305
1826 - 2007
Datering
De stukken in dit archief dateren uit de periode 1826-2007. Slechts twee stukken (in inv.nrs. 30 en 213) zijn ouder dan 1847, slechts enkele archiefstukken dateren van na 2006 (voorlopig inv.nrs. 301, 377, 754, 789, 413).
Geschiedenis en organisatie van de archiefvormer
Op 21 oktober 1847 werd te Amsterdam opgericht de Doopsgezinde Vereeniging ter Bevordering der Evangelieverbreiding in de Nederlandsche Overzeesche Bezittingen. Spoedig werd de roepnaam van de vereniging Doopsgezinde Zendingsvereniging, in 1953 werd deze naam in de statuten opgenomen, vanaf 1987 werd het de officiële naam. De vereniging was vooral actief op Java (Noord-Japara vanaf 1851 met zendeling Pieter Jansz), Sumatra (vanaf 1871) en Nieuw-Guinea (vanaf 1950).
In de eerste jaren na de oprichting bestond het Bestuur van de vereniging uit 15 leden, van wie 9 in Amsterdam woonachtig. Een officieel reglement voor Bestuur en leden werd eerst in 1859 gegeven met wijzigingen in 1876, 1914, 1927 en 1929. In 1951 werd het samenwerkingsorgaan Europäisches Mennonitisches Evangelisationskomitee (EMEK) opgericht als centraal comité voor zendingswerk georganiseerd vanuit Nederland, Duitsland, Zwitserland en Frankrijk. De Nederlandse Doopsgezinde Zending heeft hierin vanaf het begin een grote stem gehad. Vanaf 1952 kwamen alle zendingsmedewerkers in dienst van de EMEK. Via de EMEK werd de vereniging geïntroduceerd in het Doopsgezinde zendingswerk buiten Indonesië (Afrika, Zuid-Amerika, Europa). De administratie rond het zendingswerk werd verdeeld onder de vier landen: Nederland (Doopsgezinde Zendingsraad) was verantwoordelijk voor het zendingswerk in Indonesië (Java) en hield daarover een eigen administratie bij. Ook rouleerde het voorzitterschap.
Op 5 september 1957 werd door de vereniging en de Algemene Doopsgezinde Sociëteit uit praktische overwegingen in het leven geroepen Stichting De Doopsgezinde Zending, die bestuurd door de Doopsgezinde Zendingsraad, met als doel 'de verkondiging van het Evangelie in de gehele wereld ingevolge de zendingsopdracht van Jezus Christus'.
Al direct na oprichting nam de Zendingsraad (DZR) de meeste uitvoerende taken over van de vereniging. In 2003 werd de doelstelling als volgt omschreven: De Doopsgezinde Zendingsraad wil namens en in samenwerking met Doopsgezinde gemeenten dat doen wat het eigene van de gemeente is; getuigen van ons geloof en van de hoop die in ons is. Daartoe ondersteunt de DZR het werk van gemeenten en partnerorganisaties in en buiten Nederland. Sinds 1996 presenteren de vereniging en de stichting zich naar buiten toe onder de naam Doopsgezinde Zending.
Voor nadere informatie over de geschiedenis van de Doopsgezinde Zending, zie: T.E. Jensma, Doopsgezinde zending in Indonesië (Diss.), Zoetermeer, Boekencentrum, 1964, en A.G. Hoekema, 150 jaar doopsgezinde zending in historisch perspectief, in: Doopsgezinde Bijdragen, nieuwe reeks 24 (1998), Uitgeverij Verloren, 1998. De dagboeken van de zendeling P. Jansz zijn uitgegeven door A.G. Hoekema (ed.), Tot heil van Java's arme bevolking. Een keuze uit het dagboek [1851-1860] van Pieter Jansz, doopsgezind zendeling in Jepara, Midden-Java, Hilversum, Uitgeverij Verloren, 1997.
Informatie over de inhoud van het archief
Naast archiefmateriaal van de vereniging en de zendingsraad is in het archief ook administratie aanwezig van het Europäisches Mennonitisches Evangelisationskomitee (EMEK), aangezien vanaf 1952 de administratie van de zendingsactiviteiten werden uitgevoerd onder leiding van de EMEK en het voorzitterschap van dit Europese samenwerkingsorgaan rouleerde.
In het archief is opgenomen een cd-r met digitale documenten van het secretariaat uit de periode 1996-2007. De meeste van deze bestanden zijn in papieren vorm ook in het archief opgenomen, maar dit is vanwege het grote aantal niet aangegeven. De digitale documenten zijn geordend en opgenomen in het E-depot van het Stadsarchief.
In het archiefbestand zijn ca. 5000 items aan beeldmateriaal en enig geluidmateriaal aangetroffen, met name beeldmateriaal van zendelingen en zendingsposten in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea, en van recente projecten in Afrika. Dit materiaal is geordend op onderwerp en is in de inventaris terug te vinden in de betreffende rubrieken. Veel beeldmateriaal zal nog nader ontsloten moeten worden.
In het archief werden aangetroffen stukken van de afdeling Amsterdam van de vereniging, van de Doopsgezinde Vrouwenhulpverenigingen, van de zendelingenfamilie Jansz, van zendeling Thomas Doyer (1823-1861), en een collectie glasplaten en glasnegatieven afkomstig van predikant J.M. Leendertz (1885-1970). Deze stukken zijn in de inventaris opgenomen als gedeponeerde archieven. N.B. In 2011 zijn de archieven van de Doopsgezinde Vrouwenhulpverenigingen (inventarisnummers 828 t/m 835) ondergebracht in een eigen archief, zie toegangsnummer 30610.
Verantwoording van inventarisatie
In 1963 en 1965 werd het archief van de vereniging in gedeelten overgebracht naar en in bruikleen gegeven aan de Gemeentelijke Archiefdienst te Amsterdam. De meeste stukken tot 1957 zijn geïnventariseerd door Th. E. Jensma in 1965, (voorlopige nummers 1-308, hoogstwaarschijnlijk inclusief voorlopig inv.nrs. 309-412). De stukken van en betreffende zendeling Pieter Jansz. te Japara zijn een aanwinst uit 1978. Er zijn aanwinsten overgebracht in 1981 en 2008. Deze aanwinsten betreffen voornamelijk archiefstukken van de Doopsgezinde Zendingsraad en De Doopsgezinde Zending. Deze bestanden zijn in 2008-2009 geïnventariseerd door M. Gravendeel. Bij deze gelegenheid is ook het oudere, al bewerkte archiefbestand opnieuw geïnventariseerd. Hierbij zijn boekwerken die geen direct verband hielden met de archiefvormer uit het archief verwijderd. Drie ontbrekende inventarisnummers worden als verloren beschouwd en zijn niet meer in de archiefinventaris opgenomen. Het archiefmateriaal van de vereniging en de stichting is niet gescheiden, aangezien direct na oprichting de zendingsraad (bestuur van de stichting) fungeerde als uitvoerend orgaan voor de vereniging. Daardoor zijn in het archief nauwelijks sporen te vinden van gescheiden archivering. De naam van de archiefvormer wordt in de archiefbeschrijvingen alleen vermeld in gevallen waar dit noodzakelijk wordt geacht om verwarring te voorkomen. In de regel zijn de archiefstukken van vóór 5 september 1957 van de vereniging; de stukken van ná 5 september 1957 van de zendingsraad, en sinds de statutenwijziging van 1996 van De Doopsgezinde Zending. Omvang van het archief is 30 meter.