Handleiding
Vragen over het zoeksysteem
Welke gegevens kan ik vinden?
In dit zoeksysteem kunt u gegevens vinden over overledenen die tussen 1894 en 2005 zijn begraven (of herbegraven) of gecremeerd op De Nieuwe Ooster. U vindt altijd de voor- en achternaam van de overledene. Verder kunt u de leeftijd, geboortedatum, plaats van geboorte, datum en plaats van overlijden, datum van begrafenis of crematie, grafnummer of asbestemming vinden. Maar deze gegevens zijn lang niet altijd allemaal aanwezig.
Waar komen de gegevens vandaan?
De gegevens komen uit twee bronnen: de 'Overledenenkaartjes' en 'Cibis'. Van 1955 tot 1992 hield De Nieuwe Ooster het begraafregister bij in een kaartsysteem, de ‘Overledenenkaartjes’ genoemd. Deze Overledenenkaartjes maken deel uit van het archief van De Nieuwe Ooster (toegangsnummer
483.A).
Als u wilt weten hoe een Overledenenkaartje er uit ziet kunt een
voorbeeld bekijken.
Sinds 1990 houdt De Nieuwe Ooster een digitaal begraafregister bij. Bij de omzetting in 1990 is informatie uit de oude systemen overgenomen in het digitale register. Uit dit digitale register, Cibis genaamd, heeft februari 2006 een eerste archiefoverdracht plaats gevonden (toegangsnummer
30175).
Zijn in deze index gegevens te vinden van ALLE mensen die begraven of gecremeerd zijn op De Nieuwe Ooster tussen 1894 en 2005?
In sommige gevallen worden op verzoek van nabestaanden gegevens niet vrijgegeven voor opname in deze index.
Er zijn uit de periode 1955-1992 drie series Overledenenkaartjes bewaard, maar één serie loopt van de letter M tot de letter Z. Het is dus mogelijk dat de kaartjes A tot en met N ontbreken van deze serie. Mocht u vermoeden dat een overledene wél op de Nieuwe Ooster is begraven, maar u vindt de naam niet in dit bestand, dan kan het zijn dat u de naam wel kunt traceren in de serie Verloven tot begraven, die u kunt raadplegen via de archiefinventaris (toegangsnummer 483.A). Verder is de kans groot dat overledenen waarvan de graven voor 1995 zijn geruimd niet in de index voorkomen.
Hoe komt het dat een vermelding soms twee maal voorkomt?
De gegevens komen uit twee bronnen en zijn deels overlappend. Waren de gegevens geheel identiek, dan is dat geautomatiseerd ontdubbeld. Maar was er een verschil in spelling tussen de gegevens afkomstig uit de twee bronnen, dan komt de naam twee maal voor.
Wat is de beste zoekstrategie?
Omdat het om vrij weinig gegevens (betreffende ca. 130.000 overledenen) gaat zal de opbrengst van een zoekactie niet gauw te groot zijn om door te nemen. Dat betekent dat u het beste alleen de achternaam in kan vullen, eventueel met wildcards. U kunt * en ? gebruiken. * staat voor één of meer letters; ? staat voor één letter.
Kan ik zoeken op namen met diakritische tekens?
Ja, maar de diakritische tekens zijn niet altijd goed ingevuld in de database en de presentatie er van in de opbrengst is daarom niet altijd in orde. Komt er een diakritisch teken voor in de naam waar u naar zoekt, zoek dan altijd ook met een * wildcard op de plaats van de letter met het diakritische teken.
Vind ik weduwen en getrouwde vrouwen op hun meisjesnaam of op naam van hun echtgenoot?
Op de Overledenenkaartjes is de meisjesnaam van een vrouw altijd aangegeven, soms staat er ook de naam van de, al dan niet eerder overleden, echtgenoot bij. Het komt niet voor dat op de kaartjes ALLEEN de naam van de echtgenoot staat. U kunt vrouwen dus altijd vinden op hun meisjesnaam en, als ze overleden zijn na een huwelijk, ook op naam van de echtgenoot.
Vragen over het begraafregister
Wat is een begraafregister?
Artikel 27 van de Wet op de Lijkbezorging verplicht een begraafplaats een register bij te houden:
“De houder van een begraafplaats houdt een register van alle daar begraven lijken, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven zijn”.
De huidige Wet op de Lijkbezorging dateert uit 1991. De daaraan voorafgaande Wet op de Lijkbezorging in Nederland dateerde uit 1869 en verplichtte eveneens tot het bijhouden van een begraafregister.
Is er ook een crematieregister?
Artikel 50 van dezelfde wet verplicht de houder van een crematorium ook tot het bijhouden van een register van verbrande lijken en van de bestemming die aan de as is gegeven.
Heeft De Nieuwe Ooster een begraafregister en een crematieregister?
De Nieuwe Oosterbegraafplaats is geopend in 1894 en vanaf die tijd is het begraafregister bijgehouden. In de periode 1894 tot 1935 werd het register bijgehouden in dikke boeken. Vanaf 1990 is het grafregister digitaal bijgehouden in een systeem genaamd ‘Anoebis’. Dit systeem is in 2001 vervangen door het systeem ‘Cibis’. De gegevens betreffende de grafregistratie uit Anoebis zijn geconverteerd naar Cibis. In maart 1994 is de begraafplaats uitgebreid met een crematorium. Het register van de crematie maakt deel uit van de digitale grafregistratie.
Wat zijn Verloven tot begraven of cremeren?
De houder van de begraafplaats mag niet overgaan tot begraven of cremeren als er geen ‘verlof tot begraven of cremeren’ is overlegd. (wet op de lijkbezorging, art. 11) Verloven tot begraven of cremeren zijn documenten die worden afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand op basis van de verklaring van het overlijden van de behandelende arts of van de gemeentelijke lijkschouwer. In de praktijk wordt het verlof tot begraven (of cremeren) meestal aangevraagd door de begrafenisondernemer, tegelijk met de overlijdensakte. Deze overhandigt het verlof aan de beheerder van de begraafplaats zodat die kan aantonen rechtmatig te hebben gehandeld.
De verloven tot begraven uit de periode 1935 – 1982 maken deel uit van het archief met toegangsnummer 483.A. Dit archief is geïnventariseerd. Van 1935 tot 1955 zijn de verloven alfabetisch geordend (inv.nr. 1-213) en van 1955 tot 1982 chronologisch (inv.nr. 214-549).
Geeft een Verlof tot begraven meer informatie dan een Overledenenkaartje?
Ja, het Verlof tot begraven geeft dezelfde gegevens als een Overledenenkaartje, én nog een paar andere gegevens: op het Verlof tot begraven staan ook het tijdstip van overlijden en het tijdstip van begraven, het kistplaatnummer als het om een begrafenis gaat en het crematienummer bij een crematie. Elke kist die wordt begraven krijgt een koperen plaatje mee met een identificatienummer zodat, als het graf geopend wordt, altijd gecontroleerd kan worden wie begraven was. In het geval van crematie gaat er een vuurvaste steen mee waarop het identificatienummer staat. Die steen gaat samen met de kist de oven in en daarna met de asresten mee in de urn.
Bekijk het voorbeeld voor een vergelijking tussen het Overledenenkaartje en het Verlof tot begraven
Vragen over Begraafplaats en Crematorium De Nieuwe Ooster
Waar ligt De Nieuwe Ooster?
De Nieuwe Ooster ligt in het stadsdeel Oost/Watergraafsmeer. Het adres is Kruislaan 126. Gegevens over openingstijden vindt u op de website:
www.denieuweooster.nl
Kan ik het graf van een overledene terugvinden?
Om het graf van een overledene terug te vinden heeft u twee nummers nodig: het nummer van het grafvak en het nummer van het graf. De nummering van de grafvakken vindt u op een
plattegrond van de begraafplaats PDF (825,08 Kb). De nummers van de graven ziet u linksonder op de graven als u op de begraafplaats bent. In het
voorbeeld ziet u hoe met de gegevens van het Overledenenkaartje een graf gevonden kan worden op de begraafplaats. Let op: graven kunnen zijn geruimd.
Het grafnummer dat u in dit zoeksysteem vindt kan nog meer gegevens bevatten dan deze twee nummers. Die gegevens hebben betrekking op:
- Klasse (er waren 5 klassen, waarvan 5 de goedkoopste is)
- Regel (aangeduid met een letter bedoeld voor plaatsbepaling binnen het vak)
- Diepte (in principe 3 dieptes, soms 5)
- Grootte (maat van de kist, 1/1 = standaardkist, 1/1+ = extra groot, 1/2 = kinderkist)
Wat betekenen de letters bij het grafnummer?
Alg. staat voor Algemeen. Algemene graven zijn graven waarbij slechts de minimale wettelijke rusttermijn van, momenteel, 10 jaar in acht wordt genomen. Deze termijn van 10 jaar kan niet worden verlengd. Wel bestaat de mogelijkheid dat na het verstrijken van de wettelijke rusttermijn de stoffelijke resten worden herbegraven in een Eigen graf. In algemene graven worden drie, en tegenwoordig soms vijf, overledenen begraven. Bij algemene graven bepaalt de beheerder van de begraafplaats wie in welk graf begraven mag worden. Bij eigen graven bepaalt de rechthebbende wie er in begraven wordt. De rechthebbende bepaalt (binnen bepaalde regels) ook het uiterlijk van het graf en de periode waarover het graf wordt uitgegeven. Eigen graven worden voor minimaal 20 en maximaal 50 jaar uitgegeven en kunnen daarna steeds met 10 jaar worden verlengd.
Bij de algemene graven zijn de vakken met de nummers 55, 56 en 65 onderverdeeld in subvakken die een letter hebben gekregen. Een graf kan hier genummerd zijn: 55-5-C010. Dat betekent grafvak 55, klasse 5, deel C, grafnummer 10. Ook niet meer gebruikte algemene vakken werden soms zo genummerd en sommige urnenvakken gebruiken ook letters op een vergelijkbare manier.
Verder zijn er nog graven op de vakken die hetzelfde nummer hebben en daarom de toevoeging A,B,C,D,E,F enz hebben gekregen. Deze letters zitten altijd vast aan het grafnummer, bijvoorbeeld 06-2-0236D. Dat betekent vak 6, klasse 2, grafnummer 236D (ligt tussen 236C en 236E)
De letters AA of AAB geven aan hoe groot het graf is. Deze aanduidingen staan aan het eind van het grafnummer en gescheiden door een streepje. Deze aanduidingen zijn niet van belang bij het terugvinden van het graf.
Waar vind ik meer informatie over De Nieuwe Ooster?
Binnen deze website kunt u meer informatie vinden in de inleiding op de
inventaris van het archief van de begraafplaats. In onze
Beeldbank vindt u meer dan 300 afbeeldingen van de Nieuwe Oosterbegraafplaats. Vanzelfsprekend vindt u alle actuele informatie over de begraafplaats op de website van de begraafplaats:
www.denieuweooster.nl Laatst bijgewerkt op 22 nov 2011