        2. Rekening en verantwoording van de adminitrateuren van de nalatenschap van Sara ter Hiel. 1712-1732. 1 deel;.
        3. Scheiding voor notaris te Amsterdam van de nalatenschap vanJan van der Heyden en Sara ter Hiel.
        4. Stukken betreffende het beheer der goederen, nagelaten doorJan van der Heyden en Sara ter Hiel aan de kinderen van Janvan der Heyden de jonge.
        5. Scheiding voor notaris te Amsterdam van de nalatenschap vanSara ter Hiel, voor zover betreft de twee kinderen van Jan van der Heyden de jonge.
        6. Kwitanties voor betaalde verponding voor het huis in de Koestraat, afkomstig van Jan van der Heyden.
        7. Krantenknipsels, artikelen enz. betreffende Jan van der Heyden.
      2. JAN VAN DER HEYDEN DE JONGE (1662-1726) EN CHRISTINA LEEUW (1668-1731) (2)
        1. Codicil van Christina Leeuw.
        2. Schuldbekentenis voor Christina Leeuw van Herman Hegeman. 1729. 1 stuk;.
        3. Scheiding van de nalatenschap van Christina Leeuw.
        4. Stukken betreffende de betaling van de verponding van het land in de Overaetveldse polder door de erfgenamen van Christina Leeuw en Jan van der Heyden.
        5. Kwitantie voor de erfgenamen van de weduwe Jan van der Heyden voor betaling van molengeld voor de Smal Weesper molen.
      3. SAMUEL VAN DER HEYDEN (..-1729) (3)
        1. Stukken betreffende het beheer en de verkoop door Samuel van der Heyden van een huis en de helft van een huis aan de Amstel, toebehorend aan de erfgenamen van Jacomijntje van der Plas, weduwe Samuel ter Hiel.
        2. Kwitantie voor de betaling van het Collateraal voor Samuel van der Heyden.
      4. SARA VAN DER HEYDEN (..-1738) (4)
        1. Overzicht van de bezittingen van Sara van der Heyden, met opgaaf van inkomsten hieruit.
        2. Inventaris voor notaris te Amsterdam van de nalatenschap van Sara van der Heyden.
        3. Scheiding voor notaris te Amsterdam van de nalatenschap vanSara van der Heyden.
        4. Memorieboekje van de onverdeeld gebleven effecten van Sara van der Heyden.
      5. JACOBA VAN DER HEYDEN (1705-1732) EN DS. JOHANNES DEKNATEL (1698-1759) (5)
        1. Stukken betreffende het beheer van de goederen, toekomende aan de kinderen van Johannes Deknatel en Jacoba van der Heyden uit de nalatenschap van hun moeder, van hun tante Sara van der Heyden en hun grootmoeder Christina Leeuw.
        2. Begraafbriefje van Elisabeth van Almonde, weduwe van Johannes Deknatel.
        3. Begraafbriefje van Jan Deknatel, zoon van Johannes Deknatelen Jacoba van der Heyden.
      6. SARA VAN DER HEYDEN (1710-1775) EN MR. JAN BRANTS (1703-1782) ZIE NR. 69-90
    2. LEEUW
      1. AMELDONCK LEEUW (1604-1647) EN MARIA RUTGERS (1603/04-1652) (1)
        1. Testamenten voor notaris te Amsterdam en codicil van Ameldonck Leeuw en Maria Rutgers. 1645-1647. 4 stukken;.
        2. Bewijs voor notaris te Amsterdam door Maria Rutgers aan haar zoons David en Jacob Leeuw van hun vaderlijk erfdeel.
        3. Stukken betreffende een proces tussen Jan le Pla, getrouwd met Maria Rutgers, en Laurens Jansz, zilversmid, over de belending van het huis 'De Vergulde Cater' op het Singel, dat zij heeft gekocht van Willem de Wolff. 1651. 5 stukken;.
        4. Kwitantie voor Maria Rutgers van W. Cats voor fl. 520.
        5. Scheiding van de roerende goederen in de nalatenschap van Maria Rutgers.
      2. BARBARA LEEUW (1628/29-1682) EN ANTHONY BLOCK (1619/20-1681) (2)
        1. Scheiding voor notaris te Amsterdam van de nalatenschap vanAnthony Block en Barbara Leeuw.
        2. Kopie van kwitantie van Lucas van Beek en Maria Block voor Jacob Leeuw voor zijn administratie van de goederen, nagelaten door Anthony Block en Barbara Leeuw aan de kinderen van Maria Block met vruchtgebruik voor haar.
        3. Stukken betreffende de administratie door David en Jacob Leeuw en Anthony Block van de nalatenschap van Anthony Block en Barbara Leeuw, voor zover toekomende aan Barbara Block.
      3. ANGENIETA LEEUW (1629/39-1694) EN DIRCK BLOCK (..-1664) (3)
        1. Testamenten voor notarissen te Amsterdam van Dirck Block enAngenieta Leeuw.
        2. Begraafbriefje van Dirck Block.
        3. Herzien contract voor notaris te Amsterdam tussen AmeldonckBlock, Agneta Leeuw weduwe Dirck Block, en Juriaen Hofham over een compagnie in Engelse waren, fabriek van baratten en zijden stoffen voor de tijd van 20 jaar, ingegaan 1 januari 1684, met cond...
        4. Akkoord voor notaris te Amsterdam tussen Agneta Leeuw en Ameldonck Block omtrent zijn vaderlijk erfdeel, met condemnatie van het Hof van Holland.
        5. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschappen van Angenieta Leeuw en haar kinderen en de uitvoering van de fideicommissaire bepalingen, vervat in haar en haar mans testamenten. Zonder datum en 1719.
        6. STUKKEN BETREFFENDE DE KINDEREN VAN DIRCK BLOCK EN ANGENIETA LEEUW
          1. Testament voor notaris te Amsterdam van Aernout Block. 1682. 1 stuk;.
          2. Testament voor notaris te Amsterdam van Maria Block, getrouwd met Pieter van Hoven.
          3. Testamenten voor notarissen te Amsterdam en codicillen van Anthony Block en van Agneta Block, zijn vrouw, ook als weduwe van haar derde echtgenoot, Paulus Verrijn. 1694 - 1719.
          4. Rekwest aan schepenen te Amsterdam van Agneta Block betreffende de verkoop van het huis 'De Klock' in de Warmoesstraat,dat met een fideicommis is belast, en dagvaarding van de kinderen van Jacob Leeuw, die hieromtrent difficulteren.
      4. DAVID LEEUW (1631/32 ? 1703) EN CORNELIA HOOFT (1631 ? 1708) (4)
        1. Juridische beschouwing over de testamentaire dispositie vanDavid Leeuw en Cornelia Hooft van 9 maart 1702. Zonder datum.
      5. JACOB LEEUW (1636-1704) EN CHRISTINA DE FLINES (1647-1725) (5)
          1. Brieven aan Jacob Leeuw. 1688 - 1701. 4 stukken; (Van Christina de Flines te Weesp, 1701, 1 stuk; Frans (-) van Haure, 1688, 2 stukken; V. Klinkhamer te Warmond, 1698, 1 stuk; Floris Vlamingh (f) te Amsterdam, 1700, 1 stuk).
          1. Huwelijkse voorwaarden voor notaris te Amsterdam van Jacob Leeuw en Christina de Flines, met opgaaf van ingebracht huwelijksgoed.
          2. Testamenten voor notarissen te Amsterdam van Jacob Leeuw enChristina de Flines. 1684 - 1720.
          3. Aankondiging van het overlijden en begraafbriefje van Christina de Flines.
          1. Rekeningen van maria Rutgers over het kapitaal van Jacob Leeuw, dat onder haar berust.
          2. Kopie van de kwitantie van Jacob Leeuw voor notaris te Amsterdam aan zijn voogden, David Rutgers en Jan Claesz Anslo, met balans.
          3. Kopie van een overdracht door Jacob Leeuw aan Cornelis Roeters van de helft van de snijding of de waterlozing tussen het huis De Leeuw van de verkoper en het huis van de koper op het Singel tegenover De Vijfhoek.
          4. Stukken betreffende een proces over de afbetaling van een kustingrentebrief op het huis 'De Vergulde Kater' op het Singel, toebehorend aan Jacob Leeuw, tussen hem en Coenraad Visscher, getrouwd met Tanneken van Gelijn, erfgenaam van Hans de Wolff. 1680...
          5. Kwijtschelding voor notaris te Amsterdam voor de aflossing van een schepenenkennis, verleden in 1666 door Gerrit Oli van Velsen ten behoeve van Gilbert de Flines, door Jacob Leeuw, getrouwd met Christina de Flines, voor Abraham van der Meer, die de bru...
          6. Extract uit de geprivilegieerde rol van de stad Amsterdam betreffende een vordering van Jacob Leeuw op Joannes Bevelander.
          7. Stukken betreffende leningen, die Jacob Leeuw bij zijn schoonmoeder, Rebecca de Wolff, heeft gesloten. 1688 - 1700.
          8. Contract voor notaris te Amsterdam tussen Jacob Leeuw, Pieter van Hooven en Maria Block, zijn vrouw, en Jurgen Hofham over een compagnie in Engelse stoffen en manufacturen voor detijd van negen jaar.
          9. Assurantiepolis van J.H. Muysken voor het schip de Neptunis, varende van Amsterdam naar Archangel en vice versa, ten behoeve van Jacob Leeuw, met stukken betreffende de afwikkeling na het verongelukken van het schip. 1699 - 1718.
          10. Verzoek aan Jacob Leeuw door Rebecca de Wolff tot betaling van een som aan Michiel Encheler in mindering van de rente, die Jacob Leeuw aan haar is verschuldigd.
          11. Kwitantie van C. Brants voor de heer Leeuw voor betaling van aan hem geleverd banket, kandij en maccarons.
          12. Journaal van afwikkeling van de nalatenschap van Jacob Leeuw.
            1. 1704-1818.
            2. 1719-1732.
          13. Grootboek van de afwikkeling van de nalatenschap van Jacob Leeuw. 1704-1732. 1 deel;.
          14. 'Bancoboek'. Bank/giroboek van de afwikkeling van de nalatenschap van Jacob Leeuw. 1705-1727. 1 deel;.
          15. Stukken betreffende een proces over een fonds van fl. 10.000, gesticht door Maria Rutgers ten behoeve van haar vrienden, die verarmen, belegd in een huis 'Adam en Eva' in de Stilsteeg, waarover Aafje van Bronchorst weduwe Nicolaas Tarwe, en Josina Agge...
          16. Stukken betreffende de overdracht aan Christina de Flines door de erfgenamen van Pieter Visser van twee achterhuizen onder één dak op de oostzijde van de Herengracht tussen de Warmoesgracht en de Gasthuismolensteeg. 1714. 4 stukken;.
          17. Overeenkomst voor notaris te Amsterdam tussen Christina Backer, weduwe François le Gillon, en Christina de Flines over de verdeling van een actie op de Kamer Hoorn van de Oostindische Compagnie nr. 76 als enige rechthebbenden in het contract van overle...
          18. Stukken betreffende het land aan het Gein en aan de Vecht bij Weesp, met aantekeningen van Christina de Flines over de herkomst. Zonder datum. 5 stukken;.
          19. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Christina de Flines. 1726 en zonder datum. 7 stukken;.
          20. Stukken betreffende de afrekening tussen de reders van het schip Sint Michiel, kapitein Nicolaas Columbo, waarin de erfgenamen van Christina de Flines 1/16 part hebben.
        1. STUKKEN AFKOMSTIG VAN DE OUDERS VAN CHRISTINA DE FLINES, GILBERT PHILIPS DE FLINES (1611-1671) EN REBECCA DE
          1. Testamenten voor notarissen te Amsterdam van Gilbert Philips de Flines en Rebecca de Wolff.
          2. Testament voor notaris te Amsterdam van Clementia van den Vondel weduwe van Hans de Wolff, waarbij zij haar vier kinderen, waaronder Rebecca de Wolff, tot erfgenamen benoemt. 1641. 1 stuk;.
          3. Schuldbekentenissen voor Gilbert Philips de Flines van Johannes Beverlander en Abel Harmensz. 1664 - 1666. 4 stukken;.
          4. Kwitantie voor notaris te Amsterdam voor de weduwe van Gilbert Philips de Flines en haar kinderen van Hendrik Heykens voor betaling van een schuld ten laste van de boedel van Willem Hesseling.
          5. Stukken betreffende schenkingen voor notarissen te Amsterdam door Rebecca de Wolff aan haar kinderen.
          6. Specificaties van de effecten van Rebecca de Wolff.
          7. Stukken betreffende een schuld van Abel Hermans aan Gilbertde Flines.
          8. Aantekening van Rebecca de Wolff betreffende gelden, die zij van 1675 tot 1683 aan haar zoon Gilbert de Flines heeft geleend. (Ca. 1683).
          9. Stukken betreffende een geschil tussen Rebecca de Wolff en later haar erfgenamen en de weduwe van haar zoon Gilbert de Flines, Catharina van Gelder, later hertrouwd met mr. Maynard Troyen, over de nalatenschap van hun zoon en eerste echtgenoot. 1691-17...
          10. Procuratie voor notaris te Amsterdam van Rebecca de Wollf op Jacob Leeuw om van Isaack van Hoorn, kalanderman, de inhoud van een schepenkennis van 1672 van fl. 6.000 met interest te ontvangen.
          11. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Rebecca de Wolff.
      6. CHRISTINA LEEUW (1668-1731) EN JAN VAN DER HEYDEN DE JONGE (1662-1726) ZIE NR. 791-795
      7. JACOB LEEUW (1669-1711) (6)
        1. Stukken betreffende de scheiding van de nalatenschap van Jacob Leeuw.
      8. MARIA LEEUW (1673-1718) (7)
        1. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Maria Leeuw.
      9. GILBERT LEEUW (1679-1732) (8)
        1. Stukken betreffende het overlijden en begraven van Gilbert Leeuw. 1732. 10 stukken;.
        2. Extract uit het register van de weeskamer betreffende de deponering door administrateuren van de goederen, nagelaten ten behoeve van Gilbert Leeuw door zijn moeder, Christina de Flines.
        3. Stukken betreffende de aankoop door de administrateuren over de goederen van Gilbert Leeuw van Jacobus van Ottinga van het huis De Kater met een huisje erachter, gelegen aan de oostzijde van de Herengracht. 1727-1728. 7 stukken;.
        4. Stukken betreffende de scheiding van de nalatenschap van Gilbert Leeuw.
        5. Stukken betreffende de verkoop van de huizen op de Herengracht en op het Singel, afkomstig van Gilbert Leeuw. 1732-1734. 10 stukken;.
      10. DAVID LEEUW (1682-1755) (9)
          1. Brieven aan David Leeuw te Warmond, verschillende Duitse steden, Amsterdam en Weesp van zijn naaste familieleden
            1. Van Joannes Deknatel, getrouwd met Jacoba van der Heyden, te Amsterdam, 1733 - 1749, 5 stukken; Sara van der Heyden en Jan Brants te Amsterdam en Delft, 1725 -1741, 9 stukken; Christina van Heyst en Stephanus van Leuvenig te Rotterdam, Maarsen en...
            2. Van Gilbert Leeuw te Amsterdam, Frankrijk, Cadix, Londen en IJsselstein, 1695 - 1730, 1 omslag (de zes eerste tevens gericht aan Jan Leeuw, enkele latere ookaan zijn moeder, Christina de Flines); Jacob Leeuw te Amsterdam, 1695 - 1701, 1 omslag (de...
            3. Van Maria Leeuw, ca. 1696, 1 stuk; Rebecca Leeuw en David van Heystte Amsterdam, Hamburg, Rotterdam, Maarsen en Amsterdam, 1699 - 1701 en 1711 - 1733, 1 pak (de eerste vijf tevens gericht aan Jan Leeuw. Met een brief van M. Spronck te IJsselstein van 1...
          2. Brieven aan David Leeuw uit de Republiek.
            1. Alkmaar: Van Maerten Daey, 1722, 3 stukken; Pieter Groen enChristina Marchant (f), 1739, 1 stuk; Cornelis Keern, 1736,2 stukken; Hermanus Maas.
            2. Almelo: Van J. Koster.
            3. Amsterdam: Van H. van Aken, 1742 - 1750, 3 stukken; Nicolaas Bastert, 1751 (-), 1 stuk; Antony van der Beeck, 1721, 1 stuk; Lucas van Beeck (f), 1718 - 1719, 2 stukken; Anth. Bierens de Jonge, 1740, 1 stuk; Pieter Blok Michelsz, 1718, 1 stuk; Gerrit Bo...
            4. Bennebroek: Van Anthony van den Boogaard.
            5. Bloemendaal: Van Gilles de Nijs, 1713-1717, 8 stukken; Gilles Teyler.
            6. Breukelen: Van Bastiaan van Eys, zonder datum.
            7. Culemborg: Van J. Houthuysen (f).
            8. Delft: Van Jean Bignon, 1713, 1 stuk; Jan de Bries, 1713, 2stukken; J.(-) van der Burch, 1723, 1 stuk plus 1; J. van der Chijs (-), 1721, 1 stuk; Jacoba Elsevier (f), 1705 - 1710, 4 stukken; I. Gabeau, 1705 - 1711, 1 pak; Willem de Kets (-), 1721, 1 st...
            9. Deventer: Van Otto van Rijssen, 1711-1712, 3 stukken; (J. en) Wilhelmina van der Souw.
            10. Doesburg: Van Alb. Curtius en comp..
            11. Dordrecht: Van Samuel Senten Vereyk en soon.
            12. Enkhuizen: Van Dirk Haak, 1719, 1 stuk (tevens gericht aan zijn moeder, Christina de Flines).
            13. Enschede: Van Jeronimus Roessing.
            14. Gouda: Van Theod. Jongkint, 1706 - 1714, 1 pak; Carlos Panhuys, 1710 - 1714, 3 stukken; Daniel Stuyt, 1705 - 1707.
            15. 's-Gravenland: Van Jacob Roeters.
            16. 's-Gravenhage: Van Victor Brey, 1726 - 1737, 9 stukken (1 getekend door A. v.d. Straten); Jacob Falkner, 1726, 1 stuk; V. Klinkhamer, 1698 - 1705, 1 pak (de eerste acht geschrevente Warmond. Met kwitantie van B. Klinkhamer (f)); R. van der Kun, 1721, 1...
            17. Groningen: Van Harmen Alringh, zonder datum.
            18. Grouw: Van Symon Rinses, 1715-1721, 8 stukken (enkele geschreven te Leeuwarden).
            19. Haarlem: Van Jacobus Barnaart Abrahamsz en Jakoba Barnaart,1746, 1 stuk; Simon Bevel, 1715 - 1732, 3 stukken (laatste getekend door Jan Vermout); Jacob van den Biesen, 1722, 2 stukken; weduwe Arent Block, 1707 - 1716, 2 stukken (tweede mede getekend do...
            20. Halfweg: Van J.J. Graaff.
            21. Hardenberg: Van Pieter Ster.
            22. Harlingen: Van Eelke Dircks, 1712, 2 stukken; Jan.J. Scheltema.
            23. 's-Hertogenbosch: Van Jean du Chesne, 1704, 1 stuk; J.(?) Versfelt.
            24. Hilversum: Van Gerrit Hammik, 1734 - 1740, 3 stukken (de twee laatste gericht aan Harmanus Maas); J. Winckler, 1717 - 1718.
            25. Hoogeveen: Van J. Berens van der Veen, 1708, 8 stukken; A. de Vriese.
            26. Hoorn: Van Meyndert Compas, 1705 - 1706, 3 stukken; Jan vanCoppenol, 1710, 1 stuk; Jan Wognum.
            27. Huizen: Van Claas J. Vetkooper.
            28. Ilpendam: Van Joanna Hooft weduwe Joan de Graeff.
            29. Kampen: Van Jan E. Verbeeck.
            30. Kortenhoef: Van P. Mooy (?).
            31. Krommenie: Van Jacob Blaau, 1713, 1 stuk; Godfrid Spranger,1715 - 1719.
            32. Leiden: Van Abraham Alensoon, 1713, 1 stuk; Le Boullenger en soon en Plucker, 1716, 1 stuk; weduwe Jean Carlier en soon, 1715, 1 stuk; Joost van Daalen, 1705 - 1707, 4 stukken; Abraham Dozy, 1711, 1 stuk; Jacob Drolenvaux, 1713, 2 stukken;Abraham Frema...
            33. Loenen: Van Cornelis Plesjes.
            34. Maarsen: Van Jan Sluys, 1732, 5 stukken plus 1.
            35. Meppel: Van G. Henr. Van der Woude.
            36. Middelburg: Van Thomas en Hendr. Boursse, 1713, 5 stukken; Hendrik Boursse, 1715 - 1719, 1 pak; Boursse en Grymalla, 1720 - 1727, 1 pak; Casp. Ribaut, 1724 - 1726, 17 stukken plus1.
            37. Muiden: Van Nicolaas Schouten (f).
            38. Mijdrecht: Van Hendrik van Wieringen.
            39. Naarden: Van Adol. en Andries Heshuysen, 1705, 1 stuk; Hendrik Thierens.
            40. Nichtevecht: Van Vastrik van Nes.
            41. Overdiemen: Van Willem Kok.
            42. Rotterdam: Van Theodorus Bere, 1705, 1 stuk; Jacobus Boutkan, 1720, 1 stuk (getekend door Joannes van Putten); P. Braasem, 1719, 1 stuk; Phil. de Custer, 1716, 2 stukken; John Gordon junior, 1704, 1 stuk; Joh. van der Heyde, 1704 - 1713, 1 pak; Joh. va...
            43. Rotterdam: Gualt. van Keulen, 1706, 3 stukken; Pieter Langenbergh en catharina Penterman, 1732, 1 stuk; Jan Messchaert, 1723, 1 stuk; Jan van Munster, 1707, 3 stukken plus 1; Jacob van Oostenrijk, 1720, 2 stukken; Frans en Andries Oudaen, 1724 - 1730,...
            44. Schermer: Van Klaas Pietersz Aangaande, 1719, 1 stuk; SymonDircksen van de Kamer.
            45. Utrecht: Van Lambertus Brouwer, zonder datum, 1 stuk; Abraham van Dulken en Margareta van Wylick, 1741, 1 stuk; Johann Conrad Krafft, 1712 - 1713, 4 stukken; Joseph Loten, 1723, 1stuk; C. Middendorp, 1721 - 1727, 8 stukken plus 1; Matthias Daniël Römer...
            46. Veere: Van Robert Pantoune.
            47. Velsen: Van B.G. de Nijs.
            48. Vreeland: Van A. Munnekemolen en Johanna van Beek (f), 1749, 1 stuk - Warmond, zie nr. 882.
            49. Warns: Van Jan Corneles, 1732 - 1734, 18 stukken; Joltie Jans, zonder datum, 1 stuk plus 2; R. Sibles, 1724, 1 stuk; Wybr. Takles, 1714 - 1718, 7 stukken; Ids. Aukes (schoonzoon van Wybr. Takles), 1720 - 1724, 3 stukken (de laatste uit Rouaan).
            50. Weesp: Van Nicolaes van Beuseghem, 1725, 1 stuk; Simon Brouwer, 1742 - 1754, 6 stukken plus 1; Claes Drost, 1720, 1 stuk; Isaak van Eyk, 1717 - 1722, 3 stukken; Barendt ter Gun, zonder datum, 1 stuk; weduwe IJsbrant Hagedoorn, 1723, 1 stuk; B. van Heum...
            51. IJsselstein: Van Christiaan van den Grootenbrouck, 1727, 1 stuk; Goris 't Hoen, 1716 - 1734, 1 pak; Willem 't Hoen, 1733, 1 stuk; Fredrik Pas, 1727 - 1732, 11 stukken; Willem de Ridder, 1716 - 1726, 1 pak (de laatste brief van Maria van Rooye weduwe Wi...
            52. Zaandam: Van Jan Rogge en Olphert Pet.
            53. Zevenaar: Van Arntie Peters, weduwe Meies Michelsz, 1705, 1stuk; Arnoldt van de Veldt, 1708 - 1709.
            54. Zierikzee: Van Isaac Boom.
            55. Zwartsluis: Van Reynder Coops, 1719, 1 stuk; Willem Wageman, 1708 en zonder datum.
            56. Zwolle: Van Hendrick Dreesman en vrouw, 1706 - 1712, 1 pak;Wolters en Dreesman, 1705, 2 stukken; Michiel Dreesman 1705- 1718, 1 pak; weduwe Fronten en Joannes Hanselaer, 1705 - 1706, 2 stukken; Johan Hendrick Krecke, 1701 - 1714, 1 pak (de eerste brief...
            57. Adres onbekend: Van J. Kock, zonder datum, 1 stuk; L. van Rheden, 1726, 1 stuk; Jan Jakopsen Stofbergen, 1716 (?), 1 stuk; Maarten Vlaerdingerwoud.
          3. Brieven aan David Leeuw uit Engeland.
            1. Canterbury: Van Anne Rondeau, zonder datum, 1 stuk; Claude Rondeau.
            2. Exon: Van Bere en Lee, 1708, 1 stuk; Hugh Bidwill, 1702 - 1709, 15 stukken; Edm. Cock, 1704 - 1716, 1 pak; Francis Collins, 1705 - 1706, 6 stukken; J. Elwill, 1713 - 1722, 1 pak (de laatste twee geschreven te Langley near Bromley. Met brief namens hem...
            3. Hull: Van Philip Wilkinson Junior.
            4. Leeds: Van Joshua Dinsdale.
            5. Londen (London): Van Rob. Aston, 1715 - 1717, 8 stukken plus 1; John Atlee, 1708, 1 stuk; Justus Denis Beck, 1739, 1 stuk; Beyerling en Martens, 1717, 3 stukken; John Henry Boock,1709 - 1711, 1 pak; Mich. Bovell, 1706 - 1721, 1 pak; Casper van den Buss...
            6. Norwich: Van Benj. Andrewes, 1702, 1 stuk; John Morter, 1707, 1 stuk; John Reeve, 1704 - 1705, 2 stukken (doorgezonden door Durand Buffanie te Londen).
            7. Tiverton: Van John Andrews, 1706 - 1719, 1 pak; Samuel Bawden, 1704 - 1708, 1 pak (met 1 van Elis. Bawden van 1709, 1 stuk plus 3); Robert Burridge, 1706 - 1709, 17 stukken plus 1(getekend door George Thornes, 1 van Samuel Burridge); Wm. en Sam. Lewis,...
            8. Topsham: Van George Coles.
          4. Brieven aan David Leeuw uit het Duitse Rijk.
            1. Frankfort (Frankfurt): Van Johann Hermann Barensfeldt, 1704- 1705, 12 stukken; Joan Martin du Fay, 1712-1720, 1 pak;Jan Lodewijk Harscher, 1705-1709, 1 pak; Johannes le Long, 1705, 1 stuk; Fredrick Middendorp, 1719, 1 stuk; Pieter van Oyen.
            2. Halberstadt: Van Johan Michael Schlepegrel, (?) 1705.
            3. Maagdenburg (Magdeburg): Van Johan Andreas Schellers weduwe, geb. Anna Middeldorfinn, 1708, 1 stuk; Johann Andreas Scheller.
            4. Nürnberg: Van de weduwe Jan Jaquet.
            5. Worms: Van Jean Schlösser.
          5. Brieven aan David Leeuw uit Oost-Friesland en het Noordzeegebied.
            1. Altona: Van Henrick Dircksen, 1707 - 1708, 2 stukken; ErnstSigmund Kupffer, 1704 - 1716, 1 pak; Ernst Siegmund Kupffers weduwe en Heinrich Ludolpff Maack. 1716, 2 stukken; Hendr.van der Smissen, 1715 - 1718.
            2. Bockhorn: Van Johan Hemken.
            3. Bremen: Van Joh. Otto Aschoff, 1702, 4 stukken; Frans Caspar Barckhausen, 1704 - 1714, 1 pak (de eerste geschreven te Leipzig, sedert 1708 te Brunswijk, Hildesheim, Minden, Lippstadt, Leipzig, Bielefeld, Hamm en Utrecht); Berent Philip Berckemeyer, 170...
            4. Hamburg: Van Hinrich Arrienn, 1706 - 1708, 14 stukken plus 1; Vincent Böhme, 1710, 1 stuk; Boock en Havelmeyer, 1706, 2stukken; Pieter Boock, 1706 - 1714, 1 pak; Jacob Borgeest,1704 - 1714, 2 stukken; Marcus en Peter Christoffer Brand, 1708 - 1709, 3...
            5. Husum: Van Michael Jovers.
            6. Jever: Van H. Frerikz.
            7. Knipphausersicht: Van Hillard Bley.
            8. Oldenburg: Van Johan von Asseln, 1704 - 1708, 17 stukken plus 2; Johan von Asseln weduwe, 1709, 1 stuk; L. Groverman, 1699 - 1701, 5 stukken; Christian Hulck, 1700, 1 stuk; Gerdt Muhle, 1706 - 1710.
            9. Varel: Van Gerried Arens, 1712 - 1723, 1 pak (met 2 brievenvan de executeuren van zijn nalatenschap, 1 van H. Messing); Geerdt Meyer G.soon, 1704 - 1708, 11 stukken plus 2.
          6. Brieven aan David Leeuw uit het Oostzeegebied.
            1. Danzig: Van Carl Ernst Auersbach, 1705, 2 stukken; Pieter van Beuningen.
            2. Kiel: Van Erich Bürs.
            3. Kolberg: Van Jobst Bernhard Hoyer.
            4. Koningsbergen (Königsberg): Van Laurens Birrell, 1705 - 1714, 1 pak; Matthijs van Collen, 1707 - 1723, 1 pak (verschillende getekend door Thomas Zinckerbecker).
            5. Lübeck: Van Johan Herman Berser, 1706 - 1710, 4 stukken; Valentin Middendorff junior, 1701, 1 stuk; Gerdt Münters, 1707- 1708.
            6. Narva: Van Gerard Henric Arps, 1724 - 1726, 16 stukken; Philip Bauman, 1724, 2 stukken plus 1; Kettlewell en Suthoff, 1724, 1 stuk; Thomas Mönning, 1725, 2 stukken; Herman Johan Strahebar, 1743, 1 stuk; Lorens en Hans Otto Sutthoff.
            7. Reval: Van Pieter Duborgh, 1705-1707, 4 stukken; Christian Duborgh.
            8. Riga: Van D. Bollich, 1705-1708, 2 stukken; Maerten Ents en Cornelis Brantjes, 1710, 1 stuk; Joh. Gösche, 1711-1716, 4 stukken; Friedrich Kühn, 1720-1722, 13 stukken plus 5;Godefried Schacht, 1718-1721, 10 stukken plus 2; Johan Warneke, 1705-1709, 15 s...
            9. Stralsund: Van Emanuel Hagemeister.
          7. Brieven aan David Leeuw uit het Rijnland.
            1. Essen: Van Theop. H. Stohlman.
            2. Keulen (Köln): Van Johan Adam Broich, 1706-1711, 1 pak; Johan Jacob Paters, 1713, 6 stukken; Johannes Teschemacher, 1718, 2 stukken; Maria Cecilia Waldorff.
            3. Kleef (Kleve): Van Abraham Welsinck.
            4. Krefeld: Van Derick Cladder, 1713, 1 stuk, Godfr. Pull, 1714-1718, 5 stukken plus 1.
            5. Mühlheim bij Keulen: Van Diederich Köster, 1712-1719, 4 stukken (de eerste twee uit Keulen).
            6. Rees: Van Nicolaas van Zutphen.
            7. Solingen: Van Clemens Meygen, 1714-1715, 11 stukken plus 2.
            8. Uedem: Van Barndt Hemyng, 1716, 1 stuk plus 2.
          8. Brieven aan David Leeuw uit Saksen en Silezië.
            1. Görlitz: Van Ehrenfried Müller, 1719, 2 stukken; Jean Sohr en consort, 1717-1718, 11 stukken; Jean Sohr.
            2. Leipzig: Van Albrecht en Piper, 1708 - 1713, 9 stukken plus2; David Auerbach, 1713 - 1718, 1 pak; Andreas Bell, 1710 -1716, 1 pak; Andreas Bielitz, 1706, 2 stukken; Caspar en Georg Heinrich Bose, 1719 - 1720, 6 stukken; Valtin Casper Breitsprach, 1709...
          9. Brieven aan David Leeuw uit Westfalen en Hannover.
            1. Bielefeld: Van Conrad Becker, 1708 - 1711, 8 stukken; Thomas Henrich Hasse, 1712 - 1714, 7 stukken; Peter Nicol. Hoffbaur, 1704, 1 stuk; Joachim Willmans, 1704 - 1709.
            2. Brunswijk (Braunschweig): Van Johann Christoph Dunder, 1712? 1713, 2 stukken; Gottfriedt Neuhoffs (?) weduwe en zoon, 1719, 1 stuk; Hans Henrich Ridder, 1711, 2 stukken; Caspar Ludwig Schultz, 1712, 1 stuk; Caspar Ludwig Schultzen weduwe,1719.
            3. Celle: Van Gottlieb Bernh. Kretschmar, 1715, 1 stuk; C. Nüttel en Kretschmar.
            4. Damme: Van Johan Hinrich Mähler, 1706-1708, 4 stukken; Johan Hinrich Patke, 1704-1705, 7 stukken; voogden van de pupillen van Johan Henrich Patke, 1706, 1 stuk (= Johan Hinrich Mahler en Lubertus Ortman).
            5. Haustenberg: Van Joan Eberhard Ledebuer.
            6. Herford: Van Johan Herman Behrman, 1707-1711, 6 stukken; H. Berkenbrinck (?), 1707-1712, 16 stukken; Johan Heerman,1704-1713, 1 pak; Johann Heinrich Punge, 1704-1709, 15 stukken plus 1; weduwe Arnoldt Stolman, 1707, 1 stuk; Frans Stoelman, 1707-1709, 1...
            7. Iserlohn: Van Jan Smidt.
            8. Lemgo: Van Jobst Henrich Bentzler, 1712-1722, 1 pak (enkele zijn van Lorentz Bentzler en van Diederich Bentzler); Herman Gerhard Bentzler.
            9. Lippstadt: Van Johan Christoph Höcher, 1706-1717, 8 stukken plus 1; Diederich Höcher.
            10. Lüneburg: Van Meyer en Hoppener, 1701-1718, 1 pak; ds. Frid. Henrich Oldecop.
            11. Minden: Van Johan Heinrich Brasandtens weduwe, 1701, 1 stuk; Johan Herman Brasandt, 1702-1714, 5 stukken plus 1; Johann Brockman, 1707, 2 stukken; Joh. Conradt Bull, 1706, 1 stuk; Bulle en Berner, 1708, 1 stuk; Friederich Möncht, 1699-1700, 3 stukken p...
            12. Münster: Van Caspar Hane, 1707, 4 stukken; Joan Herman Hülseman, 1717, 1 stuk; J.H. Vogelsang.
            13. Osnabrück: Van Rudolpf Abeken, 1707, 1 stuk; weduwe Abeken,1708, 4 stukken; J.H. Abeken, 1709, 1 stuk; Albert Kerbler (?), 1708, 1 stuk; Hans Herman Kleindieck, 1713-1720, 10 stukken; Johan Metzener.
            14. Quakenbrück: Van Johan Block, 1708, 5 stukken; Elisabet Husmanns (?) weduwe J. Block, 1709-1711, 11 stukken; Johan Schutte, 1704-1706, 17 stukken plus 2; Marria Margreta Wördemans (?), weduwe Schutte, 1706-1714, 1 pak; Diederich Schutte, 1715-1721, 15...
          10. Brieven aan David Leeuw uit Scandinavië.
            1. Aalborg: Van Claes Heug.
            2. Elseneur (Helsingör): Van Arent van Deurs, 1724-1734, 11 stukken plus 5; David Fischer, 1724-1727, 10 stukken plus 11; J.G. Hanssen, 1722, 1 stuk plus 1.
            3. Malmö: Van Frans Suell.
            4. Stockholm: Van Petter Höökels.
            5. Trondheim: Van Johan Luytkis, 1718, 2 stukken; Magdalena Meitzner.
            6. Wijburg (Viborg): Van Nicolaes Arctander, 1704-1723, 1 pak; Claas Jacobsen Banningh, 1721, 3 stukken; Mouritz Hojer, 1719-1720, 2 stukken; Jan Tymesze Vogel, 1724, 1 stuk; Hans Werner, 1715-1721, 1 pak (met kopie van een brief van David Leeuw aan hem v...
          11. Brieven aan David Leeuw uit Rusland.
            1. Archangel: Van Ludolf Berens, 1723, 1 stuk; Bodisco en Van Dort, 1720 - 1724, 1 pak (verschillende geschreven te Moskou); Nicolaas Danser, 1723, 1 stuk plus 2; Hendr. Middendorp, 1711, 1 stuk; Willem van der Plough, 1716-1718, 1 pak; Tobias Puytelingh,...
            2. Moskou: Van Pieter Cooke, 1720-1721, 9 stukken; Hendrik van der Hulst en C.J. Germershuysen, 1718, 1 stuk; C.J. Germershuysen, 1723, 1 stuk (geschreven te Archangel); C.J. Germershuysen en Bacheracht, 1724, 3 stukken (twee hiervan geschreven te Archang...
            3. Wolgda: Van Hendrik Houtman.
          12. Brieven aan David Leeuw uit de Zuidelijke Nederlanden.
            1. Antwerpen (Anvers): Van Claude Auvroy, 1725, 1 stuk; Jasparde Bandt, 1707-1708, 7 stukken plus 1; De Bandt en Van Pruyssen, 1712-1717, 1 pak; De Bandt en Van Hasselt, 1718, 4stukken; Jean Bauptista Schenaerts, 1724-1726, 1 pak (de eerste ondertekend do...
            2. Brussel (Bruxelles): Van Johann Conrad Krafft.
            3. Gent (Gand): Van Jean Gilles 't Kint, 1712-1722, 10 stukken; Anne Marie de Roose, 1710, 2 stukken; weduwe Adriaen de Roose geboren Joanna Queraert, 1710-1718, 17 stukken; Barbarine de Roose.
            4. Luik (Liege): Van Martin Bouxhon, 1706-1707, 4 stukken (de eerste van Jean du Chesne, neef van M. Bouxhon, te 's-Hertogenbosch.
            5. Oostende (Ostende): Van Balthazar van Campen, 1725, 1 stuk;Arnoldus Hoys en comp., 1724-1726, 1 pak; Malachias de Lavigne, 1725, 2 stukken; Thomas Ray, 1724-1726, 7 stukken; Matthijs Westendorp (F).
          13. Brieven aan David Leeuw uit Frankrijk.
            1. Duinkerken (Dunkerque): Van Joseph Faille, 1719-1721, 4 stukken plus 1.
            2. Rijssel (Lille): Van Du Bosquiel d'Helleville, 1721-1722,2 stukken (tevens gericht aan zijn moeder, Christina de Flines); Christian Libert, 1697-1699, 2 stukken; Christian enPedro Libert, 1718-1719, 11 stukken; Pedro Libert, 1720 -1725.
          14. Brieven aan David Leeuw uit Spanje.
            1. Cadix (Cadiz): Van Cornelisen, Micon en comp., 1712, 1 stuk(tevens gericht aan zijn moeder, Christina de Flines. Met drie srukken over het latere verloop, 1712-1745); Eduardo Cornelis en Diego van Hauere, 1716, 1 stuk; Christiaan Duisberg, 1716, 1 stuk...
            2. Sevilla: Van Miquel Lemaistre en comp., 1714-1724, 1 pak (ook op naam van Barth. Janssen en comp.); B. Verbrugghen, 1713-1720, 2 stukken plus 2.
          15. Brieven uit Lissabon aan David Leeuw. 1716-1741. 5 stukken (Van Basseliers en Reringh, 1716-1717, 2 stukken; Geerdts, Dohrman en Krüger, 1741, 1 stuk plus 1; Weenix en deMontagne, 1719, 1 stuk).
          16. Brieven aan David Leeuw uit Italië.
            1. Livorno: Van Gio. Dom. Cittadelli en comp., 1722, 1 stuk; Cittadelli en Guidell, 1725, 1 stuk plus 1; Nicolo de Smeth en Stefano van Houten, 1713-1721, 17 stukken plus 1.
            2. Venetië (Venezia): Van Gio. Tomaso Rottenhof (?).
          17. Brieven aan David Leeuw van schippers. 1713 - 1754. 1 pak (Van Floris Jacobsz Brouwer, 1719, 1 stuk (Stavoren); Jakob Floris Brouwer, 1724 - 1726, 12 stukken (Narva, Elseneur, Reval, Gothenburg); Sjouke Pietersz Brouwer, 1726 - 1734, 1 pak (Narva, Else...
          18. Begraafbriefjes gericht aan David Leeuw. 1705-1748. 9 stukken (Van Lucas Pietersz van Beeck, 1705; Catharina van Gelder, huisvrouw van mr. Meynard Troye, 1719; Catharina van Halmael, weduwe van Jan Blenck, 1724; David van Heyst, 1746;Cornelia Hooft,...
          19. Kopieboek van uitgegane brieven van David Leeuw. 1703-1719.1 deel;.
          20. Kopieën van brieven van David Leeuw en teruggezonden brieven aan Harmanus Visser te Rouaan en aan Jan van Roeff. 1715 en 1752-1753.
          1. Testamenten voor notaris te Amsterdam en codicillen van David Leeuw.
          1. Grootboek van David Leeuw.
          2. Rekeningen, kwitanties en wisselbrieven van David Leeuw.
          3. 1704-1707.
          4. 1708-1710.
          5. 1711-1713.
          6. 1714-1716.
          7. 1717-1718.
          8. 1719-1722.
          9. 1723-1726.
          10. 1727-1730.
          11. 1731-1735.
          12. 1736-1740.
          13. 1741-1746.
          14. 1747-1754.
          15. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van David Leeuw. 1755-1757 en zonder datum. 10 stukken;.
          16. Notitie van verkoop van een partij obligaties ten laste vanHolland en West-Friesland, afkomstig van Christina de Flines en haar kinderen. 1762. 1 deel;.
          17. Stukken betreffende het beheer van de fideicommissaire goederen nagelaten door David Leeuw en Agneta Leeuw.
          1. Overdracht voor dijkgraaf en heemraden van de Watergraafsmeer aan David Leeuw door Paulus Marken van drie kampen weiland, met kopie van een verklaring van de landmeter Maurits Walraven over deze grond.
          2. Overeenkomst tussen David Leeuw, Agneta Leeuw en Dirck Leeuw over het graf middelkerk, tweede laag nr. 22 in de Oude Kerk.
          3. Verhuurceduul van land aan de Vecht door Warner Hendrikse aan David Leeuw, gelegen naast de buitenplaats van de laatste.
          4. Bestek, waarop Jacob Cornelissen voor David Leeuw de zeedijk bij Muiden 10 jaar zal onderhouden, juist als 10 jaar eerder voor de weduwe Jacob Leeuw met kopie-octrooi van de Staten van Holland van 1720.
          5. Stukken betreffende een bezwaarschrift, ingediend door David Leeuw over een aanslag in de 100ste en 200ste penning van een huis in de Korte Langebrugsteeg, door hem in 1719 gekocht. 1734. 4 stukken;.
          6. Bestek, waarnaar Vastrik van Nes, aannemer, voor fl.5.500 voor David Leeuw een boerenhuis met hooiberg en schuur zal maken naast zijn buitenplaats aan de Vecht tussen Weesp en Muiden.
          7. Stukken betreffende het verhuren door David Leeuw aan Roeters Peyper, aan Gerrit Bouwens Hillings en aan Dirk Willemsenvan een huis, hooiberg en schuur met drie weren lands in deBloemendalerpolder onder Weesp, 1741, 1751 en 1754.
          8. Stukken betreffende de restitutie door buurtmeesteren van Weesperkarspel aan de ingelanden van het geld, gecontribueerdin 1713, 1727 en 1731 voor de onkosten van een proces tegenburgemeesteren van Weesp. 1742. 4 stukken;.
          9. Kopieën van rekwesten van en aan dijkgraaf en hoogheemradenvan Zeeburg en Diemerdijk bewesten Muiden over het onderhoud van de zeedijk. (na 1744). 2 stukken;.
          1. Stukken betreffende een actie op de Kamer Delft van de Oostindische Compagnie, in 1697 gekocht op naam van 20 personen,waarvan in 1750 David en Ameldonck Leeuw en Margreta Isabella de Surmont de enige overlevenden zijn.
          2. Schuldbekentenissen voor David Leeuw van Pieter Heuckel te Stockholm (voor notaris te Amsterdam), van Pieter van Oyen en Niesge van Royen, en van Lieve Franse.
          3. Stukken betreffende de overdracht ten behoeve van David Leeuw door Peter Crellius aan Gilbert de Flines van kapitalen op de bank van Engeland en Zuidzeeanunnuiteiten.
          4. Schuldbekentenis voor David Leeuw van Barent Klinkhamer, waarvoor hij stoffen in onderpand heeft gegeven.
          5. Overdracht aan David Leeuw door Jan Walraven van £ 500 actie Bank van Engeland met aantekening over levering van deze actie aan Anna Catharina van Ewijck, weduwe Dirk Helmans.
          6. Verklaring voor notaris te Londen ten verzoeke van Gilbert de Flines omtrent het kapitaal van David Leeuw op de Bank van Engeland.
          7. Stukken betreffende een kapitaal van fl. 12.000 in bancogeld, door David Leeuw verstrekt aan Pedro Francisco de Kesschietre van Le Havre met als onderpand o.a. zijn huis op de Herengracht beoosten de Spiegelstraat met pakhuis en koetshuis erachter, en...
          8. Stukken betreffende een vordering van David Leeuw en Dirck Leeuw op Adriaan Laarman en Elisabeth Haulsey en de afwikkeling daarvan met Jan Gregory, haar latere echtgenoot.
          9. Stukken betreffende de afwikkeling van de desolate boedel van Jan van Grooningen, getrouwd met Maria van Boorn, door decurator Francis Sorg, met aantekeningen van David Leeuw, degrootste crediteur. 1739-1746. 1 pak;.
          10. Stukken betreffende een accoord van Jan Pieter van Bree metzijn crediteuren, waarbij David Leeuw met een som van fl. 10.000 banco, in 1735 door hem verstrekt.
          11. Stukken betreffende de opheffing van de lintnegotie van Coenraad van Hulst en Cornelis Stants, waarin David Leeuw met fl. 5.000 had bijgedragen.
        1. FINANCIËLE ZAKEN (DEELNEMING IN HANDELSZAKEN)
          1. Cognossementen voor David Leeuw.
          2. Cognossementen van goederen door Jan van der Heyden te Rotterdam verscheept voor David Leeuw.
          3. Assurantiepolissen voor David Leeuw voor verscheepte goederen.
          4. Procuratie voor notaris te Amsterdam door David Leeuw op zijn broer Jan Leeuw om de inhoud van een wisselbrief te ontvangen van Jean Jaques Schweighausen te Leiden.
          5. Verklaring voor notaris te Amsterdam van Pieter Fries, dat hij van David Leeuw ten behoeve van Richard Spurway te Exon drie pakken met koopmanschappen en een wisselbrief heeft ontvangen.
          6. Stukken betreffende de invordering van een schuld voor lakens, geleverd door David Leeuw aan Jan Barendse van der Veen te Hoogeveen, en de executoriale verkoop van land, toekomende aan zijn minderjarige nagelaten kinderen.
          7. Stukken betreffende de berging te Schoorl van lijwaten, geladen in het schip Moses, schipper Pieter Blom junior, geadresseerd aan David Leeuw, welke schip tussen Kamperduin en Petten is gestrand.
          8. Contracten van David Leeuw met Arnoldus van der Meulen, Arend van der Waeyen, Paulus de With, en aan toonder over leverantie van Oostindische koffie door David Leeuw op termijn.
          9. Contracten van Simon Scheltes en Hendrik Otto met David Leeuw over leverantie van Oostindische koffie aan David Leeuw op termijn.
          10. Stukken betreffende een geprotesteerde wisselbrief door John Hartman getrokken op Edward Snowden te Londen en fiat van schepenen op rekwest van David Leeuw tot gijzeling en arrestop de persoon en goederen van J. Hartman.
          11. Aantekeningen over wisselbrieven door David Leeuw aan Hendrick Son gezonden op onderpand van rottingen.
          12. Arbitrale uitspraak van Herman Govers en Frans van Dort te Archangel over de afrekening tussen Hendrik Swellengrebel enDavid Leeuw.
          13. Stukken betreffende leverantie aan David Leeuw door Nicolaas Archtander te Wijburg van ossen door bemiddeling van schipper Joucke Esges.
          14. Kopie van een verklaring van schipper Menne Lyckles te Woudsend over bevrachting op zijn schip de Zwarte Arend door David Leeuw, met in dorso aantekening over betaling.
          15. Stukken betreffende een proces en accoord door de crediteuren (o.a. David Leeuw) der wisselbrieven, door Leendert Overschie ten laste van Pieter Overschie getrokken en door hem geaccepteerd te betalen aan Lambert de Graaff of order, die de wissels aan...
          16. Stukken betreffende wanbetaling door Malachias de Lavigne voor stoffen, hem door David Leeuw geleverd, en een proces daaruit voortgekomen.
          17. Aantekeningen van David Leeuw over de tolinspecteur te Wijburg en over aangespoelde zaken op het eiland Werk (?). 1730 - 1731 en zonder datum.
          18. Ontvangstbewijs van David Leeuw voor Clifford en sonen voorobligaties als pand ter minne aan hem geleverd.
        2. FINANCIËLE ZAKEN (DEELNEMING IN SCHEPEN)
          1. Rekening van Isaac Abrabanel wegens een pleidooi tegen Paulus Loot voor de reders van het schip Sint Michiel, schipper Nicolaas Colombeau. 1707-1719. 1 stuk;.
          2. Rekening betreffende het schip Het Paradijs, gevoerd door schipper Dries Ockes. 1713-1714. 1 stuk;.
          3. Bestekken van een fregat en twee galjootschepen van Pieter Swerver, Jacob Dirven en Cornelis van Dalen, van Jacob van Swieten en van Dirck Harmensen Rosen.
          4. Stukken betreffende de verkoop door David Leeuw van het galjootschip de Gouden Fonteyn na de dood van de schipper Laes Haytses ten behoeve van zijn kinderen en aankoop van 1/16 door David Leeuw.
          5. Stukken betreffende overdrachten van schepen en scheepsparten aan David Leeuw.
          6. Rederijboek van het fluitschip de Juffrouw Christina, waarin David Leeuw 1/8 part bezit.
          7. Rederijboek van het schip De Wakende Leeuw, waarin David Leeuw 1/4 part bezit. 1728-1736. 1 deel;.
          8. Stukken betreffende de schepen De Juffrouw Christina en de Wakende Leeuw, waarin David Leeuw parten bezit. 1717-1734 en 1736-1744.
          1. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Jacob Verkuylen te Amsterdam, waarin David Leeuw optreedt als gemachtigde van Maria Verkuylen, dochter van wijlen Jan Verkuylen, weduwe van Tobias Puytelink en koopvrouw te Archangel.
          2. Rekwest van de meerderjarige kinderen van Elisabeth de Flines, allen genaamd Penterman, aan schepenen der stad Amsterdam omtrent de benoeming van een curator over hen en hun moeder en de minderjarige kinderen na het overlijden van mr. Mijnard Troyen, d...
          3. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Gerrit Kappers door David Leeuw, o.a. betreffende de verkoopvan twee achterhuisjes in de Astonnengang in de Tuinstraat,waarin David Leeuw ook een aandeel heeft. 1738-1743. 4 stukken;.
          1. Schrijfproeven van Jacob Deknatel voor David Leeuw. 1742 enzonder datum.
          2. Schrijfproef van David van Heyst voor David Leeuw. Zonder datum.
          3. Nieuwjaarswens van Lambertus van Royen voor David Leeuw. Zonder datum.
          4. Concept voor een borgstelling door Jan de Haas ten behoeve van David Leeuw voor het goed gedrag van zijn neef Arnoldus Rademaker, die als huisknecht bij David Leeuw in dienst zal treden. Zonder datum.
      11. AMELDONCK LEEUW (1683-1761) (10)
        1. Brieven aan Ameldonck Leeuw van Sara van der Heyden en Jan Brants te Amsterdam en van Gerrit Blaauw te Amsterdam. 1733 en 1748.
        2. Stukken betreffende het begraven van Ameldonck Leeuw.
        3. Rentebrief van de Staten van Holland en West-Friesland ten lijve van Ameldonck Leeuw.
        4. Rekwest van Christina de Flines om haar zoon Ameldonck Leeuw onder haar curatele te mogen stellen, met fiat van schepenen.
        5. Stukken betreffende het oppertoezicht van weesmeesteren over het beheer van de goederen van Ameldonck Leeuw.
        6. Extract uit het testament van Hermanus Maas voor notaris teAmsterdam betreffende de overname van zijn inboedel na zijndood door de curatoren over Ameldonck Leeuw.
        7. Schuldbekentenissen van Jan Brants voor de curatoren over Ameldonck Leeuw. 1743-1754. 7 stukken;.
        8. Aantekening over een overeenkomst tussen David Leeuw en JanVerhoef, dat deze direct na de dood van Hermanus Maas de verzorging van Ameldonck Leeuw op zich zal nemen.
        9. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Ameldonck Leeuw.
      12. JAN LEEUW (1684-1724) (11)
        1. Stukken betreffende het overlijden en begraven van Jan Leeuw.
        2. Schuldbekentenissen van Jan Leeuw voor Jacob Peixotto, Nicolaas Romswinkel, Willemijntje van Nek en Gijsbert van Reede,en stukken daarop betrekking hebbende.
        3. Kwitanties voor de weduwe van Jacob Leeuw voor betaalde rekeningen na het overlijden van Jan Leeuw.
        4. Stukken betreffende processen voor schepenen, het Hof van Holland en de Hoge Raad tussen David Leeuw en Jacob de la Motte, crediteur van Jan Leeuw uit hoofde van een hem gecedeerde vordering door Gijsbert van Reede.
        5. Brieven aan David Leeuw betreffende deze processen. 1725-1726. 4 stukken; (Van Boursse en Grymalla te Middelburg, 1725, 1 stuk; Humphrey Evenson te Londen, 1726, 1 stuk (kopie); David van Heyst te Rotterdam, 1726, 1 stuk; Jan Messchaert te Rotterdam...
        6. Brieven aan David Leeuw van Victor Brey, procureur te 's-Gravenhage, en enkele van Joannes Stael, advocaat te 's-Gravenhage, met kopieën van antwoord, betreffende deze processen.
        7. Declaratie van verschot en salaris van Victor Brey voor David Leeuw in deze processen.
        8. Aantekeningen van David Leeuw en anderen over de vorderingen op en van Jan Leeuw. Zonder datum.
      13. DIRCK LEEUW (1690-1767) (12)
        1. Poorteracte van Amsterdam voor Dirck Leeuw.
        2. Codicillen van Dirck Leeuw. 1767 en zonder datum.
        3. Aantekening over betaling van de 100ste en 200ste penning over lijfrenten ten name van Maria, Agneta en Dirck Leeuw.
        4. Concept voor en contract van compagnieschap voor notaris teAmsterdam in allerlei negotiën tussen David en Dirck Leeuw.
        5. Kasboek van Ameldonck en Dirck Leeuw. 1737-1767. 1 deel;.
        6. Journaal van Dirck Leeuw.
        7. Grootboek van Dirck Leeuw. 1726-1768. 1 deel;.
        8. Algemene procuratie voor notaris te Amsterdam door Dirck Leeuw op zijn neven Jan Brants en Gerrit Blaauw.
        9. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Dirck Leeuw. 1767-1769. 1 pak;.
  4. DE NEUFVILLE (MET DE NEUFVILLE VAN DER HOOP)
    1. DE NEUFVILLE
      1. MAYCKEN DE NEUFVILLE (OVERLEDEN 1712) EN JACOB OTTO VAN HALMAEL (1618/19-1676) EN CAREL VAN DAMME (....-1689
        1. Scheiding voor notaris te Amsterdam van de nalatenschap vanMaria de Neufville.
      2. ISAAK DE NEUFVILLE (1658-1710) EN MARIA GRIJSPEERT (1666/67-1726) (2)
          1. Huwelijkse voorwaarden voor notaris te Amsterdam van Isaak de Neufville en Maria Grijspeert, met opgaaf van ingebracht huwelijksgoed.
          2. Testament voor notaris te Amsterdam van Isaak de Neufville en Maria Grijspeert. 1694. 2 stukken;.
          1. Rekeningen en kwitanties voor het begraven van en de rouw van Maria Grijspeert.
          2. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Isaak de Neufville en Maria Grijspeert.
        1. FINANCIËLE ZAKEN (ABRAHAM EN ISAAK DE NEUFVILLE)
          1. Brieven aan Abraham en Isaak de Neufville. 1701 en zonder datum. 5 ; (Van Maria de Neufville, weduwe Carel van Damme, te Amsterdam, zonder datum, 1 stuk; Daniel de la Motte en W. Nolthenius te Rotterdam, 1701, 1 stuk; A. de Neufville teBrielle, 1701...
          2. Rekeningen en kwitanties voor Abraham en Isaak de Neufville. 1699-1720. 2 pakken;.
          3. 1699-1710.
          4. 1711-1720.
          5. Assurantiepolissen voor Abraham en Isaak de Neufville.
          6. Rekening-courant van Abraham en Isaak de Neufville en Jacobus Sintefoy.
          7. Verkooprekening van goederen door Daniël de la Motte en zoon, Abraham Amys, Gerrit en Jan de Haen en Abraham en Isaak de Neufville in compagnie ingekocht te Oostende en geconsigneerd ten verkoop.
          8. Index op verloren grootboek van Abraham en Isaak de Neufville. Zonder datum.
        2. STUKKEN BETREFFENDE DE OUDERS VAN MARIA GRIJSPEERT
          1. Huwelijksacte voor schepenen te Haarlem van Matheus Grijspeert en Anneken van Beeck. 1650. 1 stuk;.
          2. Stukken betreffende renten ten lijve van de kinderen van Matheus Grijspeert en Anna van Beeck.
        3. STUKKEN BETREFFENDE DE BROER VAN MARIA GRIJSPEERT
          1. Testament voor notaris te Haarlem van Pieter Grijspeert en Sara Putmans.
          2. Afrekening voor notaris te Haarlem tussen Pieter Grijspeerten Joan van Beeck over de nalatenschap van hun broeder Mattheus Grijspeert.
        4. STUKKEN BETREFFENDE DE HALFBROER VAN MARIA GRIJSPEERT
          1. Kwitanties voor Jan van Beeck Jansz van Pieter Grijspeert voor ontvangen geld. 1695 en 1697.
          2. Verkoop voor notaris te Haarlem door Thobias Slaghregen en Johanna Westerhoven aan Jan van Beeck, koopman te Amsterdam,van een tuin in de Rustenburgerlaan aan het Spaarne in het Rooseprieel. 1713. 1 stuk;.
          3. Kwitantie voor de betaling van het collateraal na het overlijden van Jan van Beeck.
          4. Kwitanties voor Maria Grijspeert van Pieter Grijspeert voorde ontvangst van de nalatenschap van Jan van Beeck en ontvangst van uitbetaalde lijfrenten.
          5. Lijsten van hoofdzakelijk vrouwen gevestigd op eenvoudige adressen te Haarlem. Zonder datum. 2 stukken;.
      3. MATTHEUS DE NEUFVILLE (1686-1743) EN PETRONELLA DE NEUFVILLE (1688-1749) (3)
          1. Brieven aan Mattheus de Neufville van Jacobus van der Hoop te Amsterdam en Cs. de Wijs. 1732 en 1737.
          2. Kopieboek van uitgegane brieven van Mattheus de Neufville.
          1. Verjaarswensen voor Mattheus de Neufville door Joachim van Gent, B. de Neufville en P. v. T.
          2. Huwelijkse voorwaarden voor notaris te Amsterdam van Mattheus de Neufville en Petronella de Neufville.
          3. Testament voor notaris te Amsterdam van Mattheus de Neufville. 1733. 1 stuk;.
          4. Begraafbriefje van Mattheus de Neufville en Petronella de Neufville. 1743 en 1749. 2 stukken;.
          1. Memoriaal van Mattheus de Neufville.
          2. Index op verloren grootboek van Mattheus de Neufville. (Ca.1720).
          3. Kasboek van Mattheus de Neufville, aan de achterzijde bank/giroboek.
          4. Debiteuren- en crediteurenboek van Mattheus de Neufville.
          5. Rekeningen en kwitanties voor Mattheus de Neufville.
          6. Verzoek aan Mattheus de Neufville van Jacobus Sintefoy om Joan de Stoppelaar fl. 400 te betalen.
          7. Kopie van een akte van schenking voor notaris te Amsterdam door Joan de Stoppelaer aan Mattheus de Neufville van fl. 2.000, welk bedrag hem echter pas na de dood van de schenker en diens vrouw zal worden uitbetaald.
          8. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Mattheus de Neufville.
      4. ISAAK DE NEUFVILLE (1692-1738) EN PETRONELLA DE NEUFVILLE (1694-1731) (4)
        1. Huwelijkse voorwaarden voor notaris te Amsterdam van Isaak de Neufville en Petronella de Neufville.
        2. Aantekeningen van Isaak de Neufville voor zijn huwelijk, geboorte en sterven van zijn kinderen en sterven van zijn vrouw.
        3. Testamenten en codicil voor notaris te Amsterdam van Isaak de Neufville en Petronella de Neufville. 1725-1738. 4 stukken;.
        4. Opleesceduul ter begraving van Petronella de Neufville.
        5. Schuldbekentenissen van Isaak de Neufville aan Jan de Neufville en aan Aaltie Bruyn weduwe Daniel de Neufville. 1716. 2stukken.
        6. Kwitanties voor Isaak de Neufville van Lambert en Jan Marzelis voor betaling van een kannetje zeep en van Andries Krestman voor betaling van het accomoderen van pruiken.
        7. Verhuurceduul van een huis op de Leliegracht aan Isaak de Neufville door Jan van Driest.
        8. Inventaris van de nalatenschap voor notaris te Amsterdam van Isaak de Neufville. 1739. 1 stuk;.
      5. PIETER DE NEUFVILLE (1694-1740) (5)
          1. Brief aan Pieter de Neufville van Abraham Straalman (f) te Amsterdam.
          1. Verjaarswensen voor Pieter de Neufville van François de Haan. 1715 en 1716.
          2. Aankondiging van het overlijden van Pieter de Neufville.
          1. Rekeningen en kwitanties voor Pieter de Neufville. 1730-1738. 1 pak;.
        1. FINANCIËLE ZAKEN (ISAAK EN PIETER DE NEUFVILLE)
          1. Brieven aan Isaak en Pieter de Neufville uit de Republiek.
            1. Arnhem: Van Johan de Greve.
            2. 's-Gravenhage: Van Jean St. Martin, 1738, 1 stuk; weduwe Theodore Terond.
            3. Haarlem: Van Abraham Barnaart.
            4. Jutphaas: Van Justus de Haan, 1738, 1 stuk (alleen aan Pieter de Neufville gericht).
            5. Rotterdam: Van Nicolaas Sleght, 1738, 1 stuk; van Hendrick Sleght.
          2. Brieven aan Isaak en Pieter de Neufville uit het Duitse Rijk en Oostzeegebied.
            1. Berlijn (Berlin): Van Abraham Levi, 1738, 1 stuk; Schluter,Gregory en Caquos.
            2. Danzig: Van Paul Peltze, 1738, 7 stukken plus 2 (enkele geschreven te Koningsbergen).
            3. Eisenach: Van Christian Hieronymus Hetzer.
            4. Güstrow: Van Johann Georg Schauenburg en Hansen.
            5. Hamburg: Van Hinrich Claessen, 1738-1739, 2 stukken (laatste gericht aan Pieter de Neufville en comp.); Hieronymus Henning Flor, 1739, 1 stuk; Herman Goverts jun. en comp., 1738, 1 stuk; weduwe Joachim Tecklenburg en soon, 1738, 4 stukken; Christ. Witt...
            6. Hannover: Van Christian Ludewig Schmale.
            7. Leipzig: Van Köhlau en Thomae, 1737, 2 stukken; Christoff George Winckler, 1738, 4 stukken; Gerhard Zumbrock, 1738, 8 stukken plus 2.
            8. Lübeck: Van Johan Jobst Fürstenau, 1738, 2 stukken; Christian Schönman, 1739, 1 stuk; Hinrich Wöhrman, 1738, 3 stukken plus 1 kopie-antwoord; Wolterman en Müller.
            9. Maagdenburg (Magdeburg): Van Martin Schultz.
            10. Mitau: Van Fehrman en Marggraff.
            11. Münster: Van weduwe Peter Zurmöllen, 1738 - 1739.
            12. Nürnberg: Van gebroeders Will.
            13. Osnabrück: Van G. Rud. Abeken.
            14. Wenen (Wien): Van Jean Michel Kyenmayr (en comp.), 1737-1738, 5 stukken; Thomas Wellner en comp..
            15. Wesel: Van Jan Haase, 1738, 7 stukken plus 1; Jan ChristoffHorn.
          3. Brieven aan Isaak en Pieter de Neufville van Wijnant van Vrelant te Stockholm.
          4. Brieven aan Isaak en Pieter de Neufville uit Londen. 1726-1738. 1 pak; (Van Charles du Bois, 1738, 1 stuk; Joseph Grove, 1726, 1 stuk; Thomas en William Hinchliff en comp., 1738, 1 stuk; Philip Leask, 1728, 1 stuk (met naschrift aan Jan Isaak de Neu...
          5. Brief aan Isaak en Pieter de Neufville van J.B. Castano te Antwerpen.
          6. Brieven aan Isaak en Pieter de Neufville van David de Haan te Batavia.
          7. Brieven aan Isaak en Pieter de Neufville van Leendert Mijndersz te Banquebazar in Bengalen.
          8. Kopieboek van uitgegane brieven van Isaak en Pieter de Neufville.
            1. 1731-1736.
            2. 1737-1743.
          9. Kasboek van Isaak en Pieter de Neufville.
            1. 1716-1722;.
            2. 1723-1730.
            3. 1731-1739.
          10. Stukken betreffende wissels door en op Isaak en Pieter de Neufville getrokken.
          11. Schuldbekentenissen van Isaak en Pieter de Neufville aan Abraham Verhamme de jonge en Jacob Redoch. 1718-1730. 5 stukken;.
          12. Register van afrekeningen van Isaak en Pieter de Neufville met kooplieden en makelaars, aan wie goederen in commissie of voor publieke verkoop zijn geleverd.
          13. Register van inventarissen en balansen van Isaak en Pieter de Neufville.
          14. Rekeningen en kwitanties voor Isaak en Pieter de Neufville.
          15. Stukken betreffende een vordering van Isaak en Pieter de Neufville op de failliete boedel van James Angelras te Londen.
          16. Kassiersboekje voor Isaak en Pieter de Neufville van Susanna en Adriaen Cromhout de jonge.
          17. Grootboek van Isaak en Pieter de Neufville. 1734-1747. 1 deel;.
          18. Journaal van Isaak en Pieter de Neufville.
            1. 1735-1737.
            2. 1738-1739;.
          19. Stukken van lakens, gezonden aan Isaak en Pieter de Neufville. Zonder datum.
      6. ANNA DE NEUFVILLE (1696-1766) EN JACOBUS VAN DER HOOP (1685-1734) (6)
        1. Brieven aan Anna en Maria de Neufville van Matthew en John de Neufville (f) over beleggingen in Engeland met afrekeningen.
        2. Brieven van Jacobus van der Hoop aan weduwe Jacob Bremer enzoon te La Rochelle en aan Joan Bapt. van de Zanden te Bordeaux. 1733. 2 stukken;.
        3. Aanzeglijsten van de geboorte van kinderen van Jacobus van der Hoop en Anna de Neufville. 1729 en 1734.
        4. Kwitantie voor Anna de Neufville van Elias Lombart voor betaling van een anker rode wijn.
      7. MARIA DE NEUFVILLE (1699-1779) (7)
        1. LEVENSVERHAAL EN CORRESPONDENTIE
          1. Levensverhaal van Maria de Neufville, 'Verhaal van mijn droevig leven', en stichtelijke overpeinzingen. Zonder datum. 6stukken.
          2. Brieven aan Maria de Neufville van J.C. Sylvius van Lennep en Cornelis van Lennep te Haarlem en van Jan de Neufville teAmsterdam. 1774 en 1779.
          3. Brieven aan en ontboezemingen voor neven en nichten met daarin laatste wilsbeschikkingen van Maria de Neufville. Zonderdatum.
          1. Testamenten voor notaris te Utrecht van Maria de Neufville.1772 en 1773.
          1. Register van uitgaven van Maria de Neufville.1744-1750 en 1757-1772.
            1. 1744-1746.
            2. 1746-1748.
            3. 1748-1750.
            4. 1757-1762.
            5. 1762-1772.
          2. Huurceduul van een huis te Utrecht van Maria de Neufville.
          3. Fragment van een kasboek van Maria de Neufville.
          4. Aantekening over onderhuur aan Maria de Neufville van de plaats Leeuwenstein aan de Vleutense Wetering op de huurceduulvan 1764 van Hendrik Dons voor Antoni Westerwijk.
          5. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Maria de Neufville.
      8. CATHARINA DE NEUFVILLE (1702-1751) (8)
        1. Kwitantie voor notaris te Amsterdam ten behoeve van Catharina de Neufville.
        2. Stukken betreffende de betaling van de liberale gift door Catharina de Neufville.
        3. Stukken betreffende het begraven en de afwikkeling van de nalatenschap van Catharina de Neufville.
      9. JAN ISAAK DE NEUFVILLE (1706-1772) EN ANNA BEVEL (1717-1742) (9)
        1. CORRESPONDENTIE (GROTENDEELS VAN JAN ISAAK DE NEUFVILLE EN COMP.)
          1. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit de Republiek.
            1. Alkmaar: Van J. van der Heyden (f).
            2. Almelo: Van Jakob Bavink, 1748, 1 stuk (met naschrift van Klaas van Cleeff te Zwolle, zijn zwager).
            3. Amersfoort: Van Jan van Bemmel, 1737 en 1744, 4 stukken; weduwe Jan van Bemmel en zoon.
            4. Amsterdam: Van François Beeldsnijder, 1761, 1 stuk; Marcus Benjamin, 1733, 1 stuk; Adriaan Blom, 1763, 1 stuk; Carel Bouman en zoon, 1744, 2 stukken; Adriaan Cromhout (f), 1766, 1stuk; Pyer Cruikshank, 1756, 1 stuk; Albert van Delft, 1763, 1 stuk plus...
            5. Arnhem: Van A. Bouricius, 1753, 1 stuk; Lambert de Greve, 1763, 1 stuk; H.H. de Greve en Eduard Jacob Penning, 1764, 1 stuk; Abraham van der Hoop, 1730-1741, 6 stukken; J.N. vander Hoop, 1759-1765, Bennebroek: zie buiten Haarlem.
            6. Beverwijk: Van Jacob Moerbeek, 1732, Bloemendaal, zie buiten Haarlem.
            7. Breda: Van A. Beerenbroek en zoone, 1741-1763, 3 stukken (de eerste geschreven te Eindhoven); Christiaen en Ad. van Ham, 1756-1759, 12 stukken (sommige tevens van Adrianus Roels).
            8. Breukelen: Van Everardus Dudok.
            9. Delft: Van Cornelis Bliek (en Cornelia ten Kate), 1762, 2 stukken; Philippus Blom, 1754 en 1756, 2 stukken; S.(-) Cruys, 1731, 3 stukken; Barbara Durven, 1753 - 1754, 3 stukken; C. Kloeting, 1728, 1 stuk; Andries van der Ley, 1757, 1 stuk;Willem van St...
            10. Deventer: Van Popko van Calker en Gerryt Steffens ten Kaate, 1749-1757, 1 pak (enkele alleen door een van beiden getekend).
            11. Doesburg: Van Albart Curtius, 1743, 1 stuk; C. Visser.
            12. Dommelen: Van de weduwe Dirk Vermeulen.
            13. Dordrecht: Van Abraham 't Hooft, 1748, 1 stuk; J. 't Hooft en Bistorius, 1748, 1 stuk; Gerrit van Hoogstraten en zoon, 1763, 1 stuk; Aert van der Kaa, 1759, 1 stuk; Jan Rens, 1749, 1 stuk (geschreven door zijn zoon, François Rens).
            14. Egmond: Van Jan van Hoorn, 1757-1759, 7 stukken; Jan Hendrik Lieftink, Jan Leefers en comp., 1761-1763, 13 stukken (sedert 1763 alleen Jan Hendrik Lieftink).
            15. Eindhoven: Van Hendrikus van Bree en comp., 1757, 1 stuk; Goort Coolen, 1732-1739, 3 stukken (ook geschreven te Bloemendaal en Haarlem); Mattheus van Hooff, 1732, 2 stukken; Dirck van den Sanden.
            16. Enkhuizen: Van Jacob van Loosen, 1757, 1 stuk; Fred. Verbruggen, 1760, 1 stuk (namens de Kamer van de Oostindische Compagnie).
            17. De Glip: Van Anna Fortgins, getrouwd met W. van der Zee (f).
            18. Gouda: Van Gerrit Boon, 1755, 1 stuk; weduwe Wouter van Leeuwen en zoon, 1762, 1 stuk; A. en M. van der Wilt.
            19. 's-Gravenhage: Van H.A. de Back, geboren van Schinne, 1753 - 1754, 3 stukken; Wolfert Beeldsnijder, 1761, 2 stukken (tweede geschreven te Londen); August von Blücher, 1747, 2 stukken (tweede geschreven van Texel); Tobias Boas, 1753, 1 stuk; Abraham Dou...
            20. Groningen: Van Jacob B. Alringh, 1745 - 1749, 1 pak (twee tevens van zijn vrouw, Christina Kool); Jan T. Modderman 1745, 1 stuk; Trijntje Modderman weduwe H. Alringh, 1761, 1 stuk; Jacob Cornelis Verver, 1748 - 1758, 1 pak; Cornelis Jacob Verver, 1759,...
            21. Haarlem.
            22. Van weduwe Coenraed van Aaken-Grand en Belain, 1735, 1 stuk; Arnout van Aken Coenraedsz, 1743, 1 stuk; Martinus Arkenbout Jansz en Johanna van Dalen, zijn vrouw, (f), 1746 - 1758, 3 stukken; Laurens Baart, 1737, 7 stukken; Abraham Barnaart (f), 1743 -...
            23. Van Alida van der Mij vrouw van Jan van Grieken, 1740 - 1745, 14 stukken; curateuren van Jan van Grieken (= G. van Otelaer en G. van Reeland), 1740, 3 stukken (met een brief van curateuren gericht aan Mattheus de Neufville).
            24. Van Jan de Groot-Hulst, 1742 - 1750, 1 pak; Pieter Grijspeert (f), 1731 - 1737, 3 stukken (de eerste geadresseerd aan Pieter de Neufville, maar gericht tot Jan Isaak de Neufville); Abraham Heems (f), 1735 - 1753, 1 pak; F. Heems (f), 1745,1 stuk; Piete...
            25. Van Jan Kaase-Royers, 1750 - 1760, 4 stukken; Pieter van Kampen, 1737, 7 stukken; Willem Kauwerts, 1755, 1 stuk; Pieterde Klerk, getrouwd met Jozina Vriends (f), 1751, 1 stuk; Walrave Kloppenburg en Susanna van Reesema (f), 1760, 1 stuk; Goedschalk Kop...
            26. Van Valentijn Schertzer, 1743 - 1757, 2 stukken (tweede tevens van Christina Schertzer); Willem Gijsb. Schouten, 1761, 1 stuk; Johannes Smijters, 1738 - 1765, 1 pak; Michiel Swarts, 1743, 1 stuk; weduwe M. Swarts, nu huisvrouw A. Wijnalda,1757, 1 stuk;...
            27. Van Jan Vermout (f), 1737 - 1764, 1 pak (enkele tevens van zijn broer Rombertus); Rombertus Vermout (f), 1737 - 1757, 5stukken; weduwe Jacob van der Vinne en Joris van der Vinne,1745, 1 stuk; weduwe Jan van der Vinne, 1737 - 1764, 1 pak (geschreven doo...
            28. Jan de Vries (f), 1745 - 1750, 5 stukken; Gerard van Walré en Bartha Hoofman, 1758 - 1760, 3 stukken; Jan van Walré (de jonge), 1737 - 1764, 1 pak (later Jan van Walré en zoon(en)); Jan van Walré de jonge en Suzanna van Westerkappel, 1758, 1 stuk; Jaco...
            29. Haarlem (blekers in de omstreken van):.
            30. Van Cornelis de Beer te Heemstede, 1731 - 1739, 7 stukken; Laurens de Beer te Velsen, later Santpoort, 1730 - 1742, 1 pak; Pieter Bijvoet te Bloemendaal, 1744 - 1745, 2 stukken; Anthony van den Boogaard te Bennebroek, 1730 - 1731, 6 stukken; David van...
            31. Van Dirck van Grieken te Heemstede, 1736 - 1738, 7 stukken (met een brief van Sara Cardoes, weduwe Dirck van Grieken); Mauris van Grieken te Bennebroek, 1753 - 1762, 1 pak; GerritGudden te Bloemendaal, 1745 - 1749, 11 stukken; Jan Korse Kops te Bennebr...
            32. Van Gilles de Nijs Malefijt te Bloemendaal, 1753 - 1764, 1 pak (met nog een enkele van de moeder); Cornelis Malefijt Jansz te Santpoort, 1743 - 1764, 1 pak; Bartel Gillisz de Nijste Velsen, 1731 - 1737, 1 pak (met aankondigingen van Jan Malefijt en Pie...
            33. Harlingen: Van Evert Hanekuyk, 1745, 1 stuk; Jelle Stijl, 1758, Heemstede, zie buiten Haarlem.
            34. Hees: Van Anthony Delen.
            35. Hengelo: Van Wolter ten Cate, sedert 1751 Wolter en Jan tenCate.
            36. 's-Hertogenbosch: Van Paulus den Besten, 1762, 1 stuk; Cornelis en Hendrik Verschey, 1733, 1 stuk; Arnoldus Waagenar.
            37. Hoef: Van A. en J. van Gerrevink en Harm. Roosink en comp.,1753.
            38. Hoorn: Van J. Velius.
            39. Kampen: Van de weduwe Jan Barenssen Grevenck, 1734, 2 stukken; W.F. van Knuth, 1756-1759, 5 stukken; Migh. Nieuwenburg, 1759, 1 stuk; Hendrik Schimmelpennink, 1733-1751, 1 pak(verschillende brieven zijn getekend Schimmelpennink en Nieuwenburg. Hierbij...
            40. Katwijk aan de Rijn: Van Ary Doornevelt, 1736, 6 stukken; weduwe Adriaan Doornevelt, 1738, 1 stuk; Jan Doorneveld, 1739- 1743.
            41. Krommenie: Van de weduwe Jacob Middelhoven en zoon.
            42. Leiden: Van de erven C. van Aken, 1760, 1 stuk (getekend door Willem van Eems); Jeronimus van Beurden de jonge, sedert 1762 d' erven J. van Beurden, 1748 - 1764, 1 pak; weduwe Johan van Bommel (= Elisabeth van Anrae), 1759, 1 stuk; Johan van Bommel (en...
            43. Leimuiden: Van Gerret van Buuren.
            44. Loenen: Van Geertruy Temming.
            45. Loosdrecht: Van Joachim van Gent.
            46. Meerenberg: Van Mattheus de Neufville.
            47. Middelburg: Van Jan Beukelaar, 1737 - 1750, 15 stukken; Thomas Halfnight, 1757, 1 stuk; Hellemann en Eykellenberg, 1760, 1 stuk; Daniel ter Herbrüggen en comp., 1748, 1 stuk; Samuel Tak en zoon, 1749 - 1751, 2 stukken; Jan Wils.
            48. Naarden: Van Heshuysen en comp., 1738-1763, 11 stukken (de eerste gericht aan Isaak en Pieter de Neufville).
            49. Neede: Van Gerrit ten Ho(o)pen, 1752-1764, 1 pak; Jan tenHoopen.
            50. Nieuwer-Amstel: Van Leendert de Neufville Jansz.
            51. Nijmegen: Van Cornelis Driessen op Heyden, 1743, 1 stuk; Jacobus Royers, 1751, 2 stukken; Jacobus Smits, 1739-1751, 2stukken. Overveen, zie buiten Haarlem.
            52. Rotterdam:.
            53. Van Abraham des Amorie, 1756, 1 stuk; Nicolaas des Amorie, 1760, 1 stuk; Louis André en comp., 1758, 2 stukken; Robert Ballentine, 1732-1735, 1 pak; Jacob Beyerman de jonge, 1745, 1 stuk; Reinier Blauw, 1758-1760, 4 stukken; François Blondel, 1751-1757...
            54. Van Abraham en Egbert Edens (1738-1749).
            55. Van Egbert Edens, sedert 1753 weduwe Egbert Edens (= C.A. van der Lanen), sedert 1755 weduwe Egbert Edens en comp., 1748 - 1762, 1 pak (aanvankelijk getekend door Jacob Harel, daarna door Johannes Pigeaud, tenslotte door Gerrit Spanjaert).
            56. Van Hendrik Gallé, 1757 - 1760, 5 stukken; Gascoyne en Peacock, 1728, 2 stukken; Godefridus van Geel, 1756 - 1760, 5 stukken; Jacobus de Graaff, 1756, 1 stuk; Frans de Haes, 1743,1 stuk; Archibald Hamilton, 1736, 2 stukken; Daniel Havart en Magdalena R...
            57. Stephens en Francklyn, 1726 - 1727, 1 pak (enkele getekend door Gerritde Haas. Brief van 1726 tevens gericht aan Isaak en Pieter de Neufville); Francis Trimble, 1730 - 1745, 1 pak; Jacob Verbrugge, 1735 - 1736, 6 stukken; weduwe Verburgh en Van Meel, 1...
            58. Rijsbergen: Van Cornelis en Jean Floren, 1744-1745, 5 stukken (getekend door Floris Floren). Santpoort, zie buiten Haarlem.
            59. Sas van Gent: Van Benjamin Boeye, 1744 - 1756, 4 stukken; J. Faber, 1734 - 1744, 3 stukken; Jacob Noorthoek, 1730 - 1740, 1 pak (in 1731 en 1732 Jacob Noorthoek en zoon. De laatste brief getekend door Benjamin Boeye, de schoonzoon).
            60. Schiedam: Van Van Bulderen en Doom, 1763, 1 stuk; Maarten Burgwal, 1762, 1 stuk; Lambert de Greve en Magdalena Penning,1753, 1 stuk; Nanning de Greve en A.C. Penning.
            61. Sneek: Van Epke Sipkes Roos.
            62. Utrecht: Van Mathijs van Bebber, 1758, 1 stuk; J.F. Boomhoff, 1747 - 1757, 8 stukken; Jacob de Joncheere, 1755, 1 stuk;Robert Newton, 1748, 1 stuk; Pieter Oortman, 1737, 1 stuk; Christiaan van Pesch, 1759 - 1760, 4 stukken; Sibertus van Romondt, 1728,...
            63. Valkenswaard: Van huisvrouw van Gijsbert Royers.
            64. Veere: Van William Stockton, 1757, 1 stuk; Smart Tennent (?), 1763, Velsen, zie buiten Haarlem.
            65. Vianen: Van Dirk van Lennep (F).
            66. Vlaardingen: Van Leendert Duyn.
            67. Vlieland: Van J.N. Lutteken, 1763, 1 stuk; P.C. van Marle.
            68. Vlissingen: Van Adriaen Kroef.
            69. Vogelenzang: Van Willem Jacobse.
            70. Warmond: Van Dammas Boon, 1732, 1 stuk; Abraham Edens, 1746- 1764.
            71. Weesp: Van Jan Jakobus en Daniel Thuret.
            72. Westzaandam: Van Jacob Middelhoven (en Jannetje Louwe).
            73. Wormerveer: Van C.H. van Heimenberg, 1745, 4 stukken (de eerste gericht aan Johannes Smijters te Haarlem).
            74. IJlst: Van Uylkjen Jans.
            75. Zaandam: Van A.M. en M.A. Beeldsnijder, 1764, 3 stukken; Hamma Klinckert.
            76. Zwolle: Van Jan van Aalst, 1749 - 1750, 2 stukken; weduwe Berent en Gerrit Bavink, sedert 1737 alleen Gerrit Bavink, 1730 - 1735, 9 stukken; Jacob Doyer (f), 1737 - 1741, 2 stukken; Abraham en Hermanus Eekmars, 1750 - 1764, 1 pak; Jan van Groenegen (f)...
          2. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit het Duitse Rijk.
            1. Berlijn (Berlin): Van Johan Daniel Broschwitz, 1761, 2 stukken; Glipagne en Hanc (-), 1749, 1 stuk; Haudot en Causid, 1751, 1 stuk; Hondo en Hastermann, 1742 - 1755, 10 stukken; Carl Friderich Rose, 1756 - 1763, 6 stukken; Friedrich Wilhelm Schutze, 17...
            2. Erlangen: Van Pierre Ramadier.
            3. Maagdenburg (Magdeburg): Van Martin Schultz en A. Reitemeyer.
            4. Nürnberg: Van Johann Wolfg. Gunther.
          3. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit Frankfurten Hessen.
            1. Breitenbach: Van Michael Rauche, 1755, 12 stukken; Wolffgang Nicol. Treselt.
            2. Frankfurt: Van Jean Mertens, 1744, 1 stuk; Isaac de Neufville, 1742 - 1743, 3 stukken; Graf von Pergen, 1757, 1 stuk; C.M. v. Plater, 1744, 2 stukken (de eerste geschreven te Donauwörth); Henry Guill. Schmidt, 1751, 1 stuk; Villiers en Pilet.
            3. Kassel: Van Wilhelm Sartorius.
            4. Wanfried: Van Johann Jacob Uckermann.
          4. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit de Oostenrijkse erflanden.
            1. Bozen: Van Joseph Gumer.
            2. Praag: Van Frantz Fiedler, 1762-1763, 2 stukken; Johann Georg Pradatsch, 1756, 1 stuk; erven Frantz Sigkh zaliger zoon en Pradatsch.
            3. Wenen (Wien): Van Christian Kaltschmidt weduwe en comp., 1745, 2 stukken; Erhard Riesch.
          5. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit Oost-Friesland en de Noordzeehavens.
            1. Altona: Van Joan Daniel Baur, 1751 - 1762, 19 stukken; Johann Gottlob Ischler, 1750, 3 stukken; Anthon Christian Meyer en comp., 1748, 1 stuk (comp. = Jacob Daniel Rutgers); Vincent George Ohlmeyer, 1763, 1 stuk; Jacob Daniel Rutgers, 1753- 1759, 1 pak...
            2. Bingum: Van Jan Bahrent Wiemann.
            3. Bremen: Van Friederich Beckhusen, 1760, 2 stukken; Johann Biesewigs weduwe, 1758, 3 stukken plus 1; Jos. Grove, 1755, 1stuk; Lodewijk Jörgens, 1748, 3 stukken; Friedrich W. Kurlbaum, 1760, 1 stuk; Alrich Oltman, 1762 - 1763, 2 stukken; Friedrich Pfeile...
            4. Dornum: Van Leonard Meyndersz, 1750 - 1756, 18 stukken (sedert mei 1751 geschreven te Norden); weduwe Leonard Meyndersen (= Anna Margaretha Meurers), 1759, 1 stuk (geschreven te Norden); E.F. von Holst.
            5. Emden: Van Arjen Bruinvisch, 1759 - 1760, 4 stukken; Eleazar van Embden, 1761, 2 stukken; Jacob Tobias van Hoorn en comp., 1761 - 1763, 1 pak (enkele getekend door Joh. Carpar Paulson); Lubbert (f), 1762, 1 stuk; weduwe Peter Marchés, 1748- 1757, 4 stu...
            6. Hamburg: Van Johann Gottfried Ahnesorgen en vrouw, 1749 - 1751, 4 stukken; Cornelia Eliesabeth Ahnesorgen, 1750, 2 stukken; Joel Natan Bendix en comp., 1738, 1 stuk; Jacob Bene, 1756, 1 stuk; Hinrich Benning, 1754, 1 stuk; Jacob Reinhold Böckelmans wed...
            7. Leer: A Van de erven Harmen Sieukes Alringh (f), (= Sieuke Harms, Eyldert Harms, Dieuwer Harms en Jacob Harms Alringh) (getekend o.a. door P. Zytsema 1736, Grietje van Hoorn 1738, weduwe Frans Janz Stroman 1738, Coenraad Zytsema 1745 en Hendrik van E...
            8. Van de erven Harmen Sieukes Alringh (f), (= Sieuke Harms, Eyldert Harms, Dieuwer Harms en Jacob Harms Alringh) (getekend o.a. door P. Zytsema 1736, Grietje van Hoorn 1738, weduwe Frans Janz Stroman 1738, Coenraad Zytsema 1745 en Hendrik van Eede 1764).
            9. Van Harmen Berents Alringh, weduwe Harmen Berents Alringh (= Grietje Waerma) en Jan Petersz Broekema, haar tweede man, Hester Jacobs Alrings, Jacob Henderiks Alring, weduwe SieukeHarms (= Trijntje Jans), Gebke Sieuwkes Alrings en Tobias Cornelius Hovem...
            10. Van Steeven Jan van Geuns (en zijn vrouw Dieuwer Harms Alring), 1739 - 1748, 12 stukken (enkele geschreven te Groningen); Harmen Isaac van Hinte, 1745 - 1763, 1 pak; Gerrit van Hoorn en Simon Bavink, 1761, 1 stuk; Heyco van Hoorn, 1730 - 1731, 2 stukke...
            11. Van Coenraad Zytsema (f), 1734-1765, 2 pakken (enkele geschreven te Emden).
            12. Van Coenraad Zytsema en Jacob Terwe, 1750-1756, 1 pak (enkele geschreven te Emden); Pieter Sytzema, 1741-1751, 1 pak; weduwe Pieter Sytsema (= Janneke Bavink).
            13. Van Coenraad Zytsema en comp..
            14. Neustadt-Godens: Van Albert Peters Swart, 1736, 1 stuk; P.A. Swart.
            15. Zetel: Van Dirck Konst.
          6. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit het Oostzeegebied. 9 pakken 1730-1765.
            1. Danzig: A Van Bernhardi en Bretting, 1763, 1 stuk (= Johann Christian Bernhardi en Johann Diederich Bretting); Jacob Bestvader, 1751, 1 stuk; Jan Jacob Bucky en comp., 1742, 1 stuk (comp. = Carl Ernst Hoffman); Carl Gustav Dinnies, 1762, 6 stukken; Di...
            2. Van Bernhardi en Bretting, 1763, 1 stuk (= Johann ChristianBernhardi en Johann Diederich Bretting); Jacob Bestvader, 1751, 1 stuk; Jan Jacob Bucky en comp., 1742, 1 stuk (comp. =Carl Ernst Hoffman); Carl Gustav Dinnies, 1762, 6 stukken; Dinnies en Simp...
            3. Van And. Schopenhauer, 1750 - 1765, 1 pak; Christian Schwartz, 1745, 2 stukken; Schwenck en Martens, 1748 - 1760, 1 pak; Soermans en Schopenhauer, 1744 - 1750, 14 stukken (= Jan Hendrik Soermans en And. Schopenhauer); Hendrik Soermans en soon, 1749 - 1...
            4. Elbing: Van Friedrich Pfeiler en comp., 1752 - 1758, 1 pak (enkele getekend door Friedrich Pfeiler, enkele door Sam. Christ. Brand); Friedrich Pfeiler, 1759 - 1764, 1 pak (enkele getekend door Sam. Fried. Horn); Marten en Christian Schmidt, 1753 - 1756...
            5. Güstrow: Van gebroeders Hansen, 1740 - 1754, 14 stukken (= Johan Lohrentz en Friederich Wilhelm Hansen); Friederich Wilhelm Hansen, 1754 - 1757, 7 stukken; Friederich Wilhelm Hansen en Trotsche, 1760 - 1763, 6 stukken; Mühlenbruch en Herms, 1755 - 1762...
            6. Karlshafen: Van Christofer Duwell.
            7. Kiel: Van Claus Albrecht Wieck.
            8. Kolberg: Van Hinrich Gottlieb Becker, 1756, 2 stukken; Christian v. Braunschweig, 1753, 4 stukken; Johan Ludwig Kundenreich.
            9. Koningsbergen: A Van Samuel Büttner, 1752-1754, 1 pak; Samuel Büttner en Gürgens, 1755-1758, 1 pak; Samuel Büttner, 1759-1764, 1 pak; B Van Gottlieb Gürgens, 1758-1764, 1 pak; C Van Hoyer en Bruinvisch, 1738-1744, 1 pak (= Henrick Hoyer); Bruinvisch...
            10. Van Samuel Büttner, 1752-1754, 1 pak; Samuel Büttner en Gürgens, 1755-1758, 1 pak; Samuel Büttner.
            11. Van Gottlieb Gürgens.
            12. Van Hoyer en Bruinvisch, 1738 - 1744, 1 pak (= Henrick Hoyer); Bruinvisch en Kenckel, 1744 - 1763, 1 pak; Tobie Hubert,1754 - 1756, 15 stukken (sedert 1755 geschreven te Libau); Johann Conrad Jacobi, 1754 - 1756, 12 stukken; Melchior Kade, 1745 - 1755,...
            13. Libau: Van Gottlieb von Düsburg, 1758-1760, 6 stukken; Carl Conrad Korff, 1755-1757, 13 stukken (enkele getekend door Tobie Hubert en door Johann Thomas Karr); Jurgen Peter Stegmann, 1742, 1 stuk; Andreas Wilde.
            14. Lübeck: Van Ernst August Biester, 1763, 1 stuk; Johan GeorgBöhme, 1759, 1 stuk; Johann Nic. Karstens, 1759, 2 stukken; Joh. Hinr. Kienmann,1744, 2 stukken; Johann Gotthard Schaub, 1750 - 1751, 5 stukken; Andreas Schlick, 1758, 2 stukken; Caspar Trendel...
            15. Johan Jobst Fürstenau, sedert 1745 de weduwe en sedert 1760 de weduwe en zoon, 1743 - 1763, 1 pak;
            16. Memel: Van Hinr. Rördansz.
            17. Mittau: Van Jacobs en Berner, 1747-1756, 1 pak; GottfriedKauffman, 1764, 1 stuk; Richard en Reichard, 1762, 2 stukken; Ernst Casimir Richard.
            18. Pillau: Van Johan M. Seiff.
            19. Riga: Van Adam Heinrich Grote, 1764, 2 stukken; Wilhelm Grote, 1741 - 1764, 1 pak; Joh. Gust. Ad. von der Hardt, 1762 -1763, 4 stukken; Johann Diederich van der Heyde, 1760, 1 stuk; Barthold Klatzo, 1761 - 1764, 1 pak; Johan en Christoph Ludendorff, 17...
            20. Rostock: Van Michael Eberhard Prehn.
            21. Stettin: Van And. Masche, 1760-1763, 2 stukken; Daniel Schultz, 1759, 9 stukken; Carl Friederich Ulrich.
            22. Stralsund: Van Carl Victor Elers.
          7. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit het Rijnland.
            1. Dülken: Van Johannes Busch, 1754, 3 stukken; Jan Joseph Clemens.
            2. Elberfeld: Van Jacob Wickelhausen.
            3. Emmerik (Emmerich): Van Henderik en Margrieta Borgardt.
            4. Gladbach: Van Conrad Kauwerts, 1731-1750, 1 pak; weduwe Conrad Kauwerts, 1753-1754, 3 stukken; Willem Kauwerts, 1748-1755, 12 stukken (tot 1751 geschreven te Rheydt).
            5. Krefeld: Van de weduwe Coenraad van Aken en Arnoud van AkenCoenraadsz, 1731 - 1740, 19 stukken (de eerste geschreven te Haarlem, de laatste van Trinchin Jacobs van Beckeraat weduwe Arnold van Aken); Jan Jacobs van Beckeraadt, 1731 - 1737,17 stukken; Ja...
            6. Kronenberg bei Elberfeld: Van gebroeders Müller junior.
            7. Montjoie (Monschau): Van Johan Heinr. Scheibler en zonen.
            8. Süchteln: Van Matthijs Jacobus Rath.
            9. Viersen: Van Jacob Hendrik van Beckeraadt, 1740 - 1751, 1 pak (eerste namens de erfgenamen van Hend. Jacobs van Beckeraadt); Antony Dohrenboos, Johannes Dohrenboos en Michiel Dohrenboos, 1750 - 1764 (enkele geschreven te Haarlem); MartinusGoeters, 1753...
            10. Zoppenbroich: Van Joh. Lenssen.
          8. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit Saksen enSilezië.
            1. Bautzen: Van Johann George Benada en August Priber, 1750, 1stuk.
            2. Breslau: Van Joan Gottlieb Benada, 1740 - 1756, 1 pak; Johann Philip Cornett en comp., 1738 - 1763, 1 pak (tot 1762 getekend door Christoph Eglinger, daarna door George Marcus Helffenstein, firmanten: Fridrich Jagwitz, Robert de Neufville en Johann Lud...
            3. Görlitz: Van Christian Hänisch en Schlegel, 1750, 2 stukken; Michael Schlegel en comp..
            4. Greiffenberg: Van Hoffmann en Richter, 1757-1762, 2 stukken (firmanten Maria Victoria Hoffmann, geb. Porlitzin, en Christian Gottlieb Richter); Christian Gottlieb Richter, 1754 - 1755.
            5. Hirschberg:.
            6. Van Heinrich Jacob Artope, 1754 - 1756, 19 stukken; AndreasBeckh, 1751 - 1756, 14 stukken; Brinck en Lichter, 1753, 1 stuk (= Christian Friedrich Brinck en Jan Hendrick Lichter);weduwe Daniel Buchs en soon, 1740 - 1749, 1 pak; Daniel Buchs, 1756 - 1761...
            7. Van Joan Henrik Martens, sedert 1756 Joan Henrik Martens encomp., 1740 - 1764, 1 pak (comp. = Christoph Adam Ruprecht); Johann Heinrich Martens junior, 1763 - 1764.
            8. Landeshut: Van Christian von Klug, 1730, 1 stuk; Gottfried Raspers zaliger weduwe en Raiser.
            9. Laubau: Van Samuel Fuchss.
            10. Leipzig: Van Jean du Bosc en zoon, 1751 - 1753, 3 stukken; Christian Frid. Curtius, Clodius en Honig, 1743, 1 stuk; Geyssel, Kaatzky en Natorp, 1747, 1 stuk; Gottfried Grosser, 1754 - 1763, 1 pak (eerste getekend door H. Cichorius); Jobst Gerhard Hanse...
            11. Schweidnitz: Van Martin Wiedemanns weduwe en erfgenamen, 1754-1758, 2 stukken (opgevolgd door Samuel Godefroi Wiedemann).
            12. Sebnitz: Van Moses Schmidt, 1757 - 1759.
            13. Zittau: Van Samuel Gottlieb Behle, 1759, 1 stuk; Carl Christian Besser, 1751 - 1754, 15 stukken; Carl Christian Besser en zoon, 1754 - 1764, 1 pak; Freudiger, Braun en comp., 1749- 1751, 2 stukken; Christian Freudiger, 1763 - 1764, 13 stukken; Christia...
          9. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit Westfalenen Hannover.
            1. Bielefeld: Van Frantz Daniel Willmans, 1756, 1 stuk; ArnoldOtto Wilmans.
            2. Hannover: Van Isaie Villers en zoon.
            3. Hildesheim: Van Johan Hinr. Behrens.
            4. Iserlohn: Van Ropen Basse junior.
            5. Lüneburg: Van Johan Zacharias Bonitz, 1754, 1 stuk; Johann And. Hoffmann.
            6. Osnabrück: Van Johan Gert Struckman, 1745 - 1753, 11 stukken (eerste uit Brunswijk, enkele getekend door Johan David Struckman); Joh. Gerdt Struckman en zoon, 1754 - 1763, 1 pak (enkele getekend door Johan David Struckman); Frantz BartholtStruckman, 17...
            7. Paderborn: Van N.F. Leopold.
            8. Rinteln: Van Christopher Ludwig Poppelbain.
          10. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit Scandinavië.
            1. Brevik: Van Chrysties en Laersen.
            2. Elseneur (Helsingör): Van Arent van Deurs, 1734 - 1741, 2 stukken; weduwe Arent van Deurs en comp., 1754 - 1762, 8 stukken; J.G. Hanssen, 1754, 1 stuk; Sam. Gotl. Krüger.
            3. Gothenburg (Göteborg): Van Lorentz Bagge, 1733, 5 stukken; Flybach en Kahman, 1731, 1 stuk; Cornelius Ortegren, 1734, 1stuk; weduwe Cornelius Ortegren (= Anna Christina Bueck), 1734 - 1736, 3 stukken (laatste geschreven door haar vader Johan Bueck); Da...
            4. Karlskrona: Van Carl Hackson (Schaugardt), 1736-1741, 1 pak; Johann Scheve, 1736-1743, 2 stukken (achterop eerste: Carl Hackson).
            5. Kopenhagen (Köbenhavn): Van Jacob Christian v. Deurs, 1761 - 1763, 5 stukken; Joh. Christ. Alb. Froichen, 1745, 5 stukken plus 2; Julius Froichen, 1744 - 1749, 15 stukken; Peder Moss.
            6. Stockholm: Van Petersen en Bedoire.
          11. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit Sint Petersburg. 1742 - 1763. 1 pak (Van Brouwer en Bagge, 1760, 3stukken; Peter Gottlieb Keyser, 1757 - 1763, 15 stukken; Geo. Gottfried Hasenfeller en Joh. Jacob Imhoff, 1759, 1 stuk;C. Mayer, 1757...
          12. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit Engeland.
            1. Abingdon: Van Edward Saxton.
            2. Berwick upon Tweed: Van Thomas Watson junior.
            3. Birmingham: Van Henry Carver junior, 1738 - 1743, 10 stukken; Thomas en John Roe, 1743 - 1745, 11 stukken; John Roe.
            4. Borrowstounness: Van Charles Addison.
            5. Bristol: Van Paul Fischer, 1738-1739, 2 stukken (eerste geschreven te Rotterdam).
            6. Cheshunt in Hertfordshire: Van Allin Walker.
            7. Dartmouth: Van Arth. Holdsworth.
            8. Dover: Van William Minet en comp..
            9. Dublin: Van Duke (?) Tiger.
            10. Edinburgh: Van John Coutts en comp., 1748 - 1749, 1 pak; Coutts zoon en Trotter, 1750, 8 stukken; Trotter en Stephen Coutts, 1750, 1 stuk; Coutss gebroeders en comp., 1752, 2 stukken (= Patrick Coutts, James Coutts en John Stephen); Couttsgebroeders en...
            11. Enfield: Van E.W. Bentham.
            12. Falmouth: Van Theophil Daubuz, 1741, 1 stuk; Peter Teage, 1733, 12 stukken.
            13. Glasgow: Van Colin Dunlop.
            14. Halifax: Van Robert Allenson, 1742-1743, 6 stukken; Sam. en Thomas Lees.
            15. Hull: Van Richard Martson, 1742, 1 stuk; John Porter en comp., 1755, 1 stuk; John Porter, 1757, 3 stukken (eerste getekend door Thomas Featherstone).
            16. Leeds: Van John Berckenhout, 1732 - 1740, 7 stukken; Wilhelm Denison, 1753 - 1764, 1 pak (enkele getekend door Robert Denison); Richard Micklethwait.
            17. Londen (London):.
            18. Van D' Achery, 1762, 3 stukken; Nath. Adams, 1730 - 1731, 3stukken; Allix en Le Conte, 1730 - 1733, 1 pak; Gilbert Allix, 1734 - 1736, 11 stukken; G. Allix en Crespin, 1737 - 1741, 12 stukken; Amyand, Uhthoff en Rucker, 1751, 1 stuk; Amyand en Rucker,...
            19. Van David Bosanquet (junior), 1731 - 1737, 1 pak; Elizabeth, Samuel en Claude Bosanquet, 1732 - 1733, 15 stukken (enkele alleen getekend door Claude Bosanquet); Claude Bosanquet, 1733 - 1762, 1 pak; Benjamin Bosanquet, 1733 - 1734, 3 stukken (eerste ge...
            20. Van Ben. Braund, 1726, 1 stuk; Morton en Bull, 1741, 1 stuk; Kelsey, Bull, en comp., 1742 - 1745, 10 stukken (comp. = John Morton. Een getekend door R. Gosling); Thomas Bull, 1745, 1 stuk; Bullock en Möller, 1730 - 1749, 1 pak; Josiah Bullock, 1740 - 1...
            21. Van Dacosta en Ravel comp., 1761, 2 stukken; Danby en Grenville, 1742 - 1743, 3 stukken; Thomas en Robert Denison, 1728, 1 stuk; Desmaretz, Banal en Barbaud, 1757, 1 stuk; André Devisme, 1753 - 1762, 4 stukken; William Devisme, 1760, 1 stuk; Dixon en M...
            22. Van John Eccleston en Richard How, 1731 - 1732, 3 stukken; John Eccleston, 1733, 4 stukken; John Ewer, 1744, 2 stukken;John Fell junior, 1730 - 1731, 5 stukken; John Fenwick, 1763, 1 stuk; William Fitzwilliam, 1763, 1 stuk; Claude, Fonnereau en zoon, 1...
            23. Van Francis en John van Hemert, 1733 - 1734, 7 stukken; John en Wolfert van Hemert, 1735 - 1744, 1 pak; John en Wolfert van Hemert en comp., 1744 - 1750.
            24. Van John en Wolfert van Hemert en comp., 1751 - 1752; Johnen Wolfert van Hemert en Dirck Cloes Lutkeman, 1753 - 1762.
            25. Van John en Wolfert van Hemert en Dirck Cloes Lutkeman, 1763 - 1768; Wolfert van Hemert en comp., 1769 - 1772, 1 pak (comp. = Gerard Backus); Elizabeth van Hemert, 1760 - 1772, 17 stukken plus 7 kopie-antwoorden (enkele geschreven te Olford, twee gesc...
            26. Van James en Isaac Henckell, 1762, 1 stuk; John Higden junior, 1730 - 1731, 5 stukken; Thomas Hill, 1745 - 1749, 1 pak;(Thomas) Hill en Hake, 1750 - 1756, 20 stukken (= EngelbertHake); William Holloway, 1742 - 1743, 2 stukken; Thomas Houlding en A. Mac...
            27. Van Edward Manship, 1754 - 1764, 1 pak; John Manship, 1730 - 1745, 17 stukken (enkele getekend door Thomas Wilkinson); John Manship en zoon, 1748 - 1750, 14 stukken; John Manship en comp., 1750 - 1751, 8 stukken (comp. = John Wilkinson); (John) Manship...
            28. Van Philip Milloway, 1753 - 1755, 1 pak; Milloway en Eyre, 1756 - 1764, 1 pak (= Philip Milloway en Charles Eyre); Godfrey Molling, 1755, 1 stuk; Thomas Morison, 1741 - 1745, 7 stukken; Rob. Morse, 1744, 3 stukken; Mytton en Acland, 1730 -1731.
            29. Van Thomas Nash, 1742 - 1748, 1 pak; Nash en Eddowes, 1749 - 1755, 1 pak (enkele alleen van Thomas Nash of alleen van John Eddowes); Nash, Eddowes en Martin, 1755 - 1762, 1 pak (enkele alleen van Thomas Nash); Nash, Eddowes, Marshall en Petrie, 1762 -...
            30. Van H. Ovink junior, 1759, 1 stuk; Hen. Palmer junior, 1731- 1732, 11 stukken; P. Papon, 1741, 2 stukken; Payne, Swayne en comp., 1730 - 1732, 20 stukken; Payne, Swayne en Payne,1732 - 1745, 1 pak; John Payne, 1746, 1 stuk; John en Edward Payne, 1748 -...
            31. Van Robert Peckham, 1757 - 1764, 1 pak (enkele getekend door John Fenwick); Ans. Frederick Pigou, 1728 - 1732, 9 stukken (1 getekend door Crommolin Pigou, de zoon); Ans. FrederickPigou en zoon, 1732 - 1739, 1 pak; Elizabeth Pinckney, 1730- 1732, 8 stuk...
            32. Van John Rashleigh, 1727, 2 stukken; A. Richardson, 1741, 1stuk; James Rigg, 1741, 1 stuk;Ciprien Rondeau, 1732 - 1763, 1 pak; Russell en Sanderson, 1735 - 1737, 6 stukken (= Samuel Russell en William Sanderson); David Salomons, 1749, 1 stuk; John Salt...
            33. Van George Tempest, 1739, 1 stuk; Nath. Torriano, 1740 - 1750, 1 pak; Hen. Tourville, 1730, 4 stukken; Nathanael Turneren comp., 1730 - 1731, 2 stukken; Henry Uhthoff, 1759, 1 stuk; John en George Virgeo, 1731 - 1745, 7 stukken; Henry Voght, 1757, 2 st...
            34. Maidenhead: Van Thomas Balle, 1731, 4 stukken (eerste tevens getekend door John Jackson); John Jackson, 1730 - 1731, 6 stukken (laatste vier geschreven te Exeter).
            35. Newcastle: Van Paul Jackson, 1752, 1 stuk; Thomas Waters, 1749-1761, 11 stukken; Matthew Waters, 1762-1763, 2 stukken (laatste getekend door Thomas Yelloley).
            36. Rochdale: Van Samuel Powel.
            37. Salop: Van William Botterell, 1730, 1 stuk (getekend door Charles Yonge); Thomas Powys, 1730 - 1733, 17 stukken; John Powys, 1733 - 1748, 1 pak (eerste geschreven te Antwerpen en een ongedateerde te Saint Quentin. Een van 1737 tevens getekend door Char...
            38. Sheffield: Van William, George en Benjamin Binks.
            39. Tiverton: Van George Lewis.
            40. Topsham: Van Joan (Ezek.) Vass, 1734-1737, 7 stukken (in dorso heeft de ontvanger aangetekend: Ezek. Vass).
            41. Wadley near Faringdon (Berkshire): Van John Charles.
            42. Wakefield: Van John, Robert en Pembert Milnes.
          13. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit de Zuidelijke Nederlanden.
            1. Antwerpen (Anvers): Van H.J. Botermans, 1751, 2 stukken; François de Cottignies, 1757 - 1758, 5 stukken; Cornelis Jan en Floris Floren, 1750, 1 stuk; L. Gallonde, 1756 - 1759, 5 stukken; Ant. Gasparoly, 1749, 1 stuk; Norbert Goris, 1744 - 1745, 5 stukk...
            2. Brugge (Bruges): Van Mary Anne van Outryin, 1732, 1 stuk; weduwe Cor. van Peperseele, 1753, 1 stuk; Adriaen Volckaert.
            3. Brussel (Bruxelles): Van J. Depestre, 1759, 1 stuk; G.J. Gerard, 1758, 2 stukken; G. du Rondeau, 1731, 2 stukken (tweede van zijn vrouw); Charles Viennet.
            4. Gent (Gand): Van Jaq. A. Benoit, 1743 - 1745, 7 stukken; Joseph Benoit, 1748 - 1751, 18 stukken; Joan Louis Blommaert, 1730 - 1751, 1 pak; Marie F. Blommaert, 1751, 3 stukken; Joseph van Damme, 1751, 1 stuk; Joan Adriaen de Graet, 1754 - 1758, 1 pak; D...
            5. Kortrijk (Coutrai):.
            6. Van Jacobus Benoit, 1743 - 1757, 1 pak; weduwe Jacobus Benoit, 1757 - 1764, 1 pak; Joseph Benoit, 1755 - 1760, 15 stukken (eerste geschreven te Gent); weduwe van M. Charpenet, 1731, 1 stuk; Jan Baptiste de Clerck, 1731, 6 stukken; Jacobus Baud. de Ghen...
            7. Van weduwe J. Surmont, 1730 - 1737, 1 pak (sedert 1733 getekend door Leonard Surmont, de zoon); Leonard Surmont, 1737 -1745, 1 pak; P.F. Surmont.
            8. Luik (Liège): Van J.A. Kerchove, 1742, 1 stuk; Jean Louis de Libert, 1753 - 1761, 16 stukken (tweede getekend door P.J.Lefevre, de andere door zijn vrouw, geboren Hardenne); Jacques Nizet, 1753 - 1758, 10 stukken; Mathieu Wadeleux, 1748 -1751, 6 stukke...
            9. Oostende (Ostende): Van Louis Bernaert, 1740, 1 stuk; And. Jacob Flanderin, 1751, 1 stuk; John Goule, 1756, 1 stuk; Charles Hennessy, 1739, 1 stuk; Judocus van Iseghem, 1753, 1 stuk; Ray, Roche en comp..
          14. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit Frankrijk.
            1. Abbeville: Van Vanrobais en Neveux.
            2. Béziers: Van Lagarde, Flickwier en comp., 1748 - 1749, 4 stukken (de twee laatste geschreven te Cette).
            3. Blaye: Van Jean Lervoir.
            4. Bordeaux: Van Bethman en Imbert en comp., 1756 - 1762, 1 pak; Bethman en Meinicken, 1762 - 1763, 6 stukken (= J.J. Tethman en G.D. Meinicken); G. Brommer, 1755 - 1756, 4 stukken; G. Brommer en zoon, 1757 - 1758, 4 stukken (zoon = Jean Jerome Brommmer);...
            5. Bourneuf: Van Jean Cormier.
            6. Crooswijk (le Croisic): Van Barjulé, 1754-1756, 10 stukken; Pommeroy's zoonen en Brouard.
            7. Duinkerken (Dunkerque): Van Paulle de Béviller (-), 1758, 1stuk; Emmery en Van Hee fils ainé, 1759, 3 stukken; NicolasFranchois en comp., 1759 - 1760, 3 stukken; Van Handt, 1754- 1756, 2 stukken; J. Van Hee, 1749, 1 stuk; A.J. Itzweire, 1762, 1 stuk;...
            8. Honfleur: Van J.B. Premord.
            9. Lyon: Van Boy de la Tour, 1764, 1 stuk; Jean Terrasson en comp., 1756, 1 stuk; Pierre Villard en comp., 1756 - 1759, 20stukken.
            10. Marseille: Van Van de Cruys zoon en Doenssen, 1727, 1 stuk;Turrin en Boyer.
            11. Morlaix: Van B. Labadye, 1748-1757, 11 stukken (voortzetting van weduwe Du Clos, Legris en zoon).
            12. Nantes: Van J. van Berchem, 1748 - 1751, 9 stukken (eerste van weduwe Van Berchem); Joh. Zach. Launer.
            13. Parijs (Paris): Van Bauer en Berthold, 1757, 2 stukken (uitZittau, waarschijnlijk tijdelijk te Parijs. Eerste brief geschreven te Rotterdam door Berthold); Bolliet, 1733 - 1743, 1 pak; H. Cathala en comp., 1752, 1 stuk (woont te Genève); Louis Leconte...
            14. Port Louis: Van Jacques Perron.
            15. La Rochelle: Van Audouin, 1758, 1 stuk; weduwe Schellebeek en soonen.
            16. Rouaan (Rouen): Van A. Billard, 1735, 1 stuk; François Cravau.
            17. Rijssel (Lille): Van Juan Domingo del Lobbes.
            18. Saint Malo: Van De la Lande, Magon gebroeders, 1762, 1 stuk; G. Vincent.
            19. Saint Quentin: Van D' Achery d' Hercourt, 1744 - 1753, 1 pak; weduwe D' Achery d' Hercourt, 1754, 3 stukken; weduwe D' Achery d' Hercourt en zoon, 1754 - 1757, 1 pak; D' Achery Guldiman, 1757 - 1759, 1 pak, voortgezet door de crediteuren: Pondartin en...
            20. Saint Valéry: Van François Masset, 1758-1759, 7 stukken (eerste getekend door Ravin); weduwe Masset en zoon.
            21. Valenciennes: Van Ant. Dath, 1749, 1 stuk; Jacques Fizeaux en comp..
          15. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit Zwitserland..
            1. Basel: Van C. Eglinger.
            2. Genève: Van Ch. Cathala en comp., 1753, 1 stuk (= Henry Cathala en Labat); Cathala en Lasserre, 1754, 1 stuk (= Henry Cathala en Pierre Lasserre); David Cazenove en Clavière, 1753? 1757, 4 stukken (= J. Jaq. Claviere); Cazenove, Claviere en zoon, 1758,...
            3. Sankt Gallen: Van Schobinguer en Sollicoffre.
          16. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit Spanje1742-1764.
            1. Cadix (Cadiz): Van Jean Geofroi Bertram, 1761, 1 stuk; Hasenclever, Weerkamp en Böhl, 1756 - 1761, 10 stukken (= PierreHasenclever, Carlos Weerkamp en J. Böhl); Hasenclever, Bohlen comp., 1761 - 1763, 2 stukken (Pierre Hasenclever, Jaq. Bohl en Françoi...
            2. Gibraltar: Van Pierre en Jean Romero, 1761-1763, 7 stukken; Pierre Romero.
            3. Madrid: Van Macragh, Woulfe gebroeders en Hicky, 1762, 1 stuk; Pedro en Francesco Vercruysse.
            4. Sevilla: Van Chretien Sentrup.
          17. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit Lissabon.1729 - 1761. 1 pak (Van Hermanno Burgernick en Dorring, 1730, 1 stuk; William Klemeke, 1759 - 1761, 14 stukken; Philip Leask, 1729 - 1735, 5 stukken; Naizon en Donnenberg, 1754, 1 stuk; Lubb...
          18. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit Italië. 1pak.
            1. Codogno: Van François Guaita, 1747 - 1769, 2 stukken (tweede geschreven te Como).
            2. Livorno: Van David de Neufville (f), 1765 - 1767, 3 stukken; Antoine François Salucci, 1736 - 1757, 1 pak; Joseph Sampieri, 1753, 1 stuk; gebroeders Villion, 1748, 1 stuk; Virgilio en Sgazzi.
            3. Modena: Van Nicola Forno.
            4. Venetië (Venezia): Van Andrea Bravetti en zoonen.
          19. Brief aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit Smirna van Chaves en Fernandes Dias.
          20. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit Batavia van Daniel Abraham de Neufville (f).
          21. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) uit West-Indië.
            1. Curaçao: Van Marquart en Radelieff.
            2. Sint Eustatius: Van Anthony Beaujon, 1757 - 1765, 1 pak (enkele geschreven te Saint Martin); Simon de Graaff, 1761, 2 stukken; Tobie Hubert, 1756 - 1763, 1 pak (enkele geschreven te Saint Martin, en drie van 1758 te New York); Theod. Joh. de Voss.
          22. Brieven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.) van schippers. 1748 - 1764. 1 pak (Van Jan Bartels, 1754 - 1765, 1 pak(Crooswijk, Koningsbergen, Elseneur, Duinkerken, Danzig, Kolberg, Emden, Libau, Stettin, Bordeaux, Morlaix, Dordrecht, Saint Malo, Bl...
          23. Brief aan Jan Isaak de Neufville van Jean Biot.
          24. Kopieboek van uitgegane brieven van Jan Isaak de Neufville (en comp.)1726-1773.
            1. 1726-1728.
            2. 1728-1730.
            3. 1730-1734.
            4. 1734-1739.
            5. 1740-1742.
            6. 1742-1743.
            7. 1743-1745.
            8. 1747-1749.
            9. 1751-1752.
            10. 1753-1754.
            11. 1754-1755.
            12. 1756-1757.
            13. 1757-1759.
            14. 1759-1762.
            15. 1762-1773.
          25. Kopie van een brief van Jan Isaak de Neufville (?) aan Heshuysen en comp. ter aanbeveling van Wessel Steenhof en de weduwe Frederik Brouwer en hun negotie in oesters en kreeften.
        2. PERONALIA
          1. Stukken betreffende het trouwen van Jan Isaak de Neufvillenen Anna Bevel.
          2. Familiebijbel met aantekeningen van Jan Isaak de Neufville over zichzelf en zijn gezin.
          3. Testamenten voor notarissen te Amsterdam van Jan Isaak de Neufville en Anna Bevel.
          4. Aanzeggingslijst van de geboorte van een zoon van Jan Isaakde Neufville.
          5. Stukken betreffende het overlijden en begraven van Anna Bevel.
          6. Stukken betreffende het overlijden en begraven van Jan Isaak de Neufville.
          1. Memoriaale van Jan Isaak de Neufville.
          2. Journaal van Jan Isaak de Neufville.
            1. 1745-1758.
            2. 1759-1772.
          3. Grootboek van Jan Isaak de Neufville.
            1. 1743-1763;.
            2. 1764-1772;.
          4. Rekeningen en kwitanties voor Jan Isaak de Neufville. 1731 - 1772. 6 pakken A1741-1749. B1750-1760. C1760 - 1774. D1760-1770. E1765-1772.
          5. Register van uitgaven van Jan Isaak de Neufville.
          6. Balansen met losse financiële aantekeningen van Jan Isaak de Neufville. 1764 en 1772.
          7. Kwitanties voor ontvangst van legaten voor de executeuren van de nalatenschap van Jan Isaak de Neufville.
          1. Aantekeningen van Jan Isaak de Neufville betreffende aankopen van huizen en grond en het onderhoud daarvan, voortgezet door Jan Jacob Brants.
          2. Stukken betreffende een grafstede in de Nieuwe Kerk, C 337,toebehorend aan Jan Isaak de Neufville. 1742 - 1762 en zonder datum.
          3. Rekeningen betreffende de aankoop van een stal in de Laurierstraat door Jan Isaak de Neufville.
          1. Schuldbekentenissen van Jan Isaak de Neufville aan BinjaminSenior, de weduwe Jacob Balde, Jacob van der Graas en Mattheus de Neufville.
          2. Akten van verkoop door Jan Isaak de Neufville aan Abraham Semah Ferro senior en junior, aan Isaac da Costa Athias en soonen en aan David Pereira junior van 1.000 pond actiën Zuidzee Compagnie van Engeland.
          3. Akten van verkoop aan Jan Isaak de Neufville door David Pereira junior en soon, door Aron van Jacob Parera en door OttoRuysch van akten van 2000 pond in de West-Indische Compagnie en de Oost-Indische Compagnie ter Kamer Amsterdam. 1754 en1757.
        3. FINANCIËLE ZAKEN (JAN ISAAK DE NEUFVILLE (EN COMP.), BOEKHOUDING MET BIJLAGEN)
          1. Memoriaal van Jan Isaak de Neufville.
            1. 1726-1730.
          2. Memoriaal van Jan Isaak de Neufville en comp.
            1. 1732-1735.
            2. 1743-1744.
            3. 1744-1747.
            4. 1747-1748.
            5. 1749-1750.
            6. 1752-1754.
            7. 1754-1756.
            8. 1756-1759.
            9. 1759-1763.
          3. Journaal van Jan Isaak de Neufville en comp.
            1. 1730-1735.
            2. 1741-1742.
            3. 1745-1747.
            4. 1748-1749.
            5. 1750.
            6. 1756-1758.
            7. 1758-1762.
            8. 1762-1764.
          4. Grootboek van Jan Isaak de Neufville en comp.
            1. 1730-1735;.
            2. 1736-1742.
            3. 1745-1750.
            4. 1751-1753.
            5. 1754-1757.
            6. 1763-1772.
          5. Balansboek van Jan Isaak de Neufville en comp. 1739 - 1773.
          6. Kasboek van Jan Isaak de Neufville en comp.
          7. Rekeningen en kwitanties voor Jan Isaak de Neufville (en comp.). 1728-1773. 14 pakken A 1728-1733. B 1734 - 1737. C 1737-1740. D1741-1743. E1744 - 1747. F1747 - 1750. G1751-1753. H1753-1754. J1755 - 1756. K1757 - 1758. L1759-1760. M1761-1762...
          8. 'Commissieboek'. Afrekeningen met kooplieden, die goederen in commissie hebben gegeven aan Jan Isaak de Neufville (en comp.).
            1. 1726-1733.
            2. 1733-1741.
            3. 1742-1746.
            4. 1747-1750.
            5. 1751-1753;.
            6. 1753-1754;.
            7. 1754-1756;.
            8. 1756-1762.
          9. Cognossementen voor Jan Isaak de Neufville (en comp.).
          10. Register van kladaantekeningen over zeer uiteenlopende onderwerpen van Jan Isaak de Neufville en comp.
          11. Kassiersboekje voor Jan Isaak de Neufville en comp. van Susanna en Adriaan Cromhout jr., sedert 1745 van Adriaan Cromhout, sedert 1749 van Adriaan Cromhout en Van den Brink.
            1. 1736-1743.
            2. 1750-1753.
            3. 1758-1765.
          12. Rekeningen-courant van Jan Isaak de Neufville en comp.
          13. Rekening-courantboek van Jan Isaak de Neufville en comp.
            1. 1734-1742.
            2. 1741-1750.
            3. 1751-1765.
          14. Inkooprekeningen van Jan Isaak de Neufville en comp., aanvankelijk alleen van linnen, later ook van andere produkten.
          15. 1730-1740.
          16. 1741-1749.
          17. Factuurboek van Jan Isaak de Neufville en comp.
            1. 1734-1742;.
            2. 1743-1748;.
            1. 1751-1757.
            2. 1757-1767;.
          18. Register van afrekeningen van Jan Isaak de Neufville met kooplieden en makelaars, aan wie hij tezamen met zijn broers Isaak en Pieter de Neufville goederen in commissie of ter publieke verkoop heeft geleverd.
          19. Assurantiepolissen voor Jan Isaak de Neufville en comp.
          20. 1737-1749.
          21. 1750-1755.
          22. 1756-1764.
          23. Specificatie van het linnen, dat op 31 december 1739 onverkocht is.
          24. Stukken betreffende de aflevering en verzending van produkten en betreffende betaling van wisselbrieven. 1740 - 1745 en1748 - 1749.
          25. Memoriaal voor Jan Isaak de Neufville en comp. betreffende de linnenhandel.
            1. 1740-1750;.
            2. 1751-1761.
          26. Girostrookjes voor Jan Isaak de Neufville en comp. van de Amsterdamse wisselbank.
          27. 'Bankboek'. Bank/giroboek van Jan Isaak de Neufville en comp.
          28. Rekening en verantwoording van onkosten voor as (een enkel maal wol, veren en dons) te Danzig of Amsterdam door Jan Isaak de Neufville en comp. gekocht en voor gemene rekening verkocht te Kortrijk door Jacobus Benoit, sedert 1759 door zijnweduwe.
          29. Inventarisboek van Jan Isaak de Neufville en comp., bevattende jaarlijkse opgaaf van onverkochte textiel, bleekloon en restant van inkoop van goederen.
            1. 1751-1758.
          30. Meetbriefjes voor Jan Isaak de Neufville en comp. van koolzaad in het schip van Jannes Jansen, gekomen van Emden, en van lijnzaad in de schepen van Jelle Gauckes en Mighael Meyboom, gekomen van Koningsbergen. 1752 - 1758.
          31. Berichten van aankomst en vertrek van schippers voor Jan Isaak de Neufville en comp., gedeeltelijk met aantekeningen betreffende de lading. 1754-1764 en zonder datum.
          32. 'Verschotboekje'. Opgaaf van uitgaven voor verzending van brieven en stukken, bijgehouden door Gerrit Dijkman Evertsz voor Jan Isaak de Neufville en comp.
          33. 'Onkostboekje'. Opgaaf van uitgaven van Jan Isaak de Neufville en comp. voor verzending van vrachten en voor porto (overgenomen uit nr. 1514), met achterin maandelijkse afrekeningen van het ingekomen en uitgegeven geld. 4 stukken en1753-1773.
            1. 1753-1756;.
            2. 1760-1773.
          34. Afschriften van wisselbrieven van, op en overgenomen door Jan Isaak de Neufville en comp.
            1. 1760-1761.
            2. 1761-1762.
            3. 1763-1764.
          35. Veembriefjes voor Jan Isaak de Neufville en comp. van het Swarte Asveem, Stroohoedenveem en Waterveem.
        4. FINANCIËLE ZAKEN (JAN ISAAK DE NEUFVILLE EN COMP., STUKKEN BETREFFENDE BEPAALDE ZAKEN)
          1. Stukken betreffende het huren van pakhuisruimte door Jan Isaak de Neufville en comp. van C.C. Backer weduwe H. Bicker in het pakhuis De Krokodil op de Nieuwezijds Achterburgwal teAmsterdam en van Herman Draveman in het pakhuis De Maan op de Kortendijk...
          2. Verklaring voor notaris te Leiden van Isaac van der Meulen en Nicolaas de Coup ten verzoeke van Daniel Vreden over een zak scheerwol, door hem van Jan Isaak de Neufville en comp. gekocht.
          3. Stukken betreffende een proces van Jan Isaak de Neufville en comp. tegen Iman Lievens, schipper van het schip de Gertrude.
          4. Verklaring van een notaris te Amsterdam namens Jan Isaak deNeufville en comp. voor de collecteur van de inkomende tabak over de doorvoer van tabak naar Deventer.
          5. Kwitantie van de ontvanger-generaal der Verenigde Nederlanden voor fl. 4.000, ontvangen door bemiddeling van de bankiers Jan Isaak de Neufville en comp. te Amsterdam van Hermann Hitjer, Koninklijke Pruisische Krijgs- en Domeinenraad.
          6. Verklaringen van Jacob Salomons en Benjamin Jacob ten verzoeke van Jan Isaak de Neufville en op order van Pieter de Vries Claasz als gesubstitueerde gemachtigde van de assuradeursder compagnie te Middelburg over beschadigde Poolse rollen en ellen linne...
          7. Stukken betrffende de taxatie van een partij van 845 stukken Pools ellen linnen door Jan Schut en Frans Apostool, geconsigneerd uit Danzig aan Jan Isaak de Neufville en verzekerd door Jan Bruyn Abrahamsz, Isaac Couderc en Jan Neel. 1754. 4stukken.
          8. Contracten van verkoop door Cornelis Haan voor leverantie van raapolie op termijn.
          9. Stukken betreffende de invordering door Jan Isaak de Neufville namens William Denison te Leeds van betaling van laken, geleverd aan Hendrik Joan de Ruyter te Utrecht.
          10. Stalen van verschillende soorten textiel, met opgaaf van soorten, afkomstig uit de correspondentie van Jan Isaak de Neufville en comp.
          11. Tekst voor Duitse en Hollandse advertenties over de verkoopvan onderpanden, achtergelaten in 1755 door majoor Bellony voor een niet betaalde wisselbrief van 40 rijksdaalders, metverzoek aan belanghebbenden zich te adresseren aan Jan Isaak de Neufville...
          12. Stukken betreffende een proces voor Commissarissen van Kleine Zaken van Jan Isaak de Neufville tegen Willem Lewis te Nottingham over betaling van een wisselbrief.
          13. Stukken betreffende een proces voor Commissarissen van Kleine Zaken van Jan Isaak de Neufville namens Johannes Smijterste Haarlem tegen Hendrik van Gelder, commissaris van het Haarlemmerveer te Amsterdam, over het verdwijnen van een1758. 18 stukken.
          14. Afrekeningen en kwitanties van Jan Isaak de Neufville voor Elisabeth van Hemert voor de onkosten door hem gemaakt voor François van Hemert, haar zoon, in Holland.
          15. Chertepartie van Jan Isaak de Neufville en comp. met schipper Gerbrant Pietersz Blij als vervrachter van het schip de Jonge Margaretha.
          16. Verzoek van Jan Isaak de Neufville en comp. tot opmaken vanlinnen. Zonder datum.
          17. Aantekening betreffende het bedrukken van stoffen met bloemen. Zonder datum.
        5. FINANCIËLE ZAKEN (JAN ISAAK DE NEUFVILLE EN COMP., DEELNEMING IN SCHEPEN)
          1. Redersboek van het smakschip De Neufville van der Hoop, sedert 1765 het kofschip Westerhout, eerst gevoerd door LubbertNap, sedert 1754 door Jan Bartels, toebehorende mede aan Jan Isaak de Neufville en comp. 2 delen 1751-1774.
            1. 1751-1759.
            2. 1760-1774.
          2. Stukken betreffende het smakschip De Neufville van der Hoop, toebehorende aan Jan Isaak de Neufville en comp.
          3. Stukken betreffende een proces te Bordeaux over de avarij, opgelopen door het smakschip De Neufville van der Hoop, op weg van Koningsbergen naar Spanje, gevoerd door kapitien Jan Bartels.
          4. Stukken betreffende het kofschip Westerhout, gebouwd voor Jan Isaak de Neufville voor de helft en voor C. Zytsema en J. Bartels tezamen voor de andere helft. 1765 - 1777.
        6. FINANCIËLE ZAKEN (BEMOEIINGEN VOOR ANDEREN)
          1. Stukken betreffende de verkoop door Jan Isaak de Neufville van Engelse effecten, toebehorende aan Susanna, Abraham en Jacques van der Vooren.
          2. Stukken bereffende de afwikkeling van de nalatenschap van Johan Gottlieb Hantho, chirurgijn en oppermeester van het schip de Waaksaamheit, overleden in Oost-Indië, waarvan het saldo ontvangen is van schipper Lucas Wacker voor rekening van Jacob van Loo...
        7. FINANCIËLE ZAKEN (BEMOEIINGEN VOOR ANDEREN: AFWIKKELING VAN DE NALATENSCHAP VAN JOAN TER MEULEN MET RETROACTA
          1. Rekening en verantwoording door Jan Isaak de Neufville en Jan Croesen van de afwikkeling van de nalatenschap van Joan ter Meulen en de voogdij over zijn kinderen.
          2. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Joan ter Meulen door Jan Isaak de Neufville en Jan Croesen en de voogdijschap over zijn nagelaten kinderen, Johannes Michael, Cornelia Maria, Johanna Elisabeth en Rebecca Albertineter Meulen. 1...
        8. RETROACTA JOAN TER MEULEN (1701-1750) EN CORNELIA MARIA PETERS (1709-1749)
          1. Brieven aan Joan ter Meulen. 1735 - 1750. 1 pak (Van Anthony Charles te Haarlem, 1744, 1 stuk; Anna Maria van Get (f) te 's-Gravenhage, 1743 - 1748, 12 stukken; Elisabeth ter Meulen en haar man, Jan Nesker, te 's-Gravenhage, 1736 - 1750, 9 stukken;...
          2. Doopakte van Johannes ter Meulen, geboren 1701.
          3. Testamenten voor notaris te Amsterdam van Joan ter Meulen en Cornelia Maria Peters.
          4. Kwitanties en rekeningen voor Joan ter Meulen.
          5. Kladaantekeningboekjes, voornamelijk betreffende uitgaven van Joan ter Meulen. 1729 e.v., en 1737.
          6. Condemnatie van het Hof van Holland van Joan ter Meulen terener en Sara Graver huisvrouw van Abraham ter Borch, PieterGraver en Belia Graver ter andere zijde in een arbitrale uitspraak over een geschil tussen hen.
          7. Rekening-courantboek van Joan ter Meulen.
            1. 1737-1739.
            2. 1740-1745.
            3. 1746-1750.
          8. Huurceduul voor Joan ter Meulen van Adriaan de Haas en Gerard Clemens van een huis op de Rozengracht voorbij de eerste brug naast Het Turfschip van Breda.
          9. Stukken betreffende de voogdijschap van Joan ter Meulen en Harmanus ter Meulen over hun zusters en nichten Anna en Elisabeth ter Meulen.
          10. Stukken betreffende de voogdijschap van Joan ter Meulen over het nagelaten kind van Hendrik Peters.
        9. RETROACTA ANDRIES TER MEULEN (1665/66-1727) EN GEERTRUY STEUVERS (1670/71-1727), OUDERS VAN JOAN TER MEUL
          1. Testament voor notaris te Amsterdam van Andries ter Meulen.
          2. Stukken betreffende het overlijden en begraven van GeertruySteuvers en Andries ter Meulen.
          3. Rekeningen en kwitanties voor Andries ter Meulen.
          4. Debiteurenboek van Andries ter Meulen, boksenmaker, ingedeeld in posten op naam.
          5. Schuldbekentenissen van Andries ter Meulen voor Claes Phalleen en Jan Fredrik Muhl.
          6. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Andries ter Meulen en Geertruy Steuvers.
        10. RETROACTA JOHAN THOMAS PETERS (1674/75-1727) EN ELISABETH MULLER (1677/78-1744), OUDERS VAN CORNELIA MARI
          1. Brieven aan Johan Thomas Peters en Elisabeth Muller. 1717 -1737. 1 pak (Van Rebecca Jacobsen (f) weduwe Dietrich Jacobsen, te Frankfort, 1717 - 1723, 18 stukken, Anna Maria Jacobsen (f), en van haar echtgenoot Johann Balthasar Lemmé, te Frankfort, 1...
          2. Huwelijksakte van Johan Thomas Peters en Elisabeth Muller te Sloterdijk.
          3. Testament voor notaris te Amsterdam van Johan Thomas Petersen Elisabeth Muller.
          4. Stukken betreffende het overlijden en begraven van Johan Thomas Peters en Elisabeth Muller. 1727 en 1744.
          5. Kwitanties en rekeningen voor Elisabeth Muller.
          6. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Elisabeth Muller.
          1. Huurceduul voor Jan Isaak de Neufville van Matheus de Neufville van een huis op de Oude Herengracht tegenover de sluis van de Warmoesgracht.
          2. Huurceduul voor Jan Isaak de Neufville van J. Lestevenon van het huis Spaarenzigt.
          3. Catalogus van Jan Isaak de Neufville van de door hem aangekochte tekeningen en schilderijen.
          4. Verzen met toespelingen van politieke en kerkelijke aard. 1759, 1763 en zonder datum.
          5. 'Reekenkonst'. Leerboek in het rekenen van Jan de Neufville. Zonder datum.
          6. Lijsten van tulpenbollen, opgesteld door Jan Isaak de Neufville. Zonder datum.
      10. MARIA (PETRONELLA) DE NEUFVILLE (1730-1773) (10)
          1. Brief aan Maria de Neufville te Utrecht van Albert Overvestte Valkenheining.
          1. Testamenten voor notarissen te Amsterdam en Utrecht van Maria (Petronalla) de Neufville. 1743 en 1772.
          1. Memoriaal van de voogden over Maria de Neufville.
          2. Journaal van de voogden over Maria de Neufville.
          3. Grootboek van de voogden over Maria de Neufville.
          4. Akte voor de Hoge Raad van keuze van vruchtgebruik door Mattheus en Pieter de Neufville als voogden over Maria de Neufville.
          5. Rekening van ontvangsten en uitgaven van de nalatenschap van Isaak de Neufville, afgelegd door de voogden over Maria deNeufville, met rekeningen.
          6. Verhuurceduul van de voogden van Maria de Neufville voor mr. Jacob van Oosterwijk Willemsz van een huis en pakkelder opde Leliegracht tussen de Heren- en Keizersgracht.
          7. Stukken betreffende het ontslag en aanstelling van voogden over Maria de Neufville.
          8. Stukken betreffende het recht van Petronella de Neufville op goederen ten name van haar overleden echtgenoot, Mattheus de Neufville.
          9. Brieven aan de voogden van Maria de Neufville, Jan Isaak enDaniel de Neufville, over het beheer van de Engelse effecten van John en Wolfert van Hemert, sedert 1753 John en Wolfert van Hemert en D.C. Lutkeman te Londen.
          10. Stukken betreffende de bezittingen van Maria de Neufville te Abcoude.
          11. Rekening en verantwoording door de voogden over Maria de Neufville van de nalatenschap van haar vader, Isaak de Neufville, en van haar aandeel in de nalatenschap van haar ooms Pieter en Mattheus de Neufville.
          12. Kopieën van kwitanties van Maria de Neufville voor haar voogden over het door hen gevoerde beheer.
          13. Stukken betreffende de afwikkeling van het aandeel in de nalatenschap van Anna de Neufville weduwe Abraham de Neufville, dat aan haar kleindochter Maria Petronella de Neufville toekomt.
          14. Octrooien voor Maria (Petronella) de Neufville om te mogen testeren over haar Utrechtse leengoederen. 1758 en 1765.
          15. Kwitantie voor betaling van het collateraal na het overlijden van Maria Petronella de Neufville.
          1. Stukken betreffende het huren van huizen te Utrecht door Maria (Petronella) de Neufville.
      11. JAN ISAAK DE NEUFVILLE (1741-1747) (11)
        1. Aanzeggingslijst te Haarlem van het over lijden van Jan Isaak de Neufville, met kwitantie.
      12. ANNA MARIA DE NEUFVILLE (1742-1782) EN JAN JACOB BRANTS (1741-1813)
    2. DE NEUFVILLE VAN DER HOOP
      1. ISAAK DE NEUFVILLE VAN DER HOOP (1734-1801) EN GEERTRUIDA MARGARETHA STINSTRA (1745-1790)
        1. Brief aan Isaak de Neufville van der Hoop van Jan Brants enC. de Clercq weduwe W. Stinstra.
        2. Testamenten voor notarissen te Amsterdam en codicillen van Isaak de Neufville van der Hoop en Geertruida Margaretha de Clercq.
        3. Kasboek van Isaak de Neufville van der Hoop.
          1. 1767-1775.
          2. 1775-1783.
          3. 1783-1792.
        4. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Isaak de Neufville van der Hoop en Geertruida Margaretha de Clercq.
        5. Stukken betreffende de voogdij van Isaak de Neufville van der Hoop over Abraham Johan van der Hoop.
        6. Brieven aan Isaak de Neufville van der Hoop als voogd over Abraham Johan van der Hoop van... Veldtman te Slochteren enA.C. Wolthers weduwe mr. J.N. van der Hoop, later huisvrouwVeldtman, te Groningen en Slochteren, en van W. Wolthers teGroningen (met b...
        7. Kopieboek van uitgegane brieven van Isaak de Neufville van der Hoop als voogd over Abraham Johan van der Hoop.
  5. BEVEL
    1. ISAAC BEVEL (....--1691) EN TANNEKE VAN AERDENBURGH (....-1691) (1)
      1. Testament voor notaris te Haarlem van Isaac Bevel en Tanneke Jansz van Aerdenburgh.
      2. Begraafbriefjes van Tanneke Jans van Aerdenburgh en Isaac Bevel.
      3. Scheiding voor notaris te Haarlem van de nalatenschap van Isaac Bevel en Tanneke Jansz van Aerdenburgh.
    2. JAN BEVEL (....-1683) (2)
      1. Begraafbriefje van Jan Bevel.
    3. ISAAC BEVEL (....-1702) EN MAYCKEN CARDOES (....-1737) (3)
      1. Begraafbriefje van Isaac Bevel.
      2. Akte van koop door de weduwe van Isaac Bevel van een graf in de Weeskerk te Haarlem.
    4. JANNEKE BEVEL (.... ? 1706) (4)
      1. Testament voor notaris te Haarlem van Janneke Bevel.
      2. Begraafbriefje van Janneke Bevel.
      3. Verklaring van Janneke Bevel, dat zij voldaan is door SimonBevel over haar door hem beheerd ouderlijk erfdeel en voor de diensten, die zij hem heeft bewezen.
      4. Stukken betreffende de afwikkeling van de nalatenschap van Janneke Bevel.
    5. SIMON BEVEL (1669-1736) EN REYNA DE VRIES (....-1727) (5)
        1. Brieven aan Simon Bevel (en Reyna de Vries) van naaste familieleden. 1719 - 1736. 1 pak (Van Anna Bevel te Haarlem en Amsterdam, 1728 - 1732, 5 stukken; David Bonte te Colombo,1728, 1 stuk; Jacob Doyer te Zwolle, 1720 - 1736, 1 pak (met kopie-antwoo...
        2. Brieven aan Reyna de Vries van Simon Bevel te Haarlem, Rotterdam en Hoorn.
        3. Brieven aan Simon Bevel (soms ook gericht aan zijn vrouw, zijn neef Jan Vermout en na zijn overlijden aan zijn schoonzoon Jan Isaak de Neufville) uit de Republiek.
          1. Almelo: Van Joannes Warnaars.
          2. Amersfoort:.
          3. Van Jan van Bemmel.
          4. Van Cornelis van Bennekom en zijn vrouw Johanna Maria Leyts, 1732 - 1736, 1 pak; Jacobus van Bennekom, 1731 - 1735, 1 pak; Otto van Bennekom en sedert 1733 zijn zoon Tymon, 1724 - 1725 en 1731 - 1734, 1 pak (met een brief van de weduwe Otto van Bennek...
          5. Van Jan Clausinck, 1720 - 1736, 1 pak; Willem Clausinck, 1727 - 1728, 9 stukken; Jan Veenendaal, 1720 - 1727, 1 pak; Huybertus van Wetering, 1720 - 1736.
          6. Amsterdam:.
          7. Van Jaques Amiot, 1720, 1 stuk; Pieter Apostool en Warner Willink, 1729, 1 stuk; N. Asschenberg, 1722, 2 stukken; DavidAzebi, 1733, 1 stuk; Adriaan Baars, 1721, 1 stuk; Galenus van Baerle, 1728 - 1733, 3 stukken; weduwe Jan Balde en zoom,1725, 2 stukke...
          8. Van Jacob van de Capelle, 1720 - 1724, 2 stukken; Hendrik Castaing, 1735, 2 stukken; Coenraad Christoffers en comp., 1720 - 1721, 2 stukken; Pieter Clauberg, 1721, 1 stuk; Jan Claus, Jan Claus jr., Jan Willem Claus, Claus en comp. en Anna Maria Haesbae...
          9. Van Nicolaas Fremijn Davidsz (vervolg), sedert 1736 Nicolaas en Hendrik Fremijn.
          10. Van Bernard van Gaart.
          11. Van Bernard van Gaart (vervolg), 1728-1729; Elisabeth (enAlida) van Gaart, 1728 - 1735, 8 stukken; Hendrik Albers van Gaart, 1720 - 1727, 1 pak; Albert Gansepoeder, 1722, 1 stuk; Nicolaas Maas de Gelder, 1720 - 1726, 15 stukken; Margaretha en Maria de...
          12. Van Jeronimus van Goor, 1720-1729, 1 pak (de stukken van 1723 zijn hier wel bewaard).
          13. Van Jeronimus van Goor (vervolg).
          14. Van Nicolaas van Goor, 1726 - 1733, 8 stukken; François Graan, 1720 - 1730, 4 stukken; Jacobus Gregory, 1734 - 1736, 8 stukken (ook geschreven te Rotterdam, Middelburg, Brugge, Hoorn en Delft); Adam Gronen, 1722, 1 stuk; Guillaume Grou, 1735 - 1736, 14...
          15. Van Weduwe De Labat en zoonen, 1730-1733, 1 pak (met enkele brieven van Pieter de Labat uit Nantes en W.B. de Labat uit Lorient).
          16. Van Weduwe De Labat en zoonen.
          17. Van Hendrik Lammertijn, 1728 - 1736, 1 pak; J. Lammertijn, 1720 - 1724, 15 stukken; J.D. Lamoury, 1720 - 1722, 6 stukken; Jacobus de la Lande, 1735 - 1736, 2 stukken (knecht van G. van Baerle); Hendrik de Lange, 1725, 2 stukken; Pieter Jansz Langendijk...
          18. Van Jacob Liesvelt, 1720 - 1736, 1 pak (1 brief van 1720 tevens van Elbert van Liesvelt); Jacob Loten, 1720, 2 stukken;Warner Lulofs, 1735, 2 stukken; Magdalena Lulofs, 1729, 2 stukken; Leonard Lups, 1720 - 1733, 1 pak; Judah Machabe, 1720 - 1726, 1 pa...
          19. Van Hendrik Marmer, 1720 - 1730, 1 pak; Jan van Mekeren, 1720 - 1731, 1 pak; Jan Menso, 1725 - 1727, 5 stukken; Johannes van der Mersch, 1720, 1 stuk; David Mollem, 1720, 1 stuk; Florus van Mollem, 1725 - 1736, 1 pak; Pieter van Mollem en Sijdervelt, 1...
          20. Van Jan de Ram.
          21. Van Daniel Raphoen, 1729, 1 stuk; G. Reessen, 1732, 1 stuk;weduwe Floris Reringh, 1726, 2 stukken; Hendrik Reyniersz, 1720 - 1732, 1 pak; Cornelis Richelman, 1733 - 1736, 7 stukken; Abram Rodenburgh, 1724 - 1729, 18 stukken; Wilhelmus Roodenburg, 1731...
          22. Van Cornelis en Pieter Roeters, 1721 - 1722, 7 stukken; Pieter en Jacob Roeters, 1725, 1 stuk; Jacob George Roeters, 1736, 3 stukken; Roeters, Van Wylick en Roeters, 1722, 4 stukken; Roeters en Gillot, 1724 - 1736, 1 pak; Abraham Romswinkel, 1724, 1 st...
          23. Van Balthazar Rijke, 1721-1737, 1 pak (enkele geschreven te Middelburg); Gerrit Rijke, 1720, 2 stukken; Hendrik Rijke.
          24. Van Jacob Salomons, 1728, 1 stuk; Joël Salomon, 1720 - 1737, 1 pak; Samson Salomon, 1720 - 1727, 3 stukken; Jan Schepper, 1728 - 1735, 2 stukken; Gerrit Schilderink, 1720, 1 stuk;Christian Benjamin Schmidt (en comp.), 1722 - 1732, 3 stukken; Martinus S...
          25. Beverwijk: Van Pieter van Rossen.
          26. ulemborg: Van Pieter van Stight.
          27. Delft: Van Jan Drewes en zijn vrouw Elisabeth Schaep, 1724 - 1725, 3 stukken; Kamer Delft Oost-Indische Compagnie, 1720- 1734.
          28. Dordrecht: Van Joan van Bracht en comp., 1726, 2 stukken; Cornelis Vereyk.
          29. Edam: Van Jacob Wrocht.
          30. Enkhuizen: Van Claas Braans, 1726-1727, 1 stuk; Adryanus van Rijdt, 1720, 1 stuk; Maarten Sluym, 1719-1720, 2 stukken; Diederik Arnold de Vries, 1722, 2 stukken; Kamer Enkhuizen Oost-Indische Compagnie.
          31. Enschede: Van Abraham ten Cate.
          32. 's-Gravenhage: Van Louis Belain, 1731, 1 stuk; J. van Dalem, 1731 - 1732, 3 stukken; Kornelis Fonteyn, 1721, 1 stuk; Hendryck Martijn, 1720, 4 stukken; Dirk Soutman, 1735, 1 stuk;Leendert van der Valk.
          33. Groningen: Van Aldert Jans.
          34. Haarlem: Van weduwe David Anbeek en zoon, zonder datum, 3 stukken (ook David Anbeek Davidsz); David Barnaart, 1725 - 1727, 6 stukken; Jakobus Barnaart jr. (f), 1722 - 1736, 1 pak;Hendrik Bellens, 1727, 1 stuk; Isaac van den Bergh, 1728 - 1734, 6 stukke...
          35. 's-Hertogenbosch: Van Johannes van Bousel.
          36. Hoorn: Van Plechelmo Hamsingh, 1720 - 1727, 18 stukken (vgl. ook Kamer Hoorn Oost-Indische Compagnie); Pieter AdriaenszHouttuyn, 1724 - 1727, 2 stukken; Kamer Hoorn Oost-IndischeCompagnie, 1721 - 1732, 9 stukken; Aefje Jacobs Sleutels, 1708 - 1718, 9 s...
          37. Kampen: Van Arent Kluever, 1725, 1 stuk; Trijnty Kluvers, zonder datum, 1 stuk; Roelof en Johannes Storm.
          38. Leiden: Van Cornelis van Bemmel, sedert 1725 Gerret van Bemmel, 1720 - 1736, 10 stukken; Abraham Dozy, 1720 - 1724, 12 stukken; Hendrik Eton, 1722, 4 stukken; Jan van Heukelom, 1726, 4 stukken; Joan Joon, 1720 - 1730, 1 pak; Lowys Kocket, 1721 - 1736,...
          39. Middelburg: Van weduwe Jan Beukelaar en soon, sedert 1721 Jan Beukelaar, 1719-1736, 1 pak; Isaak Hermansen, zonder datum, 1 stuk; J. de Stoppelaer, zonder datum.
          40. Naarden: Van V. (?) Willemse.
          41. Purmerend: Van C. Wormer.
          42. Van Jn. Archdeacon, 1722, 1 stuk; Arnout van den Berch, 1727, 1 stuk; Francisco Boon, 1721, 1 stuk; Jacob Bordels, 1721- 1722, 13 stukken; Jan Bout, 1721 - 1724, 4 stukken; Jan Lod. Gaill, 1730, 1 stuk; Archibald en Henry Hope, sedert 1725 Archibald, J...
          43. Anthony van Vollenhoven, 1720-1724, 5 stukken; Jacob Washington en Clara Washington.
          44. Sneek: Van Berent ten Cate.
          45. Utrecht: Van Cornelia Bloeveldt, 1722 - 1724, 9 stukken; Jan van Breda, 1720, 16 stukken; Jan de Heger, 1734, 2 stukken; P. van Leendt junior, 1720, 1 stuk; F. van Leent, 1725, 5 stukken; weduwe Daem van Leuven, 1722, 1 stuk; Thomas Noppe,1722, 3 stukk...
          46. Zwolle: Van Frerikkien Jurris, 1735, 1 stuk; Menno Simonse Mennes en soonen, 1731-1732, 4 stukken; Somin Mennes en comp..
        4. Brieven aan Simon Bevel uit het Duitse Rijk.
          1. Bremen: Van Andr. Weitsel.
          2. Danzig: Van Hoofman en Melhorn, sedert 1732 Heinrich Bernhard Melhorn.
          3. Hamburg (en Altona): Van Jan de Lanoy de oude, sedert 1722 weduwe Jan de Lanoy de oude, 1719 - 1722, 1 pak; Erenst Goverts Peters, 1725 - 1726, 8 stukken; Claus Siemsen, 1723 - 1736, 1 pak; Gijsbert van der Smissen, 1725, 5 stukken; Hendrik van der Smi...
          4. Koningsbergen (Königsberg): Van Matthijs van Collen, 1721, 4 stukken; Cornelis Hoofman.
          5. Krefeld: Van Willem van der Leyen, 1720, 6 stukken; Pieter van der Leyen.
        5. Brieven aan Simon Bevel uit het Rusland.
          1. Archangel: Van Cornelis de Jongh en Jean Henry Fürst, 1719 - 1721, 4 stukken; Hendrik Timmerman, sedert 1725 weduwe Hendrik Timmerman, 1719 - 1727.
          2. Sint Petersburg: Van Casp. Kehrwiedersen en junior, 1725, 3stukken.
        6. Brieven aan Simon Bevel uit Londen.
          1. Van P. Combauld, 1730-1731, 2 stukken; Abraham en FrancisCraiesteyn, sedert 1724 Abraham Craiesteyn en zoonen, sedert 1732 Francis en Abraham Craiesteyn.
          2. Van Abraham Craiesteyn en zoonen, sedert 1732 Francis en Abraham Craiesteyn.
          3. Van Jan van Dalen, 1735 (1 stuk); Henry en Jos. Guinand, 1734 - 1736 (1 pak); William Isaac Kops, 1727 - 1736 (1 pak); Isaac Kuyck van Mierop, 1734 (1 stuk); Charles van Notten, 1728 - 1735 (2 stukken); Gerard Roeters, 1720 (1 stuk); John Schoppens en...
        7. Brieven aan Simon Bevel uit de Zuidelijke Nederlanden.
          1. Antwerpen (Anvers): Van Joannes Coppal, 1720, 1 stuk; Jan de Hardt, 1721-1722, 6 stukken (de eerste getekend door de zoon, Johannes de Hardt).
          2. Brugge (Bruges): Van Charles Laurens Reinaex.
          3. Oostende (Ostende): Van Jacobo Bauwens, 1721-1724, 6 stukken; Louis Bernaert, 1720-1736, 1 pak (enkele geschreven te Brugge, met hierbij enkele brieven van Jeronimus van Goor.Enkele brieven zijn getekend door Joannes Bernaert, verschillende door de vro...
        8. Brieven aan Simon Bevel uit Frankrijk.
          1. Lorient: Van Louis Grou, sedert 1737 Grou père en Louis Grou.
          2. Nantes: Van Jean Baptista Reinaex, 1731, 1 stuk; Coenraad Struykman, sedert 1731 Struykman gebroeders, 1730-1737, 1 pak (enkele brieven van Coenraad Struykman geschreven te Amsterdam, verschillende te Lorient).
          3. Parijs (Paris): Van Tourton, Baur en comp..
        9. Brieven aan Simon Bevel uit Lissabon van Basseliers, De Montagne en Reringh, sedert 1727 De Montagne, Reringh en De Wit.
        10. Kopieboek van uitgegane brieven van Simon Bevel.
          1. 1708-1713.
          2. 1713-1722.
          3. 1722-1727.
        11. Kopieën van uitgegane brieven van Simon Bevel, met enkele andere stukken, die daarop betrekking hebben.
        12. I.
        13. II.
        1. Stukken betreffende het huwelijk van Simon Bevel en Reyna de Vries.
        2. Aantekeningen van Simon Bevel over zijn huwelijk en geboorte en sterven van zijn kinderen en sterven van zijn vrouw.
        3. Testamenten voor notaris te Haarlem en codicillen van SimonBevel en Reyna de Vries.
        4. Notificatie-, huissluiting en afleescedulen voor het overlijden van Reyna de Vries en Simon Bevel. 1727 en 1736.
        1. Kasboek van Simon Bevel.
          1. 1709-1712.
          2. 1721-1723.
          3. 1732-1736.
        2. Rekeningen en kwitanties en betaalde wissels en assignatiesvan Simon Bevel.
        3. 1694-1703.
        4. 1704-1712.
        5. 1713-1720.
        6. 1721-1724.
        7. 1725-1728.
        8. 1729-1731.
        9. 1732-1734.
        10. 1735-1736.
        11. Balans van Simon Bevel.
        12. Stukken betreffende de afwikkleing van de nalatenschap van Simon Bevel.
        1. Stukken betreffende het verhuren door Simon Bevel aan Adriaen van der Zaen te Amsterdam van een huis op de hoek van de Nieuwe Kruisstraat naast de woning van de verhuurder te Haarlem.
        2. Overdracht aan Simon Bevel door Etienne Valentijn van een huis en erf op de Eerste Nieuwe Herengracht op de hoek van deCrayenhorstergracht te Haarlem.
        1. Vertaling van de overdracht aan Simon Bevel door John Schoppens te Londen van een rente van 18 pond 's jaars te zijnen lijve op de Kroon van Engeland.
        2. Schuldbekentenissen voor Simon Bevel van Isaac Bevel en Amelia de Vries.
        3. Schuldbekentenis van Simon Bevel voor Arend van Dulken voorfl. 4.000.
        4. Kwitantie voor de overdracht van een obligatie van Georg Wilhelm Giffenig, als constapel naar Oost- Indië gevaren, ten behoeve van Joan Godfried Woesthoff.
        5. Contracten, waarbij Simon Bevel actiën van 500 pond in de Oost-Indische Compagnie van Engeland en de Bank van Engeland verkoopt.
        6. Contracten, waarbij Simon Bevel actiën van 500 pond in de Oost-Indische Compagnie van Engeland en de Bank van Engeland koopt.
        7. Kopie van een machtiging van Willem van Ouwkerken, Jan Vermout en Abraham Heems te Haarlem voor Francis en Abraham Craiesteyn te Londen om actiën van de Bank van Engeland over te dragen.
      1. FINANCIËLE ZAKEN (ZIJDEHANDEL EN REDERIJ, BOEKHOUDING MET BIJLAGEN)
        1. Memoriaal van Simon Bevel.
          1. 1706-1709.
          2. 1708-1712.
          3. 1712-1713.
          4. 1714-1715.
          5. 1715-1717.
          6. 1718-1720.
          7. 1720-1721.
          8. 1721-1722.
          9. 1722-1723.
          10. 1723-1724.
          11. 1724-1725.
          12. 1725-1727.
          13. 1727-1728.
          14. 1730-1732.
          15. 1732-1733.
          16. 1733-1735.
          17. 1736-1737;.
        2. Kladjournaal van Simon Bevel.
        3. Journaal van Simon Bevel.
          1. 1696-1697.
          2. 1697-1698.
          3. 1698-1699.
          4. 1700-1701.
          5. 1701-1702.
          6. 1703-1704.
          7. 1704-1706.
          8. 1706-1708.
          9. 1710-1711.
          10. 1713-1715.
          11. 1725-1726.
          12. 1728-1729.
          13. 1733-1734.
          14. 1734-1736.
        4. Grootboek van Simon Bevel.
          1. 1695;.
          2. 1696-1699;.
          3. 1700-1703;.
          4. 1704-1709;.
          5. 1710-1714;.
          6. 1714-1718;.
          7. 1718-1721;.
          8. 1721-1725;.
          9. 1725-1729;.
          10. 1729-1735;.
        5. 'Afgelegde en ingetrokken obligatiën'. schuldbekentenissen van Simon Bevel voor kapitaal, verstrekt op onderpand meest van zijde. 2 pakken 1692-1737.
          1. 1692-1702.
          2. 1705-1737.
          3. 1705-1719.
          4. 1722-1737.
        6. Rekening-courantboek.
          1. 1697-1699;.
          2. 1706-1723; Met index.
          3. 1723-1741; Met index.
        7. 'Beleen- en reedboek'. Opgaaf van voorraden van zijde van Simon Bevel met data van uitgifte voor reden of belenen en van terugkomst, ingedeeld in hoofden naar reders en beleners.
          1. 1708-1726.
          2. 1725-1736;.
        8. Cognossementen voor Simon Bevel. 1715 en 1716-1735.
        9. Facturen voor Simon Bevel voor geleverde zijde.
        10. 1720-1727.
        11. 1728-1736.
        12. Kassiersboekje voor Simon Bevel van Hendrik Albertsz van Gaart en comp.
        13. Bijlagen bij balansen van Simon Bevel en opgaven van de hoeveelheid aanwezige zijde.
        14. Kassiersboekje voor Simon Bevel van Bernard van Gaart, sedert 1728 van Pieter Langendijk Jansz.
          1. 1724-1727.
          2. 1728-1729 en 1728-1736.
        15. Register met wekelijkse opgaaf van de verschillende soortenzijde, in bezit van Simon Bevel, met vermelding van prijzenen uitgaven voor het werkvolk.
        16. Register van aantekeningen van Simon Bevel met verwijzingennaar het grootboek.
        17. Kassiersboekjes voor Simon Bevel van Nikolaas Fremijn Davidsz.
          1. 1729-1735.
        18. Afrekeningen voor Simon Bevel van kassier Nicolaas Fremijn Davidsz.
        19. Kasboek van ontvangsten en uitgaven voor de zijderederij van Simon Bevel.
        20. Lijsten van zijde van Simon Bevel met opgaaf van de plaats waar die berust of wordt bewerkt. Zonder datum.
      2. FINANCIËLE ZAKEN (ZIJDEHANDEL EN REDERIJ, STUKKEN BETREFFENDE BEPAALDE ZAKEN)
        1. Procuratie voor notaris te Haarlem van Simon Bevel voor Willem van Ouwerkerk om tijdens zijn afwezigheid voor hem op tetreden.
        2. Oproeping van Simon Bevel als crediteur van wijlen David deGivry in verband met aangevraagde beneficie van inventaris.
        3. Stukken betreffende de afpakking en verzending van balen zijde uit Batavia. 1719 en 1730.
        4. Stukken betreffende afbetaling door William Standert te Londen van zijn crediteuren, o.a. Simon Bevel.
        5. Overdrachten aan Simon Bevel door de fabrikeurs Pieter van Gent Davidsz en Daniel Florianus en door Marcus de Haan te Haarlem van vorderingen op de weduwe van Israel Levi. 1724 en1728.
        6. Procuratie van Simon Bevel voor Hendrik Reyniertz en Bernard van Gaart om voor hem op te treden bij de wisselbank te Amsterdam. 1724 en 1729.
        7. Verklaring van Franscoi Vignons over goederen, door hem onder Simon Bevel gedeponeerd.
        8. Tolbrief voor Simon Bevel van de stad Haarlem voor zeven balen zijde.
        9. Stukken betreffende de overdracht door Simon Bevel op JacobDoyer te Zwolle van een vordering op Menno Simons Mennes enzonen aldaar.
        10. Verklaring van de regering van Antwerpen, dat Adriaen met de Penninghen, koopman in zijde aldaar, van Theodorus de Jonge en Gerard Staes, kooplieden te Amsterdam, twee balen zijdeheeft ontvangen en overhandigd aan Noë Hellin, bankier te Antwerpen.
        11. Notities van de verkopingen van de zijderedersgereedschappen en paarden te Haarlem en van de zijde te Amsterdam, nagelaten door Simon Bevel.
        1. Consent van burgemeesters en regeerders van Haarlem voor Simon Bevel om zijn schuitje onder de zuidboog van de Nieuwe Cruysbrug te mogen leggen.
        2. Stukken betreffende de financiële moeilijkheden van Willem van Ouwkerken, waarin o.a. Simon Bevel als geauthoriseerde optreedt.
        3. Citatie van Simon Bevel in gevolge een eis van Pieter JanseSpruyt van Nieuwerkerk over betaling van geleverde hooi.
        4. Lijst van zilver en linnengoed van Simon Bevel.
        5. Aantekeningen over gelecerd brood en medicijnen. 1728 en zonder datum.
        6. Brief van Cornelis van der Meer te Haarlem aan Anna van derMeer, rijglijfmaakster te Alkmaar, over de prijs van de damasten.
        7. Stukken betreffende de hofstede de Agterkoekkoek aan de Leidse Trekvaart bij Haarlem, die Simon Bevel huurt van Jan Trip. 1729 en zonder datum.
        8. Proeven van schoonschrift van Katarina de Klerck.
        9. Rekening voor Simon Bevel van timmerman Syme Vrijdagh.
        10. Arrestatie door een gerechtsbode op verzoek van de weduwe Philip van Kemmena en Bartholomeus van den Sandheuvel van alle goederen onder administratie van Hendrik Schoonenbergh, concernerende Marcus de Haan en zijn vrouw Elisabeth de Haan.
        11. Rekwest van Simon Bevel aan burgemeesters van Haarlem om een stenen bak voor zijn paarden te mogen maken. Zonder datum.
    6. ANNA BEVEL (1717-1742) EN JAN ISAAK DE NEUFVILLE (1706-1772)

STUKKEN, WAARVAN DE SAMENHANG MET HET ARCHIEF NIET IS GEBLEKEN OF NIET IS UIT TE MAKEN, BIJ WELK ARCHIEF ZE HEBBEN BEH

  1. Overdracht door Egbert Pietersz Vinck aan Jelle Jellezoon, stuurman, van twee roeden land buiten de Haarlemmerpoort op de Rietvinck.
  2. Kustingrentebrief van Albert Pietersz van Wieringhen ten behoeve van burgemeesteren en thesaurieren voor een rente van 46 gulden, 10 stuivers over de helft van het erf 28 in de Haarlemmerstraat buitensdijks in het park B, met verklaring van Albert betr...
  3. Overdracht en kustingrentbrief van Gerrit Sybrandsz, waterscheepsman, ten behoeve van Jannetgen Alberts weduwe Laurens Woutersz Santman, voor een rente van 42 gulden op een huis in de Nieuwe Haarlemmerstraat.
  4. Overdracht voor schepenen te Rotterdam door de administrateuren van de goederen van Jan Crijnen Volmarijn aan ElysabethPieters, vrouw van Adriaen Pauls, van een losrentebrief op de Staten van Holland van 1646.
  5. Extract uit het register van willekeuren der stad Amsterdambetreffende betaling van verkochte koopmanschappen. 1665. 1stuk.
  6. Jaarlijkse rekeningen van David Rutgers.
  7. Extract uit het register van Nichtevecht van een verklaringvan Cornelis Gerbrantsz, dat hij vier morgen land, genaamd het Claerlant, wegens obligaties van de Mennonitengemeente te Overmeer, van Marcelis Marcelisz als erfgenaam van Claes Dircksz Tuynman...
  8. Adviezen over de goederen van het echtpaar Abel Claesz en Cornelia Gerritz, uitgebracht door Floris Cloeck, D. Ypelaer,F. van Kuffeler en P. Verrijn.
  9. Stukken betreffende de afgifte door het echtpaar Abraham Riche en Marie Marechal aan haar kinderen uit haar eerder huwelijk met Hierome le Normand van hun vaderlijke nalatenschap.
  10. Zeeuws paspoort van de Staten-Generaal voor Claas Janssen Amerongen naar Amsterdam voor vijf baaltjes Spaanse wol.
  11. Brief van Cornelio de Flines junior aan onbekende.
  12. Stukken betreffende de verkoop van een obligatie, nagelatendoor Nicolaas Meyndersz te Hoorn aan Geesjen Wittingh en Albertie Wittingh, getrouwd met Adriaen Bloemhof.
  13. Stukken betreffende het eigendom van een huis aan de zuidzijde van de Leliegracht tussen Heren- en Keizersgracht. 1704 en 1741.
  14. Extract van een machtiging voor notaris te 's?Gravenhage door de procureur Hetto Cleisma in zake een voogdijschap over Abraham Christiaan de Hertoghe, minderjarige zoon van wijlenJohan de Hertoghe en Alida Leydeckers.
  15. Grafschrift op Nicolaas Muys van Holy. (1717).
  16. Vers van Ar. van Halen 'op de afbeeldinge van zijn Majesteyt George Lodewijk, koning van Engeland'.
  17. Aankondigingen van het overlijden van Wyna van Lennep, huisvrouw van Abraham Verhamme, Geertruyda Maria Lijphart, weduwe Albertus Scherius en Geertje Salm. 1719, 1792 en 1809.
  18. Verklaring van Justus Sibé, predikant te Bexhövede, dat Jacob v. Bahlen, voormalig luitenant in de cavalerie van de koning van Zweden, in goede gezondheid is en de godsdienstoefeningen regelmatig bijwoont.
  19. Vers op de speculaties te Amsterdam in de transacties van John Law. (Ca. 1720).
  20. Schuldbekentenis voor schepenen te Haarlem door Jacobus vanRem voor de voogden over het minderjarige kind van Lysbeth Nonswijk, Hermanus van Geesten en Thomas Caudel, voor fl.fl.250 met als onderpand zijn huis op de Tweede Nieuwe Herengracht.
  21. Akte van defensie van Josias van Asperen, burger van Amsterdam, die zich te Altona heeft gevestigd aan het hoofd van denieuwe Oost-Indische Compagnie aldaar, tegen de hoofdofficier te Amsterdam, die hem op de schoutsrol heeft doen dagen wegens ongeperm...
  22. Verzen op het gezantschap van Cornelis Sylvius naar Engeland. (1734).
  23. Brief van G.F. van Lesberghe te Gent aan Michiel Lezy te Gent.
  24. Obligatie van fl.1000 van Willem Gideon Deutz voor mr. Cornelis Christoffel van Akerlaken, burgemeester van Hoorn, in de kiezerlijke lening.
  25. Rekeningen van geleverde en ontvangen goederen van een kruidenier.
  26. Stukken betreffende het overlijden van Barent Willem Elbertsz van der Heyden, zoon van Anna Margaretha Catharina van der Heyden.
  27. Extract-resolutie van de Staten-Generaal betreffende de deyvan Algiers en tractaat van vrede tussen de Staten-Generaalen de keizer van Marokko. 1742 en 1752.
  28. 'De ontmaskerde schijnhijligheyt', vers op A. Spinniker. (1743).
  29. Kopie van een brief van Jan Albert Pam te Curaçao aan zijn broer Jan Wijnand Pam te Amsterdam.
  30. Vers op de Dood door J.B.
  31. Libellus canum Haganorum supplex ad illustrissimum principem Annam.
  32. Kwitantie voor Roeloff Rinkhuysen voor betaling van de lasten op een huis en land in de Watergraafsmeer.
  33. Extract uit de register van executiën te Amsterdam betreffende de verkoop van een dubbel huis met stalling, koets- en wagenhuis in de Runstraat, toebehorende aan Harmanus Visman en Anthonia Jansz.
  34. Lofrede en vervolg de rede door C.J. v.d. L. bij de plechtige inhaling van de ambachtsheer Jan van Marselis jr. door Pieter Foppensz, visboer te Zandvoort.
  35. Stukken betreffende averij aan het schip Sint Johannes, schipper Bartholomeus Klopstok.
  36. Verklaring voor notaris te Amsterdam betreffende averij aanhet schip Sint Jacob, schipper Nicolaus Griwahn jr. komendevan Norrköping.
  37. Kwitantie van Cornelis van Homrigh voor Constantinus van Son, Simon Jan Baptist Barchman Wuytiers en Jan de Neufville als gecommitteerden van een contract van overleving nr. 7.
  38. Kasboek en beschrijvingen van reizen. 1792 en zonder datum.
  39. Vers op het schuilen voor de regen van de compagnie van kapitein Van der Lijn in de doopsgezinde kerk De Toren. 1797. 1stuk.
  40. Assignaten en inschrijvingen Kon. Oesterr. Prämien-Anlehen.(1798) en 1870.
  41. Opgaaf van deelname van een aantal personen in een onbekende onderneming. (midden 18de eeuw).
  42. Stukken betreffende de inkomsten van bepaalde prebenden in de Dom en het kapitaal van Sint Jan te Utrecht. (18de eeuw).
  43. Herderszang op de verjaring van Elisabeth Rutgers. (18de eeuw).
  44. Reclamebiljet van Jan Baptista van Ceulen op de Buitenkant in De Gekroonde Eenhoorn voor de verkoop van tabak. (18de eeuw).
  45. Vers op het vertoon bij de bruiloft van een lid van een voornaam doopsgezind geslacht. (18de eeuw).
  46. Vers op het afbeeldsel van David van Lennep, die veel van drinken houdt. (18de eeuw).
  47. Anecdote over burgemeester Van Collen en over H. Onversaagt. (18de eeuw).
  48. Belijdenis. (18de eeuw).
  49. Bruiloftszangen, verzen, anecdoten, stichtelijke overpeinzingen, enz. waarvan niet bekend is op wie of wat ze slaan, ofdoor wie ze zijn geschreven. (18de eeuw).
  50. Cahiers met lessen betreffende Frans, rekenen, handelsrekenen, Latijn (van W. Nolthenius en J.W. Nolthenius) en rechten. (18de en 19de eeuw).
  51. Vers op het stadhuis van Amsterdam. (18de of 19de eeuw).
  52. Financiële aantekeningen enz. (18de en 19de eeuw).
  53. Autograaf van G. Cuvier. (begin 19de eeuw).
  54. Brief van Pouderpix aan Kerwitch, 'chanoine régulier du convent des visitandines, confesseur général et spécial des musicos et des marionnettes Hollandaises'.
  55. Kopie van de toespraak van Lodewijk Napoleon aan het corps législatif te Haarlem.
  56. Lijst van gevangen vinken op Boekenrode.
  57. Kopie van de toespraken van en tot Napoleon van de Protestantse en Katholieke geestelijken te 's-Hertogenbosch. (Zonderdatum).
  58. Aankondigingen van overlijden, advertenties enz.
  59. Stukken betreffende Christoffel Brants en zijn familie te Wittmund. 1843 en zonder datum.
  60. Menus van trouwdejeuners te Deventer.
  61. Brief aan onbekende. (19de eeuw).
  62. Lijst van Spaanse boeken. (19de eeuw).
  63. Spijskaart van de Grande Taverne de Londres, Palais Royal nr. 142, later Rue de Richelieu nr. 26 te Parijs. (19de eeuw).
  64. Vragen en antwoorden met betrekking tot het schrijven van een belijdenis. (19de eeuw).
  65. Opstellen over de bijbel (Nieuwe Testament). (19de eeuw). 1deel.