Sterrenlied is geschreven ter herinnering aan Sientje Abram. Sientje Abram werd op 23 februari 1931 in de Amsterdamse Rapenburgerstraat geboren en op 10 september 1942 in Auschwitz vermoord. Guus Luijters, die al jaren werkt aan een boek over alle uit Nederland gedeporteerde en vermoorde Joodse kinderen, heeft op alle mogelijke manieren geprobeerd meer over Sientje Abram te weten te komen. Maar iedereen die haar heeft gekend, is ook vermoord. Sientje zelf weigerde zich bij deze situatie neer te leggen. Op een nacht ging ze een poëtische dialoog aan met de man die haar zo graag een gezicht wilde geven. Het resultaat is een lang gedicht, waarin Guus Luijters en Sientje Abram beurtelings hun stem laten horen.
Sterrenlied poogt Sientje haar identiteit terug te geven. Daarnaast is het een evocatie van een buurt die met inwoners en al van de aardbodem is verdwenen. Het gedicht eindigt met de namen van de 331 vermoorde kinderen uit de Rapenburgerstraat, en een uitgebreid nawoord.
Februari volgend jaar opent in het Stadsarchief een tentoonstelling op basis van het boek van Guus Luijters over de moord op de Joodse kinderen. Op de tentoonstelling zullen de bewaard gebleven foto’s van de kinderen te zien zijn.
Na een optreden van Guus Luijters bij het tv-programma De Wereld Draait Door was de eerste druk van Sterrenlied de volgende dag uitverkocht. De tweede druk is onlangs verschenen.
Het archief van de Sociëteit De Kring is geïnventariseerd.
De Kring wordt in 1922 opgericht. De leden van de sociëteit beoefenen één der schone kunsten of wetenschappen. De sociëteit, vanaf 1930 gevestigd aan het Kleine-Gartmanplantsoen 7-9, is tot ver in de jaren tachtig een vrijplaats waar uiteenlopende kunstenaars zich in hun vrije uren verpozen met drank, discussies en vrijages. Naar buiten toe is de sociëteit apolitiek, maar de leden hangen uiteenlopende politieke stromingen aan. Aanhangers van de fascistische schilder en publicist Erich Wichmann, spionnen voor de Sovjet-Unie, Vrij Nederland-redacteuren en Telegraafverslaggevers, staatssecretarissen en ministers van de Partij van de Arbeid: iedereen kan lid zijn van sociëteit De Kring . Dat wil zeggen: als je bekend genoeg bent, want je moet door drie Kringleden worden voorgesteld en twee andere Kringleden moeten inlichtingen over je geven.
![]() |
Nico Polak, journalist bij Het Vrije Volk. Foto Eddy Posthuma de Boer, uit de serie 'Journalistiek' gemaakt in opdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. 1977 (ca.). Afbeeldingsbestand 010002002062 |
Het archief is een who’s who van Amsterdam’s culturele en politieke sector. De Kring bestaat nog steeds als vereniging, nog steeds gevestigd op het Kleine-Gartmanplantsoen. Het ledental is de laatste jaren fors toegenomen, evenals de oppervlakte van de sociëteit. Onder de leden bevinden zich nu veel mensen met een beroep in de media of in de culturele sector.
Het archief bevat prachtig materiaal over activiteiten van de Kring. Leuk bijvoorbeeld is het manifest van de Bal Masqué Commissie voor het themafeest ‘Eenheid door Democratie’. Aan de achterkant een brief van Winnifred Borsboom aan het Kringbestuur betreffende de abominabele toestand van het damestoilet.
![]() |
Pagina uit een naamsaannemingsregister, Nathan Salomon kiest voor de familienaam Maandag, 1812 |
De eerste huwelijken voor de Burgerlijke Stand vonden in Amsterdam plaats op 24 maart 1811 nadat de paren drie weken eerder, op 3 maart, in ondertrouw waren gegaan. In totaal gaven 20 paren elkaar die dag hun jawoord. De registratie van geboorte en overlijden werden datzelfde jaar op 23 juli ingevoerd.
Invoering van een wettelijk verplichte registratie van geboorte, huwelijk en overlijden klinkt misschien eenvoudig, maar had heel wat voeten in de aarde. Simpelweg omdat je voor registratie moet beschikken over een achternaam. En die naam houd je de rest van je leven, en je ouders, broers en zussen horen dezelfde achternaam te dragen. Dat een succesvolle invoering van de Burgerlijke Stand niet zou lukken zonder die achternamen werd snel begrepen. Vandaar dat het vanaf november 1811 verplicht werd voor mensen zonder achternaam om een achternaam te kiezen en die te laten registreren. Maar ook dat had nog heel wat voeten in de aarde. Broers uit één gezin kozen verschillende achternamen, namen worden verkeerd geregistreerd, dubbel geregistreerd of gewoonweg weer vergeten. Een voorbeeld: zoon kiest achternaam ‘Boedels’, vader van deze zoon wil liever achternaam ‘Domheer’, maar wordt verkeerd verstaan en geregistreerd als ‘Domoor’ waarna vader besluit dan ook maar te kiezen voor ‘Poedels’.
Sinds dit schooljaar kunnen scholieren uit het middelbaar onderwijs terecht bij het Stadsarchief voor een maatschappelijke stage. Bij deze stage werkt het Stadsarchief samen met verschillende verzorgingstehuizen en scholen. De resultaten zijn te zien op de website www.fotorally.eu.
De prijzen variëren van € 40 voor een likeurglaasje tot € 200 voor een schaal.

Onze blauwe Amsterdamse archiefdozen zijn een begrip. Ontwikkeld toen we nog het Gemeentearchief waren, geproduceerd door Jansen-Wijsmuller & Beuns.
Deze zuurvrije dozen zijn in vier verschillende maten te koop bij onze Repro, in de centrale hal van gebouw De Bazel. Ideaal wanneer u uw waardevolle documenten voor lange tijd veilig wilt kunnen bewaren.
| Archiefdoos 169 | 2,50 | 385x260x114 mm |
| Archiefdoos 186 | 2,50 | 354x228x80 mm |
| Prentendoos 193 K | 4,50 | 185x135x40 mm |
| Prentendoos 194 M | 6,00 | 605x430x60 mm |
| Zuurvrije omslag | 0,50 | Gevouwen |
| X Map | 10,00 | 1203x872x10 mm |
| Archiefdoos 191 | 2,70 | 185x135x40 mm |
Tienduizenden Amsterdammers, maar ook inwoners van de Zaanstreek en Utrecht protesteerden op 25 en 26 februari 1941 tegen het antisemitisch geweld van de nazi’s. Het was de eerste en enige massale proteststaking tegen de Jodenvervolging in bezet Europa. Al in 1946 werd Amsterdam door koningin Wilhelmina beloond om zijn moed met de wapenspreuk Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig. Sindsdien herdenken we de Februaristaking ieder jaar met een tocht naar de Dokwerker van Mari Andriessen. Dit jaar voor de 70ste keer.
Waarom die twee februaridagen? Waarom duurde het niet langer en bleef het bij dit ene protest? Hoe konden de Duitsers zo verrast zijn en waarom sloegen ze zo ongemeen hard terug? Antwoord op deze vragen is volop voorhanden. Al in 1954 verscheen een eerste uitgebreide studie naar de Februaristaking verricht door Ben Sijes. Vele boeken en artikelen over de Februaristaking zouden volgen. Dit jaar wordt het verhaal van de staking ook op toneel gebracht: STAAKT!
En er zijn vele duizenden archiefstukken. De kale weergave van feiten in de toon van een ambtelijk rapport spreekt boekdelen. Verwarring klinkt door in de anders zo ferme toon van politierapporten. In de uitgebreide informatie over de stakers, die dezelfde dag nog werd opgeëist, zien we enerzijds werkgevers die hun personeel beschermen door de deelname aan de staking wat te bagatelliseren, maar anderzijds ook werkgevers die gebruik maken van de situatie om lastige medewerkers een hak te zetten. Al deze teksten in hun ambtelijke context, geschreven toen nog niemand kon weten wat er allemaal nog meer te wachten stond, geven een beklemmend beeld van de realiteit van de februaridagen van 1941.
![]() |
Meldingsrapport van de politie over ingegooide ruiten |
De steeds grimmiger wordende sfeer van de dagen voorafgaand aan de Staking spreekt uit de melding van incidenten rond de verplichte weigering van joden, uit steeds meer ingegooide ruiten- en uit de vechtpartijen tussen WA’ers en joodse knokploegen.
![]() |
Verklaring over het gooien van handgranaat naar kinderen |
In een gedetailleerd rapport van incidenten tijdens de stakingsdagen is te lezen hoe gericht wordt geschoten op een vrouw in een stille straat en hoe er met handgranaten wordt gegooid naar een groepje kinderen. Dit illustreert het keihard optreden van de bezetter. Er vielen 9 doden en meer dan 40 zwaargewonden.
In het archief van Bureau Arbeidszaken zijn alle rapporten te vinden van het onderzoek naar de staking onder ambtenaren. Duidelijk is hoe minutieus de Duitsers geïnformeerd wensten te worden over de stakers. Wie deden mee en wat voor rol speelde een ieder? Stakers kregen minimaal een strafkorting op het salaris en de ‘opruiers’ werden ontslagen. Uit de lijsten in dit archief blijkt dat ruim 4400 Amsterdamse ambtenaren mee deden aan de staking.
Blader door de archieven van Politie en Arbeidszaken en ervaar de sfeer van februari 1941 en kom zondag 20 februari naar het Canongesprek met David Barnouw, onderzoeker en voorlichter van het NIOD en auteur van menig boek over de Tweede Wereldoorlog.
Bekijk ook: Februaristaking in de Amsterdamse Schatten
![]() |
Portret Maria Austria, 1948, Paul Huf/MAI |
Om alvast in de stemming te komen willen we één fotografe alvast introduceren: Maria Austria: de naamgeefster van het MAI.
Maria Austria (pseudoniem voor Maria Oestreicher) werd in 1915 geboren in Karlsbad, het huidige Karlovy Vary in Tsjechië. Ze kreeg haar opleiding op de Wiener Graphische Anstalt en vestigde zich in 1937 als exil fotografe in Amsterdam.
![]() |
Ophangen van feestverlichting op het Leidseplein, 1956, Maria Austria/MAI |
Na de oorlog fotografeerde zij herrijzend Nederland in documentaire fotoreeksen. Dat deed zij met haar collega´s Henk Jonker, Aart Klein en Wim Zilver Rupe onder de noemer Particam Pictures. In 1956 stapte Aart Klein uit de samenwerking. Maria Austria en Henk Jonker, met wie zij in 1953 trouwde, fotografeerden vanaf het eind van de jaren 40 alle producties van het Holland Festival, alle uitvoeringen van de Nederlandse Opera en heel veel balletuitvoeringen. Nadat Henk Jonker vrouw en vaderland in 1968 verliet, zette Maria Austria het werk alleen voort. Het omvangrijke Maria Austria/Particam archief vormt de basis van het naar haar genoemde instituut.
![]() |
Centraal Station, 1956, Particam Pictures/MAI |
In de Beeldbank staan honderden foto’s van Maria Austria en Particam: veel mooie straatbeelden met kinderen, publiek bij Circus Strassburger, het Nationale Ballet, tentoonstellingen in het Stedelijk Museum en Rijksmuseum en vele portretten van acteurs en musici.
Naast de tentoonstelling zal er ook een publicatie verschijnen:
WAT ZIE IK? Amsterdam, stad van foto´s, 35 jaar MAI,
Door uitgeverij Voetnoot, inleiding door Jessica Voeten, nawoord door Titus Yocarini.
De tentoonstelling is te zien vanaf 18 maart t/m 5 juni 2011.
Ook dit jaar zijn de fotografen Doriann Kransberg, Janus van Eijnden en Ton van Rijn er weer op uit getrokken om het gebied rond het IJ vast te leggen op camera. Er wordt nog steeds veel gesloopt aan de noordoevers: gebouwen op het voormalige Shell-terrein en het terrein van de Klaprozenweg. Ook voor het voormalige Stationspostkantoor, dat nog een aantal jaren met succes door het Stedelijk Museum is gebruikt, zijn de sloopwerkzaamheden begonnen.
![]() |
Eye Film Instituut Nederland aan de IJpromenade in aanbouw, Doriann Kransberg |
Maar gelukkig wordt er ook gebouwd, mooie beelden van het Eye Film Instituut Nederland aan de IJpromenade naast de Overhoeks toren. Hiernaast staan er ook nieuwe appartementengebouwen in de steigers, waaronder De Europa en De Zeven Provinciën.
![]() |
Tallship Dar Mlodziezy in de IJhaven tijdens Sail Amsterdam, met op de achtergrond de Javakade, Janus van den Eijnden. |
Van 19 tot en met 23 augustus vond de 8e editie van SAIL plaats, er zijn vogelvluchten gemaakt van het IJ met alle bootjes en het in massaal toegestroomde publiek.
![]() |
Tentoonstelling ''Beeld Hal Werk'' in de Kromhouthal op Bedrijfsterrein De Overkant, Doriann Kransberg. |
Een ander evenement was de tentoonstelling “Beeld Hal Werk” in de Kromhouthal op bedrijfsterrein De Overkant. Een drietal kunstenaars en een kunsthistoricus wisten een van de verlaten hallen van Stork-Noord te bemachtigen voor de grootste beeldende kunsttentoonstelling die de hoofdstad sinds jaren heeft gekend. Doriann maakte een mooie fotoreportage van deze indrukwekkende verzameling beeldhouwwerken.
![]() |
Fragment ondertrouwregister van de Oude Kerk met ondertrouw van Rembrandt en Saskia op 10 juni 1634 |
Elke week worden 300 ondertrouw-klappers uit het Informatiecentrum gehaald om buiten de deur gedigitaliseerd te worden. Die klappers worden na twee weken weer teruggeplaatst. Er zijn dus permanent 600 klappers niet beschikbaar voor het publiek.
Het digitaliseren van de ondertrouwregisters en de bijbehorende klappers zal tot eind juni duren. Het is de bedoeling dat in de tweede helft van 2011 de ondertrouwregisters met index op de website beschikbaar komt.
De ondertrouwregisters zijn de onmisbare schakel bij onderzoek naar personen tussen 1578 en 1811. In de registers worden naast de ondertrouwdatum de namen van bruidegom en bruid, hun geboorteplaatsen, leeftijd, adres en de naam van een getuige (vaak een familielid) vermeld. Daarom geven de ondertrouwregisters als enige bron binnen de serie DTB, door de vermelding van de geboorteplaats, zekerheid om verder te kunnen zoeken in Amsterdam of in een andere plaats. De serie ondertrouwregisters bevat geen hiaten. In de trouwregisters worden naast een trouwdatum alleen de namen van bruidegom en bruid genoemd. De trouwregisters zijn daarom niet geïndiceerd en zullen ook niet worden gedigitaliseerd.
In de laatste fase van dit project worden ook de trouwregisters van de Oude Kerk (1565-1578), de extra-ordinaris intekeningsregisters (1578-1636) en de huwelijksdispensaties (1621-1630) meegenomen in de digitalisering van de ondertrouwregisters en –klappers.
In februari verschijnt het boek Wij gingen onze eigen weg over revolutionaire socialisten in Nederland tussen 1930 en 1950 van Ron Blom (medewerker van het Stadsarchief) en onderzoeker Bart van der Steen. In het boek komen vier revolutionair-socialisten aan het woord die tijdens de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw actief waren. Ze voeren tegen de stroom in en streden voor een democratisch en revolutionair socialisme.
Het boek gaat niet alleen over politiek, ook het persoonlijk leven van deze revolutionairen komt aan bod. Het resultaat is een collectie van fascinerende en soms aangrijpende fragmenten uit de levens van Fokke Bosman, Andries Dolleman, Henri Engelschman (broer van COC oprichter Nico) en Joop Flameling. Hun levensbeschrijvingen schetsen een levendig beeld van de radicale arbeidersbeweging voor, tijdens en na de oorlog. Belangrijke momenten daarbinnen zijn de antifascistische activiteiten in de Amsterdamse Stadionbuurt en natuurlijk de organisatie van de Februaristaking in de Fokkerfabriek in Amsterdam Noord en bij de Bijenkorf.
Fragment Joop Flameling over de Februaristaking:
Het boek is uitgeven door Eburon en is te koop bij de stadsboekhandel.
Geïnspireerd door onze collega’s in Washington en hun facebookpagina willen we graag een stap verder gaan met onze maatregelen en u betrekken bij ons onderzoek naar gestolen stukken. Daarom heeft het Stadsarchief besloten een lijst van vermiste stukken samen te stellen en met enige regelmaat uw aandacht te vragen voor stukken genoemd op de lijst.
Maar voordat we de lijst online zetten willen we u vertellen wat er komt kijken bij het samenstellen en controleren van zo’n lijst. Want niet bij iedere vermissing is sprake van diefstal. En ‘gewone’ vermissingen komen regelmatig voor. Dan is er sprake van een logistieke fout (stuk op de verkeerde plaats in depot) of van een administratieve fout (fout in de gegevens in het beheersysteem).
Per jaar worden gemiddeld 25.000 inventarisnummers ingezien op de studiezaal en worden circa 10.000 inventarisnummers naar het scanbedrijf vervoerd. Wordt bij het retourplaatsen van deze stukken 0,1 % niet op de juiste plaats teruggezet, dan zijn er 35 documenten vermist. Een vergelijkbare foutmarge bij het intypen van gegevens in de beheerssystemen kan dit aantal gemakkelijk verdubbelen of verveelvoudigen. Dus vermissing is niet altijd diefstal.
En verdwenen stukken die terugkeren naar het archief zijn niet per definitie eerst gestolen. In het verleden waren de regels over het gebruik van stukken veel minder strikt. Voordat scans en kopietjes bestonden kregen onderzoekers wel originele documenten mee naar huis om ‘s avonds verder te kunnen werken. Zo kregen we, enige tijd geleden, uit de nalatenschap van een onderzoeker een aantal documenten retour die thuis waren blijven liggen. Gelukkig bracht een zorgvuldige erfgenaam dit ‘bruikleen’ retour.
Kortom: vermissing is niet altijd diefstal en verdwenen stukken zijn niet altijd gestolen. Tegelijkertijd is een lijst met vermissingen nooit compleet, maar staan er ook stukken op die niet gestolen zijn. We controleren de lijst nog een laatste maal voordat hij online komt en in volgende nieuwsbrieven bespreken we de lotgevallen van stukken op de lijst. We hopen van harte dat we mede dankzij uw hulp straks ook de eerste retourmeldingen kunnen melden.
In het archief zijn allerlei verslagen van de bijeenkomsten en kampen te lezen. Van het determineren van bladeren (waarbij zelfs een aantal blaadjes in het archief terecht zijn gekomen tot een spannende opdracht om een fictieve schat uit handen van een boevenbende te houden.
Er zijn verschillende soms melige verslagen te lezen van kampen buiten de stad zoals een kamp in Vledder in 1960: ‘Hier in Vledder en in Vledderveld is het hele dorp in oproer gekomen. Nee, menschen, het is niet wat u denkt. Het is geen staatsgreep. Het is ook geen oorlog met de Russen (…). Het is alleen maar de Frankendaelgroep 70, die hier één week is komen kamperen.’ Aan het verslag werden allerlei mopjes en grapjes en verzonnen advertenties toegevoegd.
In de jaren vijftig ontstond er onenigheid of het padvinderswerk wel de goede manier is om de gereformeerde jeugd te vormen. Dit leidde in 1952 tot een korte schorsing en in de jaren zestig tot het definitief verlaten van de Gereformeerde Jeugd Centrale. De vereniging werd christelijk in plaats van gereformeerd. In 1994 werd de naam officieel gewijzigd in ‘Scouting Frankendael’.
Lees het handgeschreven verslag met foto's over de beginjaren en blader door stukken over kampen en bijeenkomsten van 1946 tot 1983
Meer informatie in de inleiding bij het archief en op de website van Scouting Frankendael.
Eerder droeg ook Scouting Gijsbrecht van Aemstel al een deel van zijn archief over aan het Stadsarchief. De inventaris daarvan is eveneens online
![]() |
Titelblad van een huwelijksgedicht |
![]() |
Roeien door de straten tijdens de watersnood in Tuindorp Oostzaan. Afbeeldingsbestand: 5293FO006928 |
De slachtoffers kregen van alle kanten hulp aangeboden. Zo bood niet zonder humor en heel praktisch voor de dames! - kapsalon Trudy uit de Hudsonstraat in West twintig watergolf-behandelingen aan. Dat blijkt uit een bedankbriefje aan de kapsalon in het archief van de Sociale Dienst . Die dienst speelde een belangrijk rol bij de hulpverlening en wikkelde na afloop alle schadeclaims af van particulieren en bedrijven. Een omvangrijk bestand aan schadedossiers getuigt daarvan. Die dossiers zijn raadpleegbaar op de studiezaal. Helaas is er (nog) geen index op dit archiefbestand, waardoor u voor het zoeken in de dossiers wel even tijd uit moet trekken.
![]() |
Bedankbriefje aan kapsalon Trudy |
De archieven van de Sociale Dienst en rechtsvoorgangers zoals het Burgerlijk Armbestuur, horen tot de meest bijzondere archieven van het Stadsarchief. Naast beleidsarchieven, zijn in Amsterdam, in vergelijking met andere steden, heel veel steundossiers bewaard gebleven. Omdat de dossiers vaak veel detailinformatie bevatten, vormen ze een rijke bron voor sociaal historisch onderzoek. En, mocht er een dossier zijn van één van uw voorvaderen, dan treft u vermoedelijk nergens een uitgebreider schets van het leven van deze voorouder. Lang niet alle dossiers zijn openbaar, maar zijn de betrokkenen overleden, dan is inzage van het dossier toegestaan.
![]() |
Stand van de Vereeniging op de damesbeurs in de RAI, 1932 |
Eén van de eerste oprichtsters was Anna Reynvaan, zij wist een groep jonge, ongetrouwde vrouwen te inspireren deze vereniging in Amsterdam op te richten. Het begin was zeker niet makkelijk, in die tijd werden de gasthuizen als zeer ongepast werkterrein beschouwd voor de jonge vrouwen. Eenmaal per week werden de patiënten in zeven verschillende ziekenhuizen van bloemen en vruchten voorzien. De Amsterdammers hielpen mee, zo zonden zij wekelijks verse bloemen vanaf hun buitenplaatsen. Maar de lange en eentonige dagen van de patiënten zorgden ook voor behoefte aan lectuur. Daarom werd het publiek verzocht om hun gelezen kranten en tijdschriften te deponeren in bussen, die voor dit doel op verschillende plekken in Amsterdam werden geplaatst. Door de vereniging werden ook andere activiteiten georganiseerd, zoals muziek maken, zingen en voorlezen, met kinderen werd geknutseld en gespeeld. Onder de leden behoorden veel tot welgestelde en invloedrijke Amsterdamse families als Van Eeghen, Den Tex, Van Hoorn en Pierson.
De vereniging is in 2009 opgeheven en het archief met onder andere jaarverslagen, correspondentie, krantenartikelen en foto’s is overgedragen aan het Stadsarchief Amsterdam.
![]() |
De werkschuit, ANP. 010003028881 |
In 1950 leidt een tentoonstelling van kindertekeningen in het Stedelijk Museum tot veel ophef. De kindertekeningen zijn op een grote vuilnishoop bijeengeveegd als voorbeeld van ‘verkeerde kopieertekeningen’. De samenstellers van de tentoonstelling zijn medewerkers van De Werkschuit. Het archief van De Werkschuit is geïnventariseerd en in de Archiefbank te raadplegen.
De stichting De Werkschuit was eerder dat jaar opgericht door een aantal kunstenaars en pedagogen die van mening waren dat het schools aanleren van vaardigheden tot culturele armoede leidde. Kinderen moesten al werkend vertrouwd raken met vormende elementen en niet eerst alle mogelijke voorbereidende oefeningen doen, want dan bleek spontane uiting volgens de oprichters van de Werkschuit niet meer mogelijk. Het onderwijs moest vertrouwen in de natuurlijke groei van kinderen bij het experimenteren met materialen en technieken die aansloten bij hun belangstelling. Om het persoonlijk scheppingsvermogen van kinderen te stimuleren werd een woonschoolschip naar Amsterdam versleept dat bij de Magere Brug aanlegde. Het woonschoolschip moest een studiecentrum worden voor de Werkgemeenschap voor Vernieuwing van Opvoeding en Onderwijs. Op de Werkschuit kregen kinderen onder begeleiding van kunstenaars cursussen aangeboden in tekenen, boetseren, muziek en spel. Tevens werden cursussen georganiseerd voor onderwijzers en anderen die kinderen opvoeden.
![]() |
Mensen dieren bomen stad' 12-15 jr. bundel gedrukt in offset en zeefdruk, 1965. Bekijk dit boekje in de Archiefbank |
Naast verf en klei stond ook taal in de belangstelling van De Werkschuit. Creatief Taakgebruik behelsde het vrij gebruik van woorden, maken van teksten en aandacht voor het gesproken woord. In 1976 werd de Taal- en Drukwerkplaats geopend in twee ‘gekraakte’ lokalen in een leegstaand schoolgebouw. Het ‘Taaldrukken’ moest ‘functioneel analfabetisme’ tegengaan, dat wil zeggen dat mensen wel kunnen lezen en schrijven, maar zelden zelf het woord nemen. Het Taaldrukken moest ieder mens een stem geven. De Werkschuit is in 1988 opgegaan in de Stichting Kunstzinnige Vorming Amsterdam, vanaf 1990 stichting Kunstweb.
Na de overbrenging van het archief van de Taaldrukwerkplaats naar het Stadsarchief in 2008 en van het fotoarchief van Frederice van Faassen-Kalmijn en een deel van het archief van de stichting Kunstweb in 2009, werd een aanvang gemaakt met de inventarisatie van het archief van De Werkschuit. Het archief bevat vele tekeningen, in eigen beheer gedrukte posters en handgeschreven teksten van kinderen en volwassen deelnemers aan de vele cursussen en werkbijeenkomsten. Tevens bevat het de archieven van schuitleidster Brecht van de Muijzenberg (1951-1962) en de rechtsopvolgers van de Werkschuit, de Stichting Kunstzinnige Vorming Amsterdam en de stichting Kunstweb (1990-2005). Het archief geeft een uitvoerig beeld van de visie van De Werkschuit op de creatieve ontwikkeling van kinderen en van de begeleiding van kinderen in kunstzinnige vakken in het basis- en speciaal onderwijs. Het archief werd geïnventariseerd door een oud-medewerker van De Werkschuit, Henk van Faassen.
De stichting Mi Oso Es Mi Kas werd in 1986 opgericht door een groep vrouwen, meiden en jonge moeders onder leiding van de bekende Bijlmer persoonlijkheid Elfriede Sinester. De meisjes waren ontevreden met het bestaande jongerencentrum: de jongens en doorgaans mannelijke leiding bepaalden de sfeer en de meisjes kwamen niet tot hun recht.
Doel van Mi Oso was het instandhouden van een centrum in Amsterdam Zuid-Oost voor Surinaamse en Antilliaanse meisjes en vrouwen in de leeftijd van 12 tot en met 23 jaar; het bevorderen van de onderlinge contacten en het geven van steun, hulp, leiding en begeleiding. Het centrum bood een thuis voor meiden en jonge moeders die er terecht konden voor recreatie, ontmoeting en informatie. Tijdens het inloopspreekuur kregen de meiden professionele hulp en ondersteuning bijvoorbeeld op het gebied van zwangerschap, abortus en opvoedings- en relatieproblemen. Ook werd er gewerkt aan hun persoonlijke ontwikkeling op het gebied van opleiding en werk, bijvoorbeeld door het verzorgen van cursussen.
De stichting verzorgde tevens radio-uitzendingen. In 1990 werd het eerste Meidenfestival georganiseerd met als thema 'Hallo, wij zijn er ook!' om aandacht te vragen voor meidenwerk, omdat jongerenwerk met name gericht bleek op jongens. Mi Oso Es Mi Kas heeft tot 2005 bestaan.
Een ander opmerkelijke nieuwe aanwinst vormt het kleine archief van de Stichting Hulp aan Marokkaanse Jongeren (SHMJ) over de periode 1984-1999. Jeugdhulpverlener Hans Blomsma begon rond 1975 Marokkaanse jongeren, die problemen hadden, bij te staan. Zijn 'kantoor' was zijn woonhuis in de Govert Flinckstraat. In 1989 werd als gevolg van zijn activiteiten de SHMJ opgericht. Doelstelling was het bijstaan van de Marokkaanse jongeren in brede zin. Het deelnemen aan overlegorganen, onder meer met GVB en politie, maakte deel uit van het werk van de Stichting. In 1994 kreeg de Stichting een eigen pand in de Van Kinsbergenstraat 71. In 1999 werd de Stichting opgeheven.
Dit archiefje van 0,25 meter bevat onder meer notulen, correspondentie, aantekeningen en artikelen betreffende de Stichting. Het materiaal is afkomstig van mevrouw Rie Brouwer (1936). Zij was als maatschappelijk werkster bij de Stichting betrokken.
Met ingang van 1 januari 2011 wordt de nieuwe Stadsarchiefpas ingevoerd. De pas zal een geldigheidsduur krijgen van 5 jaar. Van iedere bezoeker zal aan de (bestaande) persoonlijke gegevens een foto worden gekoppeld in het aanvraagsysteem van de archieven en collecties. De foto wordt niet meer zoals vroeger op de pas aangebracht. Het systeem van dagpassen houdt op te bestaan. Om mogelijke extra drukte op te vangen zal er met een extra bezetting van de Reprobalie worden gewerkt. Het aanvragen van stukken kunt u op de vertrouwde manier blijven doen.