Het nieuwste Jaarboek ‘Particuliere Archieven’ van de Stichting Archief Publicaties (SAP) bestaat uit wetenschappelijke bijdragen en geeft handreikingen en adviezen ten aanzien van de methodiek van verwerving en behoud van particuliere archieven. De bijdragen zijn zowel uit binnen- en buitenland. Daardoor is het mogelijk te komen tot vergelijkend onderzoek, maar het laat tevens de kansen, gevaren en uitdagingen scherper zien. Dit jaarboek laat zien dat particuliere archieven work in progress zijn.
Dit wordt ook geïllustreerd aan de hand van de gepubliceerde briefwisseling tussen Ron Blom van het Stadsarchief Amsterdam en Theo Vermeer van het Stadsarchief Rotterdam. Zij corresponderen onder andere over de noodzaak om met archiefvormers afspraken te maken over de wijze waarop het ‘eigenaarschap’ gestalte krijgt na de overdracht van een archief. Zij gaan hierbij onder meer in op hoe in een overeenkomst afspraken worden vastgelegd over zaken als auteursrecht en openbaarheid.
Nooit zal de discussie over het behoud van particuliere archieven eindigen, mits ingezien wordt dat keuzes maken nodig is vanuit financieel en zakelijk oogpunt. In alle situaties is het noodzakelijk dat men zich afvraagt “waarom worden particuliere archieven verworven”. Daarom roept dit jaarboek op tot fundamentele discussie zodat efficiënter en effectiever gewerkt wordt aan de totstandkoming van de Collectie Nederland.
Gezien het feit dat dinsdag 11 juni een reguliere openingsdag is willen we u erop attent maken dat er die dag relatief veel overlast zal zijn. Onze centrale hal zal gebruikt worden als ruimte voor de plenaire sessies van het congres en voor een aantal deelsessies. We hebben besloten het archief die dag toch geopend te houden voor publiek, omdat het onmogelijk is iedere mogelijke archiefbezoeker van die dag te bereiken. Er zal die dag bij iedere ingang een medewerker staan, die bezoekers uitlegt hoe ze op deze dag toch onderzoek kunnen doen of de Schatkamer kunnen bezoeken.
De Filmzaal is deze dag in gebruik als één van de congresruimtes, waardoor er geen filmvoorstelling is. Voor de bezoekers die in de gelegenheid zijn op een ander moment te komen adviseren we deze dag niet naar het archief te gaan. De bezoekers die toch zijn aangewezen op deze dag kunnen komen en hun onderzoek doen, maar moeten wel rekening houden met de nodige geluidsoverlast. We hopen op uw begrip.
Om het project Red een Portret blijvend onder de aandacht te brengen van donateurs en familieleden van de geportretteerden toont AT5 een serie filmpjes. Daarin ziet u onze medewerker Harmen Snel vertellen over bekende Amsterdammers die door Merkelbach zijn geportretteerd. Onder meer de familie Asscher en Krabbé worden door hem besproken, maar ook de actrices die veelvuldig door Merkelbach zijn geprortretteerd. Aan het eind van de drie minuten durende mini-documentaires toont Harmen Snel een onbekend portret en doet hij een oproep om naar de site Redeenportret.nl te gaan en te helpen bij het herkennen en beschrijven van de vele onbekende portretten.
De komende vier weken wordt elke dinsdag een nieuw filmpje gepresenteerd dat gedurende die week meerdere keren per dag wordt herhaald. Een tweede serie van zes filmpjes volgt later. In dezelfde periode verschijnen er ook korte commercials voor Red een Portret.
De collectie Klein Materiaal was ingedeeld in rubrieken die parallel liepen aan die van de boekencollectie van de bibliotheek. Om de collectie beter toegankelijk te maken worden de verschillende rubrieken nu opgenomen als zelfstandige collecties in de archiefbank. Dit gebeurt gefaseerd. Eerder verscheen al de inventaris van de collectie Tentoonstellingen en nu is het de beurt aan de collectie Personalia.
![]() |
Plan voor de aanleg van een bloembollentuin achter het huis van A. van der Hart uit het begin van de 19e eeuw. Hij vermeldt onder andere hyacinthen en de toen populaire tulp Duc van Tol met aantallen en plantdatum. |
Deze verzameling bevat handgeschreven en gedrukte documenten van en over personen. De stukken zijn zeer uiteenlopend van aard. Het gaat onder meer om andere brieven, paspoorten, poorterbewijzen, kranten- en tijdschriftartikelen, visitekaartjes, programma's van huldigingen of een afscheid, menukaarten, (begrafenis)briefjes, getuigschriften en diploma's, uitnodigingen, aantekeningen, liederen en gedichten, dankbetuigingen, schoolrapporten, oorkondes, autografen.
Van meer dan 2300 zowel bekende als onbekende Amsterdammers uit de zestiende eeuw tot nu zijn stukken te vinden in deze collectie. Dat kan een heel pak papier zijn maar vaker betreft het slechts een betekenisvolle snipper van iemands leven. Zoals een papiertje dat getuigt van een zware periode in het leven van de voormalige eigenaar: de verfrommelde stempelkaart van een in Duitsland te werk gestelde jongen. Zeldzaam en bijzonder is het briefje dat de belastinginner in 1674 bij een Amsterdamse drukker achterliet met de aanmaning snel aangifte te doen. Tragisch is de oproep om een benefietvoorstelling voor het gezin van de tijdens een voorstelling krankzinnig geworden acteur Tourniaire bij te wonen.
De collectie wordt nog regelmatig aangevuld met nieuwe aanwinsten. De meest recente is de schenking van twee bijzondere ansichtkaarten die een Amsterdamse jongen ontving in 1944: de conducteur van lijn drie met wie hij regelmatig een praatje had gemaakt in de tram, stuurde vanuit Berlijn waar hij in de Arbeidseinsatz zat, twee kaartjes vol heimwee naar het oude Amsterdam.
Een element dat in al die interviews steeds weer aan de orde komt is de oorlogsperiode. Velen kennen het verhaal dat Mies Merkelbach tijdens de oorlog de studio als dekmantel gebruikt zou hebben voor verzetsactiviteiten, waarmee ze de activiteiten van haar man Bobby Rosenboom zou hebben voortgezet. Hij was in 1941 wegens spionageactiviteiten gearresteerd en naar Duitsland afgevoerd. Mies’ vaardigheden op het gebied van het retoucheren van negatieven zouden zeer goed van pas gekomen zijn bij het vervaardigen van valse persoonsbewijzen. Het feit dat de studio gedurende de hele oorlog gefrequenteerd werd door Duitse militairen die hun portret lieten maken, zou daarbij een perfecte dekmantel zijn, waardoor Mies onverdacht haar gang kon gaan. Op het dak van het Hirschgebouw, vlak boven de studio, stond een Duits afweergeschut en Duitsers liepen in en uit zonder in de gaten te hebben wat Mies deed.
In hoeverre deze berichten van geïnterviewden (in heden en verleden) over de verzetsactiviteiten van Mies juist zijn is echter lastig te achterhalen. Tot nu toe hebben we niemand gevonden die hier echt getuige van is geweest en harde bewijzen of bronnen zijn nog niet aangetroffen. Kan er niet net zo goed sprake zijn van een mystificatie die moet goedmaken dàt de studio werkte voor Duitse opdrachtgevers?
In het nagelaten archief van Merkelbach is wel materiaal aangetroffen dat vragen oproept over de oorlogsgeschiedenis van Studio Merkelbach. Iedereen die door de vele foto’s op de site van Red een Portret bladert door de vlak voor en in de oorlog gemaakte portretten, zal geraakt worden door het veranderende beeld. Voor de oorlog bestaat de clientèle voor een aanzienlijk deel uit joodse inwoners van Amsterdam. Ook nog in het begin van de oorlog poseren zij, veelal voor het laatst. En al vanaf het begin van de bezetting zijn er volop Duitse militairen die de bekende studio bezoeken en -voor wie ze herkent-, incidenteel collaborateurs en verzetsmensen.
![]() |
Frieda Belinfante |
Zo is daar in 1942 Frieda Belinfante die voor de camera van Mies poseert, gekleed in mannenkostuum. Als opdrachtgeefster noteerde Mies ‘mevr. Bakker’ uit de Euterpestraat.
Belinfante was op dit moment al actief in het kunstenaarsverzet en had zeker te maken met het vervalsen van identiteitspapieren. Werkte Mies hier mee aan een valse identiteit voor Frieda of had ze geen idee wie er voor haar poseerde? Er zijn nog geen antwoorden op dit soort vragen die oprijzen uit het archief. Dergelijke foto’s bewijzen alleen dat Mies mensen uit het verzet voor haar camera had en ze dus mogelijk toegang had tot verzetskringen waarin identiteitsbewijzen werden vervalst.
Zijn er wellicht nog bewijzen voor Mies’ activiteiten te vinden in haar nagelaten archief? Hoewel het voor de hand lijkt te liggen dat belastend materiaal als vervalste foto’s niet bewaard werden, zijn er diverse voorbeelden bekend van fotografen die meewerkten aan het maken van valse persoonsbewijzen en hun waardevolle (vervalste) negatieven wel bewaarden.
Een voorbeeld van het falsificeren ten behoeven van valse identiteitsbewijzen is het reproduceren of manipuleren van pasfoto’s. Bijvoorbeeld als degene die een dergelijk papier nodig had niet zelf kon verschijnen voor de fotograaf (onderduik), werd er een oude foto gereproduceerd en zo nodig bijgewerkt.
![]() |
G. Bos |
In het archief zijn weinig voorbeelden te vinden van portretten die geschikt waren voor gebruik op persoonsbewijzen (deze moesten aan bepaalde eisen voldoen, zo moest het linkeroor altijd goed zichtbaar zijn) en waren duidelijk meer bedoeld als portret. Slechts enkele opnames lijken voor persoonsbewijzen gemaakt te zijn, maar vooralsnog kunnen we niet aantonen dat deze foto’s iets met verzet te maken hadden. Al wekken de foto’s die voor een meneer G. Bos uit de Euterpestraat (daar stond niemand met die naam ingeschreven) gemaakt zijn, sterk die indruk. Hij is vastgelegd zonder bril en ook met twee verschillende brillen. Was men aan het uitproberen wat hem de minst verdachte identiteit gaf?
![]() |
A.H. Schouten |
Mies maakte tijdens de oorlog diverse reproducties, onder meer van foto’s van persoonsbewijzen, maar lang niet altijd is duidelijk waarvoor die bedoeld zijn. Zo kan een reproductie simpelweg ter nagedachtenis van een overleden persoon zijn gemaakt. Dat is het geval bij de reproductie van een foto van A.H. Schouten die in 1942 in Neuengamme is overleden. Zijn weduwe liet Mies hun huwelijksfoto bewerken tot een portret van haar overleden man. Een ander voorbeeld is de reproductie gemaakt voor de familie Heer in 1944. Toen Maria Heer-Herbers in februari 1944 overleed, brachten haar kinderen de foto van haar persoonsbewijs naar Mies Merkelbach om te reproduceren tot een mooi portret. De ontsierende stempel op de pasfoto werd door Mies vakkundig weggewerkt. Het zijn beide voorbeelden van kundige reproductie die zeker tot vervalsing aangewend kon worden, maar gebeurde dat ook?
Het Stadsarchief Amsterdam zou graag een antwoord op de vraag vinden of Mies Merkelbach verzetsactiviteiten ontplooide in haar studio en bewijzen vinden voor het vervalsen van identiteitspapieren. Daarom vragen wij het publiek eventuele kennis hierover met ons te delen. U kunt contact opnemen met
Ellen Grabowsky (egrabowsky@stadsarchief.amsterdam.nl)
Anneke van Veen (avanveen@stadsarchief.amsterdam.nl
Altijd al willen weten wat uw grootvader nou precies voor werk deed in de Tweede Wereldoorlog? Meer weten over de ‘huizen van het verzet’? En wie woonde er eigenlijk in uw huis toen? Klopt dat verhaal van oma over de bominslag in haar straat? Antwoord op deze en alle andere vragen vindt u in de archieven. Ook als u nog nooit zelf onderzoek hebt gedaan, trek dan op 3, 4 of 5 mei de stoute schoenen aan en kom naar het Stadsarchief. Er is die dagen een speciale balie voor onderzoek gerelateerd aan WOII.
U wordt snel en vakkundig op weg geholpen door twee specialisten die de gemeentelijke archieven uit die periode door en door kennen. De balie is ingericht op initiatief van het 4 en 5 mei-comité Amsterdam.
Een archief waar veel in te vinden is over de dagelijkse gang van zaken gedurende de Tweede Wereldoorlog is het Politiearchief. In de meldingsrapporten van de verschillende bureaus staan tussen de gebruikelijke aangiftes van fietsendiefstal en weggelopen hondjes ook rapportages van geweld tegen politieke tegenstanders, razzia’s, het verraden van onderduikers en bominslagen. In het archief van de Arbeidsbeurs bevindt zich de administratie van de betalingen door in Duitsland tewerkgestelde mannen aan hun in Amsterdam achtergebleven familie. De namen van de mannen die naar Duitsland moesten en de plaats waar ze hebben gewerkt vindt u op de Transportlijsten en de Paspoortaanvragen uit de periode 1940-1945 completeren het beeld. Op een deel van de paspoortaanvragen treft u zelfs nog een pasfoto aan. Dergelijke foto’s zijn ook vaak te vinden in het archief met aanvragen voor Marktkaarten uit de periode van voor 1940. Er waren veel Joodse marktkooplieden en soms zijn dit de enige foto’s die van deze mensen bewaard zijn gebleven.
Antwoord op de vraag naar de geschiedenis van uw huis in de Oorlog vindt u in de Woningkaarten in het archief van het Bevolkingsregister. Per woning werden hier de in- en uitschrijvingen bijgehouden. Hier zie je hoe methodisch de Duitsers de Joodse Amsterdammers weghaalden; straat na straat wordt leeggehaald. Nadat de Joodse Amsterdammers zijn weggevoerd, worden de duurdere huizen verkocht of verhuurd aan NSB-ers en Duitse militairen of ambtenaren. Onderzoek naar panden die een rol in het verzet hebben gespeeld is ook mogelijk. Interessante interviews met oud verzetslieden gehouden in de jaren ’80 vindt u, geordend per verzetsgroep, in het archief van de begeleidingscommissie van onderzoeker Van Tellingen.
Onverwacht veel informatie komt soms uit het archief Sociale Zaken. Tijdens, maar ook na, de oorlog tekenden de ambtenaren hele levensverhalen op bij het beoordelen van steunaanvragen. Uit oogpunt van bescherming van de privacy kan niet iedereen alle informatie uit dit archief inzien, maar betreft het uzelf of uw voorouders dan is het mogelijk dat de openbaarheidsbeperking niet van toepassing is.
Juist omdat er zoveel informatie in de archieven te vinden is, is het handig als een ervaren onderzoeker u daarbij op weg helpt. Op 3-4-5 mei zitten aan de speciaal daarvoor ingerichte balie in de hal van het Stadsarchief twee specialisten voor u klaar. Breng voor de zekerheid uw paspoort mee zodat u, indien gewenst, ook zelf onderzoek in de originele documenten kunt verrichten.
De meeste spoorzoekers herkennen het verschijnsel wel: het staat vast dat een bepaald persoon in Amsterdam heeft gewoond, maar toch is diegene met geen mogelijkheid te vinden in de huwelijks- of begraafregisters. Eén van de redenen hiervoor kan zijn dat deze mensen buiten de toenmalige stadsgrenzen waren getrouwd of begraven. Dit gebeurde bijvoorbeeld als bruid en bruidegom uit verschillende plaatsen kwamen, omdat iemand in zijn geboortegrond buiten Amsterdam begraven wilde worden of uit religieuze overwegingen op een bepaalde begraafplaats, of simpelweg omdat een bruidspaar zich een modieuze huwelijksdag wenste met een pleziertochtje per boot of koets, buiten alle drukte en ongemakken van de stad.
Binnen de steden of dorpen waarin het huwelijk of begrafenis plaatsvond was men een algemene belasting verschuldigd, het Middel op trouwen en begraven. Als men zich buiten de stad begaf liep het stadsbestuur deze inkomsten mis. Bovenop het bedrag van deze belasting betaalden trouwlustigen of nabestaanden daarom ook nog een boete voor het trouwen buiten de stad of het uitvoeren van een lijk. Omdat het boetebedrag ten goede kwam aan de armenzorg in Amsterdam zijn al deze namen terug te vinden in de boeken van het Aalmoezeniersweeshuis.
Met deze nieuwe index zijn ruim 24.000 nieuwe namen toegevoegd aan de genealogische zoeksystemen van het Stadsarchief Amsterdam.
zoek in de index
lees de handleiding
![]() |
Portret van Jacob Frederik Muller (1690-1718), alias s'Jaco, berucht misdadiger, geradbraakt in Amsterdam in 1718 |
In de confessies treffen we de draaideurcrimineel en straatventster Sara Erasmus alias Manke Saar, die tussen 1689 en 1727 maar liefst dertien keer opgepakt en veroordeeld wordt. Sara blijkt een onverbeterlijke dievegge die steeds opnieuw spullen wegneemt uit winkels en marktkramen, maar ook uit vensterbanken en kelders van woonhuizen. Meestal gaat het om kleine zaken als kledingstukken, die ze onder haar rokken stopt en in de stegen van Amsterdam weer doorverkoopt. Blijkbaar is ze niet erg voorzichtig, want ze loopt steeds weer tegen de lamp en wordt altijd door meerdere getuigen aangewezen als dader. De straf die Sara krijgt bestaat steeds uit geseling, een periode opsluiting in het Spinhuis plus een tijdelijke verbanning uit de stad. Steevast wordt ze al snel na haar vrijlating opnieuw betrapt binnen de stadsgrenzen en elke keer wordt haar straf verdubbeld. De laatste keer dat Sara verhoord wordt en zo in de confessieboeken terecht komt is op 09 juli 1727. Ze is dan 55 jaar en wordt voor de zoveelste keer veroordeeld tot geseling op het schavot, 8 jaar Spinhuis en nogmaals 8 jaar verbanning.
+ Lees de handleiding
Zoek in de index
https://www.surveymonkey.com/s/S35PKZ6
Vanaf 15 februari zijn de twee boeken Kaarten van Amsterdam 1538-1865 en Kaarten van Amsterdam 1866-2012 verkrijgbaar. Deze prachtige uitgaven geven een fraai topografisch overzicht van de geschiedenis van de stedelijke ontwikkeling van Amsterdam door de eeuwen heen. Het eerste deel is nieuw, de uitgave 1866-2012 is een verbeterde en uitgebreide heruitgave van de uitgave uit 2002. De prijs per uitgave bedraagt € 69,50.
Ambities
Aan verschillende planologische kaarten zijn de hoge ambities van het stadsbestuur te zien. In die zin sluit het deel Kaarten van Amsterdam 1538-1865 goed aan bij de tentoonstelling Booming Amsterdam waarin de aanleg van de grachten centraal staat. Daarin zijn onder meer alle zeventiende-eeuwse kaarten van Amsterdam opgenomen, waaronder veel kaarten die de aanleg van de grachtengordel inzichtelijk maken. De meeste kaarten tonen een topografisch beeld van de stad. Daarnaast werden er in vroeger eeuwen ook historische en thematische kaarten gepubliceerd. Ze geven een schat aan informatie over toeristische attracties, de verspreiding van besmettelijke ziektes, bevolkingsdichtheid, religie, handel en nijverheid, enzovoort.
Kaarten van Amsterdam1538-1865
Het eerste deel Kaarten van Amsterdam1538-1865 omvat 221 catalogusnummers. Het omvat vele honderden kaarten die van aanvullende historische informatie zijn voorzien. Voorbeelden zijn de geschilderde en de op twaalf houtblokken gedrukte kaart van Cornelis Anthonisz. (1538, respectievelijk 1544) en de gegraveerde kaarten van Pieter Bast (1597) en Balthasar Florisz. van Berckenrode (1625). Ook kennen we fraaie kaarten in vier bladen door, waarschijnlijk, Visscher en later heruitgegeven door Pieter Mortier (ca. 1676), door Johannes de Ram (ca. 1692) en door vader en zoon De Broen (1724). Bijzonder is ook de kaart in zes bladen (1663) van stadsbouwmeester Daniel Stalpaert. Hij was in 1662 verantwoordelijk voor de door hem ontworpen vierde uitleg.
Kaarten van Amsterdam 1866-2012
Het (herziene) tweede deel Kaarten van Amsterdam 1866-2012 telt 30 nieuwe catalogusnummers ten opzichte van de uitgave in 2002. Het boek opent met de in 1866 getekende manuscriptkaart met de visie van stadsingenieur Van Niftrik op de uitbreidingen buiten de Singelgracht. Zijn kaart markeert de aanzet tot de tweede Gouden Eeuw van Amsterdam. Andere bekende uitgaven die in deel 2 aan de orde komen zijn de kaarten van Kalff (1875) en Scheltema (1900), de 1:1.000-serie van Publieke Werken en de Arcamkaart (1995). Bijzondere kaarten die niet in de eerste uitgave opgenomen waren, werden getekend door Kruls en Schmüll (1882) en van Van der Meij (1903). Ook nieuw is de grote presentatiekaart met het stedenbouwkundig ontwerp van Cornelis van Eesteren (1935) die in 2008 teruggevonden werd.
31 januari 2013 is het precies 200 jaar geleden dat Samuel Sarphati (1813-1866) werd geboren, een van de bekendste Amsterdammers uit de 19de eeuw. Ter gelegenheid daarvan verschijnt Samuel Sarphati. Van Portugese armenarts tot Amsterdamse ondernemer, een biografie van de hand van historica Lydia Hagoort van het Stadsarchief Amsterdam. De naam Sarphati is alom bekend in Amsterdam: van het park, de straat en het monument. Het verhaal van zijn enerverende leven is dat minder. Niet alleen was hij een betrokken arts, hij richtte met een ongekende energie beroepsverenigingen, een handelsschool, een broodfabriek, drie banken, het Amstelhotel en het Paleis voor Volksvlijt op.
Tijd van verwondering Hagoort verweeft zijn persoonlijk leven en zijn vele initiatieven met het Amsterdamse leven in de ‘tussentijd’: vanaf het vertrek van Napoleon in 1813 tot aan de tweede Gouden Eeuw rond 1870. Het was een ‘tijd van verwondering’, van ontdekkingen in de scheikunde, de natuurkunde en de astronomie. Amsterdam maakte kennis met gasverlichting, de trein en de fotografie, het eerste zwembad en een dierentuin met exotische dieren. We zien niet alleen een gedreven en religieus man, maar ook iemand die hield van dans en muziek. Wij leren zijn familie, vrienden en zakenrelaties kennen.
Lydia Hagoort is historica en verbonden aan het Stadsarchief Amsterdam. In 2005 publiceerde zij Het Beth Haim in Ouderkerk aan de Amstel over de joods-Portugese begraafplaats waar Sarphati werd begraven. In 2008 bezorgde zij met W.Chr. Pieterse het Livro de Bet-Haim do Kahal Kados de Talmud-Torah 1639-1648. Ook verzorgde zij een uitgave van het oorlogsdagboek van haar moeder Gijsbertha Hagoort-van Dijk.
Naar aanleiding van het verschijnen van deze biografie worden in de Schatkamer van het Stadsarchief Amsterdam vijf vitrines ingericht met persoonlijke documenten en bijzondere voorwerpen die het leven van deze arts, ondernemer en bankier belichten.
Onder andere verkrijgbaar bij de Stadsboekwinkel in het Stadsarchief Amsterdam.
Samuel Sarphati. Van Portugese armenarts tot Amsterdamse ondernemer van Lydia Hagoort | Uitgeverij Bas Lubberhuizen | paperback | 416 pagina’s met zo’n 40 afbeeldingen | vormgeving Gijs Sierman | ISBN 978 90 5937 3297 | € 29,90
Eén van de mensen die deze week ‘gespot’ is in de Overgenomen Delen is de bioloog Max Carl Wilhelm Weber, geboren op 5 December 1852 in Bonn uit een Duitse vader en een Nederlandse moeder. Weber werd in 1883 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en legde de basis voor het Zoölogisch Museum van Artis. In 1899 vertrok hij vanuit de Sarphatikade 3 in Amsterdam naar het andere einde van de wereld: samen met zijn vrouw (zoöloge en expeditie-lid) Anna Antoinetta van Bosse scheepte hij in op de omgebouwde kanonneerboot HMS Siboga om onderzoek te doen naar de flora en fauna op en rond de eilanden van Nederlands-Indië. Weber maakte meer onderzoeksreizen, onder meer naar Zuid-Afrika, maar de internationaal vermaarde Siboga expeditie zou de belangrijkste van zijn leven worden; hij keerde naar Amsterdam terug met meer dan 100 kisten vol specimen van veelal nog onbekende dier- en plantensoorten.
Bij het Stadsarchief Amsterdam bevinden zich meer stukken van en over Max Weber in het archief van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra. De tastbare herinneringen aan de Siboga-expeditie zijn helaas verspreid geraakt: het archief van Weber maakt deel uit van de Artis bibliotheek in de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, de dieren en planten zijn ondergebracht bij Naturalis in Leiden en foto’s zijn naast in de Artis bibliotheek ook te vinden bij het Tropenmuseum.
Het archief van het Apeldoornsche Bosch maakt onderdeel uit van het archief van de Vereeniging Centraal Israëlietisch Krankzinnigengesticht in Nederland.
![]() |
Nicolaes Visscher, Plattegrond van Amsterdam met de nieuwe stadsuitleg wit gelaten, 1660-1661 |
Op 18 december heeft Marens Engelhard, directeur van het Stadsarchief Amsterdam, deze opmerkelijke vondst bestaande uit een verzameling drukkersmaterialen in ontvangst genomen van directeur Mickey Gude van drukkerij SDA Print+Media. De verzameling zal worden beheerd door de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam.
Bij de verhuizing van de Stadsdrukkerij in 2011 werden de archiefstukken overgedragen aan het Stadsarchief Amsterdam. Eén kast in de kelder van het gebouw bleef echter lange tijd gesloten omdat de sleutel zoek was. De kast bevatte een schat aan historische drukkersmaterialen, met onder meer 34 koperplaten van zeventiende-eeuwse gravures, series van oude houtblokken, clichés met stadswapens en biljetletters die nog gebruikt zijn door Willem Sandberg. Hans Moolenbel, bedrijfsarchivaris van drukkerij SDA Print+Media, onderkende het belang van de vondst en riep de hulp in van specialisten van het Amsterdam Museum, het Stadsarchief Amsterdam en de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam.
Het absolute topstuk is de koperplaat die gegraveerd werd door de bekende kaartuitgever Nicolaes Visscher (1618–1679) met de plattegrond van Amsterdam omstreeks 1660. De gravure toont de stad op het hoogtepunt van de Gouden Eeuw, met een oningevulde strook voor de beoogde stadsuitbreiding aan de oostkant. Vanaf 1660 werkte Amsterdam intensief aan een vierde stadsuitbreiding, waarbij het gebied tussen het IJ en de Leidsegracht bij de stad werd getrokken. ‘Op deze kaart is de nieuwe stadsuitleg bewust wit gelaten,’ aldus Erik Schmitz van het Stadsarchief, ‘zodat men die met de hand kon invullen met de verschillende ontwerpen voor de stadsuitbreiding. De precieze invulling van het gebied stond op dat moment immers nog ter discussie. De kaart werd ook gebruikt om de werkzaamheden op in te tekenen, zoals het verplaatsen van molens.’
De koperplaat van de kaart van Amsterdam en een afdruk ervan worden tijdelijk geëxposeerd in de hal van Bijzondere Collecties, Oude Turfmarkt 129 (Rokin), Amsterdam, van 17 december t/m 15 januari, dagelijks van 10.00 uur tot 17.00 uur, weekends van 13.00 uur tot 17.00 uur.
Van 15 februari t/m 26 mei maken deze en andere koperplaten deel uit van de tentoonstelling Booming Amsterdam. De groei van Amsterdam in de Gouden Eeuw in het Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 32, open di–vr 10–17 uur en za–zo 11–17 uur.