Archief van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

843

Periode:

1612 - 1980

Inleiding

De inventaris beschrijft de archieven van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit (ADS), de door haar opgerichte fondsen en de fondsen die tussen 1948 en 1974 in de Algemene Doopsgezinde Sociëteit zijn opgegaan.

De meeste fondsen hielden zich bezig met het verlenen van pensioenen aan de aangesloten predikanten. De premies werden meestal door de gemeente en door de predikant betaald. Voor een aanvulling op het traktement of het pensioen bestond ook een fonds.

De Algemene Doopsgezinde Sociëteit

Inleiding

Sinds 1680 was de opleiding tot doopsgezind predikant te Amsterdam gevestigd. De gemeente Lam en Toren aldaar betaalde zowel het salaris van de hoogleraar als de toelagen aan de minder draagkrachtige studenten. Financiële moeilijkheden voor de gemeente, die haar kapitaal grotendeels in obligaties had belegd, ontstonden doordat de Franse bezetters van de Nederlandse staatsschuld maar een derde betaalden (de zogenaamde tiërcering). In oktober 1810 zond de Amsterdamse gemeente Lam en Toren een circulaire aan alle doopsgezinde gemeenten in Nederland met verzoek om financiële steun voor de voortzetting van de predikantenopleiding.

Oprichting

Op 21 en 22 augustus 1811 werd, mede op initiatief van Haarlem, Westzaandam en Oostzaandam, te Amsterdam de oprichtingsvergadering van de 'Algemene Doopsgezinde Sociëteit ter bevordering van den Predikdienst' gehouden.

Deze organisatie had tweeërlei taak. Zij hield zich bezig met de opleiding tot predikant ('het aankweeken van leeraren') en verleende steun aan minder draagkrachtige gemeenten bij het beroepen en salariëren van hun zielszorgers ('het ondersteunen van behoeftige gemeenten in het verkrijgen en behouden van geschikte leeraren').

Verdere ontwikkelingen

In de loop der tijd werd het steeds duidelijker dat de Algemene Doopsgezinde Sociëteit zich met meer bezig hield dan met de twee bovengenoemde taken. Zij werd weliswaar door de afgevaardigden van de Nederlandse Doopsgezinde gemeenten bestuurd, maar bezat niet de bevoegdheden om als het overkoepelend bestuursorgaan van die gemeenten werkzaam te zijn.

Dit probleem leidde in 1920 tot de instelling van een commissie die zich moest bezig houden met de 'omvorming der ADS tot centrale vereniging'. Als gevolg van de werkzaamheden van deze commissie kwam er in 1923 een essentiële reglementswijziging tot stand. De Algemene Doopsgezinde Sociëteit werd van een vereniging van doopsgezinde gemeenten tot de vereniging der doopsgezinde gemeenten. Het eerste artikel van het reglement luidde nu: 'De Algemeene Doopsgezinde Sociëteit is de vereeniging der Doopsgezinde gemeenten in Nederland en van die in aangrenzende landen'. En artikel twee: 'Zij heeft ten doel de bevordering der godsdienstige en zedelijke en daarmee onmiddellijk samenhangende stoffelijke belangen der Doopsgezinden in haren kring, allereerst van den predikdienst onder hen, alsmede hunnne vertegenwoordiging naar buiten'. Het reglement van 1967 vermeldt onder haar doelstelling onder andere: 'Gemeenten en instellingen zo zij dit wensen in hun geestelijke taak bij te staan'.

De hoofdtaak van de in 1811 opgerichte Algemene Doopsgezinde Sociëteit lijkt wat op de achtergrond te zijn geraakt, mede daarom zijn de stukken betreffende de predikantenopleiding achter in het sociëteitsarchief opgenomen.

Bestuurssamenstelling

Op de jaarvergaderingen van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit verschenen de afgevaardigden van de gemeenten. In 1811 waren dat er 16, in 1828 was hun aantal 20. Eerst in 1873 was het aantal afgevaardigden tot 28 toegenomen. Bij de eeuwwisseling waren er 36 afgevaardigden en in 1946 bedroeg het aantal 57. Uit de afgevaardigden (Bestuurders geheten) werd een bestuur gekozen van zes leden. Ook degenen die het toezicht hadden op de predikantenopleiding (de Curatoren) werden uit de afgevaardigden gekozen. Hun aantal was 11.

Mennofonds

Begin 1920 nam de Algemene Doopsgezinde Sociëteit het initiatief tot het uitgeven van obligaties met het doel uit het bijeen gebrachte kapitaal (1,5 miljoen gulden) uitkeringen te doen aan predikanten met een te laag salaris. Deze stichting, het Mennofonds genaamd, werd een groot succes. Mede omdat er veel giften kwamen kon jaarlijks 20.000 gulden worden uitgekeerd.

Pensioenfonds Algemene Doopsgezinde Sociëteit

Toen de Algemene Doopsgezinde Sociëteit in 1945, na voorbereidende werkzaamheden tijdens de oorlog, besloot zelf een pensioenfonds op te richten was het tevens de bedoeling dat de reeds bestaande fondsen in haar zouden opgaan.

Het streven om tot vereniging van alle pensioenfondsen te komen werd ingegeven door het besef, in maart 1943 in een rapport aan alle doopsgezinde gemeenten vermeld, dat er 'vele grove onbillijkheden' waren ontstaan tussen de fondsen onderling. Een uniforme regeling voor alle predikanten zou deze verschillen wegnemen.

De Algemene Doopsgezinde Sociëteit slaagde er in om binnen twaalf jaar na de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste fondsen in haar pensioenfonds te laten opgaan.

Emeritaatfonds voor Doopsgezinde leraren

Dit fonds, ook wel Zaanse fonds genoemd werd op 2 mei 1848 door tien Zaanse gemeenten opgericht met het doel 'een jaarlijkse uitkering te verzekeren aan de deelhebbende leraren' als zij 65 jaar worden of eerder niet meer in staat zijn hun ambt uit te oefenen.

Het fonds verkreeg zijn inkomsten uit contributies van de deelhebbers, erfmakingen en giften, vrijwillige bijdragen en renten.

Het kapitaal van het fonds bestond uit drie gedeelten: het Reservefonds, dat zijn de gelden die de Amsterdamse gemeente in 1848 bijeen bracht om zelf een emeritaatfonds te stichten. In 1851 werd besloten toch toe te treden tot het Zaanse fonds. De andere delen zijn: het Invaliditeitsfonds en het Ouderdomsfonds.

Aan het fonds konden alle doopsgezinde gemeenten in Nederland en het Duitse grensgebied deelnemen. Sinds 1943 liet het geen nieuwe deelnemers meer toe. Op 5 oktober 1948, kort na de viering van het honderdjarig bestaan, ging het fonds op in het pensioenfonds van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit.

Dienstjarenfonds

Het Dienstjarenfonds werd op 26 mei 1913 te Haarlem opgericht. Zijn doel was dienstdoende predikanten jaarlijks een toelage te verstrekken als zij langer dan tien jaar hun gemeente hadden gediend.

Het kapitaal van het fonds bestond uit het stichtingskapitaal aangevuld met giften en rente.

Op 16 mei 1950, kort voor zijn 37 jarig bestaan, ging het over in het beheer van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit.

Doopsgezind pensioen verhogingsfonds

Dit fonds werd op 13 juni 1929 op initiatief van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit opgericht met als doel de pensioenen van zijn predikanten en de uitkeringen aan hun weduwen op een behoorlijk peil te brengen. Het was een zelfstandig fonds waarvan drie van de zeven bestuursleden door de Algemene Doopsgezinde Sociëteit benoemd werden.

Het beheer van het fonds ging in 1954 over naar het pensioenfonds van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit.

Fonds tot ondersteuning van weduwen en wezen van doopsgezinde leraren in Noord en Zuidholland

Het fonds tot ondersteuning werd in 1794 door vier predikanten uit de Zaanstreek opgericht. Door contributies van gemeenten en predikanten, door giften en door rente verkreeg het de middelen die nodig waren voor een jaarlijkse ondersteuning van weduwen en hun kinderen.

Zijn werkzaamheden beperkten zich tot 1898 tot Noord Holland en Zuid Holland, daarna door o.a. de vereniging met het Zwolsche Fonds, breidden deze zich over het hele land uit.

Op de Algemene vergadering van het fonds op 19 juni 1956 werd besloten het beheer per 1 januari 1957 over te dragen aan het Pensioenfonds van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit.

Verhoogingsfonds

Op 9 mei 1865 werd het fonds tot verhooging van doopsgezinde leeraarstractementen opgericht. Zijn taak was de jaarsalarissen van predikanten te verhogen. Aan de gemeenten die hiervoor in aanmerking kwamen verstrekte hij een jaarlijkse toelage.

Het fonds verkreeg zijn inkomsten uit contributies en uit rente.

Van de fondsen heeft dit fonds het langst bestaan, eerst in 1974 is het onder het beheer van het pensioenfonds van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit gekomen.

Liefdecassa

Het oudste fonds dat in deze inventaris voorkomt is de Liefde Cassa, die op 26 maart 1755 te Amsterdam door Ananias Willink, Jan Willink, Pieter de Haan, Jan Deknatel, ds. Joannes Deknatel, Wilhem Willink, Christina Willink, Agneta Leeuw, Anna van Diepenbroek en Dina van Diepenbroek, allen leden van de doopsgezinde gemeente Lam en Toren aldaar, werd opgericht. Het aanvangskapitaal was fl. 13.000.

Volgens het eerste artikel van het reglement zal de Cassa 'voor eerst en bijzonder gebruikt worden tot assistentie van Doopsgezinde leeraren die geacht worden het evangelium te verkondigen...'

Bij de oprichting van de predikantenopleiding te Amsterdam was bepaald dat gemeenten die geen predikant benoemden die in Amsterdam was opgeleid en hem geen fl. 250 salaris betaalden, uit Amsterdam geen subsidie meer zouden ontvangen. Het gevolg zou zijn dat 'veele gemeenten van leraars berooft werden, ten verval komen en verstrooijen'.

De Liefdecassa werd opgericht om deze arme gemeenten financieel te steunen zodat zij in staat waren hun predikanten te blijven betalen.

Het fonds bleef ruim 50 jaar in Amsterdam gevestigd. In 1808 werd het naar Hoorn verplaatst waar het, tegen de bedoeling van de oprichters in, een fonds werd uitsluitend ten behoeve van de doopsgezinde gemeente aldaar.

Een conflict binnen de gemeente Hoorn bracht in 1903 de vreemde positie van de Cassa aan het licht.

Het duurde nog tot eind 1909 voor de Liefdecassa, na bemiddeling door de Algemene Doopsgezinde Sociëteit, aan het Verhoogingsfonds kon worden overgedragen.

Inventarisatie

De eerste die zich bezighield met de ordening van het archief was de hoogleraar W. Cnoop Koopmans. In het verkorte verslag van de jaarvergadering (inv. nr. 44) staat op 25 juni 1835 vermeld: 'Van prof. Koopmans ontving de vergadering met blijdschap en erkentenis het berigt, dat hij dezen winter had te baat genomen tot het voleindigen van een werk, welks hooge noodzakelijkheid zich reeds lang had doen gevoelen en waarmede hij zich reeds vroeger, met opoffering van veel tijd, had bezig gehouden, namelijk het in orde brengen, schikken, registreeren en op index stellen van alle stukken uitmakende het Archief van de Algemeene Doopsgezinde Sociëteit'.

Ook de penningmeesters hadden het 'onder hun beheer staande gedeelte volgens één en hetzelfde, gemeenschappelijk ontworpen plan, gerangschikt en alzoo mede gewerkt tot het daarstellen van een algemeen Archief, het welk nu in het vervolg met weinig moeite zou kunnen bijgehouden worden'.

In 1905 stelde P. van Eeghen de bijlagen bij de notulen (inv.nr. 28) samen die hun oorsprong hadden in de ordening die in 1835 door prof. Koopmans voltooid werd. Prof. J.G. de Hoop Scheffer vervaardigde in de jaren 1860 1884 de Inventaris van de archiefstukken berustende bij de Amsterdamse Doopsgezinde gemeente. In deze inventaris bevinden zich ook stukken betreffende de Algemene Doopsgezinde Sociëteit. Waarschijnlijk heeft hij ook het plan gehad een inventaris van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit te maken. Een inhoudsopgave in januari 1890 door de commies der Algemene Doopsgezinde Sociëteit A. Bleeker vervaardigd (inv. nr. 323) wijst hierop. Het archief is daarin verdeeld in 17 rubrieken en omvat zowel delen als losse stukken.

Blijkens het verslag van de bibliotheekcommissie van de Amsterdamse gemeente over 1910 'hield ds. J.G. Boekenoogen zich in dat jaar onledig met het inventariseren van het archief der Alg. Doopsgezinde Sociëteit. Met die werkzaamheden is hij gereed gekomen; de stukken in dat archief wachten slechts op nommering'. De lijsten van archiefstukken, geordend volgens de inhoudsopgave uit 1890 bevinden zich eveneens in inv. nr. 323. Daarna is er lange tijd weinig aan het archief gedaan.

In december 1964 begon ds. A. Mulder, ruim 25 jaar voorzitter van de archiefcommissie der Algemene Doopsgezinde Sociëteit, met de werkzaamheden die zouden moeten uitmonden in een moderne inventaris van deze organisatie.

Van de ordening van 1910 was niet veel meer over. De stukken uit de rubrieken XI en XVa ontbraken. Bovendien waren er stukken in het archief van de Amsterdamse gemeente terecht gekomen.

Bij de inventarisatie betrok ds. Mulder ook de archieven van de pensioen en tractementsverhogingsfondsen, die op dat moment bijna alle in de Algemene Doopsgezinde Sociëteit waren opgegaan.

Het archief van ds. Mulder is bewaard gebleven (archief 938) en daaruit valt op te maken hoeveel moeite het kostte de ontbrekende delen en stukken op te sporen.

Door zijn plotseling overlijden op 26 oktober 1968 heeft hij zijn werk niet kunnen voltooien.

Bij mijn inventarisatie moest ik constateren dat ook van hetgeen ds. Mulder in de jaren 1964 1967 aantrof weer een gedeelte verdwenen is. Van het overblijvende gedeelte heb ik deze inventaris samengesteld. Het archief van voor 1945 is, op een lacune tussen 1890 en 1914 na, vrij volledig. Een groot deel van het archief van na 1945 berust nog in de kerk van de Doopsgezinde Gemeente op het Singel te Amsterdam.

Algemene Doopsgezinde Sociëteit.

  1. Oprichting en organisatie.
    1. Circulaire van 8 oktober 1810 aan de doopsgezinde gemeentenin Nederland van de doopsgezinde gemeente Amsterdam over deslechte financiële situatie van de kweekschool voor predikanten. Met ingekomen brieven. 1810 - 1811.
    2. Circulaire aan de doopsgezinde gemeenten in Nederland van de doopsgezinde gemeente Haarlem voor een vergadering op 27 maart 1811 over het stichten van een 'vereniging van alle doopsgezinde gemeenten ter bevordering van de predikdienst', inviervoud.
    3. Brief aan de kerkeraad van de doopsgezinde gemeente Amsterdam van de kerkeraad van Haarlem met het voorstel tot overlegvooraf over de belangen van Algemene Doopsgezinde Sociëteiten kweekschool.
    4. Brief aan de gecommitteerden uit de kerkeraad en curatoren van de kweekschool van de doopsgezinde gemeente Amsterdam van P. Beets te Westzaandam waarin hij meedeelt dat zijn gemeente voorlopig niet meewerkt aan de bespreking van het ontwerp tot een doo...
    5. Circulaires van de kerkeraden van Amsterdam, Haarlem, West?en Oostzaandam over de toetreding tot de Algemene Doopsgezinde Sociëteit, met ingekomen brieven.
    6. Brief aan de kerkeraad van de doopsgezinde gemeente Amsterdam van de afgevaardigden uit de kerkeraden van de doopsgezinde gemeenten Amsterdam, Haarlem, West? en Oostzaandam betreffende het maken van een concept?reglement voor de Algemene Doopsgezinde S...
    7. Circulaire van het bestuur van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit aan de doopsgezinde gemeenten in Nederland.
    8. Brief aan de curatoren van de kweekschool van de kerkeraad van Amsterdam inzake de benoeming van leden in het bestuur van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit. 1811, concept.
    9. Rapport van de commissie van advies uit de kerkeraad van Amsterdam inzake de benoeming van leden in het bestuur van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit.
    10. Stukken betreffende de omvorming van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit tot centrale vereniging. 1920 - 1922.
    11. Stukken van de commissie tot onderzoek van de reorganisatievoorstellen van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit. 1932 - 1933.
    12. 'Arbeidsverdeling in onze Broederschap'. Tekst van een inleiding door ds. P. Vis.
    13. Rapport van de financiële reorganisatiecommissie.
    14. Stukken betreffende de viering van het vijftigjarig bestaanvan de Algemene Doopsgezinde Sociëteit in 1861. 1860 - 1862.
    15. Stukken betreffende de viering van het honderdjarig bestaanvan de Algemene Doopsgezinde Sociëteit.
    16. Stukken betreffende de viering van het honderdvijftigjarig bestaan van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit.
  2. Reglementen.
    1. 'Reglement voor de ADS'. Algemeen reglement, concept-reglementen en correspondentie daarover. 1811 - 1950, 1967.
    2. Concept-reglement van orde voor het bestuur der Algemene Doopsgezinde Sociëteit, met verslag van de commissie tot de reglementsherziening. 1841 - 1842.
    3. 'Reglement voor het bestuur'. Huishoudelijk reglement, concept-reglementen en correspondentie daarover, met reglement voor het dagelijks bestuur van 1925 en reglement voor de penningmeesters van 1932. 1842 - 1953.
    4. Kiesreglement voor de Friese bestuurders van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit.
    5. Lijst van de gemeenten met vermelding van hun jaarlijkse bijdrage en bijdrage ineens, samengesteld voor de commissie tot de reglementsherziening. In vijfvoud.
    6. Dubbelen van reglementen en verslagen. (19e - 20e eeuw).
  3. (Jaar)vergaderingen.
    1. Notulen van de jaarvergaderingen, van de bestuurders in loco en van de commissie tot de uitdeling (tot 1824)
      1. 1812 - 1842 april. (oud V a).
      2. 1842 juni - 1858. (oud V b).
      3. 1859 - 1885. (oud V c).
      4. 1886 - 1890. (oud V d).
      5. 1907 - 1932.
    2. Bijlagen bij de notulen, genummerd, samenvattingen van de inhoud en inhoudsopgave op trefwoorden, vervaardigd door P. van Eeghen in 1905. 1811 - 1905.
    3. Stukken betreffende de jaarvergaderingen. 1825 - 1900.
    4. Verslagen en financiële stukken behandeld in de jaarvergaderingen. 1925, 1933 - 1940.
    5. Rapporten van verschillende commissies uit de Algemene Doopsgezinde Sociëteit behandeld in de jaarvergaderingen. 2 deeltjes.
      1. 1925.
      2. 1926.
    6. Verslagen en financiële stukken behandeld in de jaarvergaderingen, met presentielijst en openingsrede. 1941 - 1945.
    7. Stukken betreffende de jaarvergaderingen afkomstig van C.L.Rümke.
      1. 1959.
      2. 1960.
    8. Stukken betreffende de Algemene Doopsgezinde Sociëteit, merendeels houdende het verkorte gedrukte verslag van de jaarvergaderingen.
      1. 1811 - 1820. (oud V Versl 1).
      2. 1821 - 1830. (oud V Versl 2).
      3. 1831 - 1840. (oud V Versl 3).
      4. 1841 - 1850. (oud V Versl 4).
      5. 1851 - 1860. (oud V Versl 5).
      6. Bijlagen bij de verslagen 1826 - 1859 (oud V Bijl. AV).
    9. 'Verslag wegens de Staat'. Verkort gedrukt verslag van de jaarvergaderingen.
      1. 1811-1820.
      2. 1821-1830.
      3. 1831-1840.
      4. 1841-1850.
      5. 1851-1860.
      6. 1861-1880.
      7. 1881-1900.
    10. 'Verslag wegens de Staat'. Verkort gedrukt verslag van de jaar? en buitengewone vergaderingen.
      1. 1850 - 1880, 1885 - 1887.
      2. 1888 - 1893, 1897 - 1975.
    11. Agenda voor de gewone en bijzondere jaarvergaderingen. Met naamlijst van adspirant-studenten tot 1908. 1849 - 1946.
    12. Presentielijsten van de jaarvergaderingen. 1856 - 1892, 1896, 1959.
    13. Notulen van het dagelijks bestuur. 2 deeltjes en1932-1946.
      1. 1932-1937 februari 3.
      2. 1937 februari 3-1941.
      3. 1942-1946.
    14. Stukken betreffende de vergaderingen van het dagelijks bestuur afkomstig van R. de Zeeuw. 1955, 1957, 1961.
    15. Stukken betreffende de contribuerende en daardoor stemmendegemeenten. 1811 - 1822, 1841.
    16. Brief van R. Hulshoff aan zijn medeleden van de commissie wegens de regeling der stemmen over het stemrecht van gemeenten naar hoogte van hun contributie. Met bijlage.
    17. Staat der contribuerende gemeenten, met vermelding van de contributie en het aantal stemmen, met bijlagen. 1826 - 1871,1901.
    18. Stukken betreffende de verkiezing en benoeming van bestuurders. 1860 - 1914, 1931.
    19. Ingekomen stukken betreffende overlijden of bedanken van bestuurders. 1833 - 1892.
    20. Correspondentie met de Amsterdamse kerkeraad inzake de wettigheid van de stemmingen. 1864, 1872.
    21. Stukken betreffende de overeenkomst van 1867 betreffende deverkiezing van bestuurders door de gezamenlijk stemmende gemeenten. 1865 - 1917.
    22. Correspondentie met de gemeenten inzake contributie. 1877 ?1905, 1925.
    23. Circulaires aan de gezamenlijk stemmende gemeenten. 1889 - 1941.
    24. Ingekomen stukken van de gezamenlijk stemmende gemeenten. 1901 - 1902, 1916 - 1922.
  4. Personeel.
    1. Instructie voor Jacob de Liefde, commies der Algemene Doopsgezinde Sociëteit. 1829, 1838.
    2. Stukken betreffende Eldert Bleeker en zijn zoon Adrianus, commiezen der Algemene Doopsgezinde Sociëteit. 1864 - 1870, 1887.
  5. Correspondentie.
    1. Ingekomen stukken.
    2. 'Dossiers Sepp'. Ingekomen stukken, per onderwerp geordend. 1905-1941.
      1. 1905, 1911-1937.
      2. 1932-1941.
    3. Brief uit Veenwouden met voorstel tot invoering van nieuwe formulieren voor de gesubsidieerde gemeenten over hun financiën.
    4. Kopieboeken van verzonden brieven, met klapper.
      1. 1893-1896 november.
      2. 1896 november - 1902 november 12.
      3. 1902 november 11 - 1910 november 9.
      4. 1910 november 10 - 1914 november 14.
      5. 1914 november 14 - 1920 december 1.
      6. 1920 december 2 - 1931.
      1. 1940-1942.
      2. 1943.
      3. 1944-1946.
      4. 1956-1957.
      5. 1958-1959.
      6. 1960-1961.
    5. Stukken betreffende maatregelen van de Duitse bezetters. 1940 - 1943.
    6. Dubbelen van1940-1945. 1 pak.
  6. Betrekking met doopsgezinde gemeenten.
    1. Ingekomen stukken van verschillende gemeenten. 1818 - 1901.1 omslag (Aalsmeer, 1866 - 1867; Alkmaar, 1889; Ameland,1829 - 1830; Amsterdam, 1836 - 1897; Appelscha, 1867; Arnhem, 1851 - 1894; Beverwijk, 1821, 1890; Blokzijl, 1831, 1901;Bolsward, 1842;...
    2. Brieven van gemeenten aan de hoogleraar S. Cramer over gebeurtenissen binnen die gemeenten.
      1. Aardenburg. 1893 - 1903.
      2. St. Annaparochie. 1892 - 1901.
      3. Dordrecht. 1895 - 1906.
      4. Hollum. 1895 - 1901.
      5. Middelburg. 1895 - 1898.
      6. Nes. 1894 - 1906.
      7. Winschoten. 1892 - 1905.
    3. Overeenkomst tussen de kerkeraad van Aardenburg en het bestuur van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit inzake het beheerdoor de Algemene Doopsgezinde Sociëteit van de financiën van de gemeente indien het ledental onder de twintig daalt, met begeleidende...
    4. Stukken betreffende de arbitragecommissie inzake Aalsmeer. 1939 - 1940.
    5. Kort verslag van de doopsgezinde kring Amersfoort over 1909.
    6. Aantekeningen uit het archief en reglement van de doopsgezinde gemeente Emmerik. 1882, 1885.
    7. Circulaire van de doopsgezinde gemeente Goes betreffende een collecte voor de nieuwe kerk.
    8. Stukken betreffende de doopsgezinde gemeente Harlingen. 1809 - 1814, 1827.
    9. Stukken betreffende een geschil in de doopsgezinde gemeenteHoorn over de financiële administratie aldaar, met voorstukken. 1903 - 1905.
    10. Stukken afkomstig van ds. J.M. Leendertz, merendeels betreffende de doopsgezinde gemeente Kleef. 1743 - 1849 (1896).
    11. Circulaire met het verzoek om geldelijke steun voor het oprichten van een doopsgezinde gemeente te Meppel. (19e eeuw).
    12. Stukken betreffende een geschil met de gemeente Ouddorp over attestaties.
    13. Reglement van Rotterdam en Buitenpost. 1924, 1957. 2 deeltjes.
    14. Staat van inkomsten en uitgaven van de diaconie van de doopsgezinde gemeente Terhorne over 1839 - 1843. (1844).
    15. Jaarverslag van de doopsgezinde gemeente Utrecht over 1909.
    16. Concept?statuten van de doopsgezinde gemeente Winterswijk.
  7. Betrekkingen met sociëteit en verenigingen.
    1. Reglementen voor en verslagen van verenigingen buiten Amsterdam. 1841 - 1949.
    2. Staat van ontvangsten en uitgaven 1816 - 1818, uittreksel uit de notulen 1818 en brief aan Samuel Muller 1821 betreffende de Rijper Sociëteit.
    3. Brief van de Ring van doopsgezinde gemeenten in Noord?Holland verzoekende financiële steun voor het godsdienst onderwijs in vacante gemeenten.
    4. Reglement van de Friese Sociëteit. 1805, 1946. 2 deeltjes.
    5. Stukken betreffende de viering van het 150? en 200?jarig bestaan van de Friese Sociëteit. 1845, 1895.
    6. Circulaire van de Friese Sociëteit aan haar gemeenten over de invullingen van hun jaarrekeningen.
    7. Staat van doopsgezinde gemeenten behorend tot de Friese sociëteit, met vermelding van de naam van de predikant en gegevens over de lidmaten en de financiën. 1880. Gedrukt.
    8. Circulaire aan de bestuurders van de Friese Sociëteit van de boekhouder van het Zaanse Fonds over de toestand van het Fonds. Met bijlagen. (1906).
    9. Reglement en reglementswijzigingen van het Emeritaatsfonds voor doopsgezinde leraren in Friesland. 1846 - 1930.
    10. Stukken betreffende de plannen tot fusie van het Emeritaatsfonds voor doopsgezinde leraren in Friesland met het Zaanse Fonds.
    11. Reglement voor het Fonds tot ondersteuning van weduwen en kinderen van doopsgezinde leraren in Friesland. 1930. In duplo.
    12. Reglement van de sociëteit van doopsgezinde gemeenten in deprovincie Groningen. 1826, 1845, 1868.
    13. Staat van doopsgezinde gemeenten in de provincie Groningen,met1837, 1850, 1875. 3 stukken.
    14. Stukken betreffende de sociëteit van doopsgezinde gemeentenin Groningen en Oost-Friesland. 1878 - 1894.
    15. Reglement voor het Fonds tot Steun van de Tractementen van doopsgezinde predikanten in de provincie Groningen.
    16. Statuten der Vereeniging van Doopsgezinde Gemeenten in de provincie Groningen tot beheer van het Invaliditeit? en Emeritaatfonds gevestigd te Groningen. (1936).
    17. Stukken betreffende het Weduwenfonds voor doopsgezinde predikanten in de provincie Groningen. 1835 - 1937.
    18. Concept-reglement en memorie van toelichting van de Vereniging van doopsgezinde gemeenten in de provincie Groningen terondersteuning van weduwen en wezen van doopsgezinde leraren. 1880, 1881.
    19. Reglement voor het Weduwen? en Wezenfonds van doopsgezinde predikanten in de provinciën Groningen en Drente.
  8. Betrekkingen met andere kerkgenootschappen.
    1. Brief van de Algemene Synode van de Nederlands Hervormde Kerk en de Synode van de Lutherse Kerk over de voorwaarden waarop een leraar uit de Rooms?Katholieke Kerk tot voorganger in de hervormde of Lutherse kerk zal worden toegelaten.
    2. Brief van de staatsraad directeur?generaal voor de zaken der hervormde kerk over de totstandkoming van een Hervormde Synodale Commissie van Correspondentie 'ter bestrijding van deonmatige godsdienstijver der katholieken'.
    3. Brief van de Hervormde Synodale Commissie van Correspondentie met advies ook een doopsgezinde commissie te benoemen,metconcept?antwoord.
    4. Stuk en commentaar van bestuurders der Algemene Doopsgezinde Sociëteit over een circulaire van de Algemene Synode der Nederlands?Hervormde Kerk over de viering van Nederlands 50?jarige onafhankelijkheid.
    5. Brief van de Algemene Synodale Commissie der Nederlands?Hervormde Kerk over een herinneringsfeest der Waldenzen, met bijlage.
    6. Correspondentie met en stukken betreffende de Vrijzinnig Protestantse Jeugdraad. 1940 - 1942.
    7. Stukken betreffende besprekingen tussen de Algemene Doopsgezinde Sociëteit en de Remonstrantse Broederschap. 1942 - 1943.
  9. Financiën.
    1. Kasboek.
      1. 1811 - 1852 mei. (oud XIII a 1).
      2. 1819 juni - 1836 mei. (oud XII a 2).
      3. 1836 juni - 1848 juni 27. (oud XIII a 3).
      4. 1848 juni 27 - 1858 mei. (oud XIII a 4).
      5. 1858 juni - 1867 november 30. (oud XIII a 5).
      6. 1867 november 30 - 1872 juni 26. (oud XIII a 6).
      7. 1872 juni 1 - 1879 mei 9. (oud XIII a 7).
      8. 1879 juni 1 - 1892.
      9. 1893 - 1902 april 22.
      10. 1902 april 22 - 1913 januari 6.
      11. 1912 december 28 - 1921 juli 29.
      12. 1921 juli 29 - 1928 december 22.
      13. 1928 december 22 - 1934 juni 1.
      14. 1934 juni 1 - 1940 januari.
      15. 1940 januari - 1947 november.
      16. 1947 november - 1949.
    2. Kwitanties.
    3. Stukken betreffende een gift aan Bluffton College.
    4. Journaal.
      1. 1817 - 1858. (oud XIII b 1).
      2. 1859 - 1883. (oud XIII b 2).
      3. 1884-1908.
      4. 1909-1927.
      5. 1928-1944.
      6. 1944-1949.
    5. Grootboek.
      1. 1817 - 1858. (oud III d 1).
      2. 1858 - 1883. (oud III d 2).
      3. 1883-1916.
      4. 1916-1930.
      5. 1930-1949.
      1. 1932-1943.
    6. Balans.
    7. Balans. Met toelichting 1934, 1935, staat van ontvangsten en uitgaven 1922, 1923, 1926 - 1928, 1930 - 1935, kasstaat juni 1932 - mei 1936, korte balans 1933 - 1936, verslag van decommissie tot de uitdeling 1922, 1929 - 1935, begroting 1926/1927, 1929/1...
    8. Rekening en verantwoording, sinds 1820 met balans en ramingvan inkomsten uit effecten, sinds 1853 met raming van inkomsten en verslag van de commissie tot de uitdeling, met in deperiode 1828 -1875 'nota bij de balance'. 1818 - 1876.
    9. Bijlagen tot de rekening.
      1. 1927-1928.
      2. 1928-1929.
      3. 1929-1930.
      4. 1930-1931.
      5. 1931-1932.
    10. Notities betreffende de financiële administratie. (ca. 1900).
    11. 'Nummerboek der effecten'. Register waarin per effect staatvermeld aankoop, verkoop of aflossing. 1896 - 1946.
    12. Lijst van effecten met verklaring van hun aanwezigheid. 1829 - 1936.
    13. Indische aandelen. 1925 - 1937.
    14. Brief inzake de aankoop van effecten.
    15. Obligatieboek, aangelegd in 1860, met vermelding van aankoop- en uitlotingsdatum. 1823 - 1889. 1 deel (oud XIII d 3).
    16. Journaal inzake obligaties. 1940 - 1951.
    17. Lijsten van obligaties in het bezit van de Algemene Doopsgezinde Sociëteit. 1871 - 1886.
    18. Russische obligaties, geordend op uitgiftedatum. Met begeleidend briefje uit 1956. 1822 - 1826, 1859, 1880 - 1901.
    19. Oude Oostenrijks-Hongaarse obligaties en Amerikaanse aandelen. Met enige kennisgevingen van uitloting. 1921 - 1928.
    20. Stukken betreffende legaten aan de kweekschool en de Algemene Doopsgezinde Sociëteit. 1823 - 1899, 1919 - 1922, 1961. 1omslag.
    21. Stukken betreffende de subsidies van de Friese Sociëteit voor de kweekschool en de Algemene Doopsgezinde Sociëteit. 1817, 1818, 1862.
    22. Stukken afkomstig van ds. C. Nijdam (overleden in 1946) betreffende het beheer van zijn boedel door de Algemene Doopsgezinde Sociëteit, die zijn erfgenaam is. 1936 - 1963.
    23. Stukken betreffende de pensioenrechten van de weduwe van professor S. Hoekstra.
    24. Kwitanties wegens subsidies aan gemeenten. 1940 - 1941.
    25. Stukken betreffende het beheer van het Fonds Arnhem. 1931 ?1964.
    26. Brandschadepolis en taxatierapport van het kinderhuis 'Oud?Wulven'.
  10. Permanente commissies.
    1. ALGEMEEN
      1. Reglement voor de zes permanente commissies uit het bestuur, met aanvullingen. 1925 - 1933.
    2. COMMISSIE TOT DE UITDELING
      1. Notulen met bijlagen
        1. 1894-1928.
        2. 1929-1939.
        3. 1940-1965.
        4. Bijlagen.
      2. Register van de ontvangsten en uitgaven van de gemeenten die subsidie ontvangen
        1. 1892-1908.
        2. 1909-1926.
        3. 1927-1944.
        4. 1945-1953.
      3. Correspondentie met de gemeenten Apeldoorn, Appelscha, Arnhem, Bolsward, Dordrecht, Emden, Goes, 's?Gravenhage, Hallum,Horn, Medemblik, Noordbroek, Terhorne, Uithuizen en Winschoten. 1869 ?1905.
      4. Verklaringen van doopsgezinde gemeenten en kringen (alfabetisch geordend) dat aan hen verstrekte gelden renteloze voorschotten zijn. Met correspondentie. 1901 - 1942.
      5. Correspondentie over het vervallen van subsidies en het invoeren van renteloze voorschotten aan gemeenten. 1901 - 1902.
      6. Register houdende staat van gemeenten en de jaarlijks uitgekeerde subsidies 1811 - 1846, vervolgens aantekeningen per vergadering met vermelding van de gemeenten en hun gespecificeerde financiële toestand. 2 delen,1826-1909.
        1. 1811-1858.
        2. 1859-1909.
        3. Bijlagen bij nr. 205.
      7. Brieven van gemeenten, per jaar alfabetisch geordend, waarin de rekening en verantwoording is vermeld. 1842, 1855, 1859? 1861.
      8. 'Beantwoording der vragen' Rekening en verantwoording van de gemeenten, per jaar alfabetisch geordend, met begeleidendebrieven. 1868 - 1869, 1873 - 1875, 1877 - 1878, 1883 - 1884.
      9. 'Overzichten van de kasrekening'. Rekening en verantwoording van de gemeenten, per jaar alfabetisch geordend, met begeleidende brieven.
        1. 1920-1922.
        2. 1922-1924.
        3. 1924-1926.
        4. 1926-1928.
      10. Kopieboek van verzonden brieven. 1849 - 1891.
      11. Stukken betreffende subsidies aan hulpbehoevende gemeenten in Friesland. 1818 - 1860.
      12. Stukken betreffende subsidies aan hulpbehoevende gemeenten.1851 - 1857.
      13. Brieven van gemeenten, alfabetisch geordend, dankend voor de subsidie. 1864 - 1866.
      14. Brieven aan de leden der commissie over verzoeken van enigegemeenten om subsidie. 1896 - 1898.
      15. Correspondentie, alfabetisch geordend op de betreffende gemeente.
        1. 1931-1943.
        2. 1944-1945.
      16. Stukken betreffende de verstrekking van kindergelden. 1931 - 1932.
      17. Brieven van gemeenten, alfabetisch geordend, met opgave vanhet gironummer en vermeldende de ontvangst van het kindergeld. 1943 - 1945.
      18. Correspondentie met ds. J.M. Vis te Noordbroek. 1931 - 1941.
    3. COMMISSIE TOT DE GEESTELIJKE BELANGEN.
      1. Notulen.
        1. 1941-1944 januari.
        2. 1944 februari-1948.
      2. Notulen en correspondentie.
      3. Bijlagen bij de notulen.
      4. Preadvies van het Dagelijks Bestuur over de positie van de commissie. Stencil. (1948).
    4. COMMISSIE TOT DE ZONDAGSBODE
      1. Lijst van abonnees, per provincie ingedeeld.
        1. 1926-1941.
        2. 1942-1943 september.
      2. Correspondentie en rapporten van de commissie tot wijzigingvan de opzet van de Zondagsbode en uitbreiding van het aantal abonnees. 1934 - 1936.
      3. Correspondentie over de voorbereidingen voor de uitgave vanhet Algemeen Doopsgezind Weekblad. 1945 oktober - 1946.
      4. Kasboek met bijlagen.
      5. Exploitatierekening met uitgeverij J.H. de Bussy, sinds 1920 met uitgeverij De West-Friese Kerkbode. 1895 - 1942.
      6. Stukken betreffende de exploitatie van het Maandblad, inlegvel van de Zondagsbode voor de Amsterdamse gemeenteleden. 1934 - 1944.
      7. De Zondagsbode, 8e, 19e en 22e jaargang (niet altijd compleet). 1894 - 1895, 1906 - 1907, 1909.
      8. Correspondentie betreffende het Algemeen Doopsgezind Weekblad. 1946 - 1947, 1957, 1960 - 1961.
      9. Stukken betreffende de exploitatie van het Algemeen Doopsgezind Weekblad.
        1. 1947-1953.
        2. 1953-1960.
      10. Stukken betreffende de advertenties van het Algemeen Doopsgezind Weekblad. 1957 - 1960.
      11. Algemeen Doopsgezind Weekblad, jaargang 17 en 18. 1962 - 1963.
    5. COMMISSIE TOT DE NIEUWE BELANGEN
      1. Stukken betreffende een ontwerp?reglement inzake attestaties.
      2. Rapport. (1930). In drievoud.
    6. COMMISSIE TOT VERSTERKING VAN DE SOCIËTEITSKAS
      1. Circulaires aan de gemeenten. 1926 - 1935, 1938 - 1940.
    7. COMMISSIE TOT DE LANDDAGEN.
      1. Stukken betreffende de jaarvergaderingen. 1925 - 1938.
      2. Stukken betreffende de landdagen. 1925 - 1931, 1934 - 1936.
    8. COMMISSIE VOOR DE DOOPSGEZINDEN IN DE VERSTROOIING.
        1. 1892-1898 april.
        2. 1898 oktober-1904 juni.
        3. 1904 december - 1910 februari.
        4. 1910 juni - 1928 mei.
        5. 1928 november - 1939 februari.
        6. 1939 mei-1945.
      1. Stukken betreffende de processen aangaande het bezit van devoormalige doopsgezinde gemeente Maastricht. 1828, 1863 - 1865. Afschriften. Met samenvattingen.
      2. Afschrift van het testament van Marianne Elisabeth Dupuy waarbij zij 300 gulden aan de commissie legateert. Met correspondentie. 1931 - 1932.
      3. Rapporten van 'bezoekleraren' (predikanten die de verspreidwonende doopsgezinden bezoeken). 1930, 1934, 1935.
      4. Geschriftjes ten behoeve van doopsgezinden in de verstrooiing nrs. 4, 13, 14, 21, 24, 51 en 60. 1898 - 1938.
    9. COMMISSIE TOT DE ARCHIEVEN.
      1. Stukken afkomstig van het lid mr. A. Stuurman betreffende zijn werkzaamheden. 1953 - 1980.
  11. Commissies ad hoc.
    1. Stukken afkomstig van de commissie tot overleg voor een verbetering van de predikantstractementen. 1919 - 1922.
    2. Kopieën van verzonden brieven van de commissie voor gemeentedagen.
    3. Notulen en correspondentie van de commissie tot samenstelling van een nieuwe gezangbundel. 1931, 1936 - 1941.
    4. Stukken betreffende de oecumenische wereldconferenties voorgeloof en kerkorde. 1934 - 1940.
    5. Notulen van de commissie tot voorbereiding van het AlgemeenCongres voor doopsgezinden in Nederland. 1935 - 1936.
    6. Correspondentie, congresstukken en publikaties betreffende het Algemeen Congres voor doopsgezinden in Nederland.
    7. Notulen en correspondentie van de Contactcommissie AlgemeneDoopsgezinde Sociëteit - Vereniging voor Gemeentedagen. 1936 - 1939.
    8. Rapport van de commissie tot advies voor instelling van eenVerhuisdenbureau. 1936. In duplo.
    9. Verslag van de vergadering van een commissie over de pensioenfondsen, met bijlage.
    10. Stukken afkomstig van de commissie tot overleg inzake een betere verdeling van de geestelijke arbeid. 1939 - 1942.
    11. Notulen van de commissie voor Liturgie. 1943 - 1949.
  12. Kweekschool.
    1. Notulen van de vergaderingen van curatoren. Met klapper in nrs. 269 en 272.1811-1891, 1915-1963.
      1. 1811 - 1836 februari 2. (oud IX h 1).
      2. 1836 februari 2 - 1857. (oud IX h 2).
      3. 1858 - 1891. (oud IX h 3).
      4. 1915 - 1947 juni.
      5. 1947 september - 1963.
    2. Reglementen, concept?reglementen en correspondentie hierover voor de studenten, curatoren en de kweekschool. 1827, 1864? 1935.
    3. Correspondentie en enkele kladnotulen van de curatoren. 1847 - 1848, 1878, 1902 - 1946.
    4. Stukken over de regeling van de studie aan het seminarium. 1899 - 1900.
    5. Stukken betreffende de oprichting van de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam en de regeling van de theologiestudie. 1859 - 1860, 1871 - 1878, 1892, 1896.
    6. Brief van de theologische faculteit van de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam over het bekleden van het ambt van universiteitshoogleraar en dat van seminariumhoogleraar doortwee personen, met brief van instemming van de doopsgezindegroep van de f...
    7. Instructies en concept?instructies voor de hoogleraren en de lectoren. 1812, 1856, 1890, 1892, 1933, 1946.
    8. Stukken betreffende het overlijden, bedanken, jubileum en opvolging van hoogleraren. 1811 - 1892.
    9. Circulaire inzake de aanstelling van twee hoogleraren.
    10. Circulaire van curatoren over de benoeming van een nieuwe hoogleraar of twee lectoren. Met twee bijlagen.
    11. Inaugurele redes van hoogleraren. 1890, 1892, 1946 - 1969.
    12. Tekst van een toespraak door J. Boetje tot prof. S. Hoekstra bij zijn 25?jarig hoogleraarschap. (1881).
    13. Notulen van de commissie tot de examens. 1 katern en1914-1937.
      1. 1914.
      2. 1915-1937.
    14. Rapporten en notities over de examens van aspirant-studenten. 1826 - 1840, (1892).
    15. Circulaires aan de leden van de commissie tot de examens (tot 1940) en aan de bestuursleden over het toelaten en examineren van de studenten in de jaarlijkse vergadering. 1909 - 1919, 1922 - 1946.
    16. Staat van studenten sedert 1811, hun geboorteplaats, datum van aanvang van de studie, datum waarop proponent geworden en gegevens over de verdere loopbaan. Met twee kladstaten tenbehoeve van arch. 565 nr. B 2570.
    17. Brieven van en over studenten. 1836 - 1894.
    18. Brieven van en over de studenten die in september 1943 hun studie willen beginnen.
    19. Rapporten en brieven inzake de alumniaten. 1835 - 1841, 1858, 1877, 1878.
    20. Stukken betreffende het genot van akademiegelden voor predikantszonen. 1817 - 1881.
    21. Correspondentie betreffende een regeling na het opheffen van het fidei-commis over de nalatenschap Roos opdat de uitkering eruit aan studenten gehandhaafd blijft. 1825 - 1827.
    22. Reglement van het Klaas Tigler Leen te Leeuwarden ten behoeve van scholieren en studenten. 1846. Gedrukt.
    23. Stukken betreffende een regeling waarbij uit particuliere bron aan studenten aan de kweekschool een tegemoetkoming in hun studiekosten wordt verstrekt.
    24. Staat houdende de namen der studenten en de hoogte van hun jaarlijkse toelage over 1891 - 1903. 1893 - 1903.
    25. Correspondentie betreffende geldelijke ondersteuning aan studenten. 1896 - 1906.
    26. Stukken betreffende het op te richten doopsgezind studiefonds. 1885 - 1888.
    27. Stukken houdende vertalingen door adspirant? studenten ter verkrijging van een alumniaat. (1897).
    28. Examenopgaven en werkstukken van studenten. 19e eeuw.
    29. Brief aan curatoren van J. van Geuns over medische eisen voor de studenten.
    30. Register van aantekeningen door de hoogleraar over de proefpreken van de studenten.
      1. 1843 - 1855 juni. (oud IX f 1).
      2. 1855 oktober - 1868 juni. (oud IX f 2).
      3. 1868 oktober - 1891. (oud IX f 3).
    31. Stukken betreffende proponenten en hun examens. 1812, 1840 - 1844, 1888 - 1893.
    32. Stukken betreffende het aanstellen van ongestudeerde proponenten door de Friese Sociëteit. 1831 - 1859.
    33. Stukken betreffende het aanstellen van ongestudeerde proponenten door de Groninger Sociëteit. 1832 - 1833, 1856 - 1857.
    34. Stukken betreffende de vrijstelling van militaire dienst voor studenten in de theologie. 1812 - 1813, 1861 - 1862, 1885, 1887.
    35. Stukken betreffende de vrijwillige dienstneming van studenten om te strijden tegen België.
    36. Stukken betreffende de viering van het honderdjarig bestaanvan de (oude) kweekschool in 1835. 1835 - 1836.
    37. Formulieren. 19e - 20e eeuw.
    38. STUDENTENGENOOTSCHAPPEN.
      1. Lidmaatschapsformulier voor het genootschap E.T.E.B.O.N., opgericht in 1814. (20e eeuw).
        1. 1853-1882.
        2. 1973-1880.
      2. Lijst van leden en hun contributieschuld over 1873 - 1879.
      3. Kwitanties. 1880 - 1882.
      4. Foto's van leden van E.T.E.B.O.N. 1891 - 1914.
      5. Feestbundel ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan.
      6. Notulen van het gezelschap 'Ad majora tendemus' 1834 - 1836.
      7. Correspondentie en redevoeringen van het dispuut 'Literis Orientalibus Sacrum'. 1880 - 1881, 1888 - 1890.
  13. Inventarisatie.
    1. Omslagen afkomstig van de oude ordening door prof. Cnoop Koopmans. (1835).
    2. 'Inventaris'. Rubrieksgewijze geordende lijst van archiefstukken en delen, door ds. J.G. Boekenoogen in 1910 vervaardigd, met aanvullingen 1911 - 1914.

Mennofonds.

  1. Brief van M. van Haaften over het belegde kapitaal. 1920. Afschrift.
  2. 'Vragenlijsten'. Stukken houdende gegevens over de financiële positie van de gemeenten, per jaar alfabetisch geordend. Met begeleidende brieven. 1924 - 1928.
  3. Lijst van gemeenten en hun bijdrage. 1925 - 1926.
  4. Correspondentie, alfabetisch geordend op de betreffende gemeente.
    1. 1942-1944 oktober.
    2. 1944 november-1946.
  5. Correspondentie.
  6. Circulaires betreffende de collecte.
  7. Journaal.
  8. Grootboek.
    1. 1921-1927.
    2. 1928-1932.
    3. 1933-1945. Met bijlagen.
  9. Register van de door het fonds uitgegeven obligaties met vermelding van uitgifte- en uitlootdatum. 1921 - 1963.
  10. Verklaringen van de raad voor het rechtsherstel van aanmelding van de obligaties van het fonds. (ca. 1946).
  11. Rekest aan de Tweede Kamer over de onaangemelde obligaties die voor het fonds verloren dreigen te gaan. 1957. Stencil.

Pensioenfonds Algemene Doopsgezinde Sociëteit.

  1. Statuten en Pensioenreglement.
  2. Ingekomen en financiële stukken.

Emeritaatfonds voor doopsgezinde leraren (Zaanse Fonds), met Reservefonds, Ouderdomsfonds en Invaliditeitsfonds.

  1. Algemeen.
    1. Rede bij de opening van de vergadering van afgevaardigden en leraren ter vestiging van een algemeen emeritaatfonds op 24 oktober 1848, in drievoud. 1848. Gedrukt.
    2. Lijst van bestuursleden.
    3. Reglementen. 1848-1940. Gedrukt.
    4. Notulen van de bestuursvergaderingen
      1. 1848-1864 juni.
      2. 1864 augustus-1892.
      3. 1893-1903.
      4. 1904-1915.
      1. 1916-1930 maart.
      2. 1930 mei - 1943 november, 1948.
      3. 1943 juni - 1946, 1948.
    5. Notulen van de gewone en buitengewone algemene ledenvergadering. 1854 - 1948. Gedrukt.
    6. Convocaties met bijlagen inzake vergaderingen. 1848 - 1941.
    7. Stukken betreffende de jaarvergaderingen. 1864, 1924 - 1948.
    8. Jaarverslagen over 1889 - 1894, 1904 - 1929, 1946 - 1948. 1890 - 1948.
    9. Stukken betreffende de commissie tot sanering van het fonds.
    10. Notulen van een vergadering met het Friese Emeritaatsfonds.
    11. Notulen van een gecombineerde vergadering van afgevaardigden van het Zaanse?, Groninger?, Verhogings?, Friese? en Weduwenfonds met een commissie uit de Friese Doopsgezinde Sociëteit. In tweevoud.
    12. Circulaires aan de deelhebbers. 1848 - 1943.
    13. Lijst, opgesteld door de secretaris, van de aanwezige verslagen van de algemene vergaderingen 1848 - 1930 en de reglementen 1848 - 1924. (1930).
    14. Exemplaren van de Zondagsbode met artikelen over het fonds.1899 - 1900.
  2. Correspondentie.
      1. 1910-1921.
      2. 1930-1937.
      3. 1930-1940.
      4. 1938-1948.
    1. Correspondentie, alfabetisch geordend.
      1. 1930-1934.
      2. 1934-1937.
      1. 1934-1941.
      2. 1941-1943.
      1. 1934-1939.
      2. 1939-1943.
      3. 1943-1945.
    2. Correspondentie, rubrieksgewijze geordend. 1931 - 1932.
    3. Afschriften van verzonden brieven. 1848 - 1868.
    4. Kopieboek van uitgaande brieven.
      1. 1871 - 1873, 1888 - 1890. Met bijlagen.
      2. 1891-1894.
      3. 1895-1899.
      4. 1900 - 1904 januari 15.
      5. 1904 januari 28 - 1909 januari 7.
      6. 1909 januari 8 - 1909 september 21.
    5. Kopieboek van uitgaande brieven.1874-1883, 1909- 1930.
      1. 1874 - 1883, 1909 september 25 - 1912 januari 15.
      2. 1912 januari 18 - 1917 mei 7.
      3. 1917 mei 17 - 1921 maart 8.
      4. 1921 maart 8 - 1927 mei.
      5. 1927 juni - 1930.
    6. Kopieboek van uitgaande brieven aan de Ontvang- en Betaalkas. 1909 - 1923.
    7. Rekest van het bestuur aan de arrondissementsrechtbank te Haarlem om zich uit te spreken over de vraag of het fonds eenlevensverzekering maatschappij is. Met appointement in ontkennende zin en bijlage. 1922, 1924.
    8. Correspondentie met de Algemene Friese Levensverzekering maatschappij. 1945 - 1946.
  3. Financiën.
    1. Klaskasboek.
      1. 1849-1863.
      2. 1864 - 1874.
      3. 1875 - 1893 juli 6.
      4. 1893 juli 28 - 1907.
      5. 1908 - 1925.
      6. 1926 - 1937.
    2. Kasboek.
      1. 1859-1881.
      2. 1882-1902.
    3. Rekening-courantboekje, jaarlijks door de Ontvang- en Betaalkas later Kasvereeniging N.V. geverifieerd.1881 -1901, 1923 - 1938.
      1. 1881-1887.
      2. 1894-1897.
      3. 1898-1901.
      4. 1923-1930.
      5. 1933-1938.
    4. Rekening-courantboekje met de Ontvang? en Betaalkas.
      1. 1889-1905.
      2. 1906-1934.
    5. Journaal.1859 - 1928, 1949 - 1952.
      1. 1859-1928.
      2. 1949-1952.
    6. 'Balansboek'. Grootboek.
      1. 1859-1911.
      2. 1912-1928.
    7. Grootboek. 1948 - 1952.
    8. Contributieboek der deelnemende gemeenten en hun leraren. 2delen.
      1. 1864-1886.
    9. Collecteboekje van de deelnemende gemeenten. 1849 - 1868. 1deeltje.
    10. Begroting van het Emeritaatfonds (vanaf 1901 Ouderdomsfonds) en het Invaliditeitsfonds. 1892, 1903, 1905 - 1908, 1910 -1914, 1917.
    11. Verlies en winstrekening van het Ouderdoms-, Invaliditeits-en Reservefonds over 1904 - 1906, 1908, 1914 - 1917, 1919 -1920, 1924 - 1928, 1935 - 1948. 1905 - 1949.
    12. Rekening van ontvangst en uitgaaf en balans van het Emeritaatfonds (vanaf 1901 Ouderdomsfonds), sedert 1900 ook van hetInvaliditeitsfonds, met balans van het Reservefonds. Deels gedrukt. 1864 - 1913, 1918, 1929, 1934.
    13. Vijfjaarlijkse rekening over 1849 - 1863. Met balans van het Emeritaatfonds en het Reservefonds, 1863. 1853, 1858, 1863.
    14. Vijftigjarig overzicht van de stand van het Emeritaatfonds en het Reservefonds over 1849 - 1898.
    15. Financiële stukken betreffende het Ouderdomsfonds en het Invaliditeitsfonds. 1941 - 1948.
    16. Stukken betreffende de pensioenberekeningen. 1892 - 1920. 1omslag.
    17. Lijst van controle van effecten van het Emeritaat- (Ouderdoms-) en Invaliditeitsfonds. 1902 - 1931.
    18. Lijst van effecten van het Emeritaat? en Reservefonds.
    19. 'Staat van het Emeritaatfonds', aangevende het bezit aan obligaties, aandelen en pandbrieven. 1884 - 1886.
    20. Stukken betreffende legaten aan het fonds door Pieter Makkes, Arend van Gelder en Grietje Vrijer. 1853 - 1874.
    21. Kasboekje van ingezamelde gelden voor het Reservefonds. Metinliggende brief betreffende aansluiting bij het Emeritaatfonds. 1850 - 1851.
    22. Kasboek van het Reservefonds. 2 deeltjes.
      1. 1851 - 1904.
      2. 1904-1928.
    23. Journaal van het Reservefonds.
      1. 1851 - 1892.
      2. 1893 - 1924.
      3. 1925-1928.
    24. Grootboek van het Reservefonds.
      1. 1851-1908.
      2. 1909-1918.
      3. 1919-1925.
      4. 1926-1928.
    25. Balansen van het Reservefonds. 1856, 1857, 1859, 1860, 1862.
    26. Effectenboekje van het Reservefonds. 1925 - 1926.
    27. Lijst van effecten van het Reservefonds. 1904 - 1923.
    28. 'Nummerboek'. Register van obligaties van het Reservefonds.
    29. Kasboek van het Invaliditeitsfonds. 1900 - 1937.
    30. Journaal van het Invaliditeitsfonds. 1900 - 1928.
    31. Grootboek van het Invaliditeitsfonds. 1901 - 1928.
  4. Deelhebbers.
    1. Register met staten van de gemeenten, hun leraren en bedragen van emeritaat en contributie.1870 - 1892, 1922 - 1947.
      1. 1870-1892.
      2. 1922 - 1941.
      3. 1937 - 1947, met inliggende staten betreffende 1941.
    2. Staat van uitgestelde emeritaten en emeritaat genietende leraren, met vermelding van hun personalia en financiële gegevens van het emeritaat. 1868 - 1906.
    3. Staat van uitgestelde en ingegane emeritaten van het Ouderdomsfonds. (1923). In duplo.
    4. Staat van emeritaten ten laste van het Ouderdomsfonds.
    5. Lijst van verzekerden bij de Algemene Friese Levensverzekerings Maatschappij, aangelegd in 1929. 1919 - 1949 (1954).
    6. Staat van gemeenten met vermelding van de leraren die daar achtereenvolgens gestaan hebben. 1849 - 1866.
    7. Lijst van leraren, ingericht op hun sterfjaar, met vermelding van leeftijd en standplaats. 1612 - 1868.
    8. Lijst van leraren met vermelding van hun emeritaat en overlijden, ingericht 1894. 1857 - 1899.
    9. Lijst van doopsgezinde leraren, geboortejaar, tegenwoordigestandplaats en jaar van intrede. (1934, 1948).
    10. Lijst van donateurs van het Reservefonds. (1930).

Dienstjarenfonds.

  1. Notulen.
  2. Bijlagen bij de notulen.
  3. Statuten. 1913. In duplo. 2 deeltjes.
  4. Jaarverslag. 1917-1947. Gedrukt.
  5. Ingekomen stukken, alfabetisch geordend op afzender. 1912 ?1929.
  6. Kaartstysteem van leden.
  7. Alfabetisch register van personen en hun woonplaats met vermelding van de bedragen van collecten en contributies. (ca. 1913 - 1931).
  8. Correspondentie met de predikanten betreffende de gegevens waarop hun uitkering is gebaseerd.
    1. 1917-1937.
    2. 1938-1944.
  9. Correspondentie over de jaarlijkse uitkering aan predikanten. 1917 - 1937.
  10. Correspondentie met de contribuanten. 1915 - 1945.
  11. Correspondentie met de penningmeester, alfabetisch geordendop afzender of geadresseerde.
    1. A - C. 1915 - 1947.
    2. H - R. 1915 - 1942.
    3. S - Z. 1915 - 1942.
  12. Correspondentie tussen de penningmeester en de andere bestuursleden. 1915 - 1951.
  13. Correspondentie met financiële instellingen. 1915 - 1948. 1omslag.
  14. Kasboek.
    1. 1913-1924.
    2. 1925-1940.
    3. 1941-1949.
  15. Kasstukken en stukken betreffende de jaarrekening.1913-1926, 1930-1950.
    1. 1913-1919.
    2. 1920-1926.
    3. 1930-1932.
    4. 1933-1935.
    5. 1936-1950.
  16. 'Memoriaal'. Journaal.
  17. Grootboek.
  18. 'Balansboek'. Register met balans, verlies- en winstrekening en reserve. 1934 - 1936.
  19. Register van grootboekrekeningen, met de bedragen waaronderze op de balans, de rekening en verantwoording en de verlies- en winst rekening voorkomen, over 1940 - 1948. 1941 - 1949.
  20. Rekening en verantwoording over 1916 - 1922, 1924 - 1932. 1917 - 1933.
  21. Stukken ten behoeve van de jaarrekening. 1923 - 1948.
  22. Correspondentie inzake aanmelding van obligaties voor rechtsherstel.
  23. Lijst van archiefbestanddelen.
  24. Publikaties over het fonds. 1932 - 1948.

Doopsgezind Pensioen Verhogingsfonds.

  1. Stukken betreffende de voorbereidende werkzaamheden tot oprichting van een pensioen verhogings fonds. 1928 - 1929.
  2. Notulen van jaar? en bestuursvergaderingen.
    1. 1929-1946.
    2. 1947 - 1951.
  3. Agenda's en notulen van de jaar- en bestuursvergaderingen. 1930 - 1939, 1947 - 1950.
  4. Stukken betreffende de statutenwijziging. 1930, 1933, 1950 - 1951.
  5. Jaarverslagen over 1936, 1939 - 1949. 1937 - 1950.
  6. Correspondentie. 1930 - 1950.
  7. Afschriften van verzonden brieven, alfabetisch geordend op geadresseerde. 1930 - 1953.
  8. Akten van overeenkomst met de Nationale Levensverzekering Bank. Met offertes van andere maatschappijen, 1930. 1930, 1932, 1940.
  9. Correspondentie met de Nationale Levensverzekering Bank. 1930 - 1953.
  10. Tabellarisch kasboek inzake de rekening?courant bij de Twentsche Bank.
    1. 1930-1934 maart 2.
    2. 1934 maart 2-1938.
  11. Kas/bankboekje, met bijlagen. 1943 - 1947.
  12. Giroboek, merendeels betreffende uitkeringen aan predikanten en predikantsweduwen. 1947 - 1963.
  13. Journaal. 1929-1951. 1deel.
  14. Grootboek. Met tafel.
  15. Correspondentie met en stukken opgemaakt door de penningmeester.
    1. 1929-1934.
    2. 1935-1947.
  16. Kaarten, alfabetisch geordend per gemeente, met de namen van leraren en donateurs en hun bijdragen.
  17. Lijst van contribuerende gemeenten. 1919 - 1946.
  18. Lijst van donateurs. 1930, 1931, (1950).
  19. Stukken betreffende de bijdragen van de sociëteiten en ringen. 1930 - 1947.
  20. Kaarten met gegevens betreffende predikantsweduwen en emeriti en hun uitkeringen. 1929 - 1955.
  21. Lijst van weduwen en emeriti en het aan hen uit te keren bedrag. 1929, 1930, 1939.

Fonds tot ondersteuning van weduwen en wezen van doopsgezinde leraren in Noord? en Zuidholland (Noord?Zuidhollandse

  1. Redevoering van ds. H. van Gelder op de oprichtingsvergadering.
  2. Lijst van personen die geld willen fourneren voor het op terichten fonds.
  3. Reglementen.
  4. Concept-reglementen. 1824 - 1874.
  5. Stukken betreffende de reglementsherziening. 1874 - 1904, 1954.
  6. Agenda's voor en presentielijsten van de algemene vergadering. 1814 - 1954.
  7. 'Aantekeningboek'. Register houdende notities en bijlagen betreffende de oprichting, vervolgens notulen van de vergadering van deelhebbers. 1793 - 1804.
  8. 'Verslag'. Notulen van de algemene vergaderingen van deelhebbers. 1804 - 1814, 1834 - 1954. Gedrukt.
  9. Register houdende notulen van de algemene vergaderingen, stukken inzake de oprichting en reglementen, verzameld door Samuel Muller. 1792 - 1864. Gedrukt.
  10. Notulen van de vergaderingen van commissarissen.
    1. 1804-1814 maart.
    2. 1814 oktober - 1844 april.
    3. 1844 juni - 1887 april.
    4. 1887 - 1946 juni.
    5. 1946 oktober - 1957.
  11. Register houdende jaarverslagen van de boekhouder aan commissarissen over 1844 - 1877. 1845 - 1877.
  12. Jaarverslagen van de boekhouder over 1952/53 - 1955/56. 1953 - 1956.
  13. Ingekomen stukken.
  14. Ingekomen stukken. 1886 - 1914.
  15. Correspondentie. 1914 - 1957.
  16. Kopieboek van verzonden brieven. 1921 - 1962.
  17. Circulaires voor de deelnemende gemeenten. 1793 - 1947.
  18. Staat met namen van leraren, deelnemende in het weduwenfonds met vermelding van het aantal; kinderen onder de 20 jaar, en staat van deelnemende gemeenten en hun contributies. (1800).
  19. 'Tabellen van deelneming'. Staten met personalia van de predikanten en hun gezin.. 1844 -1852, 1881 - 1925.
    1. 1844-1852.
    2. 1881-1892.
    3. 1901-1907.
    4. 1908-1911.
    5. 1920-1925.
  20. Staten van gemeenten en predikanten met vermelding van hun bijdragen, tot 1905 ook met namen van de weduwen en hun uitkeringen. 1858 - 1921.
  21. Lijst van deelhebbende gemeenten en predikanten tevens lijst van commissarissen,opgemaakt ca.1930, met bijlagen uit 1943. 1930 - 1947.
  22. Kasboek.. 1873 - 1894, 1938 - 1961.
    1. 1873 - 1882 april.
    2. 1882 mei - 1894.
    3. 1938 - 1961.
  23. Kwitanties betreffende de kosten gemaakt voor en tijdens deAlgemene Vergadering. 1793 ?1844.
  24. Kasstukken. 1957 - 1961.
  25. Journaal. 1794 - 1875.
  26. Grootboek. 1795 - 1899.
  27. Rekening en verantwoording, met balans, over 1 mei 1794 - 30 april 1921.
  28. Rekening en verantwoording, met balans, over 1874 - 1915. 1875 - 1915. Gedrukt.
  29. Rekening en verantwoording, met balans, over 1915 - 1928, 1941 - 1955. 1916 - 1955. Gedrukt.
  30. Tienjaarlijkse rekening van ontvangst en uitgaaf met balansover 1794 - 1904. 1804 - 1904. Gedrukt.
  31. Register van effecten. 1858 - 1892.
  32. Stukken betreffende inschrijvingen in het Grootboek van Nationale Schuld. 1815 - 1892.
  33. Stukken betreffende het effectenbezit. 1885 - 1923.
  34. Akten van aankoop van obligaties, met retroacta vanaf 1735.1795, 1802.
  35. Stukken betreffende giften en legaten aan het fonds. 1805 ?1893.
  36. Formulieren. (19e eeuw).
  37. Inventarislijst van het archief, opgemaakt omstreeks 1854.
  38. Krantenknipsels over het fonds. 1918, 1938 - 1957.
  39. Fondsen opgegaan in het Noord?Zuidhollandse Fonds.
    1. Stuk betreffende de ontbinding van het Weduwenfonds te De Rijp, opgericht 1793, en overdracht aan het Noord? Zuidhollandse Fonds.
    2. 'Staatboek'. Register houdende notulen (sedert 1820), uitkeringen aan de aangesloten gemeenten (tot 1869), en overzichtvan de inkomsten en uitgaven van het Zwolsche Fonds. Met lijst van commissarissen en klapper. 1810 - 1898.
    3. Reglement van het Zwolsche Fonds. 1858, 1887.
    4. Verslag van de algemene vergadering. 1897. In drievoud.
    5. Stukken betreffende de vereniging van het Zwolsche met het Noord-Zuidhollandse Fonds. 1896 - 1898.
    6. Stukken betreffende de vereniging van het Friese Weduwenfonds met het Noord-Zuidhollandse Fonds. 1898 - 1900.
    7. Stukken betreffende de vereniging van het Groninger Weduwenfonds met het Noord-Zuidhollandse Fonds 1913 - 1914.

Verhoogingsfonds.

  1. Notulen van de bestuursvergaderingen, met enige bijlagen. 1909 - 1956.
  2. Register met alfabetische staat van gemeenten met en zonderpastorie. Vervolgens reglement voor de bestuurders en notitie van aangekochte certificaten werkelijke schuld. 1865. Vervolgens begrotingen 1866 - 1892 en lijsten van obligaties 1865 -1894. 1865...
  3. Overeenkomsten tussen het fonds en de aangesloten gemeenten, alfabetisch geordend, inzake de hoogte van de jaarwedde van de predikant en die van de jaarlijkse bijdrage. Met enkelebijlagen. 1866 - 1921, 1942, 1950.
  4. Staten van contribuanten. (ca. 1870), 1885 - 1887, 1892.
  5. Register van contribuanten, vervolgens begrotingen 1894 - 1919. 1893 - 1918.
  6. Ingevulde biljetten van inschrijving van bijdragen aan het fonds, met1873 - 1874. 1 omslag.
  7. Staten betreffende predikantsplaatsen en tractementen tussen 1865 en 1908. Gedrukt. In duplo. (ca.1910).
  8. Staten van gemeenten, alfabetisch geordend, die een ondersteuning ontvangen. 1875 - 1882.
  9. Kopieboek van uitgegane brieven. 1894 - 1915.
  10. Ingekomen stukken.
    1. 1869 - 1875, 1879, 1883 - 1894.
    2. 1894-1911.
    3. 1912-1921.
  11. Correspondentie met verschillende gemeenten (alfabetisch geordend) inzake hun subsidieaanvrage. 1879 - 1894.
  12. Circulaires en formulieren uitgegaan van het fonds 1865 - 1896, 1905 - 1913.
  13. Brieven van verschillende gemeenten (alfabetisch geordend) reagerende op circulaires waarin meer financiële steun werd verzocht. 1865, 1873 - 1878.
  14. Ingekomen antwoorden van gemeenten op een circulaire van 24juli 1911 van de commissie tot de uitdeling inzake hun bijdrage aan de verhoging van predikantstractementen,in handen gesteld van het fonds. 1911 - 1912.
  15. Kasboek.
    1. 1865 - 1879 mei 16.
    2. 1879 januari 1 - 1906.
    3. 1907 - 1917.
  16. Kasstukken en correspondentie over financiële zaken.
    1. 1894-1910.
    2. 1911-1929.
    3. 1931-1952.
    4. 1953.
  17. Kwitanties van de gemeenten wegens de ontvangen bijdrage van het fonds.
    1. 1868-1885.
    2. 1886-1899.
    3. 1900-1911.
    4. 1912-1925.
    5. 1926-1939.
    6. 1940-1943, 1946-1952.
  18. Rekening?courantboek met de Ontvang? en Betaalkas. 9 deeltjes.
    1. 1874-1912.
    2. 1915 - 1918 oktober 23.
    3. 1918 oktober 27 - 1921.
    4. 1922 - 1925 november 2.
    5. 1925 november 4 - 1928 november 2.
    6. 1928 november 2 - 1931.
    7. 1934 - 1936 november 3.
    8. 1936 november 3 - 1938.
    9. 1939 - 1941.
  19. Dagafschriften van de rekening-courant bij de Kas Vereeniging N.V. 1950 - 1951.
  20. Journaal, met elk jaar een balans.
    1. 1865-1881.
    2. 1882-1934.
    3. 1935-1958.
  21. Bijlagen bij het journaal, 1893 - 1958.
  22. Grootboek. Met klapper.
    1. 1865 - 1901 januari 1.
    2. 1901 januari 1 - 1926 januari 1.
    3. 1926 januari 1 - 1958.
  23. Samenvattingen van de jaarlijkse ontvangsten en uitgaven over 1884 - 1892. 1885 - 1893.
  24. Stukken betreffende legaten voor het fonds. 1875, 1891 - 1899.
  25. Liefdecassa.
    1. Akte van oprichting.
    2. Notulen met voorin afschrift van de akte van oprichting. 1755 - 1852.
    3. Notulen. 1853 - 1910.
    4. Extract-notulen, later kladnotulen. Met optekening van ontvangsten en uitgaven over 1792 - 1795. 1755 - 1796, 1818 - 1852.
    5. Notariële akten van benoeming van administrateurs. 1759 - 1888.
    6. Kopieboek van uitgaande brieven, met klapper. 1791 - 1860.
    7. Ingekomen stukken bij de administrateur P. Messchaert te Hoorn. 1852 - 1860.
    8. Kladkasboek. 1808 - 1884.
    9. Kasboek. 1853 - 1893.
    10. Kasstukken. 1877 - 1882.
    11. 'Memoriaal en notitieboek'. Journaal. 1755 - 1808.
    12. Grootboek. 1755 - 1808.
    13. Rekening en verantwoording over 1 januari 1794 - 24 maart 1795.
    14. Stukken betreffende het effectenbezit. 1793 - 1849.
    15. Testament van Jan Deknatel, waarin hij fl. 10.000 legateert aan de cassa. Met rekening en verantwoording door de executeurs. 1795. Uittreksel.
    16. 'In memoriam Jan Deknatel'. Artikel in het Duits. 1795. Gedrukt.
    17. Aantekeningen over de cassa in 1792 en ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan. 1792, 1855.
    18. Akte van overdracht van de boeken en het kapitaal aan het Verhoogingsfonds.

Varia.

  1. Notulen van de Doopsgezinde Groep van de Bond van Nederlandse Predikanten. 1939 - 1941 april, 1946 mei - 1964.