Archief van de Weeskamer: begraafregisters

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

5004

Periode:

1563 - 1811

Inleiding

Oudtijds behoorde het tot de taak van de doodgravers, door de stedelijke overheid aangestelde funktionarissen, om aan het eind van iedere week aan de weeskamer op te geven welke van de door hen begraven personen minderjarige kinderen nalieten.

De aan de weeskamer verbonden klerk was gehouden deze opgaven in te schrijven in de zgn. 'doodboeken', welke volgens het huidige spraakgebruik als begraafregisters betiteld worden. Deze registers ' veelal voor iedere kerk en of kerkhof afzonderlijk bijgehouden ' bevatten formulieren van de volgende strekking:

N.N. wonende ' overleden ' laat ' minderjarige kinderen na.

De procedure, die na inschrijving in de begraafboeken in gang werd gezet, behelsde dat de achterblijvende ouder, of iemand anders, die de boedel van de afgestorvene beheerde, van een bode aanzegging kreeg op een vastgestelde dag ten kantore van de weesmeesteren te compareren (verschijnen). Hij of zij kon verklaren dat de overledene niets aan de onmondige wees had nagelaten, dat hij de bemoeienis van de weeskamer bij testament had uitgesloten of 'gesecludeerd', dan wel rekening en verantwoording afleggen van wat de wees toekwam, zoals het heette, de wees zijn goed 'bewijzen'. Omtrent deze zaken werden in de marge van de doodboeken aantekeningen geplaatst; dit noemde met 'het zuiveren van de doodboeken'.

Vooral in de oudere registers treft men uitgebreide adressen aan, eventueel met vermelding van huisnamen. Met name genoemde familieleden verklaren dat er geen middelen zijn of dat de weeskamer testamentair is uitgesloten. In dat laatste geval worden de datum en de notaris opgegeven, hetgeen een toegang geeft tot de notariële archieven. Verwijzing naar de inbrengregisters, waarin het bezit van de wezen werd geboekt, behoort eveneens tot de mogelijkheden.

De onderhavige begraafregisters hebben betrekking op personen die binnen Amsterdam begraven zijn, daarnaast lieten weesmeesteren vastleggen wie buiten de stad ter aarde besteld, gestorven op zee of anderszins vermist waren. Hiervan hield de weeskamer-klerk aantekening in 'Calisregisters'. ('Calis' is een aan het Rom, de taal der zigeuners ontleend woord, waarmee iemand aangeduid wordt, die een zwervend bestaan leidt). Ten aanzien van de personen die in deze Calisregisters staan opgetekend, valt het volgende op te merken. Als zij niets nalieten, is daaromtrent dikwijls een verklaring opgenomen. Lieten zij daarentegen wel iets na, maar was de weeskamer uitgesloten, dan zal men niets aantreffen. Indien de weeskamer wel de zorg voor de wees aan zich had getrokken, dan dienen de inbrengregisters uitsluitsel te verschaffen. In de Calisregisters werden tot 1801, binnen de periode waarover elk deel loopt, de overledenen in alfabetisch-chronologisch volgorde op hun voornaam gerangschikt, daarna op hun achternaam.

De begraafregisters van de weeskamer en de DTB-begraafboeken

De begraafregisters, die in het weeskamer-archief berusten, zijn bewaard gebleven over de periode 1563-1811; zij lopen parallel aan de begraafregisters, die onderdeel vormen van de registers van Doop, Trouwen en Begraven te Amsterdam, kortheidshalve DTB genaamd.

Onderlinge vergelijking van beide series leert dat de weeskamer-begraafboeken minder volledig zijn, aangezien zij niet alle begrafenissen vermelden. Daar staat tegenover dat zij soms over een langere periode aanwezig zijn: Weeskamer DTB

Oude Kerk 1563-1811 1553-1811

Nieuwe Kerk 1563-1811 1585-1811

Oudezijdskapel 1635-1639, 1617-1811

1692-1811

Nieuwezijdskapel 1595-1811 1657-1811

Zuiderkerk en 'kerkhof 1602-1811 1625-1811

Westerkerk en 'kerkhof 1618-1646, 1631-1811

1664-1727

Noorderkerk en 'kerkhof 1622-1811 1662-1780

Oosterkerk 1672-1810 1672-1811

Eilandskerk 1737-1811 1737-1811

Waalse kerken 1606-1811 1622-1811

Oude en Nieuwe Lutherse kerken 1674-1811 1674-1811

Karathuizerskerkhof 1602-1811 1602-1811

St. Anthoniuskerkhof 1640-1811 1640-1811

Heiligewegskerkhof 1639-1664 1653-1664

Leidse Kerkhof 1664-1811 1664-1811

Dank zij de oudste weeskamer-registers blijkt het in sommige gevallen mogelijk de datum van de ingebruikneming van een begraafplaats, indien deze niet bekend is, nader te bepalen. Zo vangt de op de Westerkerk betrekking hebbende serie begraafboeken-DTB aan in 1631, die van de weeskamer in 1618. Volgens Wagenaar, Amsterdams geschiedschrijver uit de 18e eeuw, werd met de bouw, in 1615 gepland, in het jaar 1620 daadwerkelijk een begin gemaakt. Hieruit valt af te leiden, dat er al eerder, vooruitlopend op de stichting van het gebouw, voorzien was in de aanleg van een begraafplaats. Een dergelijke ontwikkeling valt ook ten aanzien van de Zuiderkerk waar te nemen; de stichting dagtekent uit het jaar 1603, die van het kerkhof een jaar eerder, uit 1602. Vermeldenswaard is voorts dat bij diverse godshuizen de begraafregisters van de weeskamer teruggaan tot vlak na de oprichting. De Noorderkerk kreeg haar huidig aanzien in 1620, de begraafregisters vangen aan in 1622. De Nieuwezijdskapel werd herbouwd in 1590, de boeken werden bijgehouden vanaf 1595.

Resumerend, de begraafregisters van de weeskamer kunnen goede diensten bewijzen bij het historisch onderzoek, met name het stamboomonderzoek. Niet alleen bevatten zij meer gegevens dan de corresponderende begraafboeken-DTB, ook zijn zij soms ouder. Bovendien bevatten zij, zoals gezegd, verwijzingen naar de notariële archieven en naar de inbrengregisters van de weeskamer.

De indeling van de begraafregisters

De begraafregisters van de weeskamer, 107 delen in getal, kennen de volgende indeling.

Het eerste boek, over de periode 1563-1596, is ingedeeld naar de woonplaats van de overledene, te weten de Oude of de Nieuwe Zijde. In het tweede deel, dat van 1606 tot en met 1691 loopt, zijn een aantal kerken en kerkhoven samengebundeld.

Nader onderzoek van de registers leert dat er een aantal hiaten aan te wijzen zijn, die voor de periode 1636-1639 gedeeltelijk kunnen worden opgevuld met de delen 3 tot 5. Deze bevatten gelijksoortige aantekeningen van de boden, zonder echte doodboeken te zijn. Deel 4 bestrijkt de periode 1624-1639; deel 5 loopt over het tijdvak februari-december 1639. Beide delen hebben aparte afdelingen voor de Oude en de Nieuwe Zijde, alsmede voor de diverse kerken en kerkhoven. Deel 3 bevat de onafgehandelde inschrijvingen uit de nrs. 4 en 5, d.w.z. van overledenen van wie niet bekend is hoe zij hun nalatenschap geregeld hebben. In geval van overlapping heeft het zin alle in aanmerking komende delen te raadplegen.

Duidelijk is dat de criteria van registratie niet uniform zijn. Deel 1 is in zijn geheel, de delen 4 en 5 gedeeltelijk ingedeeld naar de woonplaats van de overledene. De overige registers zijn naar kerk en of kerkhof ingedeeld.

Verantwoording van de inventarisatie

In het verleden is er een lijst van begraafregisters van de weeskamer samengesteld, waarin de genummerde delen per kerk en of kerkhof waren gegroepeerd. Deze indeling biedt het voordeel dat in een oogopslag te zien is welke delen betrekking hebben op een bepaalde kerk en of kerkhof. Dit gaat evenwel ten koste van het overzicht per deel en tevens van het inzicht in overlappingen en hiaten in de serie. Gekozen is voor een indeling die uitgaat van de reeds bestaande nummering, aangezien deze al jaren in de literatuur wordt gehanteerd.

Een aantal delen wijkt in zoverre af ' er is al eerder aan gerefereerd ' dat zij afzonderlijke afdelingen kennen voor de diverse kerken en of kerkhoven. Teneinde deze compartimenten te kunnen aanduiden, is foliëring en paginering aangebracht. De data, zoals die in de reeds bestaande lijst zijn opgegeven, zijn aan een nauwkeurige controle onderworpen. Hierbij bleek dat de opgaven vaak niet met de werkelijkheid in overeenstemming zijn. Menigmaal kon een datum verder teruggevoerd worden dan in de lijst stond aangegeven.

De data zijn de begraafdata en niet de data van afhandeling door de weeskamer.

Literatuur

J.C. BREEN, Rechtsbronnen der stad Amsterdam ('s-Gravenhage, 1902), blz. 574-580: reglement voor de weeskamer, ca. 1475.

I.H. VAN EEGHEN, De doop-, trouw- en begraafboeken te Amsterdam van voor de invoering van de burgerlijke stand, in: Nederlands Archievenblad, 52e jaargang (1947-1948), III, p. 123-132.

H. NOORDKERK, Handvesten '. Der stad Amstelredam, II (Amsterdam, 1748), blz. 638-646: reglement voor de weeskamer, 1563, en latere bepalingen.

W.F.H. OLDEWELT, 'De weeskamer', in: Amsterdamsche archiefvondsten (Amsterdam, 1942), blz. 123-127.

N. DE ROEVER Azn., De Amsterdamsche weeskamer (diss. Utrecht; Amsterdam, 1878).

J. WAGENAAR, Amsterdam in zijne opkomst, aanwas, geschiedenissen ' beschreven, III (1760-1768), blz. 376-389.

BEGRAAFREGISTERS, GEDEELTELIJK NAAR DE PLAATS VAN HET STERFHUIS, GEDEELTELIJK NAAR KERK EN KERKHOF INGEDEELD

  1. Register Oude en Nieuwe Zijde.
  2. Register ingedeeld naar kerk en kerkhof.
  3. Register bevattende de onafgehandelde inschrijvingen uit denrs. 4-5, ingedeeld naar kerk en kerkhof.
  4. Registers van de boden van de weeskamer, gedeeltelijk naar de plaats van het sterfhuis, gedeeltelijk naar kerk en kerkhof ingedeeld.
    1. 1624-1639 feb. 19.
    2. 1639 feb. 2-dec.

BEGRAAFREGISTERS INGEDEELD NAAR KERK EN KERKHOF

  1. Oude Kerk.
    1. 1640 dec. 24-1698.
    2. 1792-1811 april 24.
  2. Nieuwe Kerk.
    1. 1641 jan. 2-1693.
    2. 1694-1734 nov. 9.
    3. 1734 nov. 11-1772 maart.
    4. 1772 april-1802 april 8.
    5. 1802 april 14-1811 april 29.
  3. Oudezijdskapel. 1692 feb. 12-1811 april 11.
  4. Nieuwezijdskapel.
    1. 1595 maart 1-1686; bevat ook Heiligewegskerkhof 1639 aug. 10-1640 april 27.
    2. 1687-1747 jan.
    3. 1747 feb.-1786 sep.
    4. 1786 okt.-1811 april 13.
  5. Zuiderkerk en -kerkhof.
    1. 1602 juli-1663; bevat ook de Oudezijdskapel 1602 juni 4-1602 sep. 25.
    2. 1664-1722; bevat ook Oosterkerk 1672 feb.-1722 nov. 20.
    3. 1723-1764 okt. 5.
    4. 1764 okt. 17-1801 juni.
    5. 1801 juli-1811 april 24.
  6. Westerkerk en -kerkhof.
    1. 1664 jan. 6-1688.
    2. 1689-1713 sep. 18.
    3. 1713 sep. 24-1727.
  7. Westerkerk zonder kerkhof.
    1. 1761-1796 jan. 14.
    2. 1796 jan. 22-1811 maart 29.
  8. Noorderkerk en -kerkhof.
    1. 1646 nov. 11-1674 jan. 1.
    2. 1674 jan. 4-1714 nov.
    3. 1714 dec.-1754.
  9. Noorderkerk zonder kerkhof.
    1. 1755-1808 okt.
    2. 1808 nov.-1811 mei 1.
  10. Oosterkerk.
    1. 1723 feb.-1807 aug.
    2. 1807 feb.-1810 mei 30.
  11. Eilandskerk. 1737 juni 7-1811 mei 9.
  12. Waalse kerken.
    1. 1692-1801 jan. 21.
    2. 1801 maart 16-1811 april 18.
  13. Oude en Nieuwe Lutherse kerken.
    1. 1674 juni 28-1746 okt. 11.
    2. 1746 okt. 26-1781.
    3. 1782-1806 juli 11.
    4. 1806 juli 25-1811 april 22.
  14. Karthuizerskerkhof.
    1. 1602 mei 26-1650 juli 22.
    2. 1650 juli 26-1663.
    3. 1691-1702 aug. 11.
    4. 1702 aug. 13-1714 aug. 17.
    5. 1714 aug. 19-1725 sep.
    6. 1725 okt.-1733 maart 31.
    7. 1733 maart 31-1738 nov. 4.
    8. 1738 nov. 5-1747 jan. 22.
    9. 1747 jan. 22-1757 nov. 20.
    10. 1757 nov. 23-1771 april 12.
    11. 1771 april 14-1784 maart 9.
    12. 1784 maart 7-1792 jan. 29.
    13. 1792 jan. 29-1798 april 15.
    14. 1798 april 15-1806 maart 18.
    15. 1806 maart 18-1809 jan. 15.
    16. 1809 jan. 17-1811 mei 4.
  15. St. Anthoniuskerkhof.
    1. 1640 mei 7-1661; bevat ook Hieligewegskerkhof 1640 mei 13-1661.
    2. 1662-1686 juni 14.
    3. 1686 juni 16-1700.
    4. 1701-1717 juli.
    5. 1717 aug.-1731 juni 24.
    6. 1731 juni 24-1743 april 17.
    7. 1743 april 18-1754.
    8. 1755-1771 april 25.
    9. 1771 april 28-1782 maart 21.
    10. 1782 maart 21-1788.
    11. 1797-1806 jan. 18.
    12. 1806 jan. 19-1808 dec. 16.
    13. 1808 dec. 17-1810 aug. 19.
    14. 1810 aug. 22-1811 mei 9.
  16. Heiligewegskerkhof. 1662-1664 mei 27; bevat ook Leidse Kerkhof 1664 mei 28-1676 jan. 7.
  17. Leidse Kerkhof.
    1. 1676 jan. 12-1686 juni 2.
    2. 1686 juni 2-1697 aug. 2.
    3. 1697 aug. 18-1710.
    4. 1711-1721 dec. 21.
    5. 1721 dec. 25-1728 mei.
    6. 1728 juni 3-1745 nov. 11.
    7. 1736 juni 3-1745 nov. 11.
    8. 1745 nov. 14-1756 aug.
    9. 1756 sep.-1768 juni.
    10. 1768 juli-1779 nov. 21.
    11. 1779 nov. 21-1789 aug. 20.
    12. 1789 aug. 21-1795 dec. 18.
    13. 1795 dec.-1799 juli 13.
    14. 1799 juli 24-1803 maart 20.
    15. 1803 maart 20-1807 aug.
    16. 1807 sep.-1810 nov. 28.
    17. 1810 nov. 28-1811 mei 10.
  18. Westerkerkhof.
    1. 1728-1746 juli 24.
    2. 1746 juli 24-1780 april 5.
    3. 1758 sep. 24-1780 april 5.
    4. 1780 april 13-1794 dec. 7.
    5. 1794 dec. 10-1803 dec. 4.
    6. 1803 dec. 4-1809 feb. 18.
    7. 1809 feb. 26-1811 april 22.
  19. Noorderkerkhof.
    1. 1755-1795 feb.
    2. 1795 maart-1810 nov. 1.
    3. 1810 nov. 12-1811 mei 10.
  20. Hoogduits-Joodse begraafplaatsen te Muiderberg en Zeeburg 1782 mei 1-1784 sep. 21.
  21. 'Calisregisters 2-9'. Registers houdende aantekening van onbemiddelde, buiten de stad begraven personen, die minderjarige kinderen in Amsterdam nalaten.
    1. 1652 jan. 3-1673 nov.
    2. 1668 feb.-1682.
    3. 1683-1705 mei.
    4. 1703 okt.-1721 jan.
    5. 1721 feb.-1742.
    6. 1743-1774 feb.
    7. 1773 feb.-1800.
    8. 1801-1811 feb. 6.