Archief van de Administrateuren in Nederland van de Goederen van de Familie Trip in Zweden

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

533

Periode:

1629 - 1923

Inleiding

Aard en geschiedenis van de schuldvordering en de goederen.

1. De schuldvordering van Elias Trip en de verwerving van de Hallandse goederen (1).

Sedert de aanvang van de zeventiende eeuw as de Zweedse overheid voor haar financiën steeds afhankelijker geworden van de export van koper. Vanaf 1614 werd deze dan ook rechtstreekt of via een koperkompagnie door de kroon gemonopoliseerd. Omstreeks 1625 leidde een prijsdaling van koper op de wereldmarkt tot ernstige financiële problemen, waarvoor een voorlopige oplossing werd gevonden in het aantrekken van buitenlandse kredieten op onderpand van koper (2).

Mogelijk sinds 1626, zeker sinds 1627, werd koper beleend bij de Amsterdamse kooplieden Elias (1570?-1636) en Pieter (1579-1655) Trip. Vrij spoedig echter gingen de opgenomen bedragen de pandwaarde van het in deposito gegeven koper overtreffen. Na onenigheid over de omvang van zijn schuldvordering trok Pieter zich al in of kort na 1629 uit de beleningen terug. Elias nam zijn schuldvordering en kopervoorraad over. Hierin schuilt een van de oorzaken voor zijn latere moeilijkheden met de Zweden. Pogingen van Elias om met gebruikmaking van de schuldvordering en de kopervoorraden een monopoliepositie in de Zweedse koperexport af te dwingen mislukten (3).

In 1635 troffen Elias Trip en de Zweedse vertegenwoordiger Erich Larsz. Van der Linden een regeling voor de afdoening van de schuldvordering. Arbiters stelden deze vast op f 864.000,-, nog te vermeerderen met f 127.000,- vanwege een onbetaalde wapenrekening uit 1629 met interest. Van het totaal van f 991.000,- werd f 702.000,- afgelost doordat Elias het nog onder hem in deposito berustende koper in eigendom ontving. Het restant zou worden afgelost uit de inkomsten van de Zweedse rijkstol (4).

Deze laatste bepaling is nooit uitgevoerd. De Zweedse rekenkamer weigerde de schuldrekening te erkennen en schoof de zaak op de lange baan. Na mislukte missies van Arnout Huijbertsz. In 1636, Joris Hoeffnagel in de periode 1641-1647 en ambassadeur Bicker in 1644, nam Elias' zoon Adriaan (1620-1648) de zaak ter hand (5). Ter gelegenheid van zijn huwelijk in 1645 met Adriana de Geer, dochter van Louis de Geer, had hij eenzesde van de schuldvordering van zijn vader in eigendom gekregen (6). In verband hiermee vertrok hij naar Zweden, maar de rekenkamer was niet bereid de vordering te erkennen.

Beroepen op koningin Christina (1626-1689, koningin van 1632-1654) hadden meer sukses. Zij beval de rekenkamer de schuld te erkennen. Betaling van het op f 498.000,- gestelde bedrag zou in vier jaarlijkse termijnen uit de middelen van de kroon geschieden (7). In werkelijkheid werd de aflossing anders geregeld. Volgens een in oktober 1650 gesloten koperkontrakt zou Adriaan eenvierde van de waarde van het geleverde koper mogen korten op de schuldvordering. Ten gevolge van ongunstige ontwikkelingen op de wereldmarkt werd deze overeenkomst echter in mei 1652 door Zweden opgezegd. Als klap op de vuurpijl werd bovendien de schulderkenning uit 1649 herroepen, zonder dat een nieuwe regeling werd vastgesteld (8). Op aandringen van Adriaan Trip werd in 1653 de inmiddels weer tot f 592.000,- opgelopen pretentie met een bedrag van f 403.000,- verminderd door de erfgenamen van Elias Trip landgoederen in betaling te geven. Het restant, weer vergroot met nieuwe leningen, zou worden afgelost uit de opbrengsten van de Zweedse zeetollen van 1643 en de kopertollen van 1654 (9).

2. De goederen.

De goederen bestonden uit de opbrengsten van bepaalde heerlijke rechten van de kroon op boerderijen. Deze lagen verspreid over Halland, een tegenwoordig nog zo geheten provincie in Zuid-West Zweden. Rechthebbenden op deze rechten werden merkwaardigerwijze ook als eigenaars van de boerderijen beschouwd. Vandaar de betiteling Tripse (land-)goederen. De jaarlijkse opbrengst was in 1653 op drie procent van de kapitaalswaarde gesteld. De overdracht vond plaats onder het voorbehoud van het recht van inlossing door de kroon (10).

Adriaan Trip en zijn mede-erfgenamen waren niet de enigen die met kroongoederen voor diensten of leningen werden betaald. Omstreeks de jaren zeventig van de zeventiende eeuw had de vervreemding van kroongoederen daardoor zodanige vormen aangenomen, dat Karel XI (1655-1697, koning van 1660-1697) zich gedwongen zag dit proces terug te draaien. In Zweden stond deze ontwikkeling bekend als Reduktion. Ook de bezittingen van de erven Trip bleven niet buiten schot. Nadat in 1682 of 1683 de vlek Kongsbacka, een geschenk uit 1653 van koningin Christina aan Adriaan Trip (11), was teruggeëist, moest in 1690 ook nog een gedeelte van de afbetaling van de pretentie worden terug gegeven. Pogingen deze landgoederen terug te krijgen, dan wel het bedrag aan de resterende pretentie toe te voegen, mislukten (12).

De bezittingen bleken zeer moeilijk rendabel te exploiteren. Bovendien breidde het aantal deelgerechtigden zich in de loop der decenniën enorm uit. Dit alles bracht een uiterst moeizame administratie met zich mee en in het eerste kwart van de negentiende eeuw rijpte dan ook het inzicht, dat verkoop uiteindelijk de beste oplossing zou zijn. Een probleem hierbij vormde het door de kroon bedongen inlossingsrecht. Na voorbereidingen van de bijzondere zaakgelastigde Everardus Johannes Potgieter in de jaren 1831-1832, werd in 1833 toestemming van de Zweedse koning verkregen tot verkoop aan de bewoners der boederijen of aan andere Zweedse burgers (13).

De liquidatie verliep langzaam. Het bezit kon slechts bij stukjes en beetjes van de hand gedaan worden (14). Na c. 1870 stagneerde de verkoop totaal. Enerzijds door weigerachtigheid of onvindbaarheid van een beperkt aantal deelgerechtigden, wier aandeel soms niet meer dan enkele centen bedroeg (15), anderijzds door aanspraken van derden op de status van deelgerechtigde, die eerst afgeweerd moesten worden (16). Uiteindelijk werd in de jaren 1903-1909 besloten in te gaan op een aanbod van de Zweedse staat tot inlossing der nog resterende goederen (17). De definitieve liquidatie van het bezit werd uiteindelijk pas in de jaren 1918 tot 1932 gerealiseerd (18).

2. De in 1653 resterende schuldvordering.

Van de in 1653 nog resterende schuldvordering is uiteindelijk maar bitter weinig in handen van de erfgenamen terecht gekomen. Zulks ondanks hun niet aflatende inspanningen, voornamelijk gedurende de tweede helft van de zeventiende eeuw, om de gelden alsnog te innen. Zij schakelden bij verschillende gelegenheden diplomaten van de Staten-Generaal in, benaderden Zweeds diplomaten in Den Haag en riepen de hulp in van Johan de Witt. Dit alles was al evenzeer vergeeft als de stroom rekesten tot de kroon van Adriaan Trip, sedert 1653 Zweeds burger en aldaar in de adelstand verheven, of een poging via de levering van Zweeds geschut tot aflossing te komen (19).

Nadat de Zweedse rekenkamer in 1707 de aanspraken nogmaals had afgewezen, bleek men niet van zins zich verder nog iets aan de affaire gelegen te laten liggen. De vordering, in 1831 berekend op f 5.005.337,-, werd na voorbereidingen van Potgieter in 1832 nogmaals met hulp van de Nederlandse gezant in Stockholm, baron Van Cromburgghe, aanhangig gemaakt. Zonder veel omhaal werd de vordering in 1838 door het Koninklijk Kamergerecht wegens verjaring afgewezen. Het beroep daartegen werd in 1842 verworpen. Door het overlijden van de advokaat der erven, Pher Staaff, kwam dit arrest eerst in 1863 ter kennis van de erven. Sindsdien is de zaak blijven rusten (20).

De deelgerechtigden.

Blijkens een familieovereenkomst van 8 januari 1645, konden de volgende kinderen van Elias Trip aanspraak maken op elke eenzesde deel van de uitstaande Zweedse schuld: Sophia (1614-1679), Maria (1619-1683), Adriaan (1620-1684), Jacoba (1622-1678) en Jacobus (1627-1670). Bij dezelfde gelegenheid kreeg Adriaan eenzesde deel extra toegewezen vanwege zijn huwelijk met Adriana de Geer. De uiteindelijke verdeling werd dus: Adriaan tweezesde en de overigen elke eenzesde deel (21).

Een vonnis van het Hof van Holland van 21 oktober 1664 gelastte het nakomen van een overeenkomst tussen de erven Louis de Geer en de erven Elias Trip van 1 juli 1664, waarbij de erven De Geer 7/84 deel van de goederen en de uitstaande pretentie werd toegewezen. Dit deel zou worden afgestaan door Adriaan (22).

Bij een latere gelegenheid, waarover geen verdere details bekend zijn, moet Adriaan zijn resterende 21/84 deel aan de overige erfgenamen hebben overgedaan. De staken Jacoba, Jacobus, Maria en Sophia bezaten sindsdien elk 17/84 en de erven De Geer 16/84 deel (23). Het deel van de erven De Geer werd in 1765 na verkoop aan de Zweedse edelman baron Von Knorring via loting afgescheiden en aan de administratie onttrokken (24). Door vererving en aankoop van aandelen, kwam op den duur een steeds groter gedeelte van de jaarlijkse opbrengst in handen van de familie Van der Meulen. De administratie werd echter daardoor niet eenvoudiger, omdat de naar verhouding in waarde steeds geringer wordende overige aandelen over steeds meer en meer deelgerechtigden werden uitgesplitst (25).

De administratie.

Het beheer van de goederen, de inning van de resterende pretentie, alsmede de uitdeling van de opbrengsten werden bij prokuratie opgedragen aan de zogeheten administrateurs. De staken wezen ofwel ieder afzonderlijk, ofwel in wisselende kombinaties een mededeelgerechtigde tot hun administrateur aan.

Vanaf het einde van de achttiende eeuw werd de familie Van der Meulen steeds meer de spil waarom de administratie draaide. In 1844 werd Willem Gualtherus van der Meulen administrateur voor de vier staken tesamen. Onder zijn opvolgers Jacob Anne en Willem Theodoor Grothe bleef dez situatie bestaan (26). De koncentratie van de administratie in handen van één persoon is de enige wijziging van betekenis geweest gedurende de 270 jaar van haar bestaan. Voor 1844 traden de administrateurs ten aanzien van het beheer der goederen en de inning van de schuldvordering gezamenlijk op. Samen maakten ze ook een algemene rekening op. Kontakten met de deelgerechtigden werden door de administrateurs afzonderlijk onderhouden. Ieder stelde voor de staak waardoor hij was aangesteld een afzonderlijke rekening op, die ter visie werd gelegd. Deze tweedeling verdween uiteraard na 1844.

De administrateurs hadden de bevoegdheid taken te delegeren. Het dagelijks bestuur in Zweden werd opgedragen aan een rentmeester, inspekteur genoemd. Hij inde de revenuen, die vergezeld van een rekening via een bank naar Nederland moesten worden overgemaakt. Daarnaast inspekteerde hij de materiële staat en de personele bezetting van de goederen en trad hij op bij processen (27). Ad hoc, bijvoorbeeld voor de verkoop (28), de inning van de schulden (29) of de kontrole van de inspekteurs (30) konden afzonderlijk gevolmachtigden worden aangesteld.

In de jaren 1831 en 1832 werd Everardus Johannes Potgieter naar Zweden afgevaardigd. Behalve het saneren van de in de voorafgaande jaren vastgelopen inspektie, bestond zijn taak uit het voorbereiden van de verkoop en het opnieuw aan de orde stellen van de niet betaalde schuldvordering (31). Na zijn terugkeer bleef hij vanweg zijn kennis van zaken en van de Zweedse taal nog geruime tijd, in ieder geval tot in de jaren vijftig, als korrespondent in dienst van Willem Gualtherus van der Meulen (32).

Bewaring en ordening van de archieven.

In 1781 ontving Jan Carel van der Meulen (administrateur voor de staken Sophia en Jacoba Trip van 1760 tot 1801) een kist met archivalia van B.C. Ruysch, de executeur-testamentair van Gualtherus Petrus Boudaan (administrateur voor de staak Maria Trip van 1735 tot 1781) (33). Waarschijnlijk betrof het hier de retroacta sedert 1629 en de stukken betreffende de gezamenlijk gevoerde administratie. De stukken betreffende de kontakten met deelgerechtigden voor 1844 werden waarschijnlijk door de administrateurs afzonderlijk bewaard. Hiervan zijn alleen stukken betreffende de uitdeling aan de staken Maria en Sophia Trip (inv. Nrs. 123-130) in enige omvang bewaard gebleven, wellicht omdat juist de administrateurs van deze staken ook de bovengenomede archivalia beheerden.

In 1831 werd het archief beheerd door Willem Gualtherus van der Meulen. Potgieter heeft toen, met het oog op zijn taakuitoefening in Zweden, vele stukken gelicht. Deze stukken zijn pas na zijn dood in 1875 tegelijk met zijn archief als zaakgelastigde, door zijn zuster aan Jacob Anne Grothe terug gegeven (34). Voor zover ze niet als retroacta in het archief van Potgieter waren opgenomen, heeft Grothe de stukken, gekenmerkt met de letter P., weer in het archief van de administrateurs geplaatst. Via Willem Theodoor Grothe is een aantal uit het archief van de administrateurs afkomstige stukken terecht gekomen in het familiearchief Grothe, dat thans bij de Gemeentelijke Archiefdienst van Utrecht berust (35). Deze stukken dateren uit de jaren 1874-1923, terwijl het meest recente stuk van het in Amsterdam berustende gedeelte uit 1919 dateert.

De archivalia zijn vervolgens in het bezit gekomen van Jhr. Ir. R.E. Laman Trip, die ze in 1971 aan de Gemeentelijke Archiefdienst van Amsterdam in bewaring heeft gegeven. De archieven werden niet eerder geïnventariseerd en verkeerden grotendeels in chaotische toestand. Tijdens de inventarisatie zijn sporen van oude ordening aangetroffen, maar een alomvattende archivistisch bruikbare systematiek kon niet worden achterhaald.

Het archief van de administrateurs was vroeger waarschijnlijk zoveel mogelijk in series geordend, gevolgd door enkele dossiers en vele losse stukken. Voor zover mogelijk met inachtneming hiervan, is bij de huidige ordening de taakuitoefening van de administrateurs als richtpunt genomen.

De stukken betreffende de schuldvordering van Elias Trip, de verwerving van de goederen en het ontstaan van de resterende pretentie (inv. Nrs. 26-43) zijn door de administrateurs tesamen als retroacta bij hun taakuitoefening gebruikt. Ze zijn daarom als eerste rubriek in de afdeling stukken betreffende bijzondere onderwerpen geplaatst.

In de rubriek uitdeling en verantwoording vergt de subrubriek financiën (inv. Nrs. 115-139) enige toelichting. De tweedeling voor en na 1844 hangt samen met de koncentratie van de administratie in handen van één persoon (36). De rekeningen omvatten niet alleen de verantwoording voor de uitdeling, maar tegelijkertijd de gehele boekhouding van de administrateurs. Omdat Willem Gualtherus van der Meulen zijn partikuliere financiën niet gescheiden hield van die van de Tripse goederen, komen deze ook als post voor in zijn grootboeken (inv. Nrs. 176-177). Deze kunnen echter niet als onderdeel van de administratie van de Tripse goederen beschouwd worden. De administrateurs Grothe handhaafden de opzet van de rekeningen, maar hielden daarnaast gedurende de periode 1874-1913 een kasboek bij (inv. Nrs. 138-139), waarmee kwitanties, die om onduidelijke redenen niet in de rekeningen verantwoord zijn, samenhangen (inv. Nrs. 136-137).

Het boekjaar in Zweden liep van 1 januari tot 31 december. Het overmaken van de opbrengsten verliep echter in het bijzonder gedurende het einde van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw nogal onregelmatig. Dit had tot gevolg dat revenuen van bepaalde boekjaren door de administrateurs in gedeelten in opeenvolgende rekeningen werden verantwoord. In voorkomende gevallen is dit in de beschrijvingen aangegeven door tussen haakjes het woord 'gedeeltelijk' achter de dateringen te plaatsen.

De verantwoording die Willem Gualtherus van der Meulen in 1862 voor de gevoerde administratie moest afleggen, had een uitzonderlijk karakter, hetgeen door diens afzonderlijke ordening van de stukken (inv. Nrs. 140-143) werd bevestigd.

De bescheiden door Potgieter ontvangen of opgemaakt in zijn hoedanigheid van zaakgelastigde in Zweden, zijn als gedeponeerd archief beschouwd. De indeling hiervan is ontleend aan de in de akte van prokuratie gespecificeerde onderdelen van zijn taak (37). Resten van oude ordening wezen ook in deze richting. Behalve het retroactum bij inv. Nr. 156 zijn de retroacta afkomstig uit de serie ingekomen stukken van het archief van de administrateurs (inv. Nrs. 2-5).

Archivalia, afkomstig van de administrateurs, maar niet behorend tot de voornoemde archieven, zijn samen met de verzamelde stukken in een aanhangsel beschreven.

De gezamenlijke omvang van de beschreven stukken bedraagt 2.50 m.

Bij de archieven bevonden zich door prof. Dr. P.W. Klein voor zijn dissertatie over de Trippen in de zeventiende eeuw gebruikte kopieën van in Zweden berustende archivalia. Deze zijn voorlopig zonder nummer geplaatst in de in het Gemeentearchief van Amsterdam aanwezige verzameling kopieën van elders berustende archivalia.

GEBRUIKTE LITERATUUR

Burgh, A.H.H. van der, Gezantschappen door Nederland en Zweden wederzijds afgevaardigd gedurende de jaren 1592-1795. 's-Gravenhage, 1886.

Kernkamp, G.W., Verslag van een onderzoek in Zweden, Noorwegen en Denemarken naar archivalia belangrijk voor de geschiedenis van Nederland.

's-Gravenhage, 1903.

Klein, P.W., De Trippen in de 17e eeuw. Een studie over het ondernemersgedrag op de Hollandse stapelmarkt. Assen, 1965.

Smit, J., E.J. Potgieter. 's-Gravenhage, 1950.

Trip, H.J., De familie Trip. Groningen, 1883.NOTEN

  1. Inv. Nrs. 26-43. Klein, p. 323-405
  2. Klein, p. 323-346
  3. Klein, p. 346-395
  4. Inv. Nrs. 26,33. Klein, p. 395-397
  5. Inv. Nrs. 33, 36-37. Klein, p. 397-400
  6. Trip, p. 282-283. Zie hierna p. 4
  7. Inv. Nrs. 38-39. Klein, p. 400-401
  8. Inv. Nr. 40. Klein, p. 401-404
  9. Inv. Nrs. 41-43, 89: rekening 1653, 185. Klein, p. 404-405, Trip, p. 271-277
  10. Inv. Nr. 48. Zie noot 9
  11. Trip, p. 280-281
  12. Inv. Nrs. 82, 89: rekeningen 1698, 1707, 1831. Klein, p. 409-413
  13. Inv. Nrs. 162-164. Klein, p. 406-409, 413, Trip, p. 70-72, 74-75
  14. Inv. Nr. 133
  15. Inv. Nr. 87
  16. Inv. Nr. 114
  17. Inv. Nr. 88
  18. Gemeentearchief Utrecht, Familiearchief Grothe, inv. Nr. 613, Zie hierna p. 7
  19. Inv. Nrs. 89-102. Klein, p. 415-416
  20. Inv. Nrs. 89, 104-105, 166, 167. Trip, p. 59-60
  21. Trip, p. 282-283
  22. Inv. Nr. 114: authentiek afschrift, d.d. 9-5-1889
  23. Trip, p. 68
  24. Inv. Nr. 83
  25. Vgl. bijvoorbeeld inv. Nrs. 141-142
  26. Inv. Nr. 44
  27. Inv. Nr. 65
  28. Inv. Nr. 85
  29. Inv. Nr. 103
  30. Inv. Nrs. 63-64, 67
  31. Inv. Nr. 145
  32. Inv. Nrs. 7, 15
  33. Inv. Nr. 3: brief, d.d. 4-6-1781
  34. Gemeentearchief Utrecht,Familiearchief Grothe, inv. Nr. 613, p. 33, 37, 39
  35. Familiearchief Grothe, inv. Nr. 613
  36. Zie p. 5-6
  37. Inv. Nr. 145

HET ARCHIEF VAN DE ADMINISTRATEURS IN NEDERLAND VAN DE TRIPSE GOEDEREN IN ZWEDEN, 1653-1919 (-1923), MET RETROACTA VA

  1. STUKKEN VAN ALGEMENE AARD
    1. Ingekomen stukken, met hiaten. Met vertalingen.1662-1919 ( -1923).
      1. 1662-1663, 1665-1672, 1686-1689, 1692, 1698-1700, 1705-1725.
      2. N.B. De ingekomen stukken over de periode 1874-1923 bevinden zich in het Gemeentearchief Utrecht, familiearchief Grothe, inv.nr. 613, los in het register van uitgaande stukken, 1874-1923
      3. Bij Everardus Johannes Potgieter, korrespondent.
    2. Registers van uitgaande stukken, alsmede van algemene rekeningen van de administrateurs
      1. 1660-1667 december 13.
      2. 1667 december 20-1670 februari.
      3. 1670 mei-1701.
      4. 1726-1802 februari, met algemene rekeningen, 1724-1798 (gedeeltelijk).
      5. 1802 april-1826, met algemene rekeningen, 1798 (gedeeltelijk)-1823 (gedeeltelijk).
      6. 1832-1833 oktober.
      7. 1833 november-1839.
      8. Naar Alexander Lundquist, inspekteur, Ungewitter en Co, bankiers, en Everardus Johannes Potgieter, korrespondent.
      9. Naar Alexander Lundquist, Ungewitter en Co en sedert 1874 januari 3 ook met Nederlandse bestemming, 1860-1874 juni 10.
      10. Naar Samuel Ringius en P.R. Brakenhielm, gevolmachtigden tot de verkoop.
      11. Met Nederlandse bestemming, 1861-1872; 1861.
      12. Met Nederlandse bestemming, 1861-1872; 1862-1863 oktober 10.
      13. Met Nederlandse bestemming, 1861-1872; 1863 oktober 7-1865januari.
      14. Met Nederlandse bestemming, 1861-1872; 1865 februari-1872.
    3. Koncepten en afschriften van uitgaande stukken, 1663, 1707-1869 met hiaten.
    4. Inhoudsopgave van de registers van uitgaande stukken over de periode 1660-1701.
    5. Chronologische lijst van een aantal ingekomen en uitgaande stukken uit de periode 1726-1780.
    6. Trefwoordenindex op ingekomen en uitgaande stukken uit de periode 1771-1797.
  2. STUKKEN BETREFFENDE BIJZONDERE ONDERWERPEN
    1. HET ONTSTAAN VAN DE SCHULDVORDERING EN DE VERWERVING VAN DE HOLLANDSCHE GOEDEREN
      1. Akte houdende een specifikatie van door Elias Trip aan Diederich von Falkenberg geleverde wapens.
      2. Kwitantie van Diederich von Falkenberg voor een van Elias Trip ontvangen lening, 1629. Authentiek afschrift.
      3. Kwitantie van Martin Weurtzer voor betaling van koper door Hendrik Trip, 1630. Authentiek afschrift.
      4. Brief van koning Gustaaf Adolf aan Elias Trip betreffende uitstel van de verkoop van in deposito gegeven koper, 1631. Authentiek afschrift.
      5. Authentiek uittreksel uit het register van verkochte koopmanschappen van Amsterdam betreffende de door Elias Trip voorgenomen verkoop van onder hem in deposito berustend Zweeds koper, 1635. Met aanplakbiljet.
      6. Memorie betreffende de schuldvordering van Elias Trip voor Van den Honaert, ambassadeur bij de Zweedse kroon.
      7. Akte waarbij deelnemers aan een koperkompagnie overeenkomentegen welke prijs zij koper zullen inbrengen.
      8. Stukken betreffende de tussen Elias Trip en de Zweedse gevolmachtigde Erich Larsz. Van der Linden getroffen regeling voor de aflossing van de schuldvordering en betreffende het achterwege blijven van de uitvoering daarvan, 1635-1636, 1638.
      9. Akte van insinuatie van Guiljelmo Bartolotti tegen Jan Coijmans en Pieter Trip betreffende moeilijkheden over de betaling van Zweeds koper, 1640. Authentiek afschrift.
      10. Akte waarin Johan 1e Thor verklaart dat de weduwe van EliasTrip en Jan Coijmans het in de jaren 1636-1639 ontvangen koper op tijd hebben betaald, 1641. Authentiek afschrift.
      11. Stukken betrefende missies tot invordering van de uitstaande schuld.
        1. Van Joris Hoeffnagel.
        2. Van Andries Bicker, ambassadeur bij de Zweedse kroon.
      12. Afschriften van verzoekschriften van Adriaan Trip tot de Zweedse kroon, c.
      13. Schuldrekening van de Zweedse kroon, opgemaakt 1649. Afschrift. Met vertaling.
      14. Stukken betreffende het tussen de Zweedse kroon en Adriaan Trip gesloten kontrakt voor de levering van koper, gedeeltelijk als aflossing van de schuldvordering, gedeeltelijk tegenbetaling met zilver.
      15. Akte waarbij koningin Christina kroongoederen in Halland overdraagt aan Adriaan Trip. 1653. Vertaling.
      16. Akten van obligatie van koningin Christina voor Adriaan Trip voor de resterende schuldvordering en een aan de kroon verstrekte lening, 1653. Vertaling. C.
      17. Brief van Magnus Gabriël de la Garde aan Adriaan Trip betreffende een verstrekte lening.
    2. AANSTELLING VAN DE ADMINISTRATEURS
      1. Akten van prokuratie, c.
      2. Lijst van administrateurs voor de staak Maria Trip over de periode 1726-c.
      3. Staat van deelgerechtigden, die geen akte van prokuratie hebben gegeven, met vermelding van de waarde van hun aandeel.
    3. ARCHIEFBEHEER
      1. Lijsten van archivalia, c. 1668, c. 1700, 19e eeuw.
    4. BEHEER VAN GOEDEREN
      1. LEGGERS
        1. 'Jordeboken, Aardboeken, Landboeken'. Leggers. Met bijlagen. 3 delen, 11 katernen,1653-c. 1803, z.j.
          1. Voor 1733.
          2. 1733.
          3. Met vertaling.
          4. 1766, gekorrigeerd in 1744. Met voor korrektie gebruikte legger.
          5. c. 1788-1789. Met aantekeningen.
          6. c.
          7. z,j.
      2. STUKKEN BETREFFENDE DE REGELING VAN DE INSPEKTIE
        1. Stukken betreffende het onderzoek van het door de inspekteur Mathijs Jonson gevoerde beheer en de algehele toestand dergoederen.1658, 1662-1662.
          1. Door Hendrik Kannegieter.
          2. Door Dirk Bex.
        2. Koncepten en afschriften van akten van prokuratie op inspekteurs.
        3. Akte van dagvaarding van Adriaan Trip door het koninklijk hofgerecht van Osterjutland wegens klachten, ingediend door de weduwe van de vroegere inspekteur Mathijn Jonson, 1667. Vertaling.
        4. Akte van overeenkomst met Lucas van Breda betreffende diensreis naar Zweden ter kontrole van de inspektie.
        5. Stukken betreffende: - De behandeling van verzoeken van boeren om vermindering van lasten; - De aanstelling van inspekteur van Jan Wigman Junior en Johan Dassou en een daarmee samenhangend onderzoek naar het door hun voorgangers gevoerdebeheer; - De...
        6. Stukken betreffende het in Halland tegen Jan Wigman Junior gevoerde proces wegens wanbeheer en het verhalen van de vordering op zijn borgen.
        7. Memorie betreffende het Zweedse geldstelsel, de waarde van de Zweedse munt voor en na de munthervorming van 1777, de waardebepaling van de goederen en de schuldvordering en de Zweedse maten en gewichten. C.
        8. Stukken betreffende het verzet der boeren onder leiding vanNils Arwidson tegen een verhoging van de lasten en het optreden van de inspekteur Anders Jonsson.
        9. Stukken betreffende de opvolgers van Anders Jonsson.
          1. Johan Axel Langercrantz.
          2. Carl Severin Stridbeek.
        10. Wederingekomen akten van prokuratie op en brieven aan inspekteurs. 1799-1801, 1803-1806, 1815-1816.
      3. REKENINGEN VAN DE INSPEKTEURS
        1. Rekeningen, met bijlagen. Met hiaten.
          1. 1660-1662, 1669, 1705, 1707-1729, 1732-1750.
          2. Bijlagen over de periode 1805-1813.
          3. Bijlagen over de periode 1825-1836.
      4. STUKKEN BETREFFENDE VERKOOP EN ONTEIGENING
        1. Aantekeningen betreffende de argumenten voor en tegen verkoop. C.
        2. Stukken betreffende de reduktie. 1686-1692. Afschriften.
        3. Stukken betreffende de afsplitsing van het aandeel van de erven van Louis de Geer, gekocht door baron Von Knorring.
        4. Stukken betreffende het voornemen van de Zweedse kroon haarinlossingsrecht op de goederen aan derden over te dragen. 1816, 1818.
        5. Stukken betreffende de voorbereidingen tot het passeren vaneen akte van prokuratie tot verkoop op Per Stenberg.
        6. Staat van nog in eigendom zijnde goederen, met vermelding van de geschatte verkoopwaarde. C.
        7. Stukken betreffende aanbiedingen tot inlossing der nog resterende goederen door de Zweedse staat en het verkrijgen van toestemming van de deelgerechtigden hier op in te gaan.1886-1889, 1903-1909.
    5. INVORDERING VAN DE IN 1653 RESTERENDE SCHULDVORDERING
      1. Schuldrekeningen, opgemaakt 1653-1655, 1662, 1665, 1678, 1698, 1707, 1831. Met bijlagen.
      2. Stukken betreffende de bevestiging van de overdracht van degoederen en de schuldvordering door de weduwe van Elias Trip aan Adriaan Trip.
      3. Afschriften van verzoekschriften van Adriaan Trip tot de Zweedse kroon. C. 1655-c.
      4. Stukken betreffende de missie van Van Slingelant, extra-ordinaris gedeputeerde bij de Zweedse kroon.
      5. Stukken betreffende de poging via de levering van Zweeds geschut tot afdoening te komen.
      6. Stukken betreffende een betwiste subsidiebetaling van de Staten-Generaal aan Zweden op grond van sedert 1640 gesloten traktaten. C.
      7. Koncepten van memories voor de graaf van Dohna en Harald Appelboom, resp. extraordinaris ambassadeur en extraordinaris envoyé van de Zweedse kroon. 1668-1669. Met bijlagen.
      8. Stukken betreffende de missie van De Groot, ordinaris ambassadeur bij de Zweedse kroon.
      9. Stukken betreffende de missie van Cornelis Hop, pensionarisvan Amsterdam, bij Harald App;elboom, extraordinaris envoyévan de Zweedse kroon.
      10. Koncept van een memorie voor de freule van Brederoode.
      11. Stukken betreffende de missie van de plenipotentiarissen der Staten-Generaal bij de vredesonderhandelingen van Nijmegenen het verkrijgen van steun van de Prins van Oranje bij dezelfde gelegenheid. 1676-1677. Met retroactum. C.
      12. Stukken betreffende de missie van Jacob Boreel, extraordinaris ambassadeur bij de Franse kroon.
      13. Stukken betreffende de missies van Christiaan Constantijn Rumpf, resident te Stockholm. 1682, 1685-1689, 1700.
      14. Besluit der erven aan burgemeester Boreel van Amsterdam eenmemorie toe te zenden met het verzoek deze te doen toekomenaan Van Heeckeren aan het Zweedse hof.
      15. Stukken betreffende een poging met hulp van Petter Hanson Ström tot invordering te komen.
      16. Stukken betreffende de missie van baron Van Crombrugghe, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister bij de Zweedse kroon.
      17. Stukken betreffende een poging tot invordering door Willem Gualtherus van der Meulen. 1863. Met inhoudsopgave.
    6. UITDELING EN VERANTWOORDING AAN DEELGERECHTIGDEN
      1. DEELGERECHTIGDEN
        1. Genealogische aantekeningen betreffende de vier staken en invallende families.18e -19e eeuw.
          1. Algemeen.
          2. De staak Jacobus Trip.
          3. De staak Maria Trip.
          4. De staken Sophia en Jacoba Trip.
        2. Stukken betreffende de erfgenamen van Johan Cornelis d'Ablaing van Giessenburg. 1763, 1770. Afschriften. C.
        3. Staat van deelgerechtigden in de staken Jan, Lucas en Jacobus Trip in de hoofdstaak Jacobus Trip, voor 1831.
        4. Memorie betreffende de afstammelingen van Elias Trip. C.
        5. Staten van deelgerechtigde, jaarlijks bijgehouden.
        6. Stukken betreffende de aanspraak van Gerritdina Johanna Trip op de status van deelgerechtigde.
      2. FINANCIEN
        1. VOOR1844
          1. ALGEMEEN
            1. Bijlagen tot de rekeningen over de periode 1731-1757, 1759-1812 (gedeeltelijk).
            2. Rekeningen, 1812 (gedeeltelijk)-1830. Met bijlagen over de periode 1812 (gedeeltelijk)-1823 (gedeeltelijk).
            3. Bijlagen tot de rekeningen over de periode 1831-1840.
            4. Aantekeningen betreffende de wisselkoersen van de Zweedse munt. 18e-begin 19e eeuw.
            5. Staten van revenuen, onkosten en uitdelingen over de periode 1707-1802.
            6. Register van rekeningen.
          2. UITDELING AAN DE STAKEN AFZONDERLIJK
            1. DE STAAK JACOBA TRIP
              1. Staat van uitbetalingen over de periode 1758-1797.
            2. DE STAAK JACOBUS TRIP
              1. Rekeningen, 1770, 1811 (gedeeltelijk)-1812 (gedeeltelijk). Afschriften.
            3. DE STAAK MARIA TRIP
              1. Staat van uitbetalingen door B.C. Ruysch, executeur-testamentair van Gualtherus Petrus Boudaan over de periode 1731-1778. Met bijlagen.
              2. Staat van uitbetalingen over de periode 1779-1816 (gedeeltelijk). Met bijlagen.
              3. Rekeningen, 1816 (gedeeltelijk)-1830, alsmede voor een gedeelte van de staak Sophia Trip, 1816 (gedeeltelijk)-1830. Metbijlagen.
            4. DE STAAK SOPHIA TRIP
              1. Rekeningen, c. 1721, 1731-1765, 1769-1809 (gedeeltelijk). Met bijlagen.
              2. Register houdende rekeningen, 1797 (gedeeltelijk)-1804, alsmede de algemene rekening, 1797 (gedeeltelijk)-1798 (gedeeltelijk) en een memorie betreffende de geschiedenis der goederen en van de schuldvordering.
              3. Rekening van achterstallen voor de erven van Cornelia Eliana Scott, 1769-1803 (gedeeltelijk). Met bijlagen en retroacta. C. 1706, 1747-1765.
              4. Kwitanties voor achterstallen van de erven van Sophia van der Meulen van Oudbroekhuijsen geb. Huijdecoper en de erven van Joan Huijdecoper van Maarsseveen over de periode 1799-1820.
              5. Stukken betreffende de uitbetaling van de revenuen van 1825en 1826 aan Willem Isaak Hooft, 1825, 1829.
        2. SEDERT 1844
          1. Rekeningen. Met bijlagen.
          2. Rekeningen van de verkoop. 1836-1862, 1869-1870. Met bijlagen.
          3. Stukken betreffende uitbetalingen aan J. Shcolting Jr. 1844, 1846.
          4. Register van betalingen aan de erven van Jacob Elias Trip en Christina Elisabeth Wolthers en de erven Wichers, Gansnebgen. Tengnagel en Sloet van Oldruitenborgh, jaarlijks bijgehouden.
          5. Register van voorschotten van Alexander Grothe aan de administratie, jaarlijks voor ontvangst getekend.
          6. Kwitanties voor onkosten in verband met het verkrijgen van toestemming van deelgerechtigden voor inlossing der resterende goederen door de Zweedse staat.
          7. Kasboeken.
    7. BIJZONDERE VERANTWOORDING DOOR WILLEM GUALTHERUS VAN DER MEULEN
      1. Advertenties in de Haarlemmer Courant waarin J.C. Faber vanRiemsdijk, W.J. d'Ablaing van Giessenburg en M.P. Smissaertmededeelgerechtigden ter vergadering oproepen. 1862-1863. Afschriften.
      2. Stukken betreffende de beantwoording van vragen van J.C. Faber van Riemsdijk c.s.
        1. Geseld in een brief, d.d. 1862 juli 19.
        2. Geseld in een brief, d.d. 1862 november 20.
      3. Kladregister betreffende de bijzondere verantwoording.

HET ARCHIEF VAN EVERARDUS JOHANNES POTGIETER ALS ZAAKGELASTIGDE IN ZWEDEN, 1831-1832, MET RETROACTA, 1747-1828

  1. Paspoort, rekeningen, kwitanties en brieven betreffende zijn verblijf in Zweden.
  2. STUKKEN VAN ALGEMENE AARD
    1. Register van uitgaande brieven.
  3. STUKKEN BETREFFENDE BIJZONDERE ONDERWERPEN
    1. AANSTELLING
      1. Akten van prokuratie. 1831. Met authentieke vertaling in het Zweeds.
    2. BOEKHOUDING
      1. Kwitanties voor onkosten.
      2. Kasboeken voor onkosten.
      3. Journaal, met balans.
      4. Journaal. 1832. Met rekening van geïnde revenuen.
      5. Grootboek.
    3. TAAKUITOEFENING
      1. ALGEMEEN
        1. Verslag van gesprekken.
        2. 'Diversen'. Aantekeningen betreffende verschillende aspekten van de taakuitoefening. 1831-1832. Met retroactum, 1823. 1omslag.
        3. Afschriften en uittreksels van onder de administrateurs en in Zweden berustende archivalia, door Potgieter opgemaakt ofontvangen met het oog op zijn taakuitoefening. 1831-1832. 1omslag.
      2. BIJZONDER
        1. ONDERZOEK VAN DE STAAT DER GOEDEREN
          1. Memorie over de geschiedenis der goederen. 1831. Koncept. 1katern.
          2. Legger. 1831. Met bijlagen en retroactum. C. 1765-c.
          3. Stukken betreffende de goederen die door Adriaan Trip zijn verkocht, door de Zweedse kroon zijn gereduceerd en door baron Von Knorring zijn gekocht.
          4. Stukken betreffende de goederen te Gammalsbo. 1831-1832. Met retroacta. 1747, 1825.
          5. Stukken betreffende de goederen te Onsala en Walda. 1831-1832. Met retroacta.
        2. REGELING VAN DE INSPEKTIE
          1. Stukken betreffende de problemen met de ex-inspekteur J.B. Colliander.
          2. Stukken betreffende de aanstelling tot inspekteur van J.B. Rosenström en diens taakuitoefening.
          3. Afschrift van een memorie voor Bernardus Wohlfahrt Sr., bankier.
        3. VOORBEREIDING VAN DE VERKOOP
          1. Stukken betreffende de overwegingen en de mogelijkheden om tot verkoop over te gaan. 1831. Met retroacta. 1816, 1823, 1828.
          2. Afschriften van stukken, uitgegaan naar Per Stenberg, bemiddelaar bij de voorbereiding van de verkoop.
          3. Stukken betreffende het verzoek aan de Zweedse kroon om toestemming voor de verkoop.
        4. INVORDERING VAN DE IN 1653 RESTERENDE SCHULDVORDERING
          1. Stukken betreffende de poging tot invordering. 1831-1832. 1omslag.
          2. Memorie over de geschiedenis van de schuldvordering. 1832. Met koncept.

AANHANGSEL

  1. ANDERE ARCHIVALIA AFKOMSTIG VAN DE ADMINISTRATEURS
    1. STUKKEN BETREFFENDE EIGENDOMMEN EN FINANCIEN VAN DE FAMILIE VAN DER MEULEN
      1. Stukken betreffende de aankoop door de erven van Jan Carel van der Meulen van aandelen in de Tripse goederen van afstammelingen van Aletta Maria Coijmans en Carel Voet. 1805, 1813.
      2. Stukken betreffende de deelname van Jan Carel Boudaan van der Meulen aan het familiefonds in Zeeland. 1809, 1830.
      3. Register van rekeningen van beheerde boedels, alsmede van het beheer van de revenuen voor de staak Jacoba Trip.
      4. Akte waarbij de erven van Joan Ortt van Nijenrode en de erven van J.H. Kerckrink hun aandeel in de Tripse goederen overdragen aan de erven van Samuel van der Meulen. 1827. Met kwitantie.
      5. Stukken betreffende de aankoop door Willem Gualtherus van der Meulen van aandelen in de Tripse goederen. 1827, 1843, 1845, 1861, 1863-1869.
      6. Rekening van eenderde in de nalatenschap van Jan Carel Boudaan van der Meulen van Schellach.
      7. Kladregister betreffende de financiën van Willem Gualtherusvan der Meulen. C.
      8. Rekening van eenachtste in de nalatenschap van W. Huijdecoper te Maarssen.
      9. Grootboeken van Willem Gualtherus van der Meulen.
        1. 1862-1869, met afschriften van rekeningen van administrateurs.
      10. Authentiek uittreksel uit de 1863 september 29 verleden akte van boedelscheiding van Antonius Brants. 1864. Afschrift.
    2. STUKKEN BETREFFENDE DE FAMILIE GROTHE
      1. Akte waarbij de erven Wichers-Hoeth hun aandeel in de Tripse goederen overdragen aan Arnoudina Johanna Carolina Loten van Doelen, echtgenote van Jacob Anne Grothe.
      2. Ingekomen overlijdensadvertentie van Wilhelmina Josephine Eleonore D'Aumerie, echtgenote van Jhr. De Jong van Beek en Donk. 1878. Drukwerk.
      3. Akte waarin notaris Alexander Leonard Wilhelm van Dobben teUtrecht verklaart dat Jacob Anne Grothe zonder testament isoverleden. 1900. Afschrift.
    3. OVERIGE STUKKEN
      1. Stukken betreffende de deelname van Jacoba, Maria en SophiaTrip met hun echtgenoten aan de kompagnie tot het exploiteren van venen in Groningen onder leiding van Adriaan Trip.
      2. Rekening van het sterfhuis van Laurens de Geer voor de renten van Carel en Ida de Besche.
      3. Verzoekschrift van J. Huijdecoper van Maarsseveen c.s. als erfgenamen van de fideicommissaire nalatenschap van Jan Deutz en Elisabeth Coijmans tot de rechtbank van (niet ingevuld)om een opvolger voor de overleden administrateur Jan Kroneman te benoemen...
  2. VERZAMELDE STUKKEN
    1. Akte waarbij koningin Christina kroongoederen in Halland overdraagt aan Adriaan Trip. 1653. Afschrift. 19e eeuw. Drukwerk.
    2. Amsterdamsche Courant. 1803 juni 28.
    3. Leidsche Courant. 1805 juni 10.
    4. 'Wäge-Charta öfwer Swea- och Göthariken'. Kaart van Zuid-Zweden. Anonym, ongedateerd. Handgekleurde gravure, 31,5 x27,5 cm. .
    5. Akte, waarbij koningin Christina van Zweden kroongoederen in Holland overdraagt aan Adriaan Trip. 1653. 19e eeuws afschrift.
    6. Inventaris van papieren betreffende de Zweedse goederen. 17e eeuw.
    7. Circulaires van de administrateuren. 1886-1887, 1903, 1905 en z.j. Met blanco verkoopbrieven van aandelen. 19e eeuw.
    8. Kwitantie van mej. C.M.A.A. Grothe wegens de ontvangst van haar aandeel in de opbrengst van de Zweedse goederen.