Laatste Nieuws

Voor tentoonstellingen en evenementen zie ons Programma

Fotoreportages: Amsterdams Peil/Nieuw Amsterdams Peil

De naam Ben Albach zal velen niet onbekend zijn. Hij maakte naam als theaterhistoricus en was een van de oprichters van het Theaterinstituut Nederland. Heel anders is het met de naam van zijn oudere broer, Jan Albach (1903-1940). De twee broers waren zeer hecht. Jan was net als Ben een getalenteerde man die in het vooroorlogse Amsterdam een prettig leven leidde. Hij was sportief, creatief, intelligent, zag er goed uit, kwam uit een goed nest en was gelukkig getrouwd.

Voorblad van het album "A.P." met 72 genummerde bladen in ordner met Amsterdamse stadsgezichten
Een van de hobby’s die Jan al van jongs af aan beoefende was de fotografie. Afdrukken maakte hij zelf in zijn donkere kamer. Ook voor broer Ben als die weer een nieuw decorontwerp had gemaakt dat fotografisch vereeuwigd moest worden. In de jaren dertig maakte Jan een uitgebreide reportage van Amsterdam. Mogelijk had hij het plan om hiervan één of twee fotoboeken te maken en die uit te geven. Het concept van de reportage of boeken is niet helemaal duidelijk. De foto’s zijn in twee mappen ingedeeld; ieder met een door Jan ontworpen omslag. De eerste met de titel A.P. (Amsterdams Peil) en de tweede met de titel N.A.P. (Nieuw Amsterdams Peil of Normaal Amsterdams Peil). Het tweede deel bevat meer modernistisch geïnspireerde met foto’s van industrie en architectuur, maar in beide delen toont de fotograaf ook het Amsterdam zoals het eeuwen is geweest met grachtenpanden, handarbeid en straatverkoop.

Poppenkast op de Dam, 1938.

Of Jan ooit serieus werk heeft gemaakt van een uitgave van deze fotoboeken is niet bekend. In ieder geval was de tijd die hem nog restte na het maken van de foto’s nog kort. In augustus 1939 werd reserve-officier Jan Albach gemobiliseerd. Hij was een van de eerste slachtoffers van de bezetter: op 18 mei 1940 kwam hij bij gevechten in Dordrecht om het leven. De verslagenheid in de familie Albach was groot. Ben Albach probeerde de nagedachtenis aan zijn broer in leven te houden en schreef in 1944 het Lekenspel Drie Burgers dat op 11 mei 1945 in Amsterdam in première ging en daarna in heel Nederland werd opgevoerd. Gesprekken van Ben met Martinus Nijhoff over Jan inspireerde de dichter tot het schrijven van het gedicht ‘Bij het graf van de onbekende Nederlandse soldaat gevallen in de meidagen 1940’.

Jans foto’s werden altijd in de familie bewaard en zijn recent aan het Stadsarchief geschonken.

Bezoedelde runderpens en stinkend vlees

Voedselkwaliteit is een onderwerp dat altijd de gemoederen bezighoudt, zo blijkt uit het archief van de Dienst Veemarkt en Abattoir. De inventaris staat nu op de archiefbank. De dienst veemarkt en abattoir bestond tussen 1887 en 1985 en was verantwoordelijk voor de exploitatie van de veemarkt en het abattoir en de keuring van vee en vlees.

Een groot deel van het archief bestaat uit op nummer geordende correspondentie. Onder één nummer kunnen meerdere brieven worden gevonden, die alle bijvoorbeeld betrekking hebben op overtreding van de vleeskeuringswet. Bij een slagerij in de Haarlemmerstraat constateert een keurmeester in 1935 dat een runderpens die bezoedeld en “deswege ondeugdelijk” was, toch door een slager werd gebruikt voor de vervaardiging van rolpens. De brief eindigt met de standaardfrase “met verwijzing naar de strafbepaling vervat in artikel 40 van de vleeskeuringswet waarschuw ik u hierbij voor de herhaling van een dergelijk feit”. Niet alleen bedorven vlees, maar ook het overtreden van bedrijfshygiëne kon tot waarschuwingen of processen-verbaal leiden.

Een kleine 40 jaar later, rond 1969, valt vooral op dat de dienst regelmatig moest optreden tegen de toevoeging van natriumsulfiet (meat preserve) aan gehakt en filet americain om de kleur van het vlees mooi te houden. En de verkoop van vlees door supermarkten leidde tot een afname van kennis over de behandeling van vlees. Een assistent-bedrijfsleider: ‘ik geef toe dat dit vlees erg stinkt, maar volgens de codering moet dit vlees nog goed zijn. Veel verstand heb ik niet van vlees.’ In een proces-verbaal van enkele jaren later: ‘ik geef toe dat dit vlees niet zo vers meer is’.

Oorlog in mijn buurt

Vrijdagmiddag 14 maart vindt de boekpresentatie van Oorlog in mijn Buurt — De Pijp plaats in het Stadsarchief Amsterdam.

Het boek 'Oorlog in mijn Buurt — De Pijp' is een nieuwe Amsterdamse oorlogsgids en basisschoolboek, gebaseerd op interviews van 88 basisschoolleerlingen uit De Pijp met ouderen, over hun jeugd in De Pijp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Loop met het boek in de hand langs 45 oorlogsverhalen in De Pijp of gebruik het boek als werkboek en zoek uit wat er in uw straat of huis gebeurde tijdens de oorlog. Vanaf 17 maart zal het boek gebruikt worden als leer/werkboek voor alle groepen 7/8 van de basisscholen in De Pijp en is het verkrijgbaar in boekhandels en winkels in Amsterdam.

www.oorloginmijnbuurt.nl

Schenking Sigrid van Essel

Op 6 maart 2014 is in het Stadsarchief van Amsterdam het boek Amsterdam Verbouwd Verbeeld — Sigrid van Essel schildert de IJ-oevers gepresenteerd. Het eerste exemplaar is uitgereikt aan architectuurcriticus Bernard Hulsman. Het boek bevat zo’n negentig schilderijen, schetsen en tekeningen die kunstenares Sigrid van Essel aan en rond de Amsterdamse IJ-oevers heeft vervaardigd.

Sigrid van Essel schonk daarbij aan het Stadsarchief de aquarel in drie delen Aanbouw Oosterdokseiland. Het Stadsarchief is bijzonder verguld met deze fraaie aanwinst.

Stichting Olympische Spelen Amsterdam 1992 in Archiefbank

Onder de slogan ‘Holland wants the world to win’ trachtte Amsterdam in 1986 de Olympische Spelen voor 1992 binnen te halen. De plannen en de promotie van de Spelen waren het werk van de 'Stichting Olympische Spelen Amsterdam 1992'. Het archief van deze stichting is begin dit jaar volledig openbaar gegeven. De inventaris staat op de Archiefbank. Stukken zijn in te zien in de studiezaal en kunnen aangevraagd worden voor digitalisering.

Bekijk de inventaris

De stichting werd in december 1984 opgericht met als doel de Spelen van 1992 naar Amsterdam te halen. In oktober 1986 presenteerde de stichting haar plannen, vastgelegd in het zogeheten Bidbook, aan het IOC. Uitgangspunt waren de ‘sobere spelen’. Er moest zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van bestaande, eventueel aangepaste accommodaties en nieuwbouw moest na de spelen maximaal kunnen worden benut. Het Olympisch Dorp was bijvoorbeeld gepland in het tuinbouwgebied Sloten. Dit gebied was al voor woningbouw aangewezen en het dorp zou na de Spelen tot woonwijk kunnen worden omgebouwd. Bij nieuwbouw moest bovendien een deel van de kosten kunnen worden verhaald op de toekomstige gebruiker. Zo zou het nieuwe Olympische Stadion, te bouwen bij Strandvliet, na de Spelen door Ajax in gebruik kunnen worden genomen als voetbalstadion. De benodigde infrastructuur moest zonder aanvullende plannen voor 1992 grotendeels in orde zijn.

De Stichting richtte zich in eerste instantie op een kwalitatief bid, en pas in tweede instantie (voorjaar 1986) op het doelgericht benaderen van individuele IOC-leden. Over de lobbywerkzaamheden van de Stichting deden naderhand veel geruchten de ronde. De Stichting zou te pas en te onpas cadeautjes hebben uitgedeeld om IOC-leden gunstig te stemmen. Het archief bevat de volledige lobby-dossiers, keurig geordend op IOC-lid. Hierin valt precies terug te lezen hoe de IOC-leden werden benaderd, wat hen werd aangeboden, hoe hierop werd gereageerd en wat door de IOC-leden van de Stichting werd verwacht. Op basis van deze dossiers kan nu een reconstructie gemaakt worden van het doen en handelen van de Stichting.

Artist impression van het nieuw te bouwen Olympisch Stadion bij Strandvliet

Uit de vele opiniepeilingen van de Stichting bleek een groot deel van de Nederlandse bevolking positief te staan tegenover het organiseren van de Spelen. Tegenstand was er echter ook. Het optreden van de actiegroep No-Olympics was erop gericht om Amsterdam bij IOC-leden in een slecht daglicht te stellen. Het archief bevat onder meer de brieven die dit actiecomité zogenaamd uit naam van burgemeester Van Thijn aan IOC-leden rondstuurde en waarin hen diamanten werden toegezegd. Desondanks waren het enthousiasme en het vertrouwen op de goede afloop groot. Nadat Amsterdam op het IOC congres met slechts 5 van de 85 stemmen al in de eerste rond was afgevallen, werd de Stichting begin 1987 opgeheven.

Eigendomsbewijzen op panden in Amsterdam

De collectie eigendomsbewijzen van percelen in particulier bezit groeit nog steeds omdat het Stadsarchief regelmatig eigendomsbewijzen ten geschenke krijgt. Dat kunnen bewijzen zijn afgegeven door het Kadaster of transportakten opgesteld door een notaris. Als het hele oude documenten betreft gaat het vaak om fraaie charters van perkament, voorzien van een zegel, al dan niet via de zegelstaarten met elkaar verbonden tot één bewijsstuk. In archiefterminologie heet dat een ‘transfix’. Een mooi voorbeeld daarvan is het eigendomsbewijs op de panden Keizersgracht 102-104, in het archief van de Remonstrantse gemeente.

Transportakten van De Rode Hoed aan de Keizersgracht.

Vroeger was het gebruikelijk bij de verkoop van een pand alle oude eigendomsbewijzen over te dragen aan de nieuwe eigenaar. Uit zo’n serie eigendomsbewijzen kan de geschiedenis van een pand vaak tot een ver verleden worden herleid. Het Stadsarchief is blij met deze schenkingen en voegt ze graag toe aan de collectie eigendomsbewijzen.

Er is ook een collectie eigendomsbewijzen van door de gemeente verworven percelen. Die zijn afkomstig uit het archief van de secretarie-afdeling Publieke Werken. Verreweg de meest van deze percelen zijn door de gemeente gesloopt ten behoeve van de aanleg of verbreding van een weg of een ander gemeentelijk bouwproject.

Maar lang niet van alle panden in de stad zijn er eigendomspapieren bewaard. Toch is het, met enig speurwerk in andere archieven, vaak wel mogelijk een groot deel van de geschiedenis van een pand te achterhalen. Wilt u leren hoe dat moet, doe dan mee met onze populaire cursus Huizenonderzoek. De cursus voor dit voorjaar is helaas al volgeboekt, maar u kunt zich nu al aanmelden voor de cursus in het najaar via info@stadsarchief.amsterdam.nl .

Feest! Wie kent de fotograaf?

Het komt regelmatig voor dat we verrast worden met schenkingen die gevonden zijn bij het opruimen van een huis of bedrijf. Vergeten foto’s, documenten of tekeningen waarvan de vinder niet precies weet hoe ze in het bezit van de familie of bedrijf gekomen zijn en wat de precieze betekenis is. Onlangs werd ons weer zo’n bijzondere vondst aangeboden. Het betreft een collectie glasnegatieven die al jaren in het bezit van een familie was maar waar niemand de herkomst van kent.

Interieur van Café De Kroon, Rembrandtplein

De collectie bestaat uit 191 negatieven waarop feestende gezelschappen in de jaren twintig en dertig zijn vereeuwigd. Soms in privésituaties, gezeten rond een feestelijk gedekte dis, maar meestal in publieke gelegenheden. Tezamen geven de foto’s een prachtige indruk van de interieurs van de rijk gedecoreerde Amsterdamse feestzalen tijdens het Interbellum. Ook de privéadressen geven een goed beeld van de beau-monde aan het eind van de roerige jaren twintig. Opvallend is de stilistische variatie van de interieurs die het decor vormen van de feestelijkheden: veelal traditioneel historiserend, zwierig Art Nouveau of stemmig Art Deco, maar een enkele keer ook sober Nieuw-Zakelijk.

Van de feestzalen zijn enkele locaties bekend: het American Hotel, het Amstel Hotel, Hotel de l'Europe en het Vondelpark Paviljoen (Jachtzaal, Chinese zaal en vestibule). Andere locaties zijn in de loop der tijd verdwenen, zoals het IJ-paviljoen in Amsterdam Noord en het restaurant Trianon in het Hirsch-gebouw aan het Leidseplein. De collectie bevat ook enkele café-interieurs. De meeste locaties konden echter niet geïdentificeerd worden.

Onder de geportretteerde gezelschappen bevinden zich relatief veel disputen en studentengezelschappen. Enkele disputen zijn bekend, onder meer H.E.B.E., V.I.V.A.T. en P.A.L.L.A.S. van het Amsterdamsch Studenten Corps. Ook zijn veel verkleedpartijen en toneelgezelschappen vastgelegd. Bij heel wat feesten en soirées werden hoedjes of andere attributen gedragen. Sommige amateurtoneelgezelschappen lieten zich vastleggen vlak voor een voorstelling of in hun vaste repetitielokaal. Een klein aantal foto’s is gemaakt van een huwelijk of een verloving, onder meer bij de Willem de Zwijgerkerk en in het Stadhuis aan de Oudezijds Voorburgwal.

Hoewel de fotograaf dus iemand geweest moet zijn die zich specialiseerde in het vastleggen van dit soort gelegenheden (zoals bijvoorbeeld ook de fotograaf Nicolaas Schuijtvlot), hebben we niet kunnen achterhalen wie hij is.
Op afbeeldingen van de meest gefotografeerde locatie, de vestibule van het Vondelpark Paviljoen, hangt een reclameposter van Capi Fotostudio, Kalverstraat 115. Mogelijk is dit een aanwijzing. Op de afdrukken van de negatieven die ongetwijfeld nog bij vele families aanwezig zijn, staat ongetwijfeld wel een stempel met naam en adres van de fotograaf. Wij zijn dan ook benieuwd: weet u wie de fotograaf is die feestend Amsterdam vereeuwigde?

Mail uw informatie naar: info@stadsarchief.amsterdam.nl

Het grootste deel van de collectie Mohr is te zien op de beeldbank

De inventaris van de collectie vindt u op de archiefbank

Ondertrouwregisters op Vele Handen

Als bezoeker van het Stadsarchief Amsterdam heeft u mogelijk al eens (om misschien zelfs al heel vaak) de Amsterdamse ondertrouwregisters bekeken. Deze ondertrouwinschrijvingen vormen nu de spil van het nieuwe en uniek wetenschappelijk onderzoek ‘Ja, ik wil!’, dat vanaf 3 februari 2014 is gestart via Vele Handen.

De Amsterdamse ondertrouwakten vormen een unieke bron door hun omvang en hoeveelheid informatie die ze geven over de aanstaande bruid en bruidegom. Met het project ‘Ja, ik wil!’ willen onderzoekers van de Universiteit Utrecht, in samenwerking met het Stadsarchief Amsterdam en Vele Handen en u deze schat aan informatie digitaal ontsluiten. Zodat deze gegevens gebruikt kunnen worden voor onderzoek naar bijvoorbeeld huwelijkspatronen, de sociale en economische ontwikkeling van de Lage Landen in de vroegmoderne tijd, en de gemiddelde levensverwachting in voorbije eeuwen.

In de eerste fase van het project wordt circa een vijfde van het totale aantal inschrijvingen ingevoerd, het streven is om uiteindelijk alle (bijna een half miljoen!) akten in te voeren. U kunt hierbij meehelpen Kijk op de website www.velehanden.nl voor meer informatie en hoe u zich kunt aanmelden. Naast de gebruikelijke Vele Handen-beloning in de vorm van punten, organiseren de initiatiefnemers ook diverse bijeenkomsten en lezingen voor vrijwilligers rondom dit project

Meer weten over de achtergrond van dit project? Kijk dan ook eens op onze projectwebsite. Naast achtergrondinformatie vindt u daar ook wekelijks nieuwe artikelen over onderwerpen die rechtstreeks met dit project te maken hebben. Meer dan 130 vrijwilligers doen al mee. Wilt u ook? Meld u dan aan via www.velehanden.nl en kies het project ‘Ja, ik wil!’!

Rapportcijfer voor onze dienstverlening: 7,8

Afgelopen najaar is het tweejaarlijkse onderzoek gehouden, waarbij we uw oordeel hebben gevraagd over de kwaliteit van onze dienstverlening. U heeft ons evenals in 2011 een rapportcijfer gegeven van 7,8, wat iets hoger is dan het landelijke gemiddelde cijfer van 7,7 voor de andere 33 deelnemende archieven. U bent tevreden over onze website, maar u vindt ook dat de website wel een opfrisbeurt kan gebruiken. De hoeveelheid beschikbare scans (op dit moment 13 miljoen) is voor u nooit teveel, u wilt dat er nog veel meer documenten digitaal beschikbaar komen. Het liefst in de vorm van indexen op personen. En als het even kan natuurlijk wat goedkoper of gratis.

Ook over de dienstverlening in het gebouw bent u te spreken, de medewerkers zijn vriendelijk en deskundig, maar ze mogen wel wat meer ongevraagd hulp en advies geven. Verder zou u nog meer computers op het Informatiecentrum willen zien en wilt u op iedere studieplek de beschikking hebben over elektriciteit voor uw laptop.

We zijn heel blij met de waardering die u heeft uitgesproken. Zeker zo blij zijn we met de feedback die we van u hebben gekregen. We gaan kijken welke gevraagde aanpassingen we kunnen gaan realiseren. Zo hebben we al een aanzet gemaakt voor ingrijpende aanpassingen en vernieuwingen van onze website. Uiteraard blijven de Archiefbank en de Beeldbank daar een prominent deel van uitmaken. We denken dat we een aantal stappen kunnen zetten waardoor het Stadsarchief toonaangevend zal blijven op het gebied van de digitale dienstverlening en presentatie van de Amsterdamse geschiedenis.

Stadsarchief Amsterdam bij tien beste gratis musea in Europa

Het Stadsarchief is één van de tien beste gratis culturele instellingen in Europa volgens The Guardian. In de travel tips ‘How to see the world for free’ wordt het Stadsarchief Amsterdam genoemd samen met onder meer Museo del Prado in Milaan en Musée des Beaux-Arts in Nice.

De Schatkamer van het Stadsarchief Amsterdam – de kluis van de voormalige Nederlandsche Handel-Maatschappij – is volgens The Guardian het bezoeken waard vanwege de geschiedenis van Amsterdam die hier tentoongesteld wordt en het prachtig gerestaureerde interieur met art-deco motieven.

Het Stadsarchief Amsterdam is gevestigd in gebouw De Bazel waar voor een breed publiek tentoonstellingen, films en lezingen worden gepresenteerd over de geschiedenis van Amsterdam. Het Stadsarchief biedt mogelijkheden voor historisch onderzoek in het Informatiecentrum en de Studiezaal. In het weekend kunnen bezoekers rondleidingen volgen. In samenwerking met Bureau Monumenten & Archeologie worden evenementen georganiseerd. Sinds 2013 is in het gebouw het UNESCO Werelderfgoed Podium gevestigd.

The Guardian

Archief Stedelijk Museum

Meer dan 280.000 scans via de archiefbank raadpleegbaar

Vraag een willekeurige Amsterdammer naar ‘het Stedelijk’ en hij of zij heeft een mening paraat over het museum, positief of negatief. Discussie en uitgesproken meningen horen bij dit museum zoals ze horen bij moderne kunst. Dat het Stedelijk iets teweeg brengt staat vast, met een miljoen bezoekers sinds heropening, wat 2013 het beste jaar uit de geschiedenis maakt, goede recensies voor de Malevich tentoonstelling en grote namen als Marcel Wanders en Marlene Dumas in het vooruitzicht.

Was het vroeger anders, was het vroeger beter of slechter? We kunnen het nu zelf uitzoeken in het omvangrijke archief van het Stedelijk (van 1895-1979) dat is ondergebracht in het Stadsarchief Amsterdam. In de toegankelijkheid van het archief is ruim geïnvesteerd: meer dan 280.000 scans van stukken zijn via de archiefbank raadpleegbaar. Na lezing van de goede en degelijke inleiding op het archief is het heerlijk grasduinen in het verleden van één van Amsterdams belangrijkste kunstinstellingen. En natuurlijk waren er ook vroeger al talrijke kwesties rond het museum: opvolgingskwesties, tentoonstellingen die afgeblazen werden, discussies met kunstenaars, zoekgeraakte bruiklenen. Want dat is het fijne van een museum dat met levende kunstenaars werkt; het archief biedt niet alleen inzicht in het functioneren van het museum, maar laat ook zien hoe de kunstenaar zich beweegt in de geïnstitutionaliseerde kunstwereld en hoe hij zich daartoe verhoudt. Er zijn talloze mooie voorbeelden van te vinden in dit archief. De briefwisseling tussen museumdirecteur De Wilde en kunstenaar J.H. Moesman over tentoonstellingsinrichting en kunstopvatting bijvoorbeeld. De Wilde verzucht na de uitgesproken mening van Moesman over een retrospectieve tentoonstelling van zijn werk te hebben aangehoord: ‘het is mij geen onbekend verschijnsel dat kunstenaars zo’n tentoonstelling aangaan als pijnlijke psycho-analyse’. Moesman weigert uiteindelijk op die bank te gaan liggen.

In de relatie tussen museum en kunstenaar speelt natuurlijk ook het zakelijk een grote rol. Het is niet slechts een eer om je werk toe te kunnen voegen aan de collectie van het Stedelijk; er moet ook verdiend worden. Die zakelijke relatie komt in tal van stukken naar voren, zoals in een intern briefje waarin medewerkers van het museum gemaand wordt ‘de poot stijf te houden’ tegenover fotografe Emmy Andriesse, die wat te hoge financiële eisen heeft, zo meent het museum.

Kaart van Corneille aan Sandberg, 1961

Het archief bevat talloze aankoopdossiers met onschatbare kunsthistorische informatie over hoe de collectie van het Stedelijk tot stand is gekomen. Bijvoorbeeld een correspondentie met Corneille. Vaak werden werken direct van kunstenaars verworven maar ook van erfgenamen en via de kunsthandel. De dossiers zijn allemaal gedigitaliseerd. De dossiers over ‘aankopen die niet zijn doorgegaan’ zijn helaas nog niet gedigitaliseerd (digitalisering kan aangevraagd worden via archiefbank). Ongetwijfeld bevindt zich hierin net zulke interessante informatie. Waarom werd een kunstwerk niet verworven: te duur, een te veeleisende kunstenaar of eigenaar, of een misser van het museum(directeur)? Wat had er in het museum kunnen hangen, maar hangt er niet?

De dossiers die betrekking hebben op de tentoonstellingen lezen als een roman over de (Amsterdamse) kunstgeschiedenis waarin de ontwikkeling in kunstopvatting in sneltreinvaart voorbij komt. De smaak van de vooruitstrevende elite in de vroege jaren van het museum, de invloed van bezetting op wat de Amsterdammers konden zien tijdens de oorlog, het openen van de ramen meteen na de bezetting voor Braque, Picasso en de Amsterdamse avant-garde, enzovoort. De persoonlijke smaak en invloed van directeuren als Sandberg is duidelijk zichtbaar. Niet alleen in kunsttentoonstellingen, maar ook in een van de eerste tentoonstellingen na de oorlog die door het Stedelijk wordt georganiseerd. Terwijl in het RIOD Lou de Jong nog nauwelijks aan zijn wetenschappelijke studie over de oorlog is begonnen, schotelt Sandberg de Amsterdammers al zijn visie op het verzet voor, daarmee ook de toon zettend voor de waardering van zijn eigen rol in het verzet.

Wie meer wil weten over de achtergronden bij alle recente kwesties rond het Stedelijk, zal nog geduld moeten hebben tot het archief vanaf 1980 wordt overgedragen. Tot die tijd zal het nu beschikbare deel van het archief ongetwijfeld figureren in talloze nog te schrijven (kunst)historische studies.

Studenten helpen bij het inventariseren archief Van Eeghen & Co

Zes masterstudenten hebben onderzoek gedaan in het archief van het handelshuis Van Eeghen & Co. Tegelijkertijd hebben ze, na enkele lessen van het Stadsarchief over archiefzorg en ordeningsprincipes, een deel van het archief geïnventariseerd. Het Stadsarchief en de Universiteit van Amsterdam zijn blij met deze samenwerking omdat het archief zo toegankelijk wordt voor iedereen en studenten niet alleen oefenen in het historisch onderzoek maar ook een degelijke kennis van historische bronnen opbouwen. Begin 2015 zal de inventarisatie van het archief op deze manier afgerond kunnen worden.

De tewaterlating van het fregatschip Amsterdam, dat op de werf Concordia gebouwd werd voor het handelshuis Van Eeghen & Co, 1873. Tekening van George Lourens Kiers.

Het archief Van Eeghen & Co omvat ruim honderd strekkende meter en is van groot belang voor de kennis van de Amsterdamse geschiedenis. Tot aan het begin van de twintigste eeuw werd de Amsterdamse handels- en bankwereld namelijk gedomineerd door particuliere firma’s. Dergelijke bedrijven bevonden zich gewoonlijk in handen van één of twee families, soms al generaties lang, van vader op zoon, schoonzoon, of neef. Ze hadden meestal de goederenhandel als kernzaak, maar onderhielden daarnaast allerlei daarmee verbonden activiteiten: de geldhandel, effectenzaken, verzekeringen, scheepvaart. De firma Van Eeghen & Co, begonnen als een stoffenzaak in 1662, bestaat nog steeds. Onlangs nam de vijftiende generatie de leiding over.

Herengracht 462. Kantoor van de handelsfirma Van Eeghen & Co en woonhuis van het gezin van de koopman Jan van Eeghen.

Het onderzoek van de studenten onderstreept de rijkdom van het archief, zoals blijkt uit de prachtige posterpresentaties die de studenten hebben gemaakt. Tamara Becker dook grondig in één van de rederijarchieven, dat van de bark Bellatrix PDF (6,51 Mb) , omdat ze wilde weten waarom de scheepvaart slechts marginaal rendeerde. Van Eeghen & Co. hield de schepen aan om over een vaste vervoersmogelijkheid te beschikken voor de goederenhandel op Azië die het bedrijf tegelijk met de rederijactiviteiten begon, een riskant nieuw beleid waarmee de firma ver vooruitliep op de geleidelijke liberalisering van de economie van Nederlands-Indië. Mirella Middelkoop onderzocht het veranderende patroon van Van Eeghen & Co.’s goederenhandel tussen 1835 en 1860 PDF (610,92 Kb), waardoor zowel goederenpakket als voornaamste handelsgebied een totaal ander aanzien kregen. De band tussen de firma en Java kwam ook tot uiting in heel andere activiteiten. Hieke van der Voort laat zien hoe Van Eeghen & Co. zich inspande om geld in te zamelen om de nood na een watersnood in 1861 PDF (803,29 Kb) te helpen lenigen.

Rekening van de beul in 1697

Eerder hebben wij in de Schatkamer aandacht besteed aan een beulsrekening van 17 december 1746. Onlangs zijn twee nog oudere beulsrekeningen gedigitaliseerd. Ze staan opgetekend in de kaft van het missievenboek van de Hoofdofficier uit 1796. Het gaat om uitgevoerde lijfstraffen op 30 maart en 19 december 1697, opgetekend door de Hoofdofficier Francois de Vroede.

Rekening 30 maart 1697

In dit geval is de wat eufemistische taakomschrijving ‘Bewaarder van het Scherpe Swaarde’ gekozen. Een benaming die de beul blijkbaar eer aandoet. Een onderdeel van de rekening betreft namelijk de kosten van 3 gulden voor ’t schoonmaken van ’t Swaert’. Dat schoonmaken was nodig nadat de beul op 14 oktober twee maal zes gulden in rekening brengt voor twee onthoofdingen, ‘twee gedecaputeert a f 6 ider’.

In totaal worden op beide dagen 19 mensen terechtgesteld. Daar waar voor een simpele decaputatie 6 gulden in rekening wordt gebracht kunnen de kosten voor andere straffen hoger oplopen. ‘Een vrouwmensch te pronk geset met een brieff op haar borste, gegeselt en gebrandmerkt’ kost de stad 12 gulden. Dezelfde straf zonder brandmerken kost 9 gulden. Ook zijn er daarbij nog bijkomende kosten, zoals: Mijlgeld 12 gulden, Touwgeld 12 gulden en Daggeld 12 gulden. Onduidelijk is of het mutsje van drie gulden dat bij de eerder genoemde onthoofding gebruikt wordt, bedoeld is voor de beul of voor zijn slachtoffer.

Dit soort straffen volgde na uitgebreide verhoren en een uiteindelijke veroordeling door Burgemeesters en Schepenen. Wie wil weten hoe de dagelijkse praktijk van het strafrecht er in die dagen uitzag kan dat nalezen in de index op de confessieboeken. Arrestanten worden vaak meerdere malen achter elkaar verhoord. Het uiteindelijke vonnis is meestal na het laatste verhoor in de kantlijn bijgeschreven. Met wat zoekwerk is het ook mogelijk om de namen en verslagen van de veroordeelden op deze rekeningen terug te vinden.

Rekening 19 december 1697

Zo is er bijvoorbeeld een van de twee gehangenen van 30 maart, Ferdinandus Jansz, alias Klein Nantes van wie de criminele carrière van 14 oktober 1688 tot aan de veroordeling op 28 maart 1697 terug te lezen is:

Schepenen Condemneren: Deze gevengene omme te werden gebracht op het schavot, en aldaar met de coorde aan de galge gestraft, dat er de dood naar volght, sijn lichaam afgenomen sijnde. Wederom aan de galge aande galge aan de Volewijck opgehangen. Omme aldaer door de vogelen des hemels ende lucht te werden verteert. Met confiscatie van alle sijne goederen, afgetrocken de costen der gevangenisse ende misen van justitie’.

Openbaar per 1 januari

De Archiefbank telde op 1 januari 2014 818.999 inventarisnummers, voor 88.645 van deze nummers geldt een beperking op de openbaarheid. Dat betekent dat deze nummers in principe niet door het publiek geraadpleegd kunnen worden. Aan iedere beperking op de openbaarheid is een termijn gekoppeld en op 1 januari worden alle nummers vrijgegeven waarvan de beperking in dat jaar is verlopen. Zo zijn er in 2014 weer 1.205 nummers openbaar die dat in 2013 nog niet waren. Deze kunnen nu ook voor digitalisering aangevraagd worden.

Een voorbeeld van een archief waar nummers zijn vrijgegeven is het Archief van het Amsterdams Lyceum. Daar zijn nu de 87 dossiers vrij gegeven van leerlingen die in 1914 zijn geboren.

Uit het Archief van Ajax, waar voor veel stukken nog een openbaarheidsbeperking geldt, zijn de eerste notulen van de bestuursvergaderingen openbaar geworden. Dat betreft de periode 1958-1963. En uit het archief van het COC zijn nu alle stukken gedateerd tot en met 1983 openbaar. Voor dit archief geldt een openbaarheidsbeperking van 30 jaar op alle documenten.

Archiefkaart Simon Carmiggelt (1913-1987)

In de indexen zijn er vanaf 1 januari 2014 in totaal 54.134 meer registraties openbaar geworden. Dat betreft de registraties op naam van personen geboren vóór 1 januari 1914. Nog even voor de liefhebbers van grote getallen: in totaal zijn er 12.641.827 indexregistraties en daarvan zijn er nu nog 3.382.761 niet openbaar.

Heeft u een persoonlijk of wetenschappelijk belang bij het inzien van niet-openbare inventarisnummers dan kan die beperking, in incidentele gevallen en op specifieke voorwaarden worden opgeheven na het doorlopen van de aanvraagprocedure niet-openbaar archief.

80 Inventarissen online in 2013

Gedurende 2013 zijn tachtig inventarissen toegevoegd aan onze Archiefbank.

Aanwinsten in de Beeldbank

Ieder jaar verwerft het Stadsarchief honderden nieuwe foto’s, tekeningen, albums en affiches. Die worden vooral toegevoegd aan de bestaande collecties, de zogenaamde groeicollecties, of krijgen een eigen collectie als de omvang wat groter is. Het grootste deel van deze aanwinsten wordt gedigitaliseerd en is uiteindelijk in de beeldbank te zien. De omvang van de beeldbank neemt dan ook gestaag toe, niet alleen met de nieuwste aanwinsten maar ook met scans van oud bezit dat nog niet eerder gedigitaliseerd kon worden. De afgelopen twee jaar is de beeldbank met meer dan vijfduizend afbeeldingen verrijkt, afkomstig uit 62 collecties en archieven. Die zijn niet allemaal aan te prijzen in de nieuwsbrief maar enkele wat minder bekende collecties willen we extra onder de aandacht brengen.

Affiche voor Beiersch Bierbrouwerij De Amstel

Uit de affiche collectie zijn vijfenveertig scans aan de beeldbank toegevoegd. Voor een deel betreft het oud bezit (oorlogsaffiches) maar ook recente aankopen, zoals een affiche van de Amstelbrouwerij, de beroemde telganger van Roovers (Olympische spelen 1928) en diverse Amsterdamse bedrijven.

De collectie albums is recent uitgebreid met onder andere een album van J.P. Albach, met opnames uit ongeveer 1938. Albach sneuvelde in een van de eerste oorlogsdagen en heeft de uitgave waar hij de foto’s waarschijnlijk voor maakte (N.A.P./Nieuw Amsterdams Peil) nooit kunnen realiseren.

Bram Vermeulen, 1971. Foto: Ulay.

Een bijzondere foto-aanwinst heeft een eigen collectie gekregen. In de Collectie Ulay vindt u de serie ‘Amsterdam Between (the Generation)’ die Ulay in 1971-1972 maakte. Hij portretteerde mensen die hij destijds als de culturele sleutelfiguren in Amsterdam zag. Er zijn portretten bij van onder anderen de cabaretiers Bram Vermeulen en Freek de Jonge, beeldend kunstenaar Jeroen Henneman, politiek activist Roel van Duyn en muzikant Willem Breuker. Een prachtig tijdsbeeld.

Laatst bijgewerkt op 13 maart 2014

Nieuwsarchief