Laatste Nieuws

Voor tentoonstellingen en evenementen zie ons Programma

Leo Smit en Dick Kattenburg, componisten in oorlogstijd

Leo Smit
Onderdeel van de anti-Joodse maatregelen tijdens de bezetting was het verwijderen van Joden uit het culturele leven. Joodse musici mochten alleen nog spelen in Joodse orkesten, en alleen die orkesten mochten werk van Joodse componisten uitvoeren. Na het invoeren van de verplichte ariërverklaring en inschrijving in de Kultuurkamer kwam hier ook een eind aan. Muziek van Joodse componisten was helemaal verboden. Ondanks deze maatregelen lieten de vervolgde componisten zich de muziek niet ontnemen.

Leo Smit studeerde in 1924 cum laude af in compositie aan het Conservatorium van Amsterdam. Hij gaf een tijd les aan dit conservatorium, een aantal van zijn composities ging in première in het Concertgebouw. Tijdens de bezetting ging dit niet meer, maar het componeren ging door. In 1941 werd 12 stukken voor 4 handen nog uitgegeven, en ook daarna componeerde hij ondanks gedwongen verhuizingen door. Ook zag hij kans om les te geven.

Dick Kattenburg
Zijn leerling Dick Kattenburg componeerde ook. Vanwege zijn Joodse afkomst moest hij al vroeg in de oorlog onderduiken. Nadat privéles van Smit te gevaarlijk werd, gingen de lessen per post door.

Hierover schreef Kattenburg:

"Ik verlang naar niets liever om de lessen weer mondeling te hervatten, maar ik vrees dat ik nog geruime tijd me met dit surrogaat (overigens van voortreffelijk gehalte, ’t duurt alleen te lang voordat ik ’t krijg) tevreden zal moeten stellen."

Brief van Dick Kattenburg aan Leo Smit

Naast deze brief zijn partituren van Kattenburg met aanwijzingen die waarschijnlijk door Leo Smit geschreven zijn bewaard gebleven. Kattenburg heeft op een aantal partituren zijn naam onleesbaar gemaakt, op anderen stond een schuilnaam. Leo Smit knipte voor zijn deportatie zijn naam van zijn partituren, en gaf ze in bewaring bij een leerling. Dick Kattenburg en Leo Smit werden vermoord in Duitse vernietigingskampen.

Vanaf 5 juni is in het Stadsarchief Componisten in Oorlogstijd te zien, waarin het werk en leven belicht wordt van 20 Amsterdamse componisten die werden vervolgd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Met de bijbehorende audiotour en concerten kan hun muziek beluisterd worden.

Archief Gemeentepolitie 1957-1993 in Archiefbank

De sollicitatiebrief van Appie Baantjer, een verboden kunstwerk in het Stedelijk, de kroning van Beatrix, de ontruiming van kraakpand Lucky Luijk, de ontvoering van Maup Caransa en de Bijlmerramp. Een aantal van de belangrijke of geruchtmakende dossiers van de gemeentepolitie. Het zeer omvangrijke archief van de periode 1957-1993 is overgebracht naar het Stadsarchief Amsterdam en is nu deels openbaar.

Sollicitatiebrief van Appie Baantjer, 13 juni 1945

Het archief draagt toegangsnummer 5225.A. Met circa 12.000 inventarisnummers en een lengte van ruim 265 meter omvat het archief ook stukken van vóór 1957 en na 1993, waaronder oorlog gerelateerde processen verbaal en de nasleep van de Bijlmerramp. Niet alle stukken zijn direct openbaar, voor bepaalde delen gelden tijdelijke openbaarheidsbeperkingen vanwege privacy-bescherming. Inzage in dat soort dossiers is soms mogelijk na verkregen dispensatie van de gemeentearchivaris. De inventaris van het Archief van de Gemeentepolitie is beschikbaar in de Archiefbank van het Stadsarchief Amsterdam. Dossiers zijn op aanvraag te digitaliseren.

Kindertekening als steunbetuigingen aan de politie en de mobiele eenheid na de zeer onrustig verlopen inhuldiging van koningin Beatrix op 30 april 1980.

De jaren '70 en '80 van de vorige eeuw waren turbulente jaren op het gebied van het ‘handhaven van de openbare orde’ in Amsterdam. Maar liefst 110 dossiers bevatten informatie over de oproer rond de kroning van Beatrix en circa 200 dossiers uit de periode 1980-1986 bevatten stukken over de roerige ontruimingen van kraakpanden in onder meer de Vondelstraat, Prins Hendrikkade, De Groote Wetering, Lucky Luijk en de Schaepmanstraat. Dossiers van de Zedenpolitie inzake prostitutie, aanrandingen en illegale abortussen zijn ruim vertegenwoordigd. Talloze dossiers beschrijven criminaliteit en drugsoverlast, onder andere op de Zeedijk, maar ook de Damslapers en die jeugd die in de zomers van de jaren 70 van heinde en verre kwamen om te overnachten in het Vondelpark. Het archief omvat dossiers en processen verbaal van geruchtmakende ontvoeringen zoals die van Maup Caransa (1977) en Freddie Heineken (1983). Het bevat dossiers over de moord op Klaas Bruinsma (1987), de moorden op prostitués eind jaren 50 en de koffermoord op een Japanner (1965). Het archief omvat ook 265 dossiers inzake de Bijlmerramp en de nasleep daarvan, waaronder 2750 geluidsbestanden van al het mobilofoon- en telefoonverkeer tot 14 uur na de ramp.

Uit het Archief zijn een aantal stukken toegevoegd aan de Amsterdamse Schatten:

Archief Ivo Samkalden geïnventariseerd

Burgemeester I. Samkalden bij de viering van het 700-jarig bestaan van Amsterdam (1275-1975)

Ivo Samkalden werd op 10 augustus 1912 geboren te Rotterdam. Na de HBS-B studeerde hij Indologie aan de Rijksuniversiteit te Leiden. In 1938 promoveerde hij aan de Universiteit van Leiden op een proefschrift over Indische Rechtspraak, huwde hij met Olga Meijers, en ging vrijwel direct daarna naar Indonesië waar hij aspirant-controleur werd bij het Binnenlandsch Bestuur op Oost-Java. In 1945 keerde hij met zijn gezin terug naar Nederland. Samkalden kreeg een ambtelijke betrekking op het Ministerie van Overzeese Gebiedsdelen en werd lid van de Partij van de Arbeid. In 1956 werd hij benoemd tot Minister van Justitie in het vierde kabinet Drees (1956-1958).

Burgemeester Samkalden bezoekt de Nieuwmarktbuurt na rellen rond aanleg metro, 1975.

Na zijn laatste ministerschap werd hij in 1967 burgemeester van Amsterdam. In deze functie kreeg hij te maken met allerlei openbare-ordeproblemen, waaronder de bezetting van het Maagdenhuis (1969), de Damslapers (1969-1970) en de rellen rondom de Nieuwmarktbuurt (o.a. rond de metro-aanleg) en met spanningen in het college van B&W. In 1977 trad hij voortijdig af. In het archief is veel te vinden over de diverse functies die hij heeft bekleed maar ook enkele persoonlijke stukken alsmede stukken die afkomstig zijn van zijn vrouw.

In welk archief van de gemeente moet ik zijn?

Hoewel je bij ons door alle inventarissen heen kunt zoeken, kan het zoeken naar de juiste documenten een stuk sneller gaan als je weet in welk archief je moet zijn. En als het gaat om documenten van de gemeente moet je dus weten hoe de gemeentelijke organisatie in elkaar stak in de periode waarin je onderzoek wil doen.

Wij houden een overzicht bij waarin vanaf het midden van de 19e eeuw alle gemeentelijke organisatieonderdelen staan opgesomd, compleet met datum van oprichting en opheffing, en eventuele rechtsvoorgangers en rechtsopvolgers (als we die weten). Het overzicht is per 1 januari 2015 bijgewerkt en telt intussen 73 pagina’s met vele diensten, bedrijven, stadsdelen, bureaus, adviesraden, commissies, gemeenschappelijke regelingen, etc. En sinds kort ook clusters en rve’s, oftewel resultaat verantwoordelijke eenheden.

De oudste dienst is de Stadsbank van Lening, opgericht in 1614 en nog steeds bestaand. Eén van de bekendste en grootste diensten was Dienst Publieke Werken: van 1856 tot 1980, waarna de dienst langzaamaan werd opgeknipt in meerdere kleinere diensten. Maar een leeftijd van bijna 125 jaar is heel respectabel te noemen. Een heel wat minder lang leven was de Stadsarchitect beschoren: van 1856 tot 1873. Maar hij heeft wel een interessant archief nagelaten. En het kan nog veel korter. Op het gebied van de volkshuisvesting bijvoorbeeld volgden de diensten elkaar snel op: Bouw en Woningdienst (1990-1994), Stedelijke Woningdienst (1994-2002), Dienst Wonen (2003-2009) en Dienst Wonen, Zorg & Samenleven (2010-2014). Ook de Dienst Straatmakerij bestond niet heel lang (1992-1995). Maar ja, een organisatie is nu eenmaal altijd in beweging.

Download het historisch overzicht. PDF (1,26 Mb)

Karikaturen van Ernst Polak

Advocaat, procureur en commissaris van het Panopticum mr. Jan Vijn. Nummer 11 uit de nieuwe reeks 'Amsterdammers', verschenen in De Nieuwe Amsterdammer van 1 juli 1916.

Van caberetier Jean-Louis Pisuisse tot feministe Aletta Jacobs, tientallen bekende Amsterdammers werden in de jaren '10 van de vorige eeuw getekend door karikaturist Ernst Polak. Mr. Ernest ('Ernst') Polak (1885-1940) was van beroep advocaat en procureur, maar heeft bekendheid verworven als tekenaar en illustrator. De geboren Rotterdammer Polak woonde tussen 1907 en 1922 in Amsterdam en tekende onder meer de serie 'Amsterdammers' voor het tijdschrift 'De Amsterdammer'. Enkele dagen na de Duitse inval in 1940 maakt Polak een einde aan zijn leven.

Onlangs zijn 56 tekeningen van zijn hand toegevoegd aan de Beeldbank.

Portret van cabaretier Jean-Louis Pisuisse (1880-1927)

Portret van Aletta Jacobs (1854-1929). Nummer 14 uit de reeks 'Amsterdammers', verschenen in De Amsterdammer van 21 juni 1914.

Inventaris Architectenbureau Verbruggen & Goldschmidt

De inventaris op het archief van architectenbureau Verbruggen & Goldschmidt (1938-1971) is toegevoegd aan de Archiefbank.

Het bureau was gevestigd op de Leliegracht. Stilistisch kan het tot de stroming van het Modernisme gerekend worden, geïnspireerd door het Nieuwe Bouwen van Gerrit Rietveld en Le Corbusier. Het is in de loop der tijd uitgegroeid tot een middelgroot architectenbureau met circa acht medewerkers.

Het archief biedt een goed overzicht van een Amsterdams architectenbureau in de jaren veertig tot en met zestig. Het bevat hoofdzakelijk ontwerptekeningen, aangevuld met presentatie- en perspectieftekeningen, veelal aquarellen. Ook bevat het archief van veel van de uitgevoerde projecten contemporaine foto's.

Architectenbureau Verbruggen & Goldschmidt, 1938-1971

Presentatietekening bij het ontwerp voor de verbouwing van de clubzaal van de Roeivereniging Willem III, Amsteldijk 168-169, mei 1941. Onduidelijk is of dit ontwerp is uitgevoerd, maar zeer waarschijnlijk is dit niet. Niet lang daarna zijn alle club- en botenhuizen van de roeiverenigingen in de Amstel op last van de bezetter afgebroken.

Ravage aan de Da Costakade

Op 17 juni 1904 werden meerdere bouwvakkers en andere werklieden bedolven onder het puin van een aantal in aanbouw zijnde panden aan de Da Costakade. De ravage was enorm en al snel verzamelde zich een grote groep mensen bij het terrein, waaronder vele vrouwen, die volgens De Telegraaf meenden ‘dat hun mannen of verwanten verongelukt waren.’

Al snel was duidelijk dat er mogelijk fouten waren gemaakt in de constructie van het bouwwerk en werd er door de gemeente een onderzoek ingesteld. In de onlangs geïnventariseerde aanvulling op het archief van de Dienst Bouw- en Woningtoezicht bevindt zich een uitgebreid dossier, onder meer foto’s en bouwtekeningen.

Op 20 oktober 1905 zond het college een nota van de directeur van het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht ter verantwoording aan de gemeenteraad. In de nota wordt geconstateerd dat het door Bouw en Woningtoezicht oorspronkelijke bouwplan goed gecontroleerd is voordat de beschikking werd verleend. De uiteindelijke aannemer heeft het bouwplan echter aangepast en als zodanig opnieuw voorgelegd; zo werden onder andere ijzeren kolommen door een steenconstructie vervangen. De directeur merkt op dat “hoezeer dit te betreuren valt”, hij het maar beter acht “ronduit voor de waarheid uit te komen”. Want hoewel de aannemer zelf ook wel had kunnen weten dat een ”snel verhardende specie beter was geweest” en de maten van de draagstenen niet hadden aangepast mogen worden, moest de directeur toegeven dat “de wijzigingen in het bouwplan niet onderzocht zijn op de wijze als sedert mijne indiensttreding als eisch is gesteld”.

Exposities gratis voor houders Museumkaart en Stadspas

Vanaf 13 maart wordt er entree geheven voor bezoek aan de Exposities, de Schatkamer en de Filmzaal. Maar houders van de Museumkaart en de Stadspas Amsterdam mogen gratis naar binnen!

In onze Expositiezaal houden we jaarlijks drie wisselende tentoonstellingen. Op 13 maart opent Cor Jaring Fotograaf, Magisch Centrum Amsterdam 1965-1975. In de Schatkamer vindt u onze vaste collectie en tijdelijke, kleinschalige presentaties. In maart en april is dat De Bazel in De Bazel, de glazen van de architect. Met het glaswerk dat ontworpen is door de architect van ons gebouw, Karel de Bazel. In de Filmzaal draait de Rebelse Stad van Willy Lindwer, over Provo in Amsterdam.

Albert Hahn in de Beeldbank

Het Stadsarchief heeft onlangs weer drie tekeningen van de bekende socialistische tekenaar Albert Hahn (1877-1918) toegevoegd aan de beeldbank. Politieke tekenaar en affichemaker Albert Hahn is vooral beroemd geworden door zijn werk voor Het Volk, de krant van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), en voor de bijlage ervan getiteld De Notenkraker. Stijd tegen 'de drie K’s' (kerk, kroeg en kapitaal) kenmerken het tekenwerk van deze uit een arbeidersmilieu afkomstige kunstenaar.

Ontwerp voor een affiche voor een demonstratie voor het algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen.

Bijzonder krachtig is het ontwerp voor een affiche met aankondiging van een demonstratie voor het algemeen kiesrecht. Een vuist breekt uit de aarde omhoog, een waarschuwing aan het establishment om nu eindelijk eens haast te maken met de introductie van het algemeen kiesrecht. Een al langer vurig gekoesterde wens van de socialisten om de uitsluiting van gewone mannen en vrouwen uit arbeidersmilieus ongedaan te maken.

Spotprent op de vakbonden, 1915

Hahn nam als sociaaldemocraat ook duidelijk stelling in de broederstrijd met de ‘de vrijen’. Het was zijn missie als tekenaar om te ontmaskeren. De SDAP was in 1894 voortgekomen uit de strijd met de vrije socialisten oftewel de anarchisten van onder meer Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Daarbij trad er niet alleen politieke scheiding op, maar ook op het vlak van de vakbeweging stonden anarchisten en andere revolutionaire socialisten, die federatief waren georganiseerd in het Nationaal Arbeidssecretariaat (NAS) tegenover het meer centralistisch geleide Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV). Dat ‘moderne’ NVV was sterk gelieerd aan de SDAP, dat zoals Hahn door middel van zijn tekening duidelijk weergeeft, staat voor krachtige eenheid tegenover de ondernemer die gesteund wordt door zowel de ‘vrije’ als de christelijke (vakbonds)organisaties.

Ontwerp voor een affiche van de Tooneelvereeniging onder directie van Herman Heijermans, 1912.

Naast strijd tegen de drie K’s liet Hahn zich ook inschakelen in de culturele strijd. Zo ontwierp hij een affiche voor de in 1912 opgerichte N.V. Tooneelvereeniging, die werd geleid door zijn vriend de sociaaldemocratische schrijver Herman Heijermans (1864-1924). Directeur Heijermans hield bij de eerste voorstelling een geestige toespraak waarbij hij ook iets vertelde over zijn afficheontwerper: ‘Onze teekenaar, de heer Albert Hahn, teekende voor onze openingsvoorstellingen een aanplakbiljet, met een sater-lachende clown, een clown met een monsterhoofd en een smartelijke grijns. Bij het ontwerpen van die teekening heb ik Hahn voorgesteld: “Hahn zou je niet mijn gezicht willen nemen?”Hahn had daartegen zekere aesthetische bezwaren. Hij zei: “Heijermans, als je éérst ’n jaar theaterdirecteur geweest bent, graag. Vandaag kan ik nog geen eer met je inleggen. Wanneer je eerst lekker in de zorg voor de betalingen van je dames en heeren zit, houd ik me voor een nieuw aanplakbiljet met jouw facie aanbevolen.” Dames en heeren, helpt u een handje om dat laatste te voorkomen.’ (De Wereld, 1 november 1912). Beide artiesten kunnen gekarakteriseerd worden als socialistische tendenskunstenaars: rauw, volgens sommigen te karikaturaal, maar altijd duidelijk stellingnemend.

Meer Albert Hahn:

Boerenhofsteden en molens in de Bijlmer

De Amsterdamse koopman Dirk van der Sleesen (1790-1873) investeerde aan het begin van de 19de eeuw in de nieuwe Bijlmermeerpolder en werd daarmee de grondlegger van een omvangrijk familiebezit in een verdwenen stuk landelijk Amsterdam.

Kaart van de hand van Jan Adriaensz Leeghwater van de molens die nodig zijn om het Bijlmermeer (Biil Meer) droog te malen, 1625.

In 1622 kreeg een groep Amsterdamse kooplieden vergunning het Bijlmermeer droog te malen. Het op het water gewonnen land werd in 1626 verdeeld onder de investeerders. In 1672 werd de polder onder water gezet om Amsterdam te beschermen tegen het oprukkende Franse leger en in 1702 liep de polder nogmaals onder water, ditmaal als gevolg van een dijkdoorbraak tijdens een storm. Na deze natuurramp werd de polder opgeheven. In 1825 werd het Bijlmermeer opnieuw ingepolderd. Het behield zijn landelijk karakter tot de start van de bouw van de Bijlmer eind jaren ’60.

Boerenhofstede Bijlmerhoofd, januari 1937.

Dirk van der Sleesen, woonachtig aan het Weesperplein te Amsterdam, begon in 1824 land en boerderijen aan te kopen in de Bijlmermeerpolder, de Overaetsveldsche Polder en de Polder Gein en Gaasp. De boerderijen en landerijen werden door hem verhuurd. Omdat zijn enige kind Johan Burges jong overleed werd zijn bezit na zijn overlijden in 1874 verdeeld onder zijn drie kleinkinderen, Diederica Jacoba Engelina, Jan Dirk en Diederica Willemina.

Het gras wordt gemaaid op Bijlmerhoofd, 7 augustus 1937.

Het archief dat Dirk van der Sleesen, zijn nakomelingen en de aangetrouwde familie Pos naliet, bevat veel stukken over het beheer van de boerenhofsteden en landerijen in onder andere de Bijlmermeer, en foto’s van de eind jaren ’60 ten behoeve van de aanleg van de Bijlmer gesloopte boerderijen. Ook bevat het archief stukken over het polderbestuur van de Bijlmermeerpolder en de Aetsveldsche Polder, ontvangen en opgemaakt door leden van de familie uit hoofde van hun functie van dijkgraaf en poldermeester. In het archief werden ook oudere stukken over het bestuur van de polders aangetroffen, zoals een handgetekende kaart van Jan Adriaensz. Leeghwater en andere 17de en 18de- eeuwse kaarten van de oude Bijlmermeerpolder, en stukken betreffende het onderhoud van de Overaetsveldsche Polder vanaf 1604. Tenslotte bevat het archief stukken betreffende het droogmaken van het Bijlmermeer in 1825.

Flickr in de Beeld- en Archiefbank

Tijdens de Museumnacht van 2009 heeft het Stadsarchief een Flickr Groep gelanceerd waarin een jaar lang hedendaagse straatfotografie van Amsterdam werd verzameld. Op 15 november 2010 zijn al deze foto's inclusief metadata gedownload en opgenomen in de collectie. Uit de 8080 foto’s die zijn gedownload, zijn 354 foto’s geselecteerd en in de Beeldbank opgenomen.

Toeristen wachten aan het Rokin op een rondvaartboot, AmsterSam, 2010.

Magie op het Leidseplein, Wolfgang Josten, 2005.

Omdat er na 15 november 2010 nog beelden aan de Flickr website van het Stadsarchief zijn toegevoegd, is besloten om in 2014 nogmaals een harvest van de website te maken. In juni 2014 is de groep definitief gesloten.

Nieuwe foto’s van monumenten in de Beeldbank

De Beeldbank is aangevuld met meer dan 23.000 gedigitaliseerde foto’s uit het negatievenarchief van Monumenten en Archeologie. Dagelijks wordt de Beeldbank aangevuld met nieuwe selecties, uiteindelijk tot een totaal van ongeveer 50.000 afbeeldingen.

Het bijzondere aan dit samenwerkingsproject is dat het hele archief integraal is gedigitaliseerd op een kwaliteit die ruim voldoende is voor standaard Beeldbankgebruik, maar nog niet voor publicatiedoeleinden. Indien gewenst kan on demand een hoge kwaliteit scan worden besteld, de levertijd van deze scans is gemiddeld twee weken. Dankzij de gekozen werkwijze zijn de kosten voor digitalisering laag gebleven en kan een zeer ruime selectie van afbeeldingen in de Beeldbank worden opgenomen.

De afbeeldingen worden beschreven met hulp van de 'crowd' in het VeleHanden-project Amsterdamse Monumenten. In dit project worden alle foto’s op basis van globale gegevens gelokaliseerd. Verder worden alle andere benodigde kenmerken – zoals een jaartal — aan de afbeelding toegekend. Ook deze gegevens worden dagelijks aan de Beeldbank toegevoegd. Deelname aan dit project staat open voor iedereen.

Links:

Kleurendia's gaatje Huges ontdekt

Precies 50 jaar geleden, op 6 januari 1965, boorde Bart Huges een 'derde oog' in zijn schedel om permanent 'high' te zijn. De zwart-wit foto's van Cor Jaring van dit bloederige schouwspel gingen de wereld over. In het archief van Jaring, dat is ondergebracht in het Stadsarchief Amsterdam, zijn onlangs nog onbekende kleurenopnamen gevonden.

Cor Jaring schreef later: “Het meest opvallend is een grote spiegel die tegen de muur staat. Daarvoor, op de grond, liggen witte lakens en daarop heeft Bart (O, Lieve Hemel, wat is hij van plan…) allerlei dokterstuig, chirurgenmesjes en injectienaalden uitgestald. Bart stelt zich zwijgend op voor de spiegel. Hij gaat zitten en kijkt zichzelf strak aan. ‘Wat ga je dan doen, Bart?’ vraag ik schuchter. ‘Cor,’ antwoordt hij eenvoudig, ‘ik boor een gaatje in mijn schedel.’ ” (Uit: Je bent die je bent, 1968)

In het archief van Jaring blijkt veel meer werk in kleur te zitten. Op de aankomende tentoonstelling Cor Jaring, fotograaf. Magisch Centrum Amsterdam 1965-1975 zal dit recent ontdekte materiaal een belangrijke rol spelen. De tentoonstelling is vanaf 13 maart in het Stadsarchief te zien.

Tekeningen Mondriaan en lantaarnplaatjes Stoedner

Op veel beeldmateriaal in de collectie van het Stadsarchief Amsterdam rust auteursrecht. Dit vervalt op 1 januari volgend op het jaar waarin de vervaardiger 70 jaar is overleden. Per 1 januari 2015 is het auteursrecht vervallen op de werken van onder meer Piet Mondriaan (1872-1944) en Franz Stoedtner (1870-1944).

Piet Mondriaan, Brug aan de Achterweg, 1898 ca. t/m 1899 ca.

Tekeningen Mondriaan

In het Stadsarchief waren de schilder- en tekenkunst en fotografie rondom 1900 al sterk vertegenwoordigd met Isaac Israels, Willem Witsen, G.H. Breitner, Jacob Olie en andere bekende en minder bekende namen. Dankzij hen krijgt onze voorstelling van die tijd een extra verdieping. Van de baanbrekende kunstenaars uit die tijd ontbrak tot in de jaren negentig van de vorige eeuw alleen Piet Mondriaan, die van 1892 tot 1912 in Amsterdam gewoond en gewerkt heeft. In samenhang met de tentoonstelling Mondriaan aan de Amstel in 1994 heeft het Archief tussen 1993 en 1997 van hem al een zestal belangrijke tekeningen kunnen verwerven, waaronder De Waskaarsenfabriek. Deze tekeningen zijn nu te zien in de Beeldbank.

Lantaarnplaatjes circa 1900

Kunsthistoricus en fotograaf dr. Franz Stoedtner richtte in 1895 in Berlijn het Institut für wissenschaftliche Projection op, dat een van de eerste commerciële lichtbeeldinstituten was dat lantaarnplaatjes leverde voor Duitse onderwijsinstellingen. Zijn instituut maakte veelal kunsthistorische opnamen, maar ook beelden van grote internationale steden, zoals de lantaarnplaatjes van Amsterdam in onze collectie. Sinds januari 2015 zijn ze in onze Beeldbank te zien.

De lantaarnplaatjes zijn ons in 2010 door een particulier geschonken. De originele glasnegatieven bevinden zich in het Bildarchiv Foto Marburg in Duitsland.

Mondriaan in de Beeldbank
Stoedtner in de Beeldbank

Inventarissen 2014

De volgende 96 inventarissen zijn in 2014 opgenomen in de Archiefbank.

Zie ook: Nieuwsarchief (2002-2014).

Laatst bijgewerkt op 24 april 2015

Nieuwsarchief